8 mei 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Leeuwarden

vragen bij raadsvoorstel Kaderstelling fondsen def_.docx

Een raadslid stelde op 8 mei 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • Wie is de initiatiefnemer van de voorstellen die een (mogelijk) beroep willen doen op een fonds? → Is dit de ambtelijke dienst, of kan de raad of een externe partij ook met een voorstel komen dat past binnen het kader? 2.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Beantwoording vragen raadsfracties n.a.v. informerende bijeenkomst kaderstelling fondsen op 19 april 2023

Vragen VVD

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Wie is de initiatiefnemer van de voorstellen die een (mogelijk) beroep willen doen op een fonds?

Antwoord van het college

Is dit de ambtelijke dienst, of kan de raad of een externe partij ook met een voorstel komen dat past binnen het kader?

2.

Zijn er op dit moment al ideeën in voorbereiding, en welke ideeën zijn dit?

3.

Komt in het raadsvoorstel bij een investering (en daarmee onttrekking uit het fonds) een hele duidelijke afweging waarom iets past binnen het kader? Met andere woorden: wordt voor de raad inzichtelijk waarom het voorstel past bij de kaders/meetlat?

4.

Op welke wijze wordt er geprioriteerd? Als er meerdere soortgelijke voorstellen richting de adviescommissie gaan, hoe wordt dan afgewogen welk voorstel doorgaat en welk voorstel afvalt? Vinden we evt. afgevallen voorstellen ook terug in de afweging/motivatie in het raadsvoorstel bij het ‘gekozen’ voorstel?

5.

Is het gekozen kader voldoende kader stellend en daarmee discriminerend? In potentie lijkt het erop dat zo’n 80-90% van de reguliere begroting zou kunnen passen binnen de kaders. Is dat een juiste constatering?

6.

Op welke wijze wordt de afweging gemaakt dat een project/voorstel gefinancierd wordt binnen de reguliere begroting, en wanneer wordt het gedekt met de middelen uit het fonds?

Beantwoording Formeel geredeneerd wordt een binnen de kaders passend voorstel voor een bijdrage uit (een van de) fondsen en het beschikbaar stellen van het benodigde krediet door het college voorgelegd aan de raad. Het investeringsvoorstel dat ten grondslag ligt aan het voorstel kan echter ook van derden afkomstig zijn, maar wordt ook in dat geval door het college voorgelegd aan de raad.

Er wordt binnen de gemeentelijke organisatie gewerkt aan de diverse Programma’s en projecten die passen binnen het in het raadsvoorstel genoemde ‘vertrekpunt’.

Er zijn geen concrete investeringsvoorstellen aangeleverd; het daartoe te gebruiken format is nog in bewerking, maar bovendien wacht de feitelijke start van indiening op besluitvorming van de raad over de Kaders.

Voor een investeringsvoorstel dient een format ingevuld te worden waaruit duidelijk wordt op welke wijze het voorstel een bijdrage levert aan het Kompas, wat de veranderkracht van het voorstel is en op welke wijze de financiële spelregels worden nagekomen. In het raadsvoorstel zelf zal het college een beoordeling geven over het resultaat van de toetsing van het voorstel aan de gestelde kaders.

Elk investeringsvoorstel dat door het college na toetsing aan de kaders wordt voorgelegd aan de raad voor een bijdrage uit de fondsen, wordt via een afzonderlijk voorstel voorgelegd. In die gevallen dat er meerdere aanvragen zijn waarvoor op hetzelfde moment een raadsbesluit wordt gevraagd, zullen er dus meerdere raadsvoorstellen zijn.

Onderlinge prioritering is feitelijk niet aan de orde omdat het in beginsel gaat om voorstellen die passen binnen de gestelde kaders.

De fondsen en de bijbehorende kaderstelling richten zich primair op resultaten die niet of slechts in zeer beperkte mate kunnen worden gerealiseerd door middel van de reguliere going concern processen en de bijbehorende budgetten. Het afwegingskader is naar verwachting in de praktijk voldoende discriminerend om het onderscheid te kunnen maken tussen (ongewijzigde) uitvoering van bestaand beleid en wezenlijk nieuwe beleidsinterventies gericht op de grote opgaven.

