30 mei 2022 · artikel 35-vragen · gemeente Kaag en Braassem

vragen omtrent verordening nadeelcompensatie -WA 24-05

Een raadslid stelde op 30 mei 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Beantwoording vragen raadsleden omtrent verordening nadeelcompensatie 2022 Behandeling voorstel: maandag 16 mei Besluitvorming: maandag 30 mei

1. Vragen met betrekking tot de eis van het indienen van een jaarrekening voor het aantonen van winst- of inkomstenderving zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 sub a van de voorgestelde verordening.

Om inkomensschade te beoordelen wordt aan de hand van boekhoudkundige gegevens (jaarrekeningen) bezien of sprake is van een daling van de inkomsten.

Voor het bepalen van het inkomen vóórdat de schadeveroorzakende maatregel daarin wijziging bracht, wordt als maatstaf gehanteerd het gemiddelde van de drie boekjaren die vooraf gaan aan het eerste jaar waarin de schade ten gevolge van de planmaatregel is geleden. zie bijvoorbeeld AbRvS 24 december 2013, nr. 201107862/1/A2.

Volgens vaste jurisprudentie komt inkomensschade slechts dan als schade voor vergoeding in aanmerking, wanneer deze objectief wordt aangetoond. Aan de hand van boekhoudkundige bescheiden dient te kunnen worden beoordeeld hoe de (gestelde) gederfde inkomsten zich verhouden tot de inkomsten die gegenereerd werden direct voorafgaand aan de planologische ontwikkeling, alsmede in hoeverre in voorkomend geval een te constateren inkomstenwijziging kan worden toegerekend aan die planologische ontwikkeling (vgl. ABRS 27 februari 1997, nr. G09.94.006, BR 1998, p. 677, inzake Champignonbedrijf Grubbenvorst).

De jaarrekeningen zijn dus nodig om aan te tonen dat er inkomensschade is ontstaan.

2. Vraag van de heer Veilbrief, D66: Hoe verhoudt zich het uit te keren voorschot tot de eis van het aanlevering van een jaarrekening?

De jaarrekening is een indieningsvereiste voor een aanvraag en staat los van een uit te keren voorschot. Een voorschot kan al worden uitgekeerd als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. Er bestaat de mogelijkheid de verordening aan te passen door te kiezen voor de andere optie die het VNG-model ons biedt. In de huidige bewoording van de verordening staat:

Artikel 7. Aanvraag voorschot

1. Het bestuursorgaan kan op een daartoe strekkende aanvraag beslissen een voorschot te verlenen op een uit te betalen geldsom.

2. Het voorschot bedraagt maximaal 50% van de in het conceptadvies opgenomen geldsom.

3. De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op dit voorschot van toepassing.

Artikel 7 kan door de raad als volgt worden gewijzigd:

Artikel 7. Aanvraag voorschot

1. Het bestuursorgaan kan, vooruitlopend op de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding, een voorschot verlenen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld.

2. De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op dit voorschot van toepassing.

Het vereiste van de jaarrekening bij inkomensderving blijft dus bestaan, echter het bestuursorgaan kan al een voorschot uitkeren voordat het de jaarrekening(en) ter inzage heeft beoordeeld.

Daarbij dient opgemerkt te worden dat wanneer bij besluit tot nadeelcompensatie blijkt dat het voorschot te veel is geweest dan wel er geen recht op nadeelcompensatie bestaat, dan volgt verrekening dan wel terugvordering, zoals bepaald in artikel 4:95 en 4:96 Awb

3. Vraag van de heer Henrotte, Pro Kaag: In de verordening wordt een recht van 500 euro wordt geheven. Kan dit bedrag niet lager?

In de verordening is gekozen voor het maximaal te heffen recht van € 500 per aanvraag zoals ook gesteld in artikel 4:128 lid 1 Awb. Dit bedrag is niet nieuw. Op grond van de ‘oude’ Procedureverordening tegemoetkoming planschade werd er eerst € 300 euro geheven en later is dit verhoogd naar € 500. Het bedrag refereert aan de kosten die gepaard gaan met het in behandeling nemen van een aanvraag.

Dit zijn onder meer de kosten van de ambtenaar die het verzoek in behandeling neemt. Vaak wordt hiervoor een extern bureau ingehuurd die bijvoorbeeld gespecialiseerd is in taxaties bij waardevermindering van onroerend goed. Dergelijke taxaties kosten al snel honderden euro’s. Daarnaast is het te heffen recht bedoeld om kansloze aanvragen te weren. Alleen wanneer de aanvrager een redelijke kans maakt om voor compensatie in aanmerking te komen zal hij een aanvraag doen. En heeft de aanvrager recht op nadeelcompensatie, dan krijgt hij het bedrag weer terug.

De raad heeft natuurlijk de mogelijkheid dit bedrag naar beneden bij te stellen wanneer hij dit wenst.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen omtrent verordening nadeelcompensatie -WA 24-05

Bron: raadsinformatie van de gemeente Kaag en Braassem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Kaag en Braassem

Alle artikel 35-vragen in Kaag en Braassem