7 november 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Kaag en Braassem

schriftelijke vragen CDA

Een raadslid stelde op 7 november 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem (5 vragen).

In het kort

5 vragen en wat het college antwoordt

  • Zijn de problemen van de winkeliers bij het college bekend? → Antwoord Er is ons bekend dat sommige winkeliers aan ambtenaren hebben aangegeven de omzet te zien dalen.
  • Erkent het college, met name door de achter elkaar geplande werkzaamheden, de zeer langdurige (flink) verminderde bereikbaarheid van de Dorpshart Leimuiden? → Antwoord Gedurende de werkzaamheden aan de Dr.
  • Deelt het college de mening dat hierdoor de financiële schade bij de winkeliers groter is vooraf kon worden voorzien? → Antwoord Hoe vervelend wij het ook vinden voor de winkeliers als zij financiële schade hebben, kunnen wij helaas niet anders dan deels verwijzen naar de beantwoording van de eerste en…
  • Op welke wijze kunnen winkeliers dit verzoek indienen en aan welke eisen dient een dergelijk verzoek te voldoen? → Antwoord Zoals hierboven al aangegeven, moet voor onderliggende zaak een verzoek tot schadevergoeding niet bij de gemeente worden ingediend, maar bij SBB.
  • Is het college bereid om met de winkeliers in gesprek te gaan om te kijken op welke wijze zij de ondernemers kan ondersteunen? → Antwoord Het college gaat graag in gesprek met de winkeliers van Leimuiden.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

ZAAKNUMMER

584642

Datum indiening vragen

16 oktober 2023

Van

De fractie van CDA Kaag en Braassem

Onderwerp

Nadeelcompensatie winkeliers Dorpshart Leimuiden

Gezien het feit dat er echt problemen zijn bij de huidige winkeliers en het in het algemeen belang van het dorp Leimuiden is dat de winkels in het dorp blijven, hebben wij de navolgende vragen;

Vragen

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Zijn de problemen van de winkeliers bij het college bekend?

Antwoord van het college

Antwoord Er is ons bekend dat sommige winkeliers aan ambtenaren hebben aangegeven de omzet te zien dalen. En dat deze winkeliers bij hen hebben aangegeven dat dit naar hun beeld komt door de werkzaamheden van het nieuwe Dorpshart. Zij hebben de winkeliers op dat moment ook geïnformeerd dat de gemeente dit project niet ontwikkelt, maar SBB. En dat claims m.b.t. verminderde omzet, (onderbouwd) bij SBB ingediend moeten worden en niet bij de gemeente.

Vraag 2

Erkent het college, met name door de achter elkaar geplande werkzaamheden, de zeer langdurige (flink) verminderde bereikbaarheid van de Dorpshart Leimuiden?

Antwoord van het college

Antwoord Gedurende de werkzaamheden aan de Dr. Stapenseastraat zijn de winkels via de omleidingsroute(s) bereikbaar geweest. Dat de werkzaamheden (en daarmee de instandhouding van de omleidingsroutes) langer geduurd hebben dan we allemaal van te voren gepland en gedacht hadden, klopt. De oorspronkelijke planning van het werk was van eind februari t/m eind juli 2023. Dit is uitgelopen naar 19 september 2023. Daarna heeft Liander ook nog werkzaamheden verricht, om het nieuwe Dorpshart van een definitieve aansluiting op het net te voorzien.

Vraag 3

Deelt het college de mening dat hierdoor de financiële schade bij de winkeliers groter is vooraf kon worden voorzien?

Antwoord van het college

Antwoord Hoe vervelend wij het ook vinden voor de winkeliers als zij financiële schade hebben, kunnen wij helaas niet anders dan deels verwijzen naar de beantwoording van de eerste en tweede

vraag. Er is van te voren vanuit de gemeente geen zicht geweest op eventuele financiële schade voor de winkeliers. Dit, mede omdat de gemeente dit project niet uitvoert, en een dusdanige risico inschatting ook niet hoefde te maken. Bij ons zijn twee meldingen bekend, beide winkeliers hebben een winkel in de nieuw gerealiseerde winkelpanden. Hiervoor zou ons inziens ook nooit van te voren een inschatting gemaakt kunnen worden, omdat de invulling van deze winkels niet bekend was bij de start van het project.

In het antwoord op onze feitelijke vraag over de nadeelcompensatie welke per 1 januari 2024 in gaat heeft het college toegevoegd; “Overigens kan er nu ook een verzoek tot nadeelcompensatie worden gedaan, alleen is daar nog geen wettelijke regeling voor van kracht. Een dergelijk verzoek zal vervolgens worden beoordeeld naar de huidige stand in de literatuur en jurisprudentie (rechtspraak).”

Vraag 4

Op welke wijze kunnen winkeliers dit verzoek indienen en aan welke eisen dient een dergelijk verzoek te voldoen?

Antwoord van het college

Antwoord Zoals hierboven al aangegeven, moet voor onderliggende zaak een verzoek tot schadevergoeding niet bij de gemeente worden ingediend, maar bij SBB. Het project Dorpshart Leimuiden, inclusief de reconstructie van de Dr. Stapenséastraat wordt voor rekening en risico van SBB uitgevoerd.

In het algemeen kan het volgende hierover worden opgemerkt.

Een verzoek tot nadeelcompensatie is een bijzondere vorm van een schadeclaim. Net als iedere andere claim moet deze schriftelijk worden ingediend. Bij nadeelcompensatie gaat het om een schadevergoeding voor onevenredig nadeel, dat rechtmatig overheidshandelen in het kader van de uitoefening van een publiekrechtelijke taak heeft veroorzaakt. Voorwaarde daarbij is dat er sprake is geweest van een publiekrechtelijk besluit van de gemeente, waartegen bezwaar had kunnen worden gemaakt in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als daarvan geen sprake is, dan gaat het om een feitelijk handelen van de gemeente en wordt een verzoek om schadevergoeding beoordeeld naar de normale maatstaven van het Burgerlijk Wetboek.

Omzetschade ten gevolge van het tijdelijk openbreken van een weg wordt in het algemeen niet vergoed. Wegen dienen nu eenmaal periodiek te worden onderhouden en iedereen wordt namelijk wel eens met zulke werkzaamheden geconfronteerd. De gevolgen ervan vallen dan ook binnen het normaal maatschappelijk risico. Slechts indien een bedrijf verhoudingsgewijs tot andere bedrijven onevenredig zwaar wordt getroffen, dan kan mogelijk recht op schadevergoeding ontstaan.

Een verzoek om schadevergoeding dient altijd onderbouwd te worden. De verzoeker dient immers zelf aan te tonen dat hij schade heeft geleden, de hoogte daarvan en het causaal verband tussen de schade en de maatregelen.

Vraag 5

Is het college bereid om met de winkeliers in gesprek te gaan om te kijken op welke wijze zij de ondernemers kan ondersteunen?

Antwoord van het college

Antwoord Het college gaat graag in gesprek met de winkeliers van Leimuiden. Via het EOP, waarin ook de winkeliers worden vertegenwoordigd, is de bereikbaarheid van onze winkelgebieden, en Leimuiden in het bijzonder ook al onderwerp van gesprek. Met het oog op de ondersteuning: de gemeente voert het project niet uit en is formeel geen partij in eventuele procedures/schadeclaims.

Bekijk de brief: BEANTWOORDING schriftelijke vragen CDA

Bron: raadsinformatie van de gemeente Kaag en Braassem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Kaag en Braassem

Alle artikel 35-vragen in Kaag en Braassem