schriftelijke vragen
Een raadslid stelde op 14 mei 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Welke (nieuwe) inzichten haalt het college uit dit afwegingskader t.o.v. bestaande (provinciale) kaders? → Het nieuwe Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving biedt een verbetering ten opzichte van bestaande (provinciale) kaders, zoals het Convenant Klimaatadaptief Bouwen…
- Op welke wijze gaat het college invulling geven met concrete voorwaarden en maatregelen voor de toetsing op ‘harde voorwaarden’ (nee, tenzij) en ‘grote aanvullende… → In lijn met het Ruimtelijk afwegingskader en de Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving zal er als volgt invulling gegeven worden aan deze inzichten: Onderzoek naar integratie van…
- Vanaf wanneer gaat het college aan initiatiefnemers aanvullende klimaatadaptieve maatregelen of een bijdrage vragen in de maatschappelijke kosten die als gevolg van de… → Vanaf 1 januari 2025 wordt het verplicht om de kaart toe te passen op plannen waarvan de vaststelling van het omgevingsplan plaatsvindt.
- Kan voor de begrotingsbehandeling 2025 bij een overzicht gegeven worden in welke mate in de bestaande ontwikkelingen (per GREX of grootschalige ontwikkeling) de risico’s… → Dit in het bijzonder voor het Braassemerland (zo nodig uitgesplitst per fase, ongeacht of die al gerealiseerd is).
- Wat is de stand van zaken van de DPRA-stresstest 2025 (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie) op basis van de nieuwe KNMI-klimaatscenario’s van 2023 voor onze bestaande… → Wanneer kan de gemeenteraad een collegereactie met vertaling naar de gemeentelijke situatie en maatregelen verwachten?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
SCHRIFTELIJKE VRAGEN
Zaaknummer
651498
Datum
maandag 15 april 2024
Aan
Aan de voorzitter van de raad
Onderwerp
Het voorkomen van risico’s en kosten door goede klimaatadaptieve bouw
Gericht aan
College van burgemeester en wethouders.
Wijze van beantwoording
Schriftelijk. Het college dient schriftelijke vragen binnen 30 dagen te beantwoorden.
Vragen Begin april publiceerde de Rijksoverheid het Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving (met interactieve arcgis-versie hier). Dit kader is bedoeld als inhoudelijk instrument voor de locatiekeuze, inrichting en ontwerp van nieuwe ontwikkelingen (zoals woningbouw). Het helpt met overzicht over de risico’s en kosten die kunnen ontstaan in de toekomst als gevolg van bodemdaling, neerslag, overstromingen en drinkwaterbeschikbaarheid.
Wie op de kaart kijkt, valt gelijk de negatieve beoordeling over bouwen in het Braassemerland op. Het uitgangspunt daar is ‘nee, tenzij’ (de op 1 na meest negatieve inschalingsklasse). Dit betekent dat ontwikkeling in dat gebied een claim legt op de toekomst of de combinatie van kans en gevolg is zo groot dat deze onwenselijk zijn, tenzij aan harde voorwaarden wordt voldaan. Een groot deel van ons grondgebied heeft verder ‘ja, mits’ als uitgangspunt: bouwen kan wel, maar er is een grote aanvullende inspanning voor klimaatadaptatie nodig. De kaart moet verplicht toegepast worden op plannen waar vaststelling van het omgevingsplan na 1 januari 2025 plaatsvindt.
D66 vindt een goede afweging van risico’s en kosten die kunnen ontstaan belangrijk omdat het in Kaag en Braassem nu fijn wonen is, maar dit in de toekomst ook zo moet zijn. Als we nu de verkeerde keuzes maken, brengen we toekomstige generaties in de problemen – of staan zij voor hoge kosten om de problemen op te lossen die nu ontstaan. Dat vraagt om slimme keuzes: niet kijken naar wat nu het goedkoopst en minst noodzakelijke is, maar naar hoe over de hele levensduur van de woning of het bedrijfsgebouw er de laagste kosten zijn en het er zonder wateroverlast wonen en werken is. Dat vraagt om een omslag in denken die wij ook in onze gemeente in gang willen zetten.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Welke (nieuwe) inzichten haalt het college uit dit afwegingskader t.o.v. bestaande (provinciale) kaders?