De fondsen zijn bedoeld voor bestedingen die passen binnen het voorgestelde afwegingskader waarvoor geen toereikend regulier begrotingsbudget beschikbaar is.

Reguliere budgetten die aansluiten bij het doel van het voorstel gaan dus voor. De inschatting is wel dat voor de

1

Beantwoording vragen raadsfracties n.a.v. informerende bijeenkomst kaderstelling fondsen op 19 april 2023

7.

Verantwoording: waarom wordt er gekozen om de verantwoording binnen de bestaande P&C-cyclus te houden? Is het technisch en praktisch uitvoerbaar om dit ook vaker per jaar te doen?

8.

Is er een vergelijking gemaakt met andere gemeenten die hebben gewerkt (of werken) met fondsen? Denk hierbij aan Amsterdam? Welke lessen hebben we getrokken uit deze voorbeelden en toegepast in het kader van Leeuwarden?

9.

Waarom is er niet gekozen voor een kader per fonds?

10. Hoe ziet de ambtelijke adviesgroep eruit?

Zijn deze personen ook betrokken bij de uitwerking van voorstellen?

meeste opgaven die in aanmerking komen voor financiering via de fondsen die reguliere middelen niet voldoende beschikbaar zijn.

Verantwoording binnen de bestaande P&C cyclus (jaarrekening, begroting , projectenrapportage) heeft het praktische voordeel dat de verantwoording binnen vertrouwde instrumenten, structuren en planningen kan worden ingepast en zich daardoor efficiënter en effectiever laat organiseren. Uiteraard is er altijd een mogelijkheid om desgewenst met het college maatwerkafspraken te maken over aanvullende momenten/vormen van informatievoorziening.

In zijn algemeenheid is het werken met bestemmingsreserves niet nieuw, dat gebeurt ook binnen Leeuwarden al sinds jaar en dag. Op het gebied van strategische investeringen heeft Leeuwarden een lange geschiedenis opgebouwd met het Strategisch Investerings- en Ontwikkelings fonds (SIOF) .Dat heeft jaren naar tevredenheid gewerkt. Er heeft een globale verkenning plaatsgevonden naar andere gemeenten die ook met vergelijkbare fondsen werken. Zo heeft Zwolle een strategische investeringsagenda met langjarige financiering primair gericht op grote fysieke investeringen in relatie tot wonen en werken. Ook zijn er gemeenten die fondsen hebben die beschikbaar zijn voor derden die daar een beroep o kunnen doen, bijvoorbeeld op het gebied van verduurzaming (o.a. Amsterdam). Ook hebben wij contact gehad met betrokkenen bij het FSFE (Fûns Skjinne Fryske Enerzjy (FSFE) dat is opgericht met als primaire doelstelling een bijdrage te leveren aan de duurzaamheidsambitie van de provincie Fryslân.

Bovengenoemde oriëntatie heeft geen grote vernieuwende inzichten opgeleverd. Bovendien is de toetsing van voorstellen waarvoor een beroep wordt gedaan op een dergelijk fonds, niet inzichtelijk.

Er is gekozen voor een uniform kader omdat een initiatief niet per definitie begrensd wordt door een fonds.

Bovendien is er geen reden om per fonds een andere kaderstelling te hanteren. In de oplegger is aan de hand van een voorbeeld (BOSK) uitgewerkt hoe een initiatief meerdere thema’s en daarmee meerdere fondsen kan raken.

De adviesgroep bestaat uit een afvaardiging (managers, (strategisch) adviseurs en control functionaris) vanuit verschillende gemeentelijke afdelingen. De uitwerking van de voorstellen wordt niet door de adviesgroep gedaan. Leden van de adviesgroep kunnen betrokken zijn

2

Beantwoording vragen raadsfracties n.a.v. informerende bijeenkomst kaderstelling fondsen op 19 april 2023

11. Financiële verplichting: is het de bedoeling om de 40 miljoen euro gedurende deze collegeperiode volledig uit te geven?

