handhaving bedrijventerreinen
Een raadslid stelde op 15 november 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aan fractie Leefbaar 3B T.a.v. de heer T. Duijvesteijn en Philippens
Van
College van B&W
Onderwerp
Raadsvragen van Leefbaar 3B over handhaving bedrijventerreinen
Datum
5 april 2023
Ons kenmerk
U23.01493
Geachte heren Duijvesteijn en Philippens,
Op 22 februari 2023 heeft u raadsvragen ingediend over handhaving op bedrijventerreinen.
Met deze brief geven wij u antwoord op uw vragen.
Vraag 1 - Bedrijventerrein de Hoefslag, Bleiswijk Vraag 1a Is het college ervan op de hoogte dat er niet gehandhaafd wordt/kan worden op langdurig geparkeerde aanhangers op bedrijventerrein de Hoefslag?
Antwoord Het college is op de hoogte van het geldende aanwijzingsbesluit, dat onder het vorige college is opgesteld.
Gelet op dit aanwijzingsbesluit, kunnen we op dit moment niet handhaven op in goede staat verkerende aanhangers op de Hoefslag.
Vraag 1b Wat vindt het college van de uitstraling van de gedumpte aanhangwagens, met lekke banden, bijvoorbeeld de Zernikestraat op bedrijventerrein de Hoefslag in Bleiswijk, waarvan sommige al sinds 2020 staan en een enkele zelfs sinds 2018?
Antwoord Het college onderschrijft dat dit de uitstraling van het bedrijventerrein niet ten goede komt. Het college is tegelijkertijd gebonden aan de mogelijkheden tot handhaving. Zie hiervoor het antwoord op vraag 1d.
1/5
Vraag 1c Is het college het met Leefbaar 3B eens dat het uiterlijk aanzien van de gemeente wordt geschaad door dumping van aanhangwagens en dat dit het ondernemersklimaat niet stimuleert?
Antwoord Het college is het met Leefbaar 3B eens dat dit een negatief effect heeft op het ondernemersklimaat. Ook hier geldt dat het college gebonden is aan de mogelijkheden tot handhaving. Zie hiervoor het antwoord op vraag 1d.
Vraag 1d Waarom zijn de gedumpte, ongebruikte, aanhangwagens, zoals de meerderheid op de bovenstaande foto, op de Hoefslag in Bleiswijk, tot op heden niet verwijderd?
Antwoord Voor het verwijderen van andermans eigendom is het noodzakelijk dat er sprake is van een overtreding in de zin van de APV. Dat betekent dat aanhangwagens die weliswaar ongebruikt zijn maar in goede staat verkeren, niet zonder meer kunnen worden verwijderd. Dit geldt voor het merendeel van de aanhang wagens. De defecte voertuigen (APV artikel 5:4) en wrakken (APV artikel 5:5) zijn hier een uitzondering op.
Deze worden momenteel onderzocht door de wijkregisseur BOA.
Vraag 2 - Bedrijvenpark Rodenrijs, Berkel en Rodenrijs Vraag 2a Is het college ervan op de hoogte dat er niet gehandhaafd wordt/ kan worden op parkeerexcessen, langdurige geparkeerde caravans, aanhangwagens en vrachtwagens op Bedrijvenpark Rodenrijs, ondanks herhaaldelijke meldingen en verzoeken daartoe van (vertegenwoordigers van) de BIZ Bedrijvenpark Rodenrijs?
Antwoord Het college is hiervan op de hoogte. De mogelijkheden tot handhaving worden gespecificeerd in de APV artikel 5:6 lid 1 (caravans) en artikel 5:6 lid 2 (aanhangwagens). Het klopt dat Bedrijvenpark Rodenrijs momenteel niet is aangewezen. Het college wil inzetten op meer mogelijkheden tot handhaving. Daarbij moeten verschillende zaken in overweging worden genomen. Zo is het belangrijk om te realiseren dat een gebied aanwijzen een plicht tot handhaving geeft. Dat wil zeggen inzet van boa’s en kosten die snel op kunnen lopen, bijvoorbeeld voor het wegslepen, opslaan en zo nodig vernietigen van voertuigen. Ook dient te worden overwogen dat het aanwijzen van een bepaald gebied bijna altijd verplaatsingseffecten heeft.
Daarnaast brengt de bedrijvigheid in onze gemeente met zich mee dat ondernemingen aanhangers en dergelijke in gebruik hebben en deze ergens zullen willen stallen, wanneer deze niet in gebruik zijn voor het dagelijks werk. Strengere handhaving kan hier gevolgen voor hebben. Deze en andere overwegingen zal het college meenemen in voorbereidingen op een strenger handhavingsregime.
Vraag 2b Is het college op de hoogte van de parkeertekorten op Bedrijvenpark Rodenrijs, mede door forensen van het nabijgelegen station en door het parkeren van grote voertuigen, aanhangwagens, campers, caravans in reguliere vakken?
