[U25.03206] Raadsvragen m.b.t. CJG Rijnmond en ontwikkelingen rond de organisatie van de jeugdgezondheidszorg in onze regio
Een raadslid stelde op 16 juni 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Huidige positie van Lansingerland Vraag 1.1. → Antwoord Dat klopt, Stichting CJG Rijnmond is geen gemeenschappelijke regeling zoals bedoeld in de Wet gemeen schappelijke regeling en is niet vergelijkbaar met bijvoorbeeld de GRJR of de…
- Evaluatie van de huidige situatie Vraag 2.1. → Zo ja, kunt u hiervan concrete voorbeelden geven (bijv. locatiebeleid, beleidsprioriteiten of financiële keuzes)?
- Toekomstoriëntatie: van stichting naar GR Vraag 3.1. → Antwoord De wethouder, die in zijn portefeuille de jeugdgezondheidszorg heeft, is hiervan op de hoogte.
- Samenwerking en timing Vraag 4.1. → Antwoord Daar is het college toe bereid, indien dit in samenspraak gaat met de andere deelnemende gemeenten. 3/4 Vraag 4.2.
- Informatievoorziening Vraag 5.1. → Antwoord Ja, het college is hier zeker toe bereid.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Aan de fractie van Christenunie T.a.v. de heer P. Lieverse
Van
College van B&W
Onderwerp
Raadsvragen m.b.t. CJG Rijnmond en ontwikkelingen rond de organisatie van de jeugdgezondheidszorg in onze regio
Datum
9 juli 2025
Ons kenmerk
U25.03206
Geachte heer Lieverse,
Op 16 juni 2025 heeft u raadsvragen ingediend over CJG Rijnmond en ontwikkelingen rond de organisatie van de jeugdgezondheidszorg in onze regio. Met deze brief geven wij u antwoord op uw vragen.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Huidige positie van Lansingerland Vraag 1.1. Klopt het dat Stichting CJG Rijnmond op dit moment in juridische zin geen gemeenschappelijke regeling is, maar een zelfstandige stichting waarin deelnemende gemeenten - waaronder Lansingerland - geen formele bestuurlijke zeggenschap hebben?
Antwoord van het college
Antwoord Dat klopt, Stichting CJG Rijnmond is geen gemeenschappelijke regeling zoals bedoeld in de Wet gemeen schappelijke regeling en is niet vergelijkbaar met bijvoorbeeld de GRJR of de GGD. Maar in de basis ligt er wel een gemeenschappelijke regeling, namelijk de Gemeenschappelijke regeling openbare gezondheids zorg Rotterdam-Rijnmond. Hieruit blijkt dat de deelnemende gemeenten, waaronder Lansingerland, CJG als exclusief uitvoerder van de jeugdgezondheidszorg hebben aangewezen en daarmee een subsidierelatie hebben.
Ondanks dat CJG een stichting is, is er wel sprake van bestuurlijke zeggenschap, doordat wethouders van de betrokken gemeenten minimaal één keer per kwartaal aansluiten bij de Raad voor het Publiek Belang (RvhPB) en zij tijdens de RvhPB bestuurlijke keuzes/afspraken maken. Het college heeft Leon Hoek en, diens waarnemer bij afwezigheid, Titia Cnossen benoemd tot leden van de RvhPB. Samen houden de wethouders toezicht op het publiek belang van de dienstverlening die CJG Rijnmond biedt.
1/4
Vraag 1.2.
Op welke wijze wordt de gemeente Lansingerland nu geïnformeerd en/of betrokken bij strategische besluiten van CJG Rijnmond, zoals het terugbrengen van het aantal CJG-locaties?
Antwoord Strategische keuzes voor CJG Rijnmond worden in de RvhPB belegd. De lokale strategische keuzes worden in overleg tussen CJG en gemeente gemaakt. Het college is geïnformeerd en betrokken bij het maken van strategische besluiten aangaande de huisvesting van het CJG.
Vraag 2
Evaluatie van de huidige situatie Vraag 2.1. Ervaart het college dat de huidige stichtingsvorm van CJG Rijnmond beperkingen oplevert voor gemeentelijke invloed of sturing?
Antwoord van het college
Zo ja, kunt u hiervan concrete voorbeelden geven (bijv. locatiebeleid, beleidsprioriteiten of financiële keuzes)?
Antwoord Nee, het college ervaart geen beperkingen in de gemeentelijke invloed of sturing. Wel worden beperkingen ervaren bij het naleven van regionale afspraken als één of meerdere gemeenten zich (gedeeltelijk) terugtrekken. Indien een gemeente zich terugtrekt uit een regionale afspraak, is het lastig voor het CJG om de gemeenschappelijk opdracht uit te voeren. Bijvoorbeeld als een gemeente zich terugtrekt uit een gemeenschappelijke, regiobrede dienst zoals Service en Contact, dan is het lastig voor het CJG om inwoners, die vragen hebben uit de gemeente die zich terugtrekt uit de gemeenschappelijke regeling, te extraheren uit de communicatiekanalen en hen niet te woord te staan.
Vraag 2.2.
Hoe beoordeelt het college de transparantie en democratische legitimatie van de huidige governancestructuur van CJG Rijnmond ten opzichte van andere gemeenschappelijke regelingen in de regio?
