27 juni 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Maassluis

2. Beantwoording raadsvragen Kadernota 2024

Een raadslid stelde op 27 juni 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Maassluis.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Beantwoording vragen gemeenteraad Kadernota 2024-2027 Vraag 1 PVDA:

a) waarom staat dezelfde omschrijving wat we gaan doen voor de noodzakelijke ruimtevragers als de overige maatschappelijke opgaven? Er is zowel voor het coalitieakkoord als hiervoor extra geld uitgetrokken.

b) Waarom hebben we dat nodig en wat wilt u met de 380.000 structurele middelen gaan doen?

Antwoord:

a) Een aantal noodzakelijke ruimtevragers is incidenteel voor 2024 begroot; deze ruimtevragers kennen een structurele vraag die is geparkeerd. Om deze reden worden deze ruimtevragers bij de overige maatschappelijke opgaven opnieuw benoemd.

b) Deze € 380.000 structurele middelen zijn ter dekking van het beheerplan wegen dat in het najaar 2023 aan de raad zal worden aangeboden; specifiek voor de volgende onderdelen:

- Asfalteren fietspaden buiten de MFR (Kapitaallasten eenmalig 1M; 1M subsidie MRDH);

- Meerkosten noodzakelijke formatie (0,5 fte wegbeheerder; 0,25 fte toezichthouder kabels/leidingen, 0,25 fte databeheerder, 1 fte stratenmaker). De huidige formatie (0,5 fte wegbeheerder en 1,0 fte beheerder verlichting) is te klein om alle benodigde ambities te realiseren;

- Meerkosten voor het verbeteren van de kwaliteit van trottoirs en paden (conform coalitieakkoord);

- Onderhoudsreserve (onttrekking/storting). In 2023 en 2024 vindt een onttrekking plaats.

Het wegbeheerplan kent een looptijd van vijf jaar. De reserve is een egalisatiereserve om schokken op te vangen. Bovendien dient deze reserve op peil te blijven omdat de kosten na 2027 sterk toenemen. Voor 2028, het laatste jaar van dit beheerplan, wordt weer een uitname verwacht.

Vraag 2 CU: Kan er een status worden gegeven van alle in 2021 genoemde bezuinigingen?

Antwoord:

In de begroting 2021 zijn de bezuinigingsvoorstellen uitgewerkt in zes verschillende sporen. Deze kunt u terugvinden in onze Planning & control portaal met de volgende hyperlink:

Bezuinigingspakket | Begroting 2021 (begroting-2021.nl).

Voor de status van deze en andere taakstellingen verwijzen wij gemakshalve naar de Begroting 2023, bladzijde 137 (zie ook: Bezuinigingen | Begroting 2023 (begroting-2023.nl).

Dit geeft inzicht in alle nog te effectueren maatregelen. Voor een drietal van deze taakstellingen geven we hieronder een nadere toelichting.

- de taakstelling voor subsidies is gerealiseerd afgelopen jaar, en kan structureel wordt verwerkt in de begroting;

- gemeentelijke leges: wordt nog nader onderzocht en uiteindelijk verwerkt in de begroting 2024;

- verhogen huur binnen- en buitensportaccommodaties: hiervan is onlangs aangekondigd dat we die gaan uitvoeren met een ingroeimodel.

Op dit moment zetten we de nodige stappen om de overige taakstellingen daadwerkelijk te realiseren.

Vraag 3 LM: Wat wordt de verhoging voor de externe verhuur voor sportaccommodaties?

Antwoord:

In bijlage 1 Grondslagen en uitgangspunten 2024 wordt onder het kopje ‘Indexatie eigen inkomsten en kaders raming lokale lasten’ toegelicht dat deze in principe met de materiële kostencompensatie (3,7%) stijgen. Dit geldt voor de binnen- en buitensportaccommodaties en voor alle huurders. Daarbij 1

komt nog de procentuele verhoging vanuit de bezuiniging op sportaccommodaties. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen verenigingen en externe huurders. Wel is er sprake van commercieel tarief (afhankelijk van de zaal 2,5 tot 3x zo hoog), maar dat geldt bijvoorbeeld voor de organisaties van rommelmarkten.

Vraag 4 CDA: Kan er inzichtelijk gemaakt worden wat de samenhang is tussen SPUKs en inkomsten?

Antwoord:

De gemeente ontvangt specifieke uitkeringen (spuk’s) voor de uitvoering - onder voorwaarden - van specifieke taken. Er zitten grote verschillen tussen de regelingen, de grondslag en het tijdstip waarop de middelen aan de gemeenten beschikbaar worden gesteld.

In een aantal gevallen is er sprake van een wettelijke taak, denk daarbij aan de middelen voor het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) en de BUIG (uitkeringen). Soms worden voor heel specifieke onderwerpen - de afhandeling van de toeslagenaffaire en de coronasteunmaatregelen - uitkeringen verstrekt, of om uitvoering te (kunnen) geven aan rijksbeleid. Voorbeeld hiervan zijn de klimaatmiddelen en de aanpak energiearmoede.

Omdat veel van de specifieke uitkeringen in de loop van het jaar beschikbaar worden gesteld, is het vaak niet mogelijk deze op voorhand in de begroting op te nemen.

Wij onderzoeken of het mogelijk is om deze specifieke geldstromen via de specifieke uitkeringen in de begroting 2024 zichtbaar te maken. Gelet op de grote verschillen tussen de regelingen en de wijze waarop deze wel of niet direct worden verwerkt in de primaire gemeentelijke begroting lijkt dit op voorhand een lastige opgave.