Antwoord van het college
Het nieuwe Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving biedt een verbetering ten opzichte van bestaande (provinciale) kaders, zoals het Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland en de Kamerbrief Water en Bodem Sturend. Dit kader verbetert niet alleen de zichtbaarheid van risico’s op het gebied van drinkwaterbeschikbaarheid, bodemdaling, wateroverlast en overstromingen door deze grafisch duidelijker weer te geven, maar biedt ook een duidelijk beeld van de urgentie van deze risico's. Hoewel ontwikkelaars, projectleiders en beleidsmakers de risico’s nog steeds moeten interpreteren, maakt de visuele representatie van risicoklassen het eenvoudiger om snel te identificeren waar de risico’s het grootst zijn.
Vraag 2
Op welke wijze gaat het college invulling geven met concrete voorwaarden en maatregelen voor de toetsing op ‘harde voorwaarden’ (nee, tenzij) en ‘grote aanvullende inspanning’ (ja, mits) die voor een groot deel van ons grondgebied geldt?
Antwoord van het college
In lijn met het Ruimtelijk afwegingskader en de Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving zal er als volgt invulling gegeven worden aan deze inzichten:
Onderzoek naar integratie van richtlijnen:
Op ambtelijk niveau wordt onderzocht hoe de richtlijnen en normen uit de Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving geleidelijk kunnen worden geïntegreerd in onze omgevingsvisie en omgevingsplannen. Dit onderzoek richt zich op het bepalen van de toereikendheid van de maatlat voor de risico's die verbonden zijn aan de classificaties 'ja, mits' en 'nee, tenzij'. Er wordt gekeken of er behoefte is aan het maken van onderscheid tussen deze risicoklassen en om verschillende richtlijnen per klasse te hanteren. Op die manier kunnen concrete voorwaarden worden gesteld aan toetsingen op ‘harde voorwaarden’ en ‘grote aanvullende inspanning’. Vooralsnog bevindt het onderzoek zich in een verkennende fase; nieuwe ontwikkelingen die niet aan de richtlijnen uit de maatlat voldoen, worden niet automatisch afgewezen.
Verbinding met lokale omstandigheden:
Er wordt onderzoek gedaan naar welke klimaatadaptieve maatregelen het meest geschikt zijn voor de diverse typen gebieden, functies en risicoklassen binnen onze gemeente. Dit onderzoek is erop gericht om de beste strategieën te identificeren voor het aanpakken van de unieke lokale omstandigheden en uitdagingen. Er zullen specifieke voorkeursmaatregelen per type gebied, functie en risicoklasse worden ontwikkeld, toegespitst op het adresseren van deze lokale uitdagingen. Deze verkenning zal bijdragen aan het formuleren van aanbevolen maatregelen die ontwikkelaars praktische handvaten bieden.
Vraag 3
Vanaf wanneer gaat het college aan initiatiefnemers aanvullende klimaatadaptieve maatregelen of een bijdrage vragen in de maatschappelijke kosten die als gevolg van de ontwikkeling ontstaan?
Antwoord van het college
Vanaf 1 januari 2025 wordt het verplicht om de kaart toe te passen op plannen waarvan de vaststelling van het omgevingsplan plaatsvindt. Zoals beschreven in het antwoord op vraag 2, wordt momenteel onderzocht hoe we de richtlijnen en voorkeursmaatregelen kunnen integreren in ons beleid. Hoewel het vragen van een bijdrage in de maatschappelijke kosten die ontstaan door de ontwikkeling een optie lijkt, is dit in de praktijk vaak geen wenselijke aanpak. Het resulteert vaak in het doorschuiven van de risico’s en kosten naar de openbare ruimte en/of naar de toekomst toe. Daarom is het van groot belang dat initiatiefnemers ook op privaat terrein, dat een aanzienlijk deel van onze gemeente beslaat, klimaatadaptieve
maatregelen implementeren. Dit is cruciaal om ervoor te zorgen dat de leefbaarheid van de gemeente op lange termijn behouden blijft.
Vraag 4
Kan voor de begrotingsbehandeling 2025 bij een overzicht gegeven worden in welke mate in de bestaande ontwikkelingen (per GREX of grootschalige ontwikkeling) de risico’s uit dit afwegingskader al afgedekt zijn, wat de toekomstige kosten van het nietafdekken van risico’s zijn en welke maatregelen genomen kunnen worden om toekomstige (maatschappelijke) kosten te voorkomen?
Antwoord van het college
Dit in het bijzonder voor het Braassemerland (zo nodig uitgesplitst per fase, ongeacht of die al gerealiseerd is).
