23 oktober 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Montfoort

231212 Beantwoording schriftelijke vragen PAK uitbreiding Cattenbroekerdijk 34

Een raadslid stelde op 23 oktober 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Montfoort (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • Vraag. → De ODRU heeft op 1 3 mei 2020 namens burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verleend voor een nieuwe varkensstal op Cattenbroekerdijk 34 ter vervanging van de eerder afgebrande…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Raadsinformatiebrief Aan de leden van gemeenteraad Montfoort

Zaaknummer

248755

Onderwerp

Beantwoording schriftelijke vragen PAK uitbreiding Cattenbroekerdijk 34

Portefeuillehouder

C.L. Jonkers

Datum

12 december 2023

Geachte raadsleden, Op 23 oktober 2023 heeft raadslid de heer Pennarts namens de Fractie ProgressiefAkkoord schriftelijke vragen gesteld op grond van artikel 5.32 van de Verordening voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Montfoort. Deze vragen gaan over de ontwikkeling Cattenbroekerdijk 34. Middels deze raadsinformatiebrief worden de schriftelijke vragen beantwoord.

Toelichting dhr. Pennarts bij schriftelijke vragen Op 29 juni 2019 is er een varkensstal afgebrand op Cattenbroekerdijk 34. Tijdens de herbouw hebben we de toenmalige wethouder gevraagd er op toe te zien dat e.e.a. behoorlijk zou verlopen. De ODRU heeft op 13 mei 2020 een omgevingsvergunning verleend voor de nieuwe varkensstal ter vervanging van de afgebrande stallen incl. de uitbreiding van de veestapel t.o.v. de oude situatie. Het bestemmingsplan is niet getoetst aan de Provinciale Ruimtelijke Visie, het gevolg daarvan is dat er een stal met meer dan één verdieping is gerealiseerd. Tot zover de geschiedenis.

Op 21 sept 2021 heeft het college meegewerkt aan het de wens, van de door brand getroffen ondernemer, om achter het bouwvlak de mestsilo te mogen plaatsen. Hierover is een raadsbesluit genomen op 7 maart 2022.

Nu blijkt er vergunning verleent te zijn voor de uitbouw (twee verdiepingen) van de stal zonder dat daar een mestsilo bij komt kijken aangezien die allang onder het pand bevind.

Beantwoording schriftelijke vragen

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Vraag. Het lijkt erop dat de raad hier willens en wetens op het verkeerde been is gezet, klopt dat? Antwoord Het (toenmalige) college heeft niet bewust de raad op het verkeerde been gezet. ln de onderbouwing van het bestemmingsplan is namens de aanvrager nut en noodzaak van de verlegging van het bouwvlak ten behoeve van de bouw van een mestsilo beargumenteerd. De adviseur van de aanvrager heeft deze intentie al in 2018 bij de ODRU kenbaar gemaakt en heeft daar toen al een ruimtelijke onderbouwing voor aangeleverd. Er was geen aanleiding om te veronderstellen dat aanvrager een andere bedoeling had. Het is bij een aanpassing van het bouwvlak niet gebruikelijk om de bouwregels te veranderen. ln de regels van het postzegelbestemmingsplan Cattenbroekerdijk 34 is dan ook niet vastgelegd dat het achterste, veriegde, deel van het bouwvlak enkel gebruikt mag worden voor de bouw van een mestsilo. Op dit deel van het bouwvlak gelden dezelfde regels als voor de rest van het bouwvlak en daarmee is met de vaststelling van het bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 34 ook het bouwen van andere bouwwerken, dan een mestsilo, ruimteïijk toegestaan. De aanvraag voor Cattenbroekerdijk 34 die nu in procedure is, ¡s daarom niet in strijd met de regels van het bestemmingsplan. Gemeente Montfoort l KsteeIp1ein 5 l 34171G Montfoort Pûstbus 41 l 3/.17 ZG Montfoort l T 0348-1.76400 l infornontfoort.nL www.montfoort.n[ . Gemeente Montfoort Er kan niet achterhaald worden of de aanvrager al tijdens de bestemmingsplanprocedure van plan was om deze aanvraag omgevingsvergunning ¡n te dienen. Aanvrager geeft aan dat door voortschrijdend inzicht en de tijd die verstreken is met het opsteilen van het bestemmingsplan de mestsilo nu onder het nieuwe gebouw kan worden gerealiseerd en een aparte mestsilo niet meer nodig is. Het (toenmalige) college heeft de raad dus niet willens en wetens op het verkeerde been gezet. We hebben ook geen aanwijzing dat de aanvrager of ziin adviseur dat heeft gedaan. 2. Vraaq: ln de brief van 21 september 2021 van het college aan de raad staat geschreven: Naar aanleiding van het overleg met de provincie is het ontwerpbestemmingsplan op enkele punten aangescherpt. Zo is er een planregel toegevoegd waardoor geen nieuwe stallen van meer dan één bouwlaag mogen worden gerealiseerd . . . Waarom gelden deze afspraken niet?