Antwoord Het college weet dat er een parkeerdruk is op het bedrijvenpark. Het college heeft geen nader onderzoek gedaan naar de oorzaken van deze parkeerdruk en kan dus niet zeggen of deze druk te wijten is aan het parkeren van voertuigen op het bedrijventerrein door forensen die gebruik maken van de metro via het nabijgelegen station Rodenrijs. Aangezien het door het instellen van een blauwe zone in het nabijgelegen 2/5
woongebied moeilijker is geworden voor forensen om hun auto’s te parkeren in de woonwijken, kan het zijn dat zij hiervoor uitwijken naar het bedrijventerrein. De parkeerdruk op bedrijvenpark Rodenrijs kan echter ook (mede) te maken hebben met de intensivering van bedrijven waardoor er meer werknemers zijn gekomen.
Vraag 2c Wat vindt het college ervan dat door het onevenredig gebruik van de parkeervakken en het uitblijven van handhaving, trottoirs worden geblokkeerd, meerdere vakken worden gebruikt en ondernemers en hun klanten niet (fatsoenlijk) kunnen parkeren?
Antwoord Het is de vraag wat wordt verstaan onder onevenredig gebruik van de parkeervakken. Er doen zich naar het oordeel van het college vooralsnog weinig situaties voor die de verkeersveiligheid in het geding brengen.
Wanneer dit wel aan de orde is, zal dit de aandacht krijgen van de boa’s en hierop zo nodig en zo mogelijk worden gehandhaafd. De boa’s nemen dit mee in de surveillance. Het is niet mogelijk om forensen te ver bieden om ergens rechtmatig te parkeren. Daarnaast is het voor een boa niet te controleren of een auto van iemand is die een bezoek brengt aan het bedrijventerrein of van iemand die voor een ander doel parkeert.
Indien forensen of bedrijfsvoertuigen parkeervakken innemen en er daardoor te weinig ruimte is voor mede werkers en bezoekers van het bedrijvensterrein, is dat niet per se onevenredig gebruik. Er is volgens de APV sprake van een parkeerexces als dit met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte jegens andere weggebruikers buitensporig is en daardoor niet toelaatbaar kan worden geacht (zie hiervoor de toe lichting van de APV bij hoofdstuk 5).
Vraag 2d Is het college bereid om in gesprek met de BIZ Bedrijvenpark Rodenrijs te gaan om te inventariseren welke problemen zij ervaren en hoe de gemeente daarbij kan helpen? Zo niet, waarom niet?
Antwoord Er is reeds contact met het bestuur van de BIZ Bedrijvenpark Rodenrijs.
Vraag 3 - Bedrijventerreinen beleid algemeen Vraag 3a Is de APV van toepassing op bedrijventerreinen in Lansingerland? Zo ja, waarom wordt er niet (zichtbaar) gehandhaafd? Zo niet, waarom niet?
Antwoord Of de APV van toepassing is in een bepaalde situatie is afhankelijk van het betreffende artikel. Artikel 1:1 APV bevat definities, zoals bijvoorbeeld ‘openbare plaats’ en ‘weg’. Een weg is, gelet op artikel 1 eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. Ook de term ‘op of aan de weg’ komt voor. Gelet op de toelichting duidt de term ‘aan de weg’ begripsmatig op een zekere nabijheid ten opzichte van de weg.
Indien een bedrijventerrein, gelet op de artikelen over aanhangwagens en andere voertuigen, onder een van de in artikel 1:1 genoemde definities valt, is de APV op dit bedrijventerrein van toepassing. Als de grond van een bedrijventerrein bijvoorbeeld geen eigendom is van de gemeente en het afgesloten is met een (afsluit baar) hek, zijn de APV artikelen die een weg betreffen in zoverre niet van toepassing.
Er wordt niet (zichtbaar) gehandhaafd omdat niet alle situaties overtredingen zijn in de zin van de APV.
Voor een aantal artikelen moet er een gebied aangewezen zijn alvorens er sprake is van een overtreding.
Voor andere bepalingen moet er sprake zijn van een ‘parkeerexces’, gelet op het doel van de APV zijnde 3/5
onder andere het voorkomen van overlast. Niet elke gevoelsmatig hinderlijke situatie is een strafbare overtreding in de zin van de APV.
Een gebied aanwijzen geeft mogelijkheid tot handhaving, maar ook een plicht tot handhaven. Het is belangrijk om zeker te weten dat de gemeente hieraan kan voldoen alvorens een gebied wordt aangewezen.
Het college zal dit in kaart brengen bij de voorbereidingen op strengere handhaving. Zie ook het antwoord bij vraag 2a.
Vraag 3b Zijn er artikelen in de APV die momenteel voorkomen dat er gehandhaafd kan worden op gedumpte aanhangers (zo ja; welke)? Zo niet; heeft het college de bovengenoemde bedrijventerreinen aangewezen als vrijplaats om aanhangers te stallen?
Antwoord Het tweede lid van artikel 5:6 APV bevat een bepaling over aanhangwagens. Artikel 5:6 lid 2 geeft de mogelijkheid tot handhaven indien een gebied is aangewezen. Het artikel voorkomt dat er gehandhaafd kan worden als een gebied waar een aanhanger geplaatst is niet is aangewezen.…
Bekijk de brief: [U23.01493] Raadsvragen van L3B over handhaving bedrijventerreinen
Bron: raadsinformatie van de gemeente Lansingerland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.