schriftelijke vragen huisvesting statushouders PvdA (1)
Een raadslid stelde op 7 januari 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Hoeveel statushouders wachten op dit moment op een woning in de gemeente Leeuwarden als gevolg van deze wettelijke taakstelling. → 3.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Zaaknummer: 2024-270820 Antwoord van burgemeester en wethouders op schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad der gemeente Leeuwarden, ingediend op 3 december 2024. De vragen zijn afkomstig van PvdA en gaan over Huisvesting statushouders.
Vragen
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoeveel statushouders wachten op dit moment op een woning in de gemeente Leeuwarden als gevolg van deze wettelijke taakstelling. Antwoorden Voor 2024 wachten nog 53 statushouders op een woning in de gemeente Leeuwarden. De taakstelling voor het eerste halfjaar van 2025 is inmiddels ook bekend. De gemeente moet in deze periode 138 statushouders huisvesten. 2. Kan het College een overzicht delen waarop de wettelijke taakstelling en het aantal daadwerkelijk gevestigde statushouders wordt getoond, beide gespecificeerd per jaar (vanaf invoering)?
Antwoord van het college
3.
Hoeveel prioriteit geeft het College aan de huisvesting van statushouders conform de wettelijke taakstelling? Graag toelichten met voorbeelden of genomen maatregelen.
In de bijlage is een overzicht gegeven van de taakstellingen over de jaren. In principe is het aantal daadwerkelijk gevestigde statushouders gelijk aan de taakstelling. Eventuele achterstanden worden meegenomen naar het volgende jaar.
Vanaf 2020 is de realisatie van de taakstelling te zien via https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/asielb eleid/huisvesting-asielzoekers-metverblijfsvergunning We zetten in op het zo snel mogelijk voldoen aan de wettelijke taakstelling. We werken daarbinnen samen met de woningcorporaties. Om ervoor te zorgen dat in de krapper wordende woningmarkt er voldoende doorstroming is, hebben we samen geïnvesteerd in 192 flexwoningen, waarvan 66 worden ingezet voor statushouders. Statushouders kunnen hier vanuit het asielzoekerscentrum maximaal twee jaar wonen in afwachting van een meer definitieve woning in de gemeente. Hiermee worden deze woningen als tussenvoorziening ingezet waarmee we statushouders eerder een woning bieden en daarmee eerder gestart wordt met de inburgering.
Daarnaast maakt de gemeente jaarlijks prestatieafspraken met de woningcorporaties over het tijdig huisvesten van statushouders, en is er een urgentieverordening in ontwikkeling waarbij één van de uitgangspunten is dat statushouders voorrang krijgen op de sociale woningmarkt.
4.
Wat zijn de 3 belangrijkste (grond)oorzaken dat het College wel of niet kan voldoen aan jaarlijkse taakstelling?
Statushouders zijn aan het begin vaak aangewezen op een woning in de sociale huursector. Het aantal vrijkomende huurwoningen neemt af en de huidige inschrijf- en zoektijd voor een sociale huurwoning is hoog.
Blad 2
Ten tweede spelen er soms omstandigheden die het vinden van passende huisvesting moeilijker en tijdsintensiever maakt, zoals de grootte van gezinnen, medische omstandigheden of alleenstaanden die nog in afwachting zijn van gezinshereniging.
5.
Wat vindt het College van het voornemen van de regering om de Spreidingswet in te trekken? Welke gevolgen verwacht het College als vervolgens ook de voorrang voor statushouders op de sociale huurmarkt wordt verboden? Zullen deze 2 maatregelen leiden tot versnelde uitstroom of voor overvolle AZC’s of eerder voor meer illegalen en daklozen? En wat voor impact hebben deze 2 maatregelen op de inburgering en participatie van deze nieuwe bewoners?
Ten derde is de ontwikkeling van de taakstelling vooraf moeilijk te voorspellen en zijn er factoren buiten onze invloedssfeer, zoals de doorlooptijden bij de IND, die van invloed zijn op wie wanneer een woning nodig heeft.
De recent bekend gemaakte verslagen van de Spreidingswet laten zien dat gemeenten bereid zijn hun aandeel te leveren in de opvang van vluchtelingen. Realisatie van deze plannen dreigt echter te vertragen vanwege de voorgenomen intrekking van de Spreidingswet, wat kan leiden tot een tekort aan opvangplekken.
De kans is reëel dat de asielketen verder verstopt als er daarnaast een wettelijk verbod komt op voorrang voor statushouders in een huisvestingsverordening. Er zijn namelijk nog steeds veel statushouders die noodgedwongen in een AZC verblijven in afwachting van een woning.
Hoe langer statushouders in een AZC verblijven, hoe langer het duurt voordat hun inburgering en participatie start. En dat verkleint de kans dat statushouders snel zelfredzaam worden (o.a. financieel). Daardoor blijft er steeds meer noodopvang nodig.
6.
7.
Verwacht het College dat door deze 2 maatregelen de kans op een (geschikte) woning voor andere woningzoekenden beter wordt?
Graag een toelichting en onderbouwing van het antwoord.
Wat zijn de (mogelijke) gevolgen of complicaties als de overheid de voorrang van statushouders op huisvesting gaat intrekken terwijl de wettelijke taakstelling om voor huisvesting te zorgen hetzelfde blijft?
Het aantal woningzoekenden gaat bij de beide maatregelen niet afnemen, dus uiteindelijk blijft de wachttijd voor alle regulier woningzoekenden even lang.
Er is veel onzekerheid over wat het Rijk wil en wat dit betekent voor gemeenten. Op het moment dat gemeenten wel een taakstelling houden, maar er ook een verbod komt om statushouders via een urgentieverordening voorrang te geven, dan is er met de huidige omstandigheden feitelijk sprake van een onmogelijke uitvoeringstaak. Als we daar geen uitvoering aan kunnen geven, kan dat consequenties hebben voor het interbestuurlijk toezicht van de provincie. Wij verwachten dat de VNG dit dan ook met het Rijk en het IPO (interprovinciaal overleg) gaat bespreken.
Blad 3
Overigens houden corporaties ook bij een verbod op basis van de Huisvestingswet de mogelijkheid om ervoor te kiezen om statushouders zelf wel voorrang te geven (de huidige situatie in Leeuwarden). Dat zou dan voor gemeenten de meest haalbare oplossing zijn. 8.
Heeft het College het voornemen om te onderzoeken om de voorrang toch te blijven geven aan statushouders als de overheid de voorrang voor statushouders verbiedt?
Leeuwarden, 7 januari 2025, burgemeester en wethouders van Leeuwarden,
burgemeester.
Signed By: Buma, Sybrand <[email protected]> {{Signer1}} 10/01/2025 09:44:38 CET ID: 007cbf95-37df-4903-88eb-6abc3869c6e9 Auth: Scribble
secretaris.
Signed By: de Jong de, Eelke <[email protected]> {{Signer2}} 08/01/2025 09:45:44 CET ID: 007cbf95-37df-4903-88eb-6abc3869c6e9 Auth: Scribble
*Dit document is rechtsgeldig digitaal ondertekend.
Op dit moment is er geen sprake van een verbod op voorrang voor statushouders. Vandaar dat we bij de in voorbereiding zijnde urgentieverordening het uitgangspunt blijven hanteren dat statushouders als urgente groep worden aangewezen. Bij een wettelijk verbod gaan we per gemeente en in de regionale samenwerking kijken welke opties er dan wel zijn.
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen huisvesting statushouders PvdA (1)
Bron: raadsinformatie van de gemeente Leeuwarden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.