12. Als ik de beantwoording goed begreep wordt de helft hiervan voor de MTR uitgegeven. Concreet: wanneer is de MTR?

Vragen CU

1. Stel er was voor gekozen om deze drie fondsen op de begroting weg te zetten als innovatie budget, had dit dan dezelfde uitwerking gehad? (Vraag achter deze vraag is de zoektocht naar waarom er voor een fonds gekozen wordt. Het gaat niet om het geld wat wel of niet beschikbaar is maar de systematiek.

Dus welke vrijheid geeft het fonds die er tot nu toe werd gemist.)

2.

We hoorden in de beantwoording dat het gaat om zaken vanuit de ambtelijke/college kant. Waarom zou een initiatiefnota vanuit de raad geen beroep op het fonds kunnen doen voor financiering?

bij een voorstel wanneer dit bijvoorbeeld een voorstel betreft dat bij hen in de afdeling wordt uitgewerkt.

Het tempo van het bestemmen en besteden van de middelen is op dit moment nog niet met zekerheid te voorspellen. Volledig uitgeven in deze Collegeperiode is zeker niet een doel op zich. Het tussenmoment van de MTR zal meer zicht geven op de reeds aangegane verplichtingen en nog te verwachten uitgaven cq. verplichtingen.

De MTR is volgend jaar in het tweede en derde kwartaal, in aanloop naar de begroting 2025

Beantwoording Het werken met de drie reserves heeft als voordeel dat de middelen niet gebonden zijn aan een specifiek begrotingsjaar en dus over meerdere jaren beschikbaar zijn en hun waarde kunnen bewijzen. Dat komt beter overeen met het karakter en de doelstelling van de fondsen aangezien zij zich richten op bestedingen en transities die zich over meerdere jaren uitstrekken. Het alternatief - opnemen van de € 40 mln aan middelen in de “reguliere” begroting - betekent dat het niet bestede deel aan het einde van het jaar in principe vrijvalt en dat dan (voor meerdere jaren) de aanvullende besluitvormingsroute van de reserve budgetoverheveling zou moeten worden gevolgd. De nog niet bestede middelen raken dan “verstopt” in de bredere reserve (voorwaardelijke) budgetoverheveling Dit leidt in het algemeen tot een iets minder transparant inzicht en overzicht van de besteding van de middelen dan wanneer de besteding en verantwoording via specifieke bestemmingsreserves loopt.

Daarnaast houdt het instellen van reserves expliciet in dat de raad het “laatste woord” heeft bij de inzet van middelen, terwijl bij een begrotingspost de bestedingsbevoegdheid bij het College ligt. De raad wordt op deze wijze dus sterker in positie gebracht hetgeen recht doet aan het doel en omvang van de fondsen.

Zie ook de beantwoording van de eerste vraag van de fractie van de VVD.

Ter aanvulling daarop: de raad heeft diverse instrumenten ter beschikking om tot besluitvorming te komen over een ‘eigen’ initiatief. Daarbij wordt het college veelal nauw betrokken in de voorbereiding van een investeringsvoorstel, bij de toetsing daarvan en bij de

3

Beantwoording vragen raadsfracties n.a.v. informerende bijeenkomst kaderstelling fondsen op 19 april 2023 opstelling en aanbieding van het raadsvoorstel. Ook in deze situatie gelden natuurlijk de vastgestelde kader.

Vraag GBL Is het mogelijk om bij de voorbeelden die nu uitgewerkt gaan worden een rekenvoorbeeld te doen van de financieel/begrotingstechnische gevolgen van een investering van laten we zeggen 10 miljoen, die in bijv. 25 jaar wordt afgeschreven, waarbij sprake is van exploitatieen onderhoudslasten en waarbij de kapitaallasten gedekt worden uit een dekkingsreserve.

