RIB beantwoording vragen raadsvoorstel Noord-Zuid scenario Tomin
Een raadslid stelde op 17 december 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Laren (8 vragen).
In het kort
8 vragen en wat het college antwoordt
- Is Almere beter af door scheiding? → Het collegevoorstel doet geen uitspraak over de vraag of Almere beter af is door een scheiding.
- Waarom wordt er voor gekozen dit nu naar voren te halen? → Volgens het collegevoorstel is het noodzakelijk dit vraagstuk nu te agenderen vanwege: 1.
- Bestuurlijke verantwoordelijkheid Het college kan het niet verantwoord achten om interne verbeteringen of investeringen te doen zonder duidelijkheid over de toekomstige… → 3.1 Wat is hierover eerder aan de raad gestuurd?
- Waarom scenario 2 uitgewerkt? → Er is voor gekozen om alleen scenario 2 te gaan uitwerken.
- Wat kost dit aan lokale inzet (H)BEL? → Het collegevoorstel gaat ervan uit dat: de huidige inzet binnen reguliere capaciteit wordt opgevangen; er geen extra structurele inzet van de BEL Combinatie wordt gevraagd; eventuele…
- Welke partij zal in naam van de gemeente Laren deelnemen aan vervolghandelingen? → - De gemeente Laren zelf; - De gemeente Huizen als vertegenwoordiger van de HBEL combinatie; - Het Regiokantoor G&V als (mede-)onderhandelaar.
- Is er al een grove inschatting te maken wat deze exercitie (splitsing en nieuwe GR) aan extra uren van de BEL organisatie zal gaan kosten? → Antwoord 7.
- Onderkent de Taskforce ook dat doordat er nu meerdere aanbieders in de markt optreden dit heeft bijgedragen aan vermindering van cliënten voor Tomin? → Antwoord 8.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
INFORMATIENOTA RAAD LAREN
Van
het college van B&W
Aan
Gemeente Laren - Gemeenteraad
Portefeuillehouder
Groot, F.K. de
Onderwerp Beantwoording vragen raadsvoorstel Noord-Zuid Scenario Tomin Portefeuillehouder Groot, F.K. de Openbaar Ja Geachte commissieleden, Tijdens de commissievergadering M&F van 10 december j.l. zijn er door u veel vragen gesteld naar aanleiding van de behandeling van het raadsvoorstel Noord Zuid scenario.
Voor mij is dit reden een nadere toelichting te geven op dit raadsvoorstel en hiermee antwoorden te geven op de door u gestelde vragen.
Uitgangspunt collegevoorstel en daarmee leidend voor alle antwoorden Belangrijk uitgangspunt in dit voorstel is dat het college u vraagt om kennis te nemen van
- en richting te geven aan het vervolgproces rond het koersdocument GR Tomin. Het college vraagt u geen inhoudelijke zienswijze te geven over scheiding, ontvlechting of financiële consequenties.
In het voorgenomen collegevoorstel wordt niet gekozen voor een definitief scenario. Ook wordt geen besluit tot scheiding genomen. Het bevat geen financiële doorrekening. Het voorgnomen collegevoorstel vraagt ruimte om in 2026 scenario’s inhoudelijk en financieel uit te werken.
Alle antwoorden op de door u gestelde vragen, moeten binnen dit kader gelezen worden.
Discussiepunten Noord–Zuid – beantwoording vanuit het collegevoorstel
Pagina 1 van 9
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is Almere beter af door scheiding? Blijven zij bijdragen? Zijn er mensen van Almere in het Gooi en andersom? Hoe eenvoudig is de ontvlechting?
Antwoord van het college
Het collegevoorstel doet geen uitspraak over de vraag of Almere beter af is door een scheiding. Het voorstel constateert dat het AB heeft vastgesteld dat Almere en de gemeenten in Gooi & Vechtstreek uiteenlopende beleidsrichtingen en sturingsbehoeften hebben ontwikkeld en dat dit aanleiding is om verschillende toekomstscenario’s te verkennen. Kernboodschap: het voorstel verkent richtingen, geen uitkomsten.
Bijdrage Almere:
Zolang er geen besluit is genomen over wijziging of beëindiging van deelname, blijft Almere volwaardig deelnemer aan de GR Tomin.