Want hoewel de behandeling van het bestemmingsplan soms al is geweest, betekent dat niet dat de risico’s minder zijn.
Het is een uitdagend vraagstuk om specifiek aan te geven in hoeverre de risico's per GREX zijn afgedekt. Bij elke GREX is gehandeld op basis van de toenmalige kennis en geldende regelgeving. Daarnaast is het van belang te vermelden dat adviseur water en klimaatadaptatie vanaf nu toezicht houdt op klimaatbestendig ontwerp, in gebieden waar de ontwikkeling nog moet starten. Echter, het ontbreken van geldende klimaatadaptatiestrategieën of richtlijnen bemoeilijkt deze taak.
Het inschatten van toekomstige kosten van niet-afgedekte risico's is eveneens complex. Het is duidelijk dat het al dan niet ontbreken van klimaatadaptieve maatregelen en nietklimaatadaptief bouwen de problemen zal verergeren en uiteindelijk zal leiden tot hogere totale kosten. Het is echter lastig om deze kosten per GREX in cijfers uit te drukken, gezien de vele variabelen en onzekerheden die hierbij komen kijken.
Vraag 5
Wat is de stand van zaken van de DPRA-stresstest 2025 (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie) op basis van de nieuwe KNMI-klimaatscenario’s van 2023 voor onze bestaande gebouwde omgeving?
Antwoord van het college
Wanneer kan de gemeenteraad een collegereactie met vertaling naar de gemeentelijke situatie en maatregelen verwachten?
Update DPRA stesstest In 2024 worden de nationale kaarten van de Klimaateffectatlas bijgewerkt op basis van de KNMI-klimaatscenario's van 2023. Vervolgens zal de bijsluiter voor lokale stresstesten worden bijgewerkt, waarmee gemeenten geholpen worden om nationale stresstestresultaten naar de lokale schaal te vertalen. Daarnaast werken waterschappen en provincies ook aan hun eigen stresstesten.
Masterthesis adviseur water en klimaatadaptatie De adviseur water en klimaatadaptatie, verricht parttime onderzoek aan de TU Delft voor zijn masterthesis in de Master Water Management. Zijn onderzoek richt zich op het identificeren van geschikte indicatoren om de klimaatbestendigheid in Nederland te meten. Dit zal resulteren in een standaardset van klimaatindicatoren, waarop hij klimaatlabels zal ontwerpen, vergelijkbaar met energielabels, om de klimaatbestendigheid van onze gemeente te monitoren en te evalueren. Deze labels zullen onze doelen en ambities weerspiegelen en aangeven in hoeverre we deze bereiken.
Een voorbeeld van een klimaatbestendigheidsindicator is het percentage schaduw op fietspaden. De mogelijke klimaatlabels zijn als volgt: A = > 40%, B = 40%, C = 30-40%, D = 20-30%, E = < 20%. Bijvoorbeeld: een fietspad met veel schaduw krijgt een label A of B en voldoet zo aan de ambitie, waardoor het op de kaart groen kan worden gemarkeerd.
Fietspaden met weinig schaduw krijgen echter een label D of E, voldoen daarmee niet en worden rood gemarkeerd. Deze klimaatlabels zullen helpen bij het bepalen van toekomstige stappen en maatregelen. Zo wordt er dus gewerkt aan een mechanisme voor regelmatige monitoring en evaluatie van de klimaatbestendigheid van onze gemeente, en mogelijk ook de effectiviteit van richtlijnen voor klimaatadaptieve bouw in de toekomst.
Voor de ontwikkeling van deze klimaatlabels is het eerst noodzakelijk om ambitieniveaus per indicator vast te stellen voor de nog te bepalen indicatorset. We kunnen hierbij kijken naar andere gemeenten die reeds succesvol klimaatadaptatiebeleid hebben geïmplementeerd als voorbeeld. Daarnaast is het waarschijnlijk dat we intern workshops of denksessies zullen organiseren om dit proces verder te ontwikkelen en te verfijnen.
Planning Adviseur water en klimaatadaptatie plant zijn onderzoek af te ronden begin 2025, waarna het college de vertaling van de stresstestresultaten naar lokale risico's en mogelijke adaptatiemaatregelen aan de gemeenteraad zal presenteren.
Carsten Zwaaneveld Gino Wesselman
Toelichting
Printscreen van het grondgebied van onze gemeente in het ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving:
.
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen
Bron: raadsinformatie van de gemeente Kaag en Braassem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.