vragen MooiKB woonschepen.docx
Een raadslid stelde op 1 november 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Kan het college aangeven wat nu wel en niet mogelijk is bij het Uitsterfbeleid woonschepen vastgesteld door de raad? → Antwoord Het Uitsterfbeleid voor woonschepen is een gevolg van de harmonisatie van de Schepenverordeningen van de vm. gemeenten Alkemade en Jacobswoude in relatie tot het bestemmen van…
- Kan het college aangeven wat de mogelijkheden zijn met een drijvend bouwwerk? → (zie collegebesluit 30/08) Antwoord In het spraakgebruik en ook in veel regelgeving worden (recreatieve) woonschepen nog steeds als een bijzondere vorm van (vm.) vaartuig gezien.
- Op 30/08/22 neemt het college een positief ontwerpbesluit op de aanvraag om omgevingsvergunning voor het realiseren van een drijvend bouwwerk en een steiger aan de… → b.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
ZAAKNUMMER
488545
Datum indiening vragen
6 oktober 2022
Van
de fractie van Mooi Kaag en Braassem
Onderwerp
uitsterfbeleid woonschepen
Vragen
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Kan het college aangeven wat nu wel en niet mogelijk is bij het Uitsterfbeleid woonschepen vastgesteld door de raad?
Antwoord van het college
Antwoord Het Uitsterfbeleid voor woonschepen is een gevolg van de harmonisatie van de Schepenverordeningen van de vm. gemeenten Alkemade en Jacobswoude in relatie tot het bestemmen van (recreatieve) woonschepen binnen de diverse bestemmingsplannen.
De (recreatieve) woonschepen die planologisch ter plaatse acceptabel werden geacht zijn positief bestemd. Een gering aantal (recreatieve) woonschepen werd echter planologisch niet wenselijk bevonden en deze zijn in het bestemmingsplan niet bestemd. Deze vallen onder een persoons- danwel zaaksgebonden overgangsrecht, i.c. het Uitsterfbeleid. In aanvulling hierop kent het Uitsterfbeleid ook een ruimere toepassing in die zin dat aan nieuwe ligplaatsen geen medewerking wordt verleend.
Op alle (recreatieve) woonschepen die in een bestemmingsplan positief zijn bestemd is het bepaalde in de Schepenverordening niet van toepassing. Op de (recreatieve) woonschepen die in een bestemmingsplan niet zijn bestemd is het bepaalde in de Schepenverordening wél van toepassing. Hiermee wordt een dubbeling van regels en vergunningen zo veel als mogelijk voorkomen.
Vraag 2
Kan het college aangeven wat de mogelijkheden zijn met een drijvend bouwwerk?
Antwoord van het college
(zie collegebesluit 30/08) Antwoord In het spraakgebruik en ook in veel regelgeving worden (recreatieve) woonschepen nog steeds als een bijzondere vorm van (vm.) vaartuig gezien. Op grond van uitspraken van de
Raad van State moet een dergelijk woonschip echter als een drijvend bouwwerk worden aangemerkt. Dit heeft gevolgen voor de omgevingsvergunningplicht en ook voor de beoordeling van de regels in een bestemmingsplan. Oudere bestemmingsplannen bevatten namelijk soms nog onjuiste definities van wat onder een (recreatief) woonschip c.q. drijvend bouwwerk moet worden verstaan, geven geen juiste doeleindenomschrijving en (bouw)regels voor een drijvend bouwwerk ontbreken.
Bij het beoordelen van een aanvraag om omgevingsvergunning wordt daarom zo veel als mogelijk aangesloten bij de strekking van de gestelde bestemmingsplanregels.
Vraag 3
Op 30/08/22 neemt het college een positief ontwerpbesluit op de aanvraag om omgevingsvergunning voor het realiseren van een drijvend bouwwerk en een steiger aan de Molendijk 15 te Oude Wetering. Op 27/09/22 neemt het college een negatief definitief besluit te nemen op de aanvraag om omgevingsvergunning voor het realiseren van een drijvend bouwwerk en beschoeiing nabij Molendijk 17 te Oude Wetering. a. Kan het college beargumenteren waarom bij Molendijk 15 de aanvraag niet in strijd is met het afwijkingenbeleid ruimtelijke ordening en bij nabij Molendijk 17 wel?
