Geen discriminatie van statushouders
Een raadslid stelde op 28 augustus 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem (2 vragen).
In het kort
2 vragen en wat het college antwoordt
- Wat is de reflectie van het college op bovenstaande toelichting op de oorspronkelijke vragen en de beantwoording door het college ervan? → De Wet Versterking Regie Volkshuisvesting ziet op de toetreding van groepen tot de woningmarkt.
- Hoe wil het college voorkomen dat eventuele verwarring over hun antwoorden kan leiden tot het versterken van polarisatie of gevoelens van uitsluiting in onze gemeenschap? → Zoals aangegeven hebben college en vragensteller elkaar gemist in doelstelling en intentie van de vragen.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
SCHRIFTELIJKE VRAGEN
Zaaknummer
891096
Datum indiening vragen
vrijdag 22 augustus 2025
Onderwerp
Verzoek tot nadere reflectie en duiding t.a.v. vragen over discriminatie statushouders
Indiener vragen
D66 - Zwaaneveld (Carsten)
Toelichting Op 21 augustus verschenen de antwoorden op onze eerdere schriftelijke vragen over het niet discrimineren van statushouders. Wij dienden deze vragen in naar aanleiding van een bij de Wet versterking regie volkshuisvesting aangenomen amendement-Mooiman waarin statushouders zijn uitgesloten van urgentieverklaringen.
Direct na aanname van dat amendement spraken, zoals ook aangehaald in onze vragen, de VNG en het College voor de Rechten van de Mens zich uit tegen dit amendement. Sinds onze vragen heeft ook minister Keijzer (BBB), onder wiens verantwoordelijkheid het wetsvoorstel valt, zich uitgesproken: het amendement is discriminerend. Het sluit namelijk statushouders categorisch uit van een urgentieverklaring. Dat betekent dat ook wie hier al tijden met een verblijfsvergunning woont niet meer voorrang kan krijgen op grond van bijv. medische noodzaak of dreigende dakloosheid. Diens buurman die geboren en getogen Nederlander is wel. Dit staat dus geheel los van het – eveneens landelijke politieke voornemen – om de voorrangsregel bij huisvesting komende uit het azc in te trekken (wat het college lijkt samen te vatten als de ‘automatische urgentie’). Daar hebben wij een politiek oordeel over, maar onze vragen gaan niet over dat laatste.
Wij baseren ons oordeel daarbij op het kader van artikel 1 van de Grondwet: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Hierin nemen wij mee dat ‘ras’ in deze context breed wordt opgevat: daar valt ook huidskleur, afkomst, en nationale of etnische afstemming onder- en het discriminerende onderscheid kan ook indirect zijn. De in het artikel expliciet genoemde discriminatiegronden zijn ook gelijkwaardig aan de impliciete gronden die onder de ‘op welke grond dan ook’-toevoeging vallen.
In de antwoorden van het college lijkt een en ander door elkaar te lopen.…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Wat is de reflectie van het college op bovenstaande toelichting op de oorspronkelijke vragen en de beantwoording door het college ervan?
Antwoord van het college
De Wet Versterking Regie Volkshuisvesting ziet op de toetreding van groepen tot de woningmarkt.
Ons college is vooral ingegaan op de wet en niet op het amendement Mooiman. Daar is de verwarring in de beantwoording ontstaan. Wij delen de opvatting van de Minister van Wonen, alsmede ook de VNG, dat onderscheid in enige doelgroep, zoals bijvoorbeeld statushouders, leidt tot discriminatie. Daarover laat ook de Minister geen onduidelijkheid in haar antwoord. De VNG heeft aangegeven in de overleggen waar zij over dit vraagstuk spreken aan te geven dat dit amendement onuitvoerbaar is. Hiermee hebben wij ook een reflectie gegeven op de vraag over onze inspanningen richting andere stakeholders op dit thema.
Vraag 2
Hoe wil het college voorkomen dat eventuele verwarring over hun antwoorden kan leiden tot het versterken van polarisatie of gevoelens van uitsluiting in onze gemeenschap?
Antwoord van het college
Zoals aangegeven hebben college en vragensteller elkaar gemist in doelstelling en intentie van de vragen. Door snel te handelen is het misverstand weggenomen. In voorkomende gevallen kan contact tussen college en vragensteller ook meer scherpte brengen in de intentie van de vragen.
2
Bron: raadsinformatie van de gemeente Kaag en Braassem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.