57.7 20260324 Reflectie MHCL op raadsvragen
Een raadslid stelde op 1 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden (10 vragen).
In het kort
10 vragen en wat het college antwoordt
- Is het college bekend met de inhoud en problematiek zoals geschetst in de brief van Mixed Hockeyclub Leeuwarden en herkent het college de urgentie van het tekort aan… → Ja, het college is bekend met de inhoud van de brief en herkent de urgentie van het tekort aan (binnen)sportaccommodaties.
- Deelt het college de opvatting dat sportverenigingen, zoals Mixed Hockey Club Leeuwarden, niet in staat zijn om de financiële risico’s en kosten van (tijdelijke)… → Voor sportaccommodaties die door de gemeente Leeuwarden worden gerealiseerd mede ten behoeve van de breedtesport, hanteert de gemeente een algemeen en uniform tarief.
- Welke rol en verantwoordelijkheid heeft het college in het realiseren en faciliteren van voldoende (tijdelijke) sportaccommodaties? → De basis voor de realisatie van sportaccommodaties ligt primair bij het bewegingsonderwijs.
- Kan het college toelichten waarom is besloten tot verkoop van de blaashal, terwijl het tekort aan sportaccommodaties nog steeds bestaat en de blaashal juist als… → De blaashal was eigendom van BV Sport.
- Is het college bereid om tijdelijke of semi-permanente sportaccommodaties, zoals een blaashal, te onderzoeken en te realiseren als overbrugging tot aan de geplande… → Een blaashal wordt door het college als minder realistisch beschouwd, onder andere vanwege beperkte mogelijkheden voor medegebruik, locatievraagstukken, risico’s op vandalisme en…
- Welke kosten zijn volgens het college gemoeid met een dergelijke tijdelijke oplossing en is het college bereid hier (financieel en/of organisatorisch) aan bij te dragen? → De kosten van een tijdelijke oplossing zijn sterk afhankelijk van de gekozen vorm en uitwerking.
- Welke concrete maatregelen neemt het college om vóór de winter van 2026–2027 te zorgen voor voldoende en passende zaalcapaciteit voor Mixed Hockeyclub Leeuwarden en alle… → Mixed Hockeyclub Leeuwarden heeft uiteindelijk voor seizoen 2025/2026 een aanvraag gedaan voor circa 300 uur zaalcapaciteit.
- Op welke termijn kan het college duidelijkheid geven aan de betrokken sportverenigingen en de gemeenteraad over een concrete tijdelijke oplossing? → Het college verwacht na de zomer meer duidelijkheid te kunnen geven over een mogelijke tijdelijke oplossing en het financiële aspect van deze oplossing.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Vragen, Antwoorden en reflectie MHCL
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is het college bekend met de inhoud en problematiek zoals geschetst in de brief van Mixed Hockeyclub Leeuwarden en herkent het college de urgentie van het tekort aan (binnen)sportaccommodaties in Leeuwarden?
Antwoord van het college
Ja, het college is bekend met de inhoud van de brief en herkent de urgentie van het tekort aan (binnen)sportaccommodaties. Juist om die reden heeft u besloten tot de uitbreiding van accommodaties, onder andere door de realisatie van sporthal Nylân. Daarnaast worden de plannen voor sportpark Middelsee zodanig uitgewerkt en voorbereid, dat hierover op korte termijn een besluit kan worden genomen.
Het sportpark Middelsee is in beginsel een sportpark voor de buitensport en zal zeker nog enkele jaren op zich laten wachten. In het raadsvoorstel voor de nieuwe sporthal Nylan (zaaknummer: 2025-295043) is aangegeven als argument: Bovendien kan een sporthal met 3 zaaldelen ingezet worden door de breedtesport. Vanuit voornamelijk turnen, zaalvoetbal, basketbal, handbal en volleybal is hierin een grote behoefte.
De hockey is hierbij niet in beeld.
Het college gaat niet in op de (on)logica om een passende accommodatie (blaashal) voor de hockey te verkopen en hiermee de druk op de bestaande en ook toekomstige binnensportaccommodatie nog groter te maken dan deze al is.
Vraag 2
Deelt het college de opvatting dat sportverenigingen, zoals Mixed Hockey Club Leeuwarden, niet in staat zijn om de financiële risico’s en kosten van (tijdelijke) sportaccommodaties zelfstandig te dragen?
Antwoord van het college
Voor sportaccommodaties die door de gemeente Leeuwarden worden gerealiseerd mede ten behoeve van de breedtesport, hanteert de gemeente een algemeen en uniform tarief. Dit tarief ligt ver onder de kostprijs, waardoor we sporten en bewegen (financieel) zo toegankelijk mogelijk houden. Wanneer een vereniging echter een accommodatie wil (realiseren) die specifiek bedoeld is voor die vereniging, is uitgangspunt dat die vereniging dat zelf betaalt of daarvoor een kostprijsdekkend tarief wordt gehanteerd.
