2019-11-20 Beantwoording vragen Vlietzone deel 4
Een raadslid stelde op 4 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
MEMO Aan:
Gemeenteraad
Van:
Kernteam Vlietzone
Datum:
20 november 2019
Onderwerp:
Beantwoording nog openstaande vragen gesteld tijdens de technische informatiebijeenkomst Vlietzone d.d. 16 oktober 2019.
Tijdens de technische informatiebijeenkomst is door u een aantal vragen gesteld. Middels bijgaand overzicht is u eerder aangegeven op welke vragen u medio november 2019 antwoord kunt verwachten. In dit memo vindt u de antwoorden op die vragen.
1. Invloed populatie studenten in de Vlietzone op de uitkomsten in de wijkscan en de wijkenquête Tijdens de presentatie op 16 oktober 2019 is een korte weergave gegeven van de Sociale Index uit de Wijkscan Oud Oost 2019. De indicator “opleiding” scoort in de Sociale Index een voldoende. Uit de resultaten van de wijkenquête blijkt echter dat in Oud Oost 31% lager opgeleid is ten opzichte van 25% in heel Leeuwarden. Deze twee scores lijken tegenstrijdig. Er werd door één van uw raadsleden gewezen op de mogelijkheid dat in de Oud-Oost aanwezige studenten mogelijk minder vertegenwoordigd zouden zijn bij de respondenten in de Wijkenquête.
Navraag bij de afdeling Onderzoek & Statistiek leert het volgende:
De verschillen tussen de resultaten van de wijkenquête en de sociale index Leeuwarden op de indicator Opleiding komt doordat er verschillende bronnen achter zitten. Bij de wijkenquête wordt gevraagd naar het opleidingsniveau:
Wat is uw hoogst voltooide opleiding?
Geen / Lager- of basisonderwijs
Lager beroepsonderwijs en algemeen voortgezet onderwijs (vmbo, vglo, lbo, lavo, mavo, mulo Hoger algemeen voortgezet onderwijs en vwo (havo, vwo, ath., gymn., hbs, mms) Middelbaar beroepsonderwijs Hoger beroepsonderwijs Wetenschappelijk onderwijs
De eerste twee vormen een laag opleidingsniveau; de twee middelste, het middel opleidingsniveau en de laatste twee het hoger opleidingsniveau.
Bij de Sociale Index Leeuwarden bestaat de indicator Opleiding uit:
1. het aandeel voortijdige schoolverlaters,
Blad 2
2. het hebben van een startkwalificatie van de 18-27 jarigen en
3. het aandeel van de bewoners van de wijk zonder startkwalificatie.
Beide indicatoren verschillen dus eenvoudigweg van bron van waaruit ze zijn afgeleid.
2.
Data over achtergronden van de mensen die de wijkenquête hebben ingevuld
Zie bijlage.
3.
Ontwikkeling van aantal cliënten
U heeft gevraagd om een ontwikkeling van het aantal Wmo-cliënten (klanten) over een aantal jaren. Net als in de presentatie hebben we hierbij alleen gekeken naar de Wmo en specifiek naar de volgende producten: -
WMO-Lokaal: Thuisondersteuning 2, 3 en 4 Beschermd Wonen (waaronder ThuisPlus):
Het betreft hier alle klanten met een indicatie binnen de genoemde producten. We hebben de ontwikkeling van het aantal klanten over de jaren 2017-2019 afgezet tegen leeftijdsgroepen en wijken. Over de aantallen 2015 en 2016 kunnen wij geen volledig beeld geven. Dit omdat de registratiewijze in deze jaren op een andere wijze plaatsvond dan vanaf 2017. Hierdoor zijn deze gegevens onvoldoende betrouwbaar.