Beantwoording Zie rekenvoorbeeld aan eind van deze beantwoording

Vragen Lijst058

1. Hoe kan de interne organisatie en in latere instantie de raad beoordelen of een investering voldoet aan de kaders?

Beantwoording Het college wil samen met de raad heldere kaders vaststellen voor een transparante en resultaatgerichte inzet van de fondsen. Het college komt met voorstellen.

Deze voorstellen worden aan de hand van een format uitgewerkt. In dit format zijn de vertrekpunten en filters opgenomen waarmee aangetoond wordt dat aan het kader wordt voldaan.

Een nadere duiding van de definities vindt u in de oplegger.

2.

Wat zijn de betekenissen (definities) en afbakening van de diverse begrippen? Hoe weet men of een voorstel aan dit kader wel of niet voldoet. Waar liggen de grenzen?

3.

Hoe is dit kader SMART te maken?

4.

Wat is het doel om ook experimenten hieraan toe te laten? In hoeverre verdraagt dit zich met het kompas en ‘de spin’ en het kader resultaatgericht?

5.

Wat is de onderlinge zwaarte (verdeling) welke kaders prevaleren?

Door het invullen van het format, waarin de vertrekpunten en filters zijn opgenomen wordt duidelijk of een voorstel aan de kaders voldoet.

De uitkomst van het doorlopen van het kader leidt tot een meer SMART gemaakt voorstel. Daarbij geldt dat het Kompas en het Transitiepotentie model hulpmiddelen zijn bij de beoordeling van een investeringsvoorstel. Zoals in het raadsvoorstel is aangegeven gaat het om een beoordeling gebaseerd op gesprek, discussie en gezond verstand, niet op een optelsom van ‘scores’.

Experimenten kunnen een positieve bijdrage leveren aan de veranderkracht die nodig is voor de transities. Een experiment kan een doorbraak betekenen in een situatie die niet bereikt kan worden met een reguliere uitvoering van taken en is o.a. bedoeld om te onderzoeken of een bepaalde werkwijze de verwachte bijdrage levert. Een voorbeeld hierbij is de pilot SchuldenvrijLWD, wat ingezet wordt als experiment om versneld schulden- en stressvrij te raken (valt onder het programma Leeuwarden Oost).

Aan de in het raadsvoorstel aangegeven inhoudelijke en financiële kaders is geen onderlinge prioriteit gekoppeld.

Belangrijk is dat er een bijdrage wordt geleverd aan 4

Beantwoording vragen raadsfracties n.a.v. informerende bijeenkomst kaderstelling fondsen op 19 april 2023

6.

Is dit kader besproken met IC zodat zij bij de rechtmatigheid een toetskader hebben?

Is er gebruik gemaakt van de externe expertise (zoals bijv. de accountant) om mee te denken over de wijze waarop tot een rechtmatige beoordeling gekomen kan worden? Waarom wel/niet? Indien niet: ben u van pan deze expertise alsnog in te voegen? Waarom wel/niet?

7.

Wat is de reden om een adviescommissie in te stellen? En wat is de verhouding tussen deze adviescommissie en IC? Indien bij raadpleging elk een ander advies geven, welk advies prevaleert en waarom?

8.

Wat is de samenstelling van de adviescommissie?

9.

Wat verwacht u van deze adviescommissie, is dit alleen een beoordelingsadvies of ook meedenken hoe een investering die de kaders niet haalt aanpasbaar is?

onderdelen van het Kompas, dat er sprake is van een score op veranderkracht en dat er voldoende wordt voldaan aan de gestelde financiële spelregels.

Aan de vraag lijkt impliciet de veronderstelling te liggen dat sprake is van een afwegingskader dat valt onder de scope van de rechtmatigheidsbeoordeling.

