6 augustus 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Kaag en Braassem

Actualisering APV m.b.t. schenktijden voor verenigingen en stichtingen

Een raadslid stelde op 6 augustus 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem (10 vragen).

In het kort

10 vragen en wat het college antwoordt

  • Op 18 december 2023 heeft de raad een amendement van de VVD aangenomen (met 16 stemmen voor) om duidelijkheid te scheppen over de schenktijden in lijn met artikel 2:25… → Wilt u deze signalen delen, zodat wij als indieners van het amendement kunnen bijdragen aan een constructieve doorontwikkeling van dit artikel?
  • In uw voorstel worden drie categorieën verenigingen onderscheiden met in totaal zeven verschillende begin- en eindtijden. → Hoe verhouden deze zich tot de eerder ontvangen 1 signalen?
  • Voor sport- en hobbyverenigingen stelt u een eindtijd voor van 20:00 uur op vrijdag, zaterdag en zondag. → Verwacht u niet dat veel verenigingen hierdoor structureel in de knel komen met hun reguliere activiteiten?
  • De eindtijd op basis van de maatschappelijke functie en voorheen de statutaire doelomschrijving geldt al sinds 2013. → Is het dan wenselijk dat de gemeente op afwijkt van dit stelsel wanneer daarvoor geen aanleiding is?
  • Binnen de huidige APV dient het bestuur een lijst bij te houden van maximaal 4 "bijeenkomsten van persoonlijke aard" waarbij alcoholhoudende dranken geschonken worden. → Is dit niet eerder een lastenverzwaring voor zowel de vereniging als de ambtelijke organisatie?
  • Voor bijeenkomsten van persoonlijke aard stelt u dat altijd een ontheffing nodig is. → Is dit, mede gelet op de doelstelling van de Alcoholwet om oneerlijke mededinging te voorkomen, niet een risico op concurrentievervalsing richting de commerciële horeca?
  • De voorgestelde termijn voor het aanvragen van ontheffingen is minimaal vier weken voor de activiteit. → Hoe verhoudt dit zich tot de gemeentelijke ambitie om verenigingsleven te stimuleren?
  • De voorgestelde wijziging spreekt niet over een ontheffing voor meerdaagse activiteiten, zoals bijv. een tennistoernooi. → Nog één algemene ledenvergadering in het weekend en een feestje voor de vrijwilligers en het aantal ontheffingen in lid 4.1 is bereikt.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

SCHRIFTELIJKE VRAGEN

Zaaknummer

N.v.t.

Datum indiening vragen

woensdag 6 augustus 2025

Onderwerp

Actualisering APV m.b.t. schenktijden voor verenigingen en stichtingen.

Indiener vragen

VVD - Möllers (Roy)

Toelichting Geachte College, Op 11 juli 2025 heeft U - het College - een brief gestuurd aan alle vertegenwoordigers van verenigingen en stichtingen in onze gemeente met een alcoholvergunning over een voorgenomen wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) met betrekking tot de regulering van paracommerciële rechtspersonen in het kader van de Alcoholwet. Over deze brief hebben wij een aantal vragen, omdat wij vermoeden dat er in het gecommuniceerde voorstel bedoeld of onbedoeld verregaande beperkingen zijn opgenomen ten opzichte van de huidige situatie, met name voor de in categorie 1 opgenomen rechtspersonen.

Wij zien u beantwoording graag tegemoet.

Bijgesloten treft u het in deze vragen aangehaalde amendement van 18 december 2023 en uw brief van 11 juli 2025, inclusief bijlagen. Deze zijn ter informatie toegevoegd voor de raad en andere lezers.

Vragen

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Op 18 december 2023 heeft de raad een amendement van de VVD aangenomen (met 16 stemmen voor) om duidelijkheid te scheppen over de schenktijden in lijn met artikel 2:25 voor vergunningsvrije evenementen en de paracommerciële rechtspersonen meer vrijheid te geven in de invulling van hun maatschappelijke activiteiten (voorheen "statutaire doelomschrijving") waarna zij tot 2 uur mogen schenken. In uw brief van 11 juli 2025 stelt u echter dat de nu geldende regels onvoldoende duidelijk of werkbaar zijn. Kunt u aangeven van welke rechtspersonen u sinds de wijziging op 5 januari 2024 praktische bezwaren heeft ontvangen met betrekking tot artikel 2:34b APV?

Antwoord van het college

Wilt u deze signalen delen, zodat wij als indieners van het amendement kunnen bijdragen aan een constructieve doorontwikkeling van dit artikel?

Vraag 2

In uw voorstel worden drie categorieën verenigingen onderscheiden met in totaal zeven verschillende begin- en eindtijden. Welke inhoudelijke overwegingen liggen ten grondslag aan deze specifieke indeling en tijdvakken?

Antwoord van het college

Hoe verhouden deze zich tot de eerder ontvangen 1

signalen? Waarom acht u zeven verschillende tijdsregimes duidelijker dan één uniforme regeling?

Vraag 3

Voor sport- en hobbyverenigingen stelt u een eindtijd voor van 20:00 uur op vrijdag, zaterdag en zondag. Is het niet aannemelijk dat juist op deze dagen veel reguliere activiteiten (training, optreden, wedstrijd, repetitie of sociale activiteit) in de avond plaatsvinden?