Antwoord Transparantie Een gemeenschappelijke regeling bestaat uit een Algemeen Bestuur (AB), een Dagelijks Bestuur (DB) en een voorzitter. Het AB bestaat uit leden die door de deelnemende gemeenten worden aangewezen. Het DB bestaat uit een voorzitter en twee of meer andere leden uit het AB, die door het AB zijn aangewezen.
De aangewezen leden van het DB mogen echter niet allemaal afkomstig zijn uit dezelfde gemeente. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt welke bevoegdheden het AB, DB en de voorzitter hebben.
Stichting CJG Rijnmond bestaat uit een Raad van Bestuur (RvB), Raad van Toezicht (RvT) en een RvhPB.
De Raad van Bestuur is eindverantwoordelijk voor alles wat het CJG doet. De RvT houdt toezicht op het beleid, het bestuur en de algemene gang van zaken. De RvhPB komt op voor wat het beste is voor alle gemeenten die bij het CJG zijn aangesloten. Vanuit iedere gemeente sluit één wethouder aan en spreekt namens de gemeente. Samen houden de wethouders van alle deelnemende gemeenten toezicht op het publiek belang van de dienstverlening die CJG Rijnmond biedt.
Bij zowel een gemeenschappelijke regeling als de Stichting CJG ziet het college dat het bestuur drieledig is waarbij de taken en bevoegdheden duidelijk zijn verdeeld. Dit draagt bij aan de transparantie.
2/4
Democratische legitimatie Bij een gemeenschappelijke regeling lopen er meerdere verantwoordingsrelaties. Zo is er een verantwoordingsrelatie tussen het DB en het AB. Het AB legt op zijn beurt verantwoording af aan de deelnemende colleges, die op hun beurt verantwoording afleggen aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. De Wet gemeenschappelijke regeling bepaalt verder dat de gemeenteraad in bepaalde situaties het recht heeft om een zienswijze in te dienen, bijvoorbeeld bij het treffen van een gemeen schappelijke regeling (onder treffen wordt ook verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een gemeenschappelijke regeling). Ook kan de gemeenteraad een zienswijze indienen over de ontwerpbegroting. Via deze zienswijzeprocedures komt de democratische legitimatie van de gemeenteraad dan ook tot uiting.
Bij Stichting CJG Rijnmond verloopt de democratische legitimatie in eerste instantie via het college.
Zo wordt de subsidie aan het CJG bijvoorbeeld vastgesteld door het college. Op die manier beoordeelt het college of de verleende subsidie door CJG doelmatig en rechtmatig is besteed aan de activiteiten waarvoor die is verleend. Daarnaast vindt democratische legitimatie plaats via de RvhPB. Die bestaat namelijk uit een wethouder van alle deelnemende gemeenten en houden zij zo toezicht op het publiek belang van de dienstverlening door CJG. Tegelijkertijd stelt de gemeenteraad de begroting vast waarmee de beschikbaarheid van de financiën voor het CJG zijn geregeld.
Vraag 3
Toekomstoriëntatie: van stichting naar GR Vraag 3.1. In het jaarverslag 2024 verwijst CJG Rijnmond naar een “governance-herijking”, waarin de stichting als rechtsvorm wordt heroverwogen. Is het college hierbij betrokken (geweest)?
Antwoord van het college
Antwoord De wethouder, die in zijn portefeuille de jeugdgezondheidszorg heeft, is hiervan op de hoogte. Het college is hierbij nog niet betrokken, omdat er slechts oriënteerde gesprekken zijn gevoerd met de deelnemende gemeenten. Indien er in de governance structuur mogelijk iets zou gaan veranderen, dan informeert de betrokken wethouder het college hierover.
Vraag 3.2.
Acht het college een transitie naar een gemeenschappelijke regeling wenselijk om meer formele zeggenschap en verantwoording te organiseren voor de deelnemende gemeenten?
Antwoord Deze mogelijkheid wordt dit jaar verder verkend.
Vraag 4
Samenwerking en timing Vraag 4.1. Is het college bereid om zich in regionaal verband in te zetten voor een verkenning van de voorwaarden waaronder CJG Rijnmond zou kunnen overgaan naar een GR?
Antwoord van het college
Antwoord Daar is het college toe bereid, indien dit in samenspraak gaat met de andere deelnemende gemeenten.
3/4
Vraag 4.2.
Kan het college aangeven of en wanneer er bestuurlijke gesprekken met andere regiogemeenten gepland staan over de toekomstige governance van CJG Rijnmond?
Antwoord Deze bestuurlijke gesprekken worden nog gepland onder begeleiding van een externe bestuurlijke verkenner.
Vraag 5
Informatievoorziening Vraag 5.1. Is het college bereid om de gemeenteraad in het vierde kwartaal van 2025 te informeren over de stand van zaken en mogelijke vervolgstappen inzake de governance-vorm van CJG Rijnmond?
Antwoord van het college
Antwoord Ja, het college is hier zeker toe bereid.
Wij verwachten dat wij met deze brief antwoord hebben gegeven op uw raadsvragen.
Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland
Plv. Gemeentesecretaris
Jules Bijl Burgemeester
4/4
Bron: raadsinformatie van de gemeente Lansingerland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.