Wat de totstandkoming van het kader betreft stellen wij ons ambtelijk op het standpunt dat de raad een grote mate van vrijheid heeft om de bestemmingsreserves qua doel en wijze van benutting in te kaderen. Uiteraard met in achtneming van de basis boekhoudregels die in het algemeen geleden voor het instellen, benutten en verantwoorden van reserves. Naar onze mening moet het kader meer gezien worden als een beleidsmatige afbakening van de inzet van de fondsen dan dat beoogd wordt een stringent financieel toetsingskader te creëren.

Vanuit die insteek is er geen noodzaak gezien om het concept kader vooraf expliciet (extern) te laten toetsen op rechtmatigheidsaspecten.

Een vervolgvraag is of het kader wanneer het eenmaal middels een raadsbesluit is vastgesteld deel uit maakt van de rechtmatigheidsverantwoording, d.w.z. of het achteraf noodzakelijk of wenselijk is om te toetsen of de door de raad geautoriseerde onttrekkingen aan de fondsen voldoen aan de criteria van de kaderstelling.

Daaromtrent zijn verschillende zienswijzen mogelijk.

Denkbaar is dit vraagstuk na vaststelling van het kader op een later tijdstip te bespreken in de auditcommissie. Tot slot is op dit punt nog van belang dat de tussenkomst van de ambtelijke adviescommissie juist bedoeld is om het college en de raad zekerheid te bieden dat er conform het kader wordt gehandeld.

De adviescommissie is niet meer dan een ambtelijke werkgroep die als taak heeft om bestedingsvoorstellen die door de verschillende afdelingen worden voorbereid te beoordelen op de mate waarin zij voldoen aan de doelstellingen en randvoorwaarden zoals vertaald in de kaderstelling. Met name ook met het doel om de opstellers van advisering te voorzien om de voorstellen zo krachtig mogelijk te maken. In de Adviescommissie is ook control/IC kennis aanwezig dus zo nodig kan ook die bril worden opgezet.

De adviesgroep bestaat uit een afvaardiging (managers en (strategisch) adviseurs) vanuit verschillende gemeentelijke afdelingen.

De inzet is dat een investeringsvoorstel zo volwaardig mogelijk wordt voorgelegd aan het college opdat het vervolgens via een raadsvoorstel ter besluitvorming wordt voorgelegd. Dat betekent dat in het voortraject 5

Beantwoording vragen raadsfracties n.a.v. informerende bijeenkomst kaderstelling fondsen op 19 april 2023

10. Wat is de status van deze adviescommissie?

Is het mogelijk voor het college bij een negatief advies contrair te gaan? Zo ja, op welke gronden? Wordt de raad bij het voorstel hiervan op de hoogte gesteld?

Waarom wel/niet?

11. Geeft de adviescommissie ook een advies over de doelmatigheid?

12. Wat is het verschil tussen IC controle en de in te stellen adviesgroep die oordeelt of een investering voor financiering uit deze fondsen in aanmerking komt?

13. Tijdens de presentatie werd aangegeven dat het niet gaat om reguliere taken en projecten, maar om projecten ‘die het verschil maken’? Op welke wijze wordt vastgesteld of een project hier wel of niet aan voldoet?

14. Tijdens de presentatie werd aangegeven dat er al enkele dossiers ‘liggen’ die voldoen aan kaders voor financiering uit deze fondsen.

Aan welke kaders zijn deze dossiers getoetst en kunt u een voorbeeld geven van een investering die niet voldoet aan het kader en en een voorbeeld die wel voldoet?

15. Wat is de reden dat deze investeringen niet uit de reguliere begroting gaan?

het investeringsvoorstel verrijkt kan worden na een eerste interne beoordeling. De commissie heeft zeker ook een meedenkfunctie.

De Adviescommissie is niets anders dan een schakel in de voorbereiding van een voorstel aan het college om een investeringsvoorstel al dan niet aan de raad ter besluitvorming voor te leggen. Het college is vanzelfsprekend in deze situatie bevoegd een eigenstandig besluit te nemen.

Dat is eigenlijk de rode draad in de beoordeling: levert het voorstel een effectieve en efficiënte bijdrage aan de grote strategische opgaves voor de toekomst.