Doelgroepverplaatsingen:
Er zijn beperkte aantallen cliënten en trajecten die regio-overstijgend zijn. Het collegevoorstel benoemt dit als uitvoerbaar, maar niet als triviaal; daarom is een zorgvuldig uitwerkingsproces noodzakelijk.
Ontvlechting:
Het collegevoorstel bevat geen ontvlechtingsplan. De vraag hoe eenvoudig of complex ontvlechting is, behoort expliciet tot de uitwerking ná een eventuele scenario-keuze en is nu niet aan de orde.
Ik wil u erop wijzen dat een nieuwe governance in de nieuwe situatie zal leiden tot meer regie bij de gemeenten. Gemeenten krijgen daarmee meer sturingsmogelijkheden en dus grip, ook als het gaat om de bekostiging.
Van belang is nog om te melden dat de populatie van Almere anders is dan van de deelnemende gemeenten in Gooi & Vechtstreek. De reden hiervoor is dat Almere ten opzichte van de andere gemeenten een jonge gemeente is.
Vraag 2
Waarom wordt er voor gekozen dit nu naar voren te halen?
Antwoord van het college
Volgens het collegevoorstel is het noodzakelijk dit vraagstuk nu te agenderen vanwege:
1. Veranderde regionale realiteit Almere en de G&V gemeenten ontwikkelen hun sociale infrastructuur in toenemende mate conform de externe ontwikkelingen, wat gevolgen heeft voor de gezamenlijke governance.
2. Langdurige financiële en organisatorische druk bij Tomin Tijdelijke maatregelen zijn genomen, maar lossen de structurele vraag niet op.
Pagina 2 van 9
Vraag 3
Bestuurlijke verantwoordelijkheid Het college kan het niet verantwoord achten om interne verbeteringen of investeringen te doen zonder duidelijkheid over de toekomstige inrichting. Het collegevoorstel stelt dat uitstel van deze discussie juist tot méér onzekerheid leidt voor organisatie, doelgroep en gemeenten. 3. Wat is de doelgroep en waarom is dit beter voor de doelgroep?
Antwoord van het college
3.1 Wat is hierover eerder aan de raad gestuurd?
Eerder is aan de raad gecommuniceerd dat:
de doelgroep zwaarder en complexer wordt;
uitstroom naar regulier werk afneemt;
regionale verschillen in doelgroepomvang en ondersteuningsbehoefte toenemen;
de huidige inrichting steeds minder goed aansluit op lokaal beleid.
Het collegevoorstel bouwt hierop voort.
3.2 Zorg en communicatie met de doelgroep Het collegevoorstel benadrukt dat:
er geen besluiten worden genomen die directe gevolgen hebben voor de doelgroep;
continuïteit van trajecten uitgangspunt is;
communicatie en betrokkenheid van de doelgroep pas aan de orde zijn bij concrete uitwerkingskeuzes.
Ik hecht er waarde aan u te laten weten dat wij vanuit het bestuur nauw overleg hebben met de OR. Daarnaast wordt er door de directie van Tomin regelmatig en zorgvuldig gecommuniceerd met de medewerkers. Het voorstel dat nu voorligt richt zich op het proces.
Wij hebben u eerder de raadsinformatiebrief met betrekking tot de Visie en toekomstscenario arbeidsmarktontwikkeling gestuurd, welke ik nogmaals graag onder uw aandacht breng.
Vraag 4
Waarom scenario 2 uitgewerkt?
Antwoord van het college
Er is voor gekozen om alleen scenario 2 te gaan uitwerken. Hiervoor zijn verschillende redenen, welke ik hier nogmaals benoem.
Scenario 0:
- lost de huidige knelpunten in toegankelijkheid, nabijheid en wendbaarheid voor de doelgroep niet op;
- is financieel niet haalbaar;
Pagina 3 van 9
- houdt bestuurlijke complexiteit grotendeels in stand;
- lost de financiële kwetsbaarheid van de huidige constructie niet op;
- blijft te smal in scope qua integraliteit en doelgroepbereik en
- mist voldoende commitment van alle gemeenten.
Scenario 1:
- lost de huidige knelpunten in toegankelijkheid, nabijheid en wendbaarheid voor de doelgroep niet op;
- houdt bestuurlijke complexiteit grotendeels in stand;
- lost de financiële kwetsbaarheid van de huidige constructie niet op;
- blijft te smal in scope qua integraliteit en doelgroepbereik en
- mist voldoende commitment van alle gemeenten.
