22 augustus 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Kaag en Braassem

Geen discriminatie van statushouders

Een raadslid stelde op 22 augustus 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • Hoe wil het college voorkomen dat eventuele verwarring over hun antwoorden kan leiden tot het versterken van polarisatie of gevoelens van uitsluiting in onze gemeenschap? → 2

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

SCHRIFTELIJKE VRAGEN

Zaaknummer

860443

Datum indiening vragen

vrijdag 22 augustus 2025

Onderwerp

Verzoek tot nadere reflectie en duiding t.a.v. vragen over discriminatie statushouders

Indiener vragen

D66 - Zwaaneveld (Carsten)

Toelichting Op 21 augustus verschenen de antwoorden op onze eerdere schriftelijke vragen over het niet discrimineren van statushouders. Wij dienden deze vragen in naar aanleiding van een bij de Wet versterking regie volkshuisvesting aangenomen amendement-Mooiman waarin statushouders zijn uitgesloten van urgentieverklaringen.

Direct na aanname van dat amendement spraken, zoals ook aangehaald in onze vragen, de VNG en het College voor de Rechten van de Mens zich uit tegen dit amendement. Sinds onze vragen heeft ook minister Keijzer (BBB), onder wiens verantwoordelijkheid het wetsvoorstel valt, zich uitgesproken: het amendement is discriminerend. Het sluit namelijk statushouders categorisch uit van een urgentieverklaring. Dat betekent dat ook wie hier al tijden met een verblijfsvergunning woont niet meer voorrang kan krijgen op grond van bijv. medische noodzaak of dreigende dakloosheid. Diens buurman die geboren en getogen Nederlander is wel. Dit staat dus geheel los van het – eveneens landelijke politieke voornemen – om de voorrangsregel bij huisvesting komende uit het azc in te trekken (wat het college lijkt samen te vatten als de ‘automatische urgentie’). Daar hebben wij een politiek oordeel over, maar onze vragen gaan niet over dat laatste.

Wij baseren ons oordeel daarbij op het kader van artikel 1 van de Grondwet: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Hierin nemen wij mee dat ‘ras’ in deze context breed wordt opgevat: daar valt ook huidskleur, afkomst, en nationale of etnische afstemming onder- en het discriminerende onderscheid kan ook indirect zijn. De in het artikel expliciet genoemde discriminatiegronden zijn ook gelijkwaardig aan de impliciete gronden die onder de ‘op welke grond dan ook’-toevoeging vallen.

In de antwoorden van het college lijkt een en ander door elkaar te lopen.…

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Hoe wil het college voorkomen dat eventuele verwarring over hun antwoorden kan leiden tot het versterken van polarisatie of gevoelens van uitsluiting in onze gemeenschap?

Antwoord van het college

2

Bekijk de brief: 20250822 Vervolg schriftelijke vragen fractie D66 inzake Geen discriminatie van statushouders

Bron: raadsinformatie van de gemeente Kaag en Braassem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Kaag en Braassem

Alle artikel 35-vragen in Kaag en Braassem