Interne controle is een onafhankelijk functie die in het algemeen achteraf toetst of gehandeld is binnen de externe en interne wet- en regeling en zich primair richt op “financieel beheer”. De adviescommissie beoordeelt vooraf of de voorstellen die door de verschillende afdelingen worden aangeleverd in voldoende mate voldoen aan de drie filters van het afwegingskader zodat zij al dan niet kunnen worden uitgewerkt in volwaardige raadsvoorstellen.

Dat geschiedt met name door het wegen van de voorstellen op het afwegingskader.

In de presentatie is kennelijk onbedoeld de indruk gewekt dat deze dossiers al getoetst zijn aan de kaders.

Dat is niet zo. Bedoeld is dat inhoudelijk gezien de onderwerpen die in het raadsvoorstel onder “vertrekpunt” worden genoemd naar verwachting gezien hun aard in aanmerking komen voor financiering uit de fondsen. Toetsing vindt plaats nadat het afwegingskader is vastgesteld door de raad aan de hand van concreet uitgewerkte bestedingsvoorstellen.

Op dit moment liggen er nog geen dossiers die getoetst zijn aan de kaders voor financiering uit de fondsen. In de presentatie zijn vertrekpunten aangegeven waarvan het logisch is dat vanuit bestaande programma’s of icoonprojecten uit de samenwerkingsagenda er initiatieven voor de fondsen worden ingebracht.

Wellicht goed om te benadrukken dat ook mutaties in fondsen(reserves) een onderdeel vormen van onze (reguliere) begroting. Voor de uitleg waarom voor fondsen is gekozen wordt verwezen naar de vraag van de CU hieromtrent

6

Beantwoording vragen raadsfracties n.a.v. informerende bijeenkomst kaderstelling fondsen op 19 april 2023

16. Wat prevaleert bij de keuze voor financiering: de reguliere begroting of de fondsen? Waar ligt deze scheidsgrens?

17. Als een investering niet voldoet aan de inhoudelijke kaders, wordt deze dan geheel ter zijde geschoven, of wordt dan toch gekeken naar reguliere financiering? Indien ja, wordt deze keuze gemaakt op basis van inhoud of van financiering?

18. In de presentatie is aangegeven dat er niet een ‘score-kaart’ wordt bijgehouden, maar wordt gekeken naar het algehele beeld.

Aan de andere kant werd aangegeven dat slechts een enkel gezichtspunt kan aken dat voor financiering uit de fondsen kan worden voldaan.

Geldt dit voor alle gezichtspunten, oftewel, wegen deze allen even zwaar?

19. Welke punten (of het kompas, of de ‘spin’ of financiën prevaleren bij de beoordeling?

Gaat het om een inhoudelijke beoordeling of een financiële beoordeling?

20. Wat zijn de minimale eisen bij de beoordeling of een investering de drempel van de kaders haalt?

21. Wat tracht het college hiermee vast te leggen, aangezien de kaders niet zijn uitgewerkt?

Vraag GLL Voorheen hadden we het SIOF, zouden we een uitsplitsing kunnen krijgen van de projecten/initiatieven die hiermee zijn ge(co)financierd en hoe de methodiek achter het inzetten van de huidige 3 reserves zich verhoudt tot de methodiek achter het SIOF (wat is anders, wat is hetzelfde)?

Zie vraag 6 VVD fractie

In het algemeen geldt dat investeringsvoorstellen alleen op route gaan als zij passen in vastgestelde beleidskaders en als er een deugdelijke dekking onder zit. Als dekking vanuit de fondsen niet voldoet aan de eisen van de kaderstelling zal dus naar andere begrotingsposten worden gekeken indien het voorstel beleidsmatig gezien prioriteit heeft.

Wanneer de filters doorlopen worden, wordt duidelijk of een voorstel aan de kaders van de fondsen voldoet.