Antwoord van het college

De ODRU heeft op 1 3 mei 2020 namens burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verleend voor een nieuwe varkensstal op Cattenbroekerdijk 34 ter vervanging van de eerder afgebrande stallen. Er is bij die omgevingsvergunning een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan toegestaan voor overschrijding van de toegestane goothoogte, waardoor de nieuwbouw kon voorzien ¡n een stal van twee verdiepingen Op beide verdiepingen werden varkens gestald. De omgevingsvergunning zag ook op de wijziging van de inrichting (activiteit milieu), waarbij de veestapel is uitgebreid.

De provincie en de gemeente constateerden in het voorjaar van 2021 dat de (toen al onherroepelijke) vergunning onterecht was verleend. Het provinciale beleid verbiedt gemeenten namelijk om in ruimtelijke besluiten het stallen van dieren in meer dan één bouwlaag toe te staan. Toen dit aan het licht kwam, was er ook een bestemmingsplan in voorbereiding voor de aanpassing van het bouwvlak van Cattenbroekerdijk 34. Deze aanpassing maakte het mogelijk een mestsilo te bouwen achter de stal. Er is toen in nauw overleg met de provincie een regel in dit postzegelbestemmingsplan opgenomen waardoor er geen nieuwe gebouwen meer mogen worden gerealiseerd voor het stallen van dieren in meer dan één bouwlaag. Deze regel is ook via een reparatie toegevoegd aan het bestemmingsplan voor het hele buitengebied (Reparatie le herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012, vastgesteld 13 december2021). We voidoen hiermee dus nu voor het hele buitengebied aan de provinciale instructieregel voor agrarische bedrijven waarin staat: bedrijfsgebouwen met maximaal één laag voor het stallen van dieren zijn toegestaan (artikel 8.1 van de lnterim Omgevingsverordening provincie Utrecht).

Het gaat er dus om dat dieren niet op meer dan één laag worden gestald. Het is echter niet verboden om boven een dierenstal een verdieping te realiseren voor een andere functie, in dit geval opslag. Een dergelijk verbod is ook niet de intentie geweest. De aanvraag voor Cattenbroekerdijk 34 die nu in procedure is, is daarom niet in strijd met de regel, omdat er in de nieuwbouw geen dieren op de verdieping worden gestald. Daarbij is er expliciet voor gekozen om bij deze aanvraag geen medewerking te verlenen aan een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan voor overschrijding van de toegestane goothoogte.

Vraag: Wat gaat het college hieraan doen om dit recht te zetten?

Antwoord: Zoals uitgelegd in de antwoorden op vragen 1 en 2 is de aanvraag voor Cattenbroekerdijk 34 niet in strijd met de regels van het bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 34. Ons college had dus, bestemmingsplantechnisch, niet anders kunnen beslissen dan de omgevingsvergunning te verlenen.

We hebben goed onderzocht of het juridisch mogelijk is om de omgevingsvergunning te weigeren.

4.

Vraag Daarnaast is er vergunning verleent voor het opschalen van het aantal dieren van 13000 naar meer dan 18000 stuks. Hiervoor is de uitstroomsnelheid van de luchtwasser op papier verhoogt

Gerneente Montfoort l Kdsteetplein 5 l 3417JG Montfoort Pastbus 41 l 3417 ZG Montfoort l T 0348-476400 l [email protected]

www.montfoort.nl

.

emeente Montfoort

naar 9,9 m/s, maar is de geurreductie niet gewaarborgd. Dit valt in de praktijk nogal tegen. Hoe denkt het college de volksgezondheid van de inwoners van Linschoten te garanderen wanneer er 18000 dieren zijn gehuisvest met alle uitstoot stank, fijnstof en ammoniak?