Antwoord van het college

Verwacht u niet dat veel verenigingen hierdoor structureel in de knel komen met hun reguliere activiteiten?

Vraag 4

De eindtijd op basis van de maatschappelijke functie en voorheen de statutaire doelomschrijving geldt al sinds 2013. In uw brief benoemt u dat dit voor bezoekers of vrijwilligers onduidelijk zou zijn en vrijwilligers niet belast zouden moeten worden met het bepalen van eindtijden. Deelt u de opvatting dat juist veel besturen (tevens vrijwilligers) in de afgelopen jaren verantwoordelijkheid hebben genomen in het vaststellen van passende eindtijden, bijvoorbeeld via het systeem van kantinediensten (iedereen weet waar hij/zij aan toe is), en daarbij binnen de gemeentelijke kaders de vrijheid hebben benut om maatwerk te leveren dat aansluit bij hun eigen praktijk?

Antwoord van het college

Is het dan wenselijk dat de gemeente op afwijkt van dit stelsel wanneer daarvoor geen aanleiding is? Moeten we als gemeente niet juist vertrouwen op de professionaliteit en verantwoordelijkheid van deze besturen?

Vraag 5

Binnen de huidige APV dient het bestuur een lijst bij te houden van maximaal 4 "bijeenkomsten van persoonlijke aard" waarbij alcoholhoudende dranken geschonken worden. In uw voorstel stelt u dat de gemeente de registratie van heffingsplichtige activiteiten overneemt, waarmee sprake zou zijn van administratieve lastenverlichting. Tegelijkertijd vereist elke activiteit buiten de reguliere tijden een ontheffingsaanvraag met vier vragen. Moeten verenigingen, om dit correct te kunnen doen, niet alsnog zelf een lijst bijhouden?

Antwoord van het college

Is dit niet eerder een lastenverzwaring voor zowel de vereniging als de ambtelijke organisatie?

Vraag 6

Voor bijeenkomsten van persoonlijke aard stelt u dat altijd een ontheffing nodig is. In artikel 2:34b lid 3 stelt u echter geen maximum aan het aantal ontheffingen voor deze bijeenkomsten, zoals u wel doet bij leden 1.1, 1.2 en 1.3. Betekent dit dat hier sprake is van een ongelimiteerd aantal ontheffingen, zolang deze binnen de reguliere tijden vallen?

Antwoord van het college

Is dit, mede gelet op de doelstelling van de Alcoholwet om oneerlijke mededinging te voorkomen, niet een risico op concurrentievervalsing richting de commerciële horeca?

Vraag 7

De voorgestelde termijn voor het aanvragen van ontheffingen is minimaal vier weken voor de activiteit. Verwacht u niet dat deze termijn spontane of prestatiegebonden vieringen (zoals sportkampioenschappen of culturele acties) belemmert?

Antwoord van het college

Hoe verhoudt dit zich tot de gemeentelijke ambitie om verenigingsleven te stimuleren?

Vraag 8

De voorgestelde wijziging spreekt niet over een ontheffing voor meerdaagse activiteiten, zoals bijv. een tennistoernooi. Zou dit betekenen dat zo'n toernooi welke start op vrijdagavond en de zondag in de daaropvolgende week eindigt al voor 6 dagen ontheffing nodig heeft?

Antwoord van het college

Nog één algemene ledenvergadering in het weekend en een feestje voor de vrijwilligers en het aantal ontheffingen in lid 4.1 is bereikt. Hoe voorkomt u dat reguliere activiteiten (zoals toernooien, ledenvergaderingen en vrijwilligersavonden) leiden tot een snelle uitputting van het jaarmaximum van acht ontheffingen?

Vraag 9

Multifunctioneel gebruik van maatschappelijk vastgoed wordt door de gemeente en de verenigingen toegejuicht. Wanneer stichting X gebruik maakt van de accommodatie en alcoholvergunning van vereniging Y: tellen de ontheffingen dan per rechtspersoon of per 2 vergunning?

Antwoord van het college

Hoe borgt u dat samenwerking tussen verenigingen en/of stichtingen niet wordt ontmoedigd?

Vraag 10

In sommige gevallen kunnen voorwaarden in een bestaande alcoholvergunning afwijken van de voorgenomen APV-regels. Welke juridische status prevaleert in dat geval?

Antwoord van het college

En hoe gaat de gemeente om met eventuele strijdigheden?

Bijlagen:

Bijlage 1. Amendement 3 VVD inzake APV Bijlage 2. Begeleidend schrijven; informeren verenigingen en stichtingen Bijlage A behorende bij het begeleiden schrijven: Kaders paracommerciële horeca Bijlage B behorende bij het begeleiden schrijven: Categorieën paracommerciële horeca

3

Bekijk de brief: 20250806 Schriftelijke vragen fractie VVD Inzake Actualisering APV m.b.t. schenktijden voor verenigingen en stichtingen

Bron: raadsinformatie van de gemeente Kaag en Braassem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Kaag en Braassem

Alle artikel 35-vragen in Kaag en Braassem