Hierbij is het bijzonder te denken dat een kostprijsdekkend tarief uberhaupt door een vereniging betaald kan worden. Vanuit deze redenering zal een turnhal (welke enkel te gebruiken is door de turnverening) kostendekkend betaald moeten worden door de vereniging.
De gemeente Leeuwarden kent een grote historie van het meeliften op initiatieven van sportvereniging om aan haar accommodatiebehoefte te voldoen. Al deze initiatieven zijn niet geboren uit luxe maar uit behoefte en uitblijven van regie bij de gemeente. Zo heeft Blauw wit34 in 1993 een sporthal gerealiseerd aan de jachthavenlaan welke uiteindelijk “mee verplaatst” is naar Wiarda. De kammingahal is in het verleden gefinancierd met (grote) subsidie van de gemeente en loopt nu tegen financieringsproblematiek aan bij het benodigde grote onderhoud.
Ook recent de realisatie van de sporthal bij sportcomplex Nylan is niet uit luxe maar uit nood geboren en vanuit de vereniging opgepakt. Inmiddels is ook dit gebouw overgenomen door de gemeente.
Zo is ook de blaashal voor hockey in het verleden uit nood geboren en opgepakt door de vereniging. Ook op dat moment was er een groot te kort aan binnensportaccommodatie en werd de hockeyvereniging over allerlei hallen verspreid (inclusief Stiens). Ook hier herhaalt de geschiedenis zich. Echter in plaats van dat de gemeente instapt vanuit een maatschappelijk
belang (zoals bij de voorgaande voorbeelden), is de blaashal verkocht en neemt de druk op de binnensportfaciliteiten toe.
Vraag 3
Welke rol en verantwoordelijkheid heeft het college in het realiseren en faciliteren van voldoende (tijdelijke) sportaccommodaties?
Antwoord van het college
De basis voor de realisatie van sportaccommodaties ligt primair bij het bewegingsonderwijs.
Vanuit die verantwoordelijkheid heeft het college ook besloten tot de realisatie van de nieuwe sporthal Nylân. Daarnaast vindt het college het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor de breedtesport, om inwoners in beweging te brengen en verenigingen te faciliteren. Dit kan zowel in de vorm van tijdelijke, maar bij voorkeur (semi-) permanente sportaccommodaties. Zoals u bekend worden er naast de realisatie van een sporthal in Nylân plannen voorbereid voor Middelsee en Kalverdijkje (incl. turnhal-deel).
Zie reactie op vraag 1. Het blijft onlogisch om het tekort aan sportaccommodaties te vergroten door een passende oplossing te verkopen. Zeker gelet op de het voorwoord in het recente beleidskader sport en bewegen waarin staat:
Een belangrijk speerpunt is het versterken en ondersteunen van sportverenigingen, die een belangrijke rol spelen in het in beweging krijgen van inwoners. Hier worden gezondheid en welzijn van inwoners bevorderd, ontstaan vriendschappen en ontwikkelen mensen hun talenten.
Dit vraagt namelijk om een passende accommodatie voor een vereniging met meer dan 600 voornamelijk jeugdleden.
Vraag 4
Kan het college toelichten waarom is besloten tot verkoop van de blaashal, terwijl het tekort aan sportaccommodaties nog steeds bestaat en de blaashal juist als flexibele oplossing werd ingezet?
Antwoord van het college
De blaashal was eigendom van BV Sport. De verkoop daarvan is een private aangelegenheid waar de gemeente geen besluitvormende rol in heeft gehad. De BV Sport geeft aan dat hockey grotendeels op het veld wordt gespeeld en slechts 12 weken binnen. Gelet op de kosten van hal, opzetten/afbreken, bewaren, verzekeringen, onderhoud etc. stonden gebruik en kosten al enige tijd niet meer in verhouding tot elkaar. Gelet op de kosten (ook voor de club) is in overleg besloten de blaashal niet meer te gebruiken en dat de club ruimte in bestaande hallen gaat huren.
Er is niet in overleg besloten de blaashal niet meer te gebruiken. Dit is het resultaat geweest van de gesprekken tussen BVsport en MHCL. Wij, als vereniging, konden (ook financieel) geen kant meer op, zeker na de belofte van de BVsport dat er voldoende accommodatieruimte beschikbaar zou zijn. In het gesprek begin dit jaar met de wethouder en adjuctdirecteur BVsport heeft deze laatste aangegeven dat de benodigde capaciteit voor de hockey niet beschikbaar is.