Vraag 5 CDA: Kan er een overzicht komen hoeveel vacatures en open staan en hoeveel personeel we hebben, zowel vaste medewerkers als externe inhuur?

Antwoord:

Er zijn 46 fte openstaande vacatures over het jaar 2023 tot en met 13-06-2023.

We hebben in 2023 74 fte (121 personen in totaal in het systeem) aan externe inhuur medewerkers geregistreerd staan en 277 werknemers in dienst. De totale begrote formatie is ongeveer 283 fte.

Vraag 6 FvM: Heeft de gemeente beleid als het gaat om externe inhuur?

Antwoord:

Momenteel is er geen expliciet beleid. Dit is in de maak. Waar vaste formatie beschikbaar is gesteld, zetten we zo veel mogelijk in op vaste dienstverbanden. De huidige situatie op de arbeidsmarkt maakt dit lastig.

Vraag 7 FvM: Hoe gaat de gemeente om met het gebruik van fondsen?

Antwoord:

Bij het uitvoeren van de activiteiten binnen de programma’s van de begroting wordt in meerdere gevallen gebruik gemaakt van subsidiemogelijkheden. Dit is altijd een afweging tussen de baten en de lasten. Hierbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar de hoogte van het subsidiebedrag, de ruimte in de begroting voor eventuele cofinanciering en de inspanning die moet worden gedaan voor de verantwoording. Op deze manier zijn de afgelopen periode middelen verkregen voor woningbouw op de Kade, Burgemeesterswijk en het Balkon. Voor maatregelen op het gebied van verkeer zijn via de MRDH tevens subsidiemogelijkheden bekend.

Voor een lokale overheid is het vaak niet mogelijk om in aanmerking te komen voor (particuliere) fondsen. Ook financieringsconstructies zijn vaak geen optie, aangezien de gemeente aan totaalfinanciering doet en we relatief goedkoop kunnen lenen. 2

Voor wat betreft Europese subsidies is het vaak lastig om zowel aan de aanvraagvoorwaarden (omvang van het project) als aan de verantwoordingsvoorwaarden te voldoen. Daarom wordt van deze mogelijkheid over het algemeen geen gebruik gemaakt. Voor het project Maassluis Maritiem wordt op dit moment verkend of we hierbij gebruik kunnen maken van een Europees Fonds.

Vraag 8 D66: In de Kadernota op pagina 15 wordt verwezen naar de VANG-doelstellingen met betrekking tot het beter scheiden van afval. Om het in de Kadernota beschreven voorstel beter te kunnen beoordelen zijn wij heel benieuwd hoe Maassluis er nu voorstaat qua afvalscheiding. Wat zijn de (meest) actuele cijfers van het afval scheiden?

- Het percentage afvalscheiding

- De hoeveelheid restafval per huishouden Ik lees natuurlijk ook graag van wanneer de cijfers dateren Antwoord:

• Het percentage afvalscheiding bedroeg in 2022 indicatief 48%. In dit percentage zijn alle andere gescheiden stromen zoals glas, accu’s, matrassen, etc. niet meegenomen.

• Uitgaande van ca. 3.000 ton restafval over de eerste vier maanden van 2023 verwachten we (lineair doorgetrokken) 9.000 ton restafval voor het jaar 2023. Op 35.000 inwoners is dat 257 kg per inwoner. Dat is lager dan twee jaar geleden toen we op 284 kg zaten.

3

Vraag 9 CDA: Is het mogelijk om een overzicht te ontvangen van de lopende leningen, inclusief rentepercentage en resterende looptijd?

Antwoord:

Staat E Vaste geldleningen O/G 2023 Volgnr.

Oorspronkelijk bedrag van de geldlening of het voorschot

Leningnummer

Rente %

Restantbedrag Bedrag van de in Bedrag van de van de lening of de loop van het rente of het het voorschot aan dienstjaar opge- rentebestanddeel het begin van het nomen leningen of dienstjaar voorschotten

Bedrag van de aflossing of het aflossingsbestanddeel

Restantbedrag van de lening of het voorschot aan het einde van het dienstjaar

200.000,00 400.000,00 500.000,00 1.000.000,00 200.000,00 400.000,00

2.000.000,00 4.400.000,00 0,00 0,00 3.600.000,00 7.600.000,00

ONDERHANDSE LENINGEN BNG (60000) 07.02.00 08.01.00 12.01.00 12.02.00 15.01.00 16.01.00

5.000.000,00 10.000.000,00 5.000.000,00 10.000.000,00 5.000.000,00 10.000.000,00

40.102798 40.103450 40.107298 40.107557 40.109.691 40.110.471

4,7450 4,5840 2,5600 1,9950 0,9200 1,2900

2.200.000,00 4.800.000,00 500.000,00 1.000.000,00 3.800.000,00 8.000.000,00

0,00

98.904,00 204.207,78 1.087,12 8.526,58 33.578,73 99.467,83

20.300.000,00

0,00

445.772,04

2.700.000,00

17.600.000,00

108.231,24 (38.268,17)

500.000,00 1.500.000,00

2.500.000,00 10.500.000,00

2027

0,00

122.948,39 34.271,23…

Bekijk de brief: 2. Beantwoording raadsvragen Kadernota 2024

Bron: raadsinformatie van de gemeente Maassluis (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Maassluis

Alle artikel 35-vragen in Maassluis