Antwoord van het college
b. Kan het college beargumenteren waarom bij Molendijk 15 de aanvraag niet in strijd is met de schepenverordening en bij nabij Molendijk 17 wel?
c. Kan het college beargumenteren waarom bij Molendijk 15 de aanvraag niet in strijd is met het uitsterfbeleid van de woonschepen en bij nabij Molendijk 17 wel?
d. Kan het college beargumenteren waarom bij Molendijk 15 de aanvraag wel voldoet aan de regels van het bestemmingsplan en bij nabij Molendijk 17 niet?
Antwoord Eerst moet worden opgemerkt dat de beide aanvragen in ieder geval in strijd zijn met de regels van het bestemmingsplan omdat dit bestemmingsplan nog de ‘oude terminologie’ bevat en geen drijvende bouwwerken herkent. Om medewerking te kunnen verlenen is afwijken van de regels van het bestemmingsplan dus sowieso noodzakelijk.
a. Bij het afwijken van de regels van het bestemmingsplan is het Afwijkingenbeleid ruimtelijke ordening een zeer belangrijk toetsingskader. Dat Afwijkingenbeleid kent bij de algemene uitgangspunten een verwijzing naar het voornoemde Uitsterfbeleid, in die zin dat aan nieuwe woonschepen geen medewerking wordt verleend.
Zoals onder 1) al is gesteld is dat Uitsterfbeleid alleen van toepassing op (recreatieve) woonschepen die in het bestemmingsplan niet positief zijn bestemd. Molendijk 15 is in het bestemmingsplan positief bestemd, nabij Molendijk 17 niet. Dat levert voor Molendijk 17 dus een strijd op met het Afwijkingenbeleid.
b. Op alle (recreatieve) woonschepen die in een bestemmingsplan positief zijn bestemd is het bepaalde in de Schepenverordening niet van toepassing. Molendijk 15 is in het bestemmingsplan positief bestemd, nabij Molendijk 17 niet. Derhalve is op Molendijk 15 de Schepenverordening niet van toepassing en op nabij Molendijk 17 wel.
c. Verwezen wordt naar het bovenstaande onder 1). Molendijk 15 is in het bestemmingsplan positief bestemd, nabij Molendijk 17 niet. Molendijk 15 valt derhalve niet onder het Uitsterfbeleid en nabij Molendijk 17 wel. Het Uitsterfbeleid is er mede op gericht om geen nieuwe ligplaatsen te laten ontstaan. Daarvan is bij nabij Molendijk 17 sprake.
d. Zoals onder de aanhef al is aangegeven is er bij de beide aanvragen sprake van strijd met de regels van het bestemmingsplan. Bij Molendijk 15 is er sprake van een “enkele strijd” omdat hier alleen het bestemmingsplan nog de ‘oude terminologie’ bevat en geen drijvende bouwwerken herkent. Bij nabij Molendijk 17 is hiervan eveneens sprake maar daarbij komt nog dat het aantal woonschepen waarmee ligplaats mag worden ingenomen, door deze aanvraag wordt overschreden. Hier is in die zin dus sprake van een “dubbele strijd”.
In aanvulling hierop nog het volgende. In het bestemmingsplan is een zone gedefinieerd waarin met maximaal drie woonschepen ligplaats mag worden ingenomen. De aanvraag van Molendijk 15 betrof woonschip nummer drie. De aanvraag van nabij Molendijk 17 betrof woonschip nummer vier.
In aanvulling op het bovenstaande moet nog worden vermeld dat in verband met de aankomende Omgevingswet wordt bezien of deregulering danwel verdere harmonisatie van de Schepenverordening mogelijk is.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen MooiKB woonschepen.docx
Bron: raadsinformatie van de gemeente Kaag en Braassem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.