Scenario 2:
- scoort het best op nabijheid, maatwerk en ontwikkelgerichte ondersteuning;
- maakt de samenwerking met werkgevers eenvoudiger, omdat de regio’s kleiner en herkenbaarder worden;
- biedt de mogelijkheid om regie te versterken door bestuurlijke verantwoordelijkheden dichter bij de uitvoering te leggen en eigenaarschap per regio te verduidelijken;
- biedt ruimte voor lokale en regionale maatwerkoplossingen en kan zo beter aansluiten bij inwoners met multiproblematiek en een grote afstand tot werk en
- is het enige scenario waar zowel grotere als kleinere gemeenten zich in herkennen: er is ruimte voor varianten (2a: nieuwe GR, 2b: DVO’s, 2c: centrumgemeente-model), die nader verkend worden.
Scenario 3:
- daarvoor is op het moment weinig draagvlak;
- vraagt juist om een zware bestuurlijke structuur met beperkt draagvlak;
- laat landelijk goede resultaten zien op het gebied van efficiëntie, uniformiteit en continuïteit van dienstverlening. Tegelijk vraagt dit scenario om forse gezamenlijke investeringen in organisatie, ICT, governance en harmonisatie van arbeidsvoorwaarden.
De structurele lasten liggen daardoor hoger en
- mist voldoende commitment van alle gemeenten.
De keuze voor een toekomstscenario is in de kern geen governancevraagstuk, maar een strategische keuze over richting en schaal. De opgave waar we voor staan speelt zich af binnen twee verschillende arbeidsmarktregio’s met uiteenlopende schaal en groeidynamiek. De maatschappelijke opgave waar we voor staan blijft gelijk: inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt ondersteunen richting werk en ontwikkeling. De dienstverlening is dan ook het vertrekpunt. Deze vraagt om korte lijnen tussen beleid, uitvoering en werkgevers. Een nieuwe governance volgt uit de strategische keuze om werk en ontwikkeling regionaal te organiseren. Voor de inwoners betekent dit dat een Pagina 4 van 9
strategisch gekozen en passend georganiseerde structuur tot minder loketten en snellere ondersteuning leidt. Doordat er sprake zal zijn van meer herkenbaarheid en één aanspreekpunt, zal er meer vertrouwen zijn en kan nabijheid gerealiseerd worden.
Scenario’s in het collegevoorstel:
Het collegevoorstel beschrijft meerdere scenario’s, waarvan scenario 2 (Noord–Zuid) als meest realistische richting wordt benoemd om verder te onderzoeken, omdat:
het aansluit bij de feitelijke beleidsontwikkeling van Almere en de G&V gemeenten;
het ruimte biedt voor regionaal maatwerk;
het bestuurlijk overzichtelijker is.
Wat wordt er uitgewerkt (pas na richtingbesluit):
governance-varianten per regio;
financiële doorrekening;
personele - en organisatorische consequenties;
effecten voor de doelgroep en werkgevers.
Waarom ligt deze info niet nu al bij de raad?
Het collegevoorstel stelt expliciet dat:
uitwerking zonder richting leidt tot versnippering;
meerdere parallelle businesscases ondoelmatig zijn;
onzekerheid bij medewerkers en cliënten moet worden voorkomen.
Het is daarom logisch om eerst richting te bepalen en dán pas verdiepend uit te werken.
Vraag 5
Wat kost dit aan lokale inzet (H)BEL?
Antwoord van het college
Het collegevoorstel gaat ervan uit dat:
de huidige inzet binnen reguliere capaciteit wordt opgevangen;
er geen extra structurele inzet van de BEL Combinatie wordt gevraagd;
eventuele aanvullende inzet in een volgende fase expliciet en separaat aan colleges en raden wordt voorgelegd.
Zijdelings wil ik u laten weten dat de nu nog beschikbare impulsmiddelen van 2025 en 2026, samen 1.100K, voor nu het kader vormen voor de maximaal uit te geven transitiekosten. Deze laatste worden gemaakt door het programma, de Gooi & Vechtstreek, Almere en Tomin. Hier ligt een begroting onder.
Ik zal ook ingaan op de reacties zoals die door de verschillende fracties gegeven zijn.