Binnen het transitiepotentie model is het afhankelijk van het doel of de functie van het voorstel welk gezichtspunt het zwaarst weegt. In het gegeven voorbeeld van BOSK worden niet alle punten even hoog ‘gescoord’. Dit hoeft niet te betekenen dat het voorstel dan niet door dit filter komt. Per fonds en per investeringsvoorstel is het goed denkbaar dat er sprake is van een andere weging van criteria. Uit het ingediende voorstel moet blijken welke gezichtspunten zwaarder wegen, daar is op voorhand geen uitspraak in te doen.

De opzet met de drie filters is bewust voorgesteld om zowel het belang van inhoud, doel en financiën goed te kunnen beoordelen. Het gaat om de samenhang tussen deze drie. Wanneer een beoordeling inhoudelijk goed is, maar financieel niet, dan past het voorstel bijvoorbeeld niet binnen de kaders voor de fondsen.

De minimale eis is dat een voorstel de verschillende filters door komt. De uiteindelijke beoordeling of een voorstel voor financiering vanuit de fondsen in aanmerking komt is aan de raad.

De inzet van dit aanvullende proces is bedoeld om een gedegen en breed gedragen voorstel voor besluitvorming aan de raad voor te leggen. Om zo samen met de raad te komen tot een transparante en resultaatgerichte inzet van de fondsen.

Beantwoording Het SIOF is indertijd ingesteld voor het realiseren van de strategisch lange termijn doelen van de gemeente door te investeren in de :

• Hoofdinfrastructuur (weg, water, spoor, lucht telecommunicatie, terminals);

• Economische infrastructuur;

• Woningmarktversterkende infrastructuur

• Versterking van de sociale infrastructuur.

Zoals uit de beschrijving blijkt is er zowel qua doelstelling als inhoudelijke lading een grote mate van overeenkomst 7

Beantwoording vragen raadsfracties n.a.v. informerende bijeenkomst kaderstelling fondsen op 19 april 2023 met de drie fondsen uit het coalitieakkoord. Nieuw is dat er bij de huidige kaderstelling een groter accent is gelegd op de onderwerpen die in het inhoudelijk kompas zijn genoemd bij het onderdeel “groen blauwe regio” Een korte opsomming van projecten die (deels) zijn gefinancierd vanuit SIOF:

• Nieuw Zaailand

• Wetsus/Watercampus

• Vrij Baan

• Harmoniekwartier

• University campus

• Stedelijke economie

Rekenvoorbeeld, vraag GBL Onderstaand wordt een rekenvoorbeeld gegeven. Daarbij is een willekeurig bedrag opgenomen als onderhoudslast (€ 150.000). De daadwerkelijke onderhoudslasten zullen uiteraard afhankelijk zijn van het voorstel dat wordt gedaan. Die kosten kunnen € 0 zijn, maar kunnen uiteraard ook substantieel hoger zijn dan € 150.000. Verder wordt uitgegaan van het huidige renteomslag percentage. Dit percentage kan in de toekomst veranderen.

Investering Afschrijving Rente Onderhoud Jaar van gereedkomen investering

€ 10.000.000 25 1% € 150.000 2024

Incidentele lasten Onttrekking reserve fondsen Storting reserve kapitaallasten

€ 10.000.000 -€ 10.000.000

Invloed op exploitatie

€0

Structurele lasten Afschrijving Dekking vanuit reserve kapitaallasten Rentelast Onderhoudslasten

2024 -€ 400.000 € 400.000 € 100.000 € 150.000

2025 -€ 400.000 € 400.000 € 96.000 € 150.000

2026 -€ 400.000 € 400.000 € 92.000 € 150.000

2027 -€ 400.000 € 400.000 € 88.000 € 150.000

Structurele invloed exploitatie

€ 250.000

€ 246.000

€ 242.000

€ 238.000

jaren per jaar (willekeurig bedrag)

8

Bekijk de brief: Beantwoording vragen bij raadsvoorstel Kaderstelling fondsen def_.docx

Bron: raadsinformatie van de gemeente Leeuwarden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Leeuwarden

Alle artikel 35-vragen in Leeuwarden