Per kalenderjaar is gekeken naar het aantal klanten dat op peildatum 1 juli van elk jaar een actieve beschikking had. Voor de peildatum is gekozen omdat deze dan kan worden vergeleken met de leeftijd op peildatum Ontwikkeling aantal klanten Als eerste is gekeken naar de ontwikkeling van het aantal klanten binnen Leeuwarden, over de jaren 2017-2019. We zien dan het volgende beeld ontstaan: · We zien over deze drie jaren een toename van het totaal aantal klanten binnen de genoemde producten van 1.848 naar 2.097. Het product ThuisPlus is in 2018 geïntroduceerd. De toename geldt over alle producten, behalve TO4 en Beschermd Wonen.
Onderstaande tabel toont de verdeling van de klanten over de wijken:
Blad 3
Met kleurschalen is aangegeven waar in absolute aantallen de meeste klanten een beschikking hebben. De wijk is bepaald aan de hand van de laatst bekende postcode van een klant. Deze postcode is vervolgens gekoppeld aan de wijkindeling die het CBS gebruikt per 1-1-2018 Alle eerdergenoemde producten zijn hier bij elkaar opgeteld. Als er in een wijk, binnen een leeftijdsgroep en jaar minder dan 5 beschikkingen zijn, dan zijn deze niet zichtbaar vanwege privacy-redenen.
Tot slot is een grafiek gemaakt waarin de ontwikkeling van het aantal klanten over alle zwaardere producten per jaar zichtbaar is gemaakt. Ook hier betreft het weer het aantal klanten dat op peildatum 1 juli van elk jaar een beschikking had.
Blad 4
Een aantal zaken valt op: -
-
De meeste lijnen geven een stijgend beeld. Dit valt samen met de toename van het totaal aantal klanten. Over het algemeen zien we dat alle lijnen met weinig beschikkingen een evenwijdig beeld tonen. 5 wijken vallen op, in volgorde van groot naar klein: o Oud-Oost (stijgt van 317 naar 402) o Potmargezone (stijgt van 247 naar 282) o Binnenstad (daalt van 255 naar 192) o Bilgaard en Havankpark e.o (daalt van 171 naar 144) o Stiens e.o. (stijgt van 13 naar 63) Hierbij geldt dat Stiens e.o. tot 2018 onder de herindeling viel waarbij beschikkingen geconverteerd werden. Deze geven om deze reden niet een betrouwbaar beeld.
Het relatief aantal personen met een Wmo-beschikking is voor Binnenstad en Oud-Oost ongeveer gelijk. Binnenstad laat echter een daling zien terwijl Oud-Oost een stijging laat zien. Er is over de afgelopen 3 jaar een stijging van het absoluut aantal personen met een Wmo-beschikking van in totaal 85 personen. (BW, Wmo thuisondersteuning). Hoewel Oud-Oost relatief gezien daarmee nog steeds minder cliënten heeft dan bijv. Heechterp - Schieringen, is met de nodige voorzichtigheid aan te nemen dat een absolute stijging van het aantal cliënten met 85 in 3 jaar effect heeft op een toch al dichtbevolkte wijk als Oud-Oost.
Blad 5
Conclusie We zien over de afgelopen 3 jaar (2017, 2018, 2019 peildatum 1 juli) een aantal duidelijke mutaties in het aantal klanten met een beschikking. Deze mutaties zijn het sterkst in wijken waar in absolute en relatieve aantallen veel bewoners een beschikking hebben.
In Bilgaard & Havankwijk en Binnenstad heeft een daling van het absolute aantal personen met een Wmo-beschikking plaatsgevonden.
In de Potmargezone en Oud Oost heeft een stijging van het aantal personen met een Wmo-beschikking plaatsgevonden. In de Potmarge Zone ligt deze stijging voornamelijk in de categorie Beschermd Wonen. In Oud Oost ligt deze stijging met name in de categorie Wmo-lokaal (Ambulante thuisondersteuning 2, 3 en 4).
Bekijk de brief: 2019-11-20 Beantwoording vragen Vlietzone deel 4
Bron: raadsinformatie van de gemeente Leeuwarden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.