Reacties per fractie – expliciet gespiegeld aan het collegevoorstel Pagina 5 van 9
VVD – financiële onderbouwing ontbreekt Collegepositie:
Dat klopt. Het voorstel is richtinggevend. Financiële onderbouwing volgt pas nadat een richting is gekozen en er een opdracht is voor een transitieplan. Ik verwijs u hiervoor ook naar de uitgangspunten zoals hierboven vermeld, waarin wordt aangegeven dat het voorstel geen financiële doorrekening bevat.
Liberaal Laren – eerst Tomin op orde brengen Collegepositie:
Interne verbeteringen zijn noodzakelijk, maar zonder koers is niet duidelijk waarop die verbeteringen gericht moeten zijn. Daarom lopen deze processen parallel.
De Raad van Commissarissen heeft de gemeenten nadrukkelijk gevraagd om te komen met een nieuw toekomstplan. Zij geven aan niet door te kunnen gaan met alleen verbeteringen intern. Tomin neemt op dit moment geen onomkeerbare besluiten zolang er geen nieuw toekomstplan is. Gelet op de huidige situatie vraagt de RvC om koersbepaling vanuit het bestuur.
CDA
Uiteenlopende belangen (pag. 5):
Hiermee wordt bedoeld: verschillen in schaal, doelgroep, financiële draagkracht en beleidsvisie tussen Almere en G&V gemeenten.
Tijdelijke financiële maatregelen (pag. 2):
Hiermee wordt gedoeld op incidentele bijdragen, uitstel van investeringen en andere maatregelen om continuïteit te borgen.
Is er sprake van betrokkenheid van de medewerkers:
Ja, maar pas in de uitwerkingsfase; nu wordt geen besluit genomen dat hen direct raakt.
Ik verwijs u hiervoor ook naar de uitgangspunten zoals hierboven vermeld, waarin wordt aangegeven dat het voorstel geen financiële doorrekening bevat.
Larense Vrouwenpartij
Welke versie scenario 2?
Geen; het college vraagt hier alleen om richting, niet om variantkeuze.
Waarom niet Hilversum als centrumgemeente?
Dat is niet uitgesloten, maar dit is onderdeel van de uitwerking na het richtinggevend besluit.
Groen Laren – analyse ontbreekt / geen groen licht Collegepositie:
De analyse is voldoende voor een richtinggevend besluit, maar niet bedoeld als definitieve onderbouwing. Dat is een bewuste en verdedigbare fasering.
Pagina 6 van 9
D66 Ontmanteling nodig? Diverse vragen.
Ik wil nogmaals benadrukken dat de RvC expliciet aan de gemeenten heeft gevraagd om te komen met een koerswijziging. Elke keuze kent beperkingen, maar de keuze voor scenario 2 geeft meer mogelijkheden voor sturing en regie en ondersteuning is dichterbij.
1. Op blz 7 van het Raadsvoorstel staat:
Het Algemeen Bestuur heeft op 2 oktober j.l. uitgesproken dat scenario 2 op termijn ruimte kan bieden voor verdere groei en integratie van de domeinen Werk en Inkomen binnen de G&V. Op dit moment ontbreekt daarvoor echter het brede bestuurlijke draagvlak.
Kunt u dat nader uitleggen?
Antwoord 1. Niet alle gemeenten staan hier achter.
2. Almere heeft aangegeven een eigen sociaal-ontwikkelingsbedrijf op te willen starten.
Klopt het dat ook Hilversum deze intentie heeft en Huizen deze intentie niet heeft?
Antwoord 2. Het scenario 2c heeft de voorkeur van de gemeente Hilversum. Dat houdt in dat de gemeente Hilversum een eigen sociaal ontwikkelbedrijf heeft en andere G&V gemeenten op basis van een centrumregeling kunnen deelnemen.
3. Is het reëel te veronderstellen dat andere gemeente later kunnen afhaken?
Antwoord 3. Het enige antwoord dat hierop te geven valt, is dat er een breed gedragen intentie is elkaar in het hele proces vast te houden.
4. Hoe wordt de directe zeggenschap van Laren geborgd als gekozen wordt voor scenario 2c waar Hilversum de centrumgemeente wordt?
Antwoord 4. Dan beperkt de zeggenschap (en het risico) zich tot de inhoud van de dienstverlening voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt of ontwikkelbehoefte die met de centrumgemeente wordt overeengekomen.
