schriftelijke vragen PRO wijzigingsbesluit Hof Noordeinde
Een raadslid stelde op 20 augustus 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Klopt het dat indieners van zienswijzen op een wijzigingsplan, wat de bevoegdheid is van het college, niet gehoord worden ? → En daardoor geen mogelijkheid hebben een toelichting te geven op hun zienswijze ,voordat het wijzigingsplan wordt vastgesteld?
- Indiener geven aan dat zij niet persoonlijke zijn geïnformeerd over de beantwoording van de zienswijzen en het vaststellen van het wijzigingsplan. → Is het college het met ons eens dat dit beter had gekund?
- Wat kan het college toezeggen om ervoor te zorgen dat de communicatie bij een volgend plan beter verloopt? → Antwoord Dat door de inwerkingtreding van de Omgevingswet participatie (weliswaar vormvrij) verplicht is geworden.
- Indieners hebben in hun uitgebreide zienswijze aangegeven dat zij open staan voor overleg over de ontstane situatie. → Antwoord Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1 en 3.
- Naar ons beeld is dit overleg tot nu toe nog niet gedaan, kan het college toezeggen dat dit alsnog plaats gaat vinden? → Antwoord Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
SCHRIFTELIJKE VRAGEN
ZAAKNUMMER
679140
Datum indiening vragen
8 juli 2024
Van
De fractie van PRO
Gericht aan
College van burgemeester en wethouder
Onderwerp
Publicatie op overheid.nl 27 juni 2024, Vaststelling wijzigingsplan Hof Noordeinde, achter NE 96 Roelofarendsveen
Toelichting Direct aanwonende familie bewoners van NE 94 en de eigenaar van NE 98, 98a 100, 100A, 100B en 102 heeft zienswijzen ingediend. Zij horen 6 maanden niets en moeten op overheid.nl lezen dat het wijzigingsplan is vastgesteld. Plus dat geen enkele zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het plan. Tevens geeft zij aan dat de beantwoording op hun zienswijzen onvolledig is en niet in overeenstemming met de ingediende zienswijzen.
Vragen
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Klopt het dat indieners van zienswijzen op een wijzigingsplan, wat de bevoegdheid is van het college, niet gehoord worden ?
Antwoord van het college
En daardoor geen mogelijkheid hebben een toelichting te geven op hun zienswijze ,voordat het wijzigingsplan wordt vastgesteld?
Antwoord Dat klopt. Bij de vaststelling door de gemeenteraad van het (moederplan) bestemmingsplan ‘Braassemerland 2019’ is er voor de locatie Hof Noordeinde een wijzigingsbevoegdheid opgenomen.
De wijzigingsbevoegdheid wordt via het moederplan aan burgemeester en wethouders gegeven.
Voor het opstellen van een wijzigingsplan geldt de uniforme voorbereidingsprocedure van de Awb, wat inhoudt dat het niet alleen het ontwerp ter inzage legt voor een ieder om zienswijzen in te dienen, maar ook over de vaststelling van het wijzigingsplan gaat, met inbegrip van de beantwoording van de ingekomen zienswijzen. Indieners van zienswijzen worden bij vaststelling van het wijzigingsplan in kennis gesteld van de beantwoording op hun zienswijzen. Indieners van zienswijzen hebben vervolgens de mogelijkheid beroep aan de tekenen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze procedurele stappen zijn vastgelegd in de door de wetgever voorgeschreven wijzigingsprocedure (artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro), waarbij de wetgever nadrukkelijk heeft bepaald dat deze procedure niet voorziet in een hoorplicht dan wel een plicht tot overleg. Er dient volstaan te worden met een ter inzage legging van het ontwerpwijzigingsplan en bij de vaststelling dient de beantwoording van de zienswijzen onderdeel uit te maken van de besluitvorming.
Vraag 2
Indiener geven aan dat zij niet persoonlijke zijn geïnformeerd over de beantwoording van de zienswijzen en het vaststellen van het wijzigingsplan. Hoe is de standaard werkwijze van communicatie rondom dit soort besluiten?
Antwoord van het college
Is het college het met ons eens dat dit beter had gekund?
Antwoord Neen, het college is niet van mening dat dit beter had gekund; het college dient namelijk de bij wet voorgeschreven procedure te volgen. In die zin had de rol van het college qua procedure en proces niet anders kunnen zijn. Daarnaast heeft het college zich in de achterliggende planprocedure richting de initiatiefnemer nadrukkelijk ingespannen het aspect participatie (en het belang daarvan) onder de aandacht te brengen en daarmee initiatiefnemer gestimuleerd om contactmomenten met omwonenden maken en deze te onderhouden. Overigens blijkt uit de wijze waarop initiatiefnemer vorm heeft gegeven aan het aspect participatie dat ook initiatiefnemer het belang van participatie wel degelijk onderschrijft. Immers, er is door de initiatiefnemer meerdere malen vooruitlopend en tijdens de procedure aantoonbaar geparticipeerd is richting de omgeving over de inhoud en status van het planproces, waarbij in het kader van dat participatiespoor de initiatiefnemer omwonenden in de gelegenheid heeft gesteld – vooruitlopend op de formele procedure (!) - van de plan kennis te nemen, met de initiatiefnemer in gesprek te gaan en vragen/opmerkingen, grieven en suggesties bij initiatiefnemer neer te leggen. In een reactienota heeft initiatiefnemer destijds per gestelde vraag aangegeven wat ermee gedaan is en of het aanleiding is geweest de plannen aan te passen voordat het ontwerpwijzigingsplan ingediend zou worden. In de paragraaf omtrent maatschappelijke uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan staat overigens volledig uitgeschreven hoe het participatietraject is verlopen.
Vraag 3
Wat kan het college toezeggen om ervoor te zorgen dat de communicatie bij een volgend plan beter verloopt?
Antwoord van het college
Antwoord Dat door de inwerkingtreding van de Omgevingswet participatie (weliswaar vormvrij) verplicht is geworden. De raad heeft dan ook in dat verband op 17 juni 2024 de participatiewijzer ‘met elkaar’ vastgesteld, bedoeld als werkwijzer voor initiatiefnemers. Aan de hand van deze werkwijzen wordt de verplichte participatie gestimuleerd en kan de omgeving vooraf eerder bij een plan betrokken worden (d.w.z. in de aanloop naar de aanvraag). Bij verplichte participatie dient een initiatiefnemer aan te geven óf en op welke wijze er aan participatie is gedaan. Het verplichte karakter van participatie brengt dan ook met zich mee dat – ingeval van onvoldoende participatie – dit voor de uiteindelijke besluitvorming (negatieve) gevolgen kan hebben voor een initiatiefnemer. Voor het overige wordt verwezen naar de beantwoording van 1.
Vraag 4
Indieners hebben in hun uitgebreide zienswijze aangegeven dat zij open staan voor overleg over de ontstane situatie. Wat heeft het college gedaan om overleg tussen de gemeente, indieners van zienswijzen en de initiatiefnemer te faciliteren?
Antwoord van het college
Antwoord Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1 en 3.
Vraag 5
Naar ons beeld is dit overleg tot nu toe nog niet gedaan, kan het college toezeggen dat dit alsnog plaats gaat vinden?
Antwoord van het college
Antwoord Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1.
Naam en ondertekening
Bekijk de brief: beantwoording schriftelijke vragen PRO wijzigingsbesluit Hof Noordeinde
Bron: raadsinformatie van de gemeente Kaag en Braassem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.