Het besluit van de BVsport is er één geweest vanuit financiën en bedrijfsvoering. Het maatschappelijke aspect komt bij BVsport niet aan bod. Dit bevreemt ons. Wij zien de BVsport, met de gemeente Leeuwarden als enige aandeelhouder, als een verlengstuk van de gemeente.
Zonder de opdracht van de gemeente en bijbehorende dienstverleningsvergoeding kan de BVsport niet bestaan.
Vraag 5
Is het college bereid om tijdelijke of semi-permanente sportaccommodaties, zoals een blaashal, te onderzoeken en te realiseren als overbrugging tot aan de geplande permanente voorzieningen?
Antwoord van het college
Een blaashal wordt door het college als minder realistisch beschouwd, onder andere vanwege beperkte mogelijkheden voor medegebruik, locatievraagstukken, risico’s op vandalisme en verzekeringsaspecten. Andere vormen van tijdelijke of semipermanente sportaccommodaties behoren echter wel tot de mogelijkheden om, indien er acute knelpunten in de vraag naar binnensportruimte ontstaat, dit op te lossen. Het college verwacht in het kader van de coalitievorming meer zicht te krijgen op de inhoudelijke en financiële mogelijkheden voor een tijdelijke oplossing in het gebied Kalverdijkje, die de druk op het bewegingsonderwijs en daarmee annex de breedtesport in het algemeen kan verlichten.
Feit blijft dat in elke accommodatie (tijdelijk of niet) die door meerdere vereniging gebruikt gaat worden, een zaalhockeyseizoen van 12 weken niet in te passen is. In deze 12 weken is een accommodatie nodig van 2 zaalhockeyvelden, 4 werkdagen per week van circa 16:00 tot 22:00 uur. Twee zaalhockeyvelden passen niet in 1 sporthal, hiervoor zijn 2 sporthallen nodig.
Daarnaast vinden de wedstrijden in het weekend plaats. Dat betekent dat op dat moment zaalvoetbal, basketbal, handbal, volleybal etc moet wijken Resultaat zal zijn, net zoal de situatie voor de blaashal, dat de hockey verdeeld gaat worden over allerlei sporthallen. De redenen waarom dat geen oplossing is voor de club, hebben we in onze initiële brief aan de raad ook toegelicht. Dit gaat over veiligheid, logistieke uitdagingen en sportbinding.
Positief is dat het college een blaashal niet uitsluit. Juist een blaashal vergroot de inzet van de bestaande en toekomstige sporthallen. Een locatievraagstuk is vrij simpel: op 1 van onze hockeyvelden. Het risico op vandalisme is even groot als bij een gebouw, de consequenties van vandalisme bij een blaashal zijn alleen groter. Met goede voorzieningen is dit risico echter goed te beperken.
In Nederland zijn, ondanks genoemde tegenargumenten, de afgelopen jaren bijzonder veel blaashallen door en in samenwerking met gemeenten gerealiseerd.
Vraag 6
Welke kosten zijn volgens het college gemoeid met een dergelijke tijdelijke oplossing en is het college bereid hier (financieel en/of organisatorisch) aan bij te dragen?
Antwoord van het college
De kosten van een tijdelijke oplossing zijn sterk afhankelijk van de gekozen vorm en uitwerking.
Dit wordt momenteel nader onderzocht. Het college ziet mogelijkheden om in ieder geval faciliterend bij te dragen en is hierover in overleg met haar adviseur op dit gebied, BV Sport.
Wij hebben een concrete offerte opgevraagd bij blaashal leverancier DUOL. Zij hebben ook recent de blaashal geleverd en gerealiseerd bij GHCGroningen te Haren. Dit geeft een reëel inzicht van de te verwachten kosten.
De BVsport consulteren als adviseur bevreemd ons. De BVsport zal adviseren vanuit de effecten op haar bedrijfsvoering. Het maatschappelijk belang en de waarde daarvan zal door de gemeente beoordeeld moeten worden.
Vraag 7
Welke concrete maatregelen neemt het college om vóór de winter van 2026–2027 te zorgen voor voldoende en passende zaalcapaciteit voor Mixed Hockeyclub Leeuwarden en alle andere verenigingen waarvoor onvoldoende zaalcapaciteit beschikbaar is?
Antwoord van het college
Mixed Hockeyclub Leeuwarden heeft uiteindelijk voor seizoen 2025/2026 een aanvraag gedaan voor circa 300 uur zaalcapaciteit. Deze aanvraag kon door BV Sport worden ingepast in diverse sportaccommodaties en is daarmee toegekend. Verdere maatregelen hangen samen met de bredere beschikbaarheid van zaalcapaciteit voor de breedtesport en eventuele tijdelijke
oplossingen, waarover nadere besluitvorming moet volgen. Realisatie van nieuwe accommodaties vóór de winter 2026-2027 acht het college ambitieus.