5. Welke mogelijkheden bestaan er voor de verdeelsleutel per gemeente voor de afbouwkosten en structurele lasten?
Wordt dat per rato van het aantal inwoners per gemeente of wordt dat naar rato van het aantal cliënten (i.c. 6 in Laren) op het moment van afsplitsing?
Antwoord 5. Voor de bestaande GR en alle opheffing, omvorming en transitie die daarmee rechtstreeks verband houdt, geldt de verhouding zoals die in de GR is bepaald Pagina 7 van 9
(gebaseerd op het aandeel van de gemeente in het 10-jaars voortschrijdend gemiddeld aantal WSW medewerkers bij de GR Tomingroep). Dit is momenteel voor Laren 1,3%.
Voor opbouwkosten en structurele lasten is omvang en verdeling afhankelijk van het gekozen (samenwerkings-) scenario. Daarnaast zijn er de specifieke rijksmiddelen (decentralisatie uitkering voor de omvorming van de sociale infrastructuur) die hiervoor
naar verwachting kunnen worden ingezet. Met impulsbudget zijn gemeenten aan zet voor
toekomstbestendige sociaal ontwikkelbedrijven | Publicatie | Rijksoverheid.nl
Vraag 6
Welke partij zal in naam van de gemeente Laren deelnemen aan vervolghandelingen?
Antwoord van het college
- De gemeente Laren zelf;
- De gemeente Huizen als vertegenwoordiger van de HBEL combinatie;
- Het Regiokantoor G&V als (mede-)onderhandelaar.
Antwoord 6. De gemeente Laren zelf (in de persoon van de verantwoordelijke wethouder) als lid van het algemeen bestuur van de GR waar besluitvorming/vervolgonderhandeling stap voor stap plaatsvindt.
Vraag 7
Is er al een grove inschatting te maken wat deze exercitie (splitsing en nieuwe GR) aan extra uren van de BEL organisatie zal gaan kosten?
Antwoord van het college
Antwoord 7. Voor het vormgeven van de transitie wordt een centraal programmabureau opgericht. Een inschatting van extra uren van BEL medewerkers in lastig te maken. Er zal in elk geval ook volop ondersteuning worden gegeven voor de beleids- en financiële experts van de gemeente Huizen op grond van de HBEL samenwerking. Daardoor zal de inzet van de BEL medewerkers naar verwachting beperkt zijn.
Vraag 8
Onderkent de Taskforce ook dat doordat er nu meerdere aanbieders in de markt optreden dit heeft bijgedragen aan vermindering van cliënten voor Tomin?
Antwoord van het college
Antwoord 8. Onduidelijk is wat hier bedoeld wordt met ‘de taskforce’ en ‘meerdere aanbieders in de markt’. De vermindering van de cliënten voor Tomin is vooral het gevolg van een niet op de behoeften van de inwoners aansluitend aanbod door Tomin. In het kader van de ‘midterm review’ die in 2024 is uitgevoerd op de realisatie van het bedrijfsplan is dit uitgebreid onderzocht en belicht. Bij de conclusies staat op pagina 9:
Tomingroep krimpt harder dan verwacht, waardoor er nu een kleiner en ander bedrijf staat dan in het bedrijfsplan beoogd. Dat komt door de sneller daling van de Wsw en doordat minder mensen vanuit de aanmeldingen door gemeenten bij Tomingroep worden geplaatst dan verwacht. Ook het niet verlengen van tijdelijke contracten (van mensen die voor 2022 in dienst zijn gekomen), maar het bemiddelen naar werk buiten Tomingroep, speelt hierin een rol. Dat laat onverlet dat gemeenten meer mensen doorverwijzen dan Pagina 8 van 9
waarvan werd uitgegaan in het bedrijfsplan. En de mensen die worden doorverwezen hebben vaak meer problematiek dan verwacht. Een groot deel van de mensen die worden doorverwezen gaat niet aan de slag op een participatiebaan. Daarvoor zijn verschillende redenen, bijvoorbeeld omdat de kandidaat (bij nader inzien) niet wil of kan of te veel belemmeringen en problematiek heeft.
Ik hoop dat de antwoorden op de door u gestelde vragen voor u aanleiding zijn om in te stemmen met het raadsvoorstel.
Bekijk de brief: RIB beantwoording vragen raadsvoorstel Noord-Zuid scenario Tomin
Bron: raadsinformatie van de gemeente Laren (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.