26 februari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Lansingerland

[U26.01482] Raadsvragen m.b.t. het ronselen van jongeren voor de georganiseerde misdaad

Een raadslid stelde op 26 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland (5 vragen).

In het kort

5 vragen en wat het college antwoordt

  • Herkent het college de signalen uit het krantenbericht dat jongeren in aanraking komen met georgani­ seerde of ondermijnende criminaliteit? → Zijn er binnen onze gemeente vergelijkbare signalen of cijfers beschikbaar?
  • Beschikt de gemeente over actuele gegevens over ronselpraktijken onder jongeren, bijvoorbeeld via sociale media? → Hoe worden deze signalen gemonitord en met welke partners wordt informatie gedeeld?
  • Welke concrete preventieve programma’s of interventies worden in onze gemeente ingezet om jongeren weerbaar te maken tegen criminele uitbuiting? → Hoe wordt de effectiviteit van deze aanpak geëvalueerd?
  • Hoe is de samenwerking vormgegeven tussen gemeente, politie, Openbaar Ministerie, scholen en jongerenwerk bij het signaleren en tegengaan van ronselpraktijken? → Acht het college deze samenwerking toereikend?
  • Ziet het college aanleiding om, mede naar aanleiding van de landelijke discussie, aanvullende maatregelen te treffen binnen onze gemeente om jeugdige betrokkenheid bij… → Het college ziet aanleiding om de huidige werkwijze te bekrachtigen.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Herkent het college de signalen uit het krantenbericht dat jongeren in aanraking komen met georgani­ seerde of ondermijnende criminaliteit?

Antwoord van het college

Zijn er binnen onze gemeente vergelijkbare signalen of cijfers beschikbaar? Antwoord Het college weet naar aanleiding van informatie van de politie dat er ook in Lansingerland signalen zijn dat jongeren geronseld worden voor het uitvoeren van criminele activiteiten. Er zijn hier bij de gemeente geen cijfers over bekend. In overleg met politie gaan we na wat hierover bekend is. Vraag

Vraag 2

Beschikt de gemeente over actuele gegevens over ronselpraktijken onder jongeren, bijvoorbeeld via sociale media?

Antwoord van het college

Hoe worden deze signalen gemonitord en met welke partners wordt informatie gedeeld? Antwoord De gemeente beschikt niet over actuele gegevens over ronselpraktijken onder jongeren. Vraag

Vraag 3

Welke concrete preventieve programma’s of interventies worden in onze gemeente ingezet om jongeren weerbaar te maken tegen criminele uitbuiting?

Antwoord van het college

Hoe wordt de effectiviteit van deze aanpak geëvalueerd? Antwoord Middels het preventieve programma Kapot Sterk, wat we uitvoeren op PO-scholen, zetten we gedurende het gehele schooljaar middels diverse workshops in op het weerbaar maken van jongeren tegen verleidingen van ondermijnende criminaliteit. De effectiviteit van preventieve inzet is niet eenvoudig te meten. Een positief effect van het preventieve programma Kapot Sterk is dat jongeren hierdoor de politie beter leren kennen. 1/3 Dit heeft naast bekendheid ook een positieve invloed op de band tussen jongeren en politie, aangezien zij elkaar geregeld op straat tegenkomen. Daarnaast wordt het lesprogramma jaarlijks geëvalueerd en erg gewaardeerd. Gevolg hiervan is dat dit jaar alle scholen het programma afnemen. Kapot Sterk maakt het voor docenten mogelijk om het onderwerp regelmatig bespreekbaar te maken. Door meer betrokken te zijn bij scholen, horen we als gemeente in een vroeg stadium van leerkrachten waar de zorgen met betrekking tot weerbaarheid liggen. Ook creëert Kapot Sterk gelegenheid voor scholieren om de professionals tijdens of na de lessen aan te spreken over hun eigen ervaringen. Als gemeente kunnen we sneller instappen en een hulpaanbod doen bij ouders/verzorgers en hun kinderen. Vraag

Vraag 4

Hoe is de samenwerking vormgegeven tussen gemeente, politie, Openbaar Ministerie, scholen en jongerenwerk bij het signaleren en tegengaan van ronselpraktijken?

Antwoord van het college

Acht het college deze samenwerking toereikend? Antwoord Het college ervaart deze samenwerking als positief en constructief. De lijnen tussen de organisaties en gemeente én tussen de organisaties onderling zijn goed. Indien de regels omtrent informatiedeling het toe­ laten, schakelen organisaties snel en delen zij snel onderling de benodigde informatie. Dit gebeurt zowel tijdens structureel ingeplande overleggen als bilateraal. Vraag

Vraag 5

Ziet het college aanleiding om, mede naar aanleiding van de landelijke discussie, aanvullende maatregelen te treffen binnen onze gemeente om jeugdige betrokkenheid bij ondermijnende criminaliteit te voor­ komen?

Antwoord van het college

Het college ziet aanleiding om de huidige werkwijze te bekrachtigen. Dit naar aanleiding van de landelijke discussie en de lokale signalen dat jongeren uit Lansingerland hierbij betrokken zijn. Momenteel voeren we het preventieve programma Kapot Sterk uit op PO-scholen. Binnen zowel de huidige ambtelijke als financiële capaciteit is het niet haalbaar om dit programma ook op VO-scholen uit te voeren. Wij verwachten dat wij met deze brief antwoord hebben gegeven op uw raadsvragen. Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland Mickel Beckers Gemeentesecretaris Rik van der Linden Burgemeester 2/3 3/3

Bekijk de brief: [U26.01482] Raadsvragen m.b.t. het ronselen van jongeren voor de georganiseerde misdaad

Bron: raadsinformatie van de gemeente Lansingerland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Lansingerland

Alle artikel 35-vragen in Lansingerland