De hockeyvereniging heeft de uren aangevraagd die ook gebruikt werden in de blaashal. Dit zijn 300 uur voor 2 zaalhockey velden. Door de BVsport is dit ingevuld met 300 uur in 1 sporthal, oftewel 1 zaalhockey veld. Hierdoor komen wij 1 zaalhockeyveld te kort oftewel 300 uur te weinig.
Daarnaast geeft verdeling van deze 600 uur over verschillende locaties onoverkomelijke logistieke en veiligheidsproblemen met zich, zoals we ook hierboven hebben toegelicht.
Hier sluit de theorie van gemeente/BVsport niet aan op de dagelijkse praktijk van een vrijwilligersorganisatie als de hockeyvereniging.
Wij schrikken erg van de uitspraak dat nieuwe accommodatie voor de winter 2026/2027 te ambitieus is. Dit betekent dat wij serieus moeten overwegen om te stoppen met zaalhockey.
Met een realisatiebesluit door de raad rond de zomervakantie voor bijvoorbeeld een nieuwe blaashal is deze wel degelijk voor de winter 2026/2027 operationeel. Waar een wil is, is zeker een weg.
Vraag 8
Op welke termijn kan het college duidelijkheid geven aan de betrokken sportverenigingen en de gemeenteraad over een concrete tijdelijke oplossing?
Antwoord van het college
Het college verwacht na de zomer meer duidelijkheid te kunnen geven over een mogelijke tijdelijke oplossing en het financiële aspect van deze oplossing.
Gelet op de historie van de gemeente Leeuwarden in de omgang met verenigingen en haar accommodatievraagstukken vestigen wij onze hoop op ingrijpen vanuit de gemeeteraad.
Vandaar dat wij onze noodkreet aan jullie hebben gericht.
Vraag 9
Op welke manier wordt de gemeenteraad betrokken bij keuzes over tijdelijke oplossingen en Besluitvorming over tijdelijke oplossingen en eventuele versnelling van investeringen in sportaccommodaties zal gelet op de financiële gevolgen, door het volgende college op de van de realisatie van extra sportaccommodaties?
Antwoord van het college
Besluitvorming over tijdelijke oplossingen en eventuele versnelling van investeringen in sportaccommodaties zal gelet op de financiële gevolgen, door het volgende college op de gebruikelijke wijze ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Vraag 10
Aankomende zomer staat een vervangingsinvestering gepland voor het hoofdveld van Mixed Hockey Club Leeuwarden. De vervanging kan volgens de club ook op een later moment plaatsvinden als dit bij zou dragen aan de realisatie van een nieuwe blaashal. Kan het college hierop reflecteren?
Antwoord van het college
De hockeyvereniging heeft in het verleden aangegeven dat het hoofdveld in een slechte staat verkeert, mede door het gebruik in combinatie met de blaashal in de winterperiode. Het college beschouwt de vervanging van het hoofdveld als een noodzakelijke renovatie. Het hoofdveld wordt door de hockeyvereniging intensief gebruikt. Het uitstellen van een vervanging van het hoofdveld heeft geen directe invloed op het al dan niet realiseren van een nieuwe (tijdelijke) sportaccommodatie.
Het is fijn dat de gemeente ons hoofdveld gaat renoveren. Op dit moment bevindt de fundering van de oude blaashal zich rond en deels in het hoofdveld. Als bij de renovatie de fundering rond
het veld kan worden behouden, dan kan daar met de nieuwe blaashal gebruik van worden gemaakt. Alleen de fundering in het veld dient te worden vervangen. Als de huidige fundering niet behouden kan worden, wordt de investering voor een nieuwe blaashal ongeveer € 25.000 hoger.
Voor de blaashal van leverancier DUOL, zoals deze ook bij GHCGroningen is gerealiseerd, hoeft het veld niet meer elk jaar opengehaald. Hierdoor beïnvloedt de blaashal de levensduur van het veld niet.
Als de renovatie in zijn geheel wordt uitgesteld, dan kan er eerst gebruik worden gemaakt van de bestaande fundering. De investering is hiermee zo’n € 30.000 lager.
We hebben een offerte opgevraagd bij leverancier DUOL om de bedragen concreet te kunnen onderbouwen.
Bekijk de brief: 57.7 20260324 Reflectie MHCL op raadsvragen
Bron: raadsinformatie van de gemeente Leeuwarden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.