Antwoord: De geurreductie ¡s wel gewaarborgd; door het wijzigen van de hoogte van de emissiepunten en de uittreedsnelheid van de ventilatielucht wordt ondanks de toename van de geuremissie toch een verlaging van de geurbelasting op de omliggende woningen (of andere geurgevoelige objecten) gerealiseerd. De omgevingsdienst berekent deze geurbelasting met het computerprogramma VStacks Vergunning, aan de hand van verschillende factoren: diersoort, stalsysteem, geuremissiefactor, hoogte en diameter van het emissiepunt en uittreedsnelheid van de stallucht. Deze berekeningen zijn vastgelegd ¡n de vergunningaanvraag, zodat in de toekomst gecontroleerd kan worden of de aangevraagde situatie overeenkomt met de werkelijke situatie.

Het klopt dat de emissies van met name ammoniak en fijnstof kunnen leiden tot risicos voor de volksgezondheid. Deze risicos moeten als gevolg voor het milieu bij de beoordeling van de aanvraag worden betrokken. Dit is gedaan en daaruit is gebleken dat, ondanks dat de aangevraagde veranderingen een toename geven van de emissies, er geen specifieke risicos voor de volksgezondheid zijn die aanleiding zijn voor aanvullende voorschriften.

5. Vraag: De voorgestelde luchtwassers voldoen voigens de berekeningen van de leverancier precies aan de norm. Graag zien we een onafhankelijk engineers bureau een seconde opinion rapport opstellen. We verzoeken de wethouder dit op te pakken aangezien de vergunning nu gebaseerd is op de gegevens van de leverancier van de luchtwasser. Daarnaast is er in de praktijk veel mis met dit soort oplossingen wat ons als Raad de verplichting geeft om dit serieus te onderzoeken. Kan de wethouder dit ingang zetten?

Antwoord: De gegevens van de leverancier van de luchtwassers zijn gecontroleerd door de omgevingsdienst. De aangevraagde biologische (combi)luchtwasser geeft een reductie van 85% ammoniak, 45% geur en 85% fijnstof. Er is landelijk discussie over de werking van luchtwassers wat tot gevolg heeft gehad dat de geurreductiefactor naar beneden ¡s bijgesteld. De factoren voor ammoniak, geur en fijnstofzijn wettelijk vastgesteld. Op basis hiervan heeft de omgevingsdienst geconstateerd dat de aangevraagde luchtwassers voldoen. Wij verwachten niet dat een onafhankelijk engineers bureau tot een andere conclusie zal komen, dus wijzen dit verzoek af. Het is juist de vraag of de luchtwassers ¡n praktijk doen wat het op papier belooft. Dit wordt tijdens de milieucontroles gecontroleerd door de omgevingsdienst.

Daarbij wordt het effect van de luchtwassers met betrekking tot ammoniak ook meegenomen in het besluit in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit besluit moet nog worden genomen door de provincie en ¡s niet aangehaakt bij de Wabo-vergunning. Zolang dit besluit nog niet is genomen, mag de aanvrager geen nieuwe emissiearme technieken in gebruik nemen.

6. Vraag: Kan de wethouder de GGD inschakelen voor advies. De GGD heeft een richtlijn milieukunde veehouderij en gezondheid en we zien graag in het kader van de volksgezondheid een advies van de GGD.

Antwoord: Wij hebben de GGD ingeschakeld voor advies, maar het is de GGD nog niet gelukt om het advies op te stellen. Wij hebben ervoor gekozen uw overige vragen nu al te beantwoorden. Het advies van de GGD zal dus later volgen, als aanvulling op deze raadsinformatiebrief.

Gemeente Montfoort l Kasteelplein 5 l 3417JG Montfoort Postbus 41 l 3417 ZG Montfoort l T 0348-476400 l [email protected]

www.montfoort.nl

7.

Vraaci: Het uitbreiden van het aantal dieren zal ook effect hebben op de hoeveelheid vervoersbewegingen. Aan en afvoeren dieren, aanvoeren voedsel, afvoeren mest.... Wat doet het college om de verkeersveiligheid in Cattenbroekerdijk te garanderen?

Antwoord: ln de bijlage MER bij de aanvraag zitten geen gegevens over de huidige hoeveelheid verkeersbewegingen. Wel geeft onderstaande tabel de toekomstige situatie weer. De toename van de hoeveelheid verkeersbewegingen is daarom lastig in te schatten. 5.4.2

Aan- en afvoerbewegingen

De toename van de hoeveelheid verkeersbewegingen zal niet nader opgevraagd worden bij de aanvrager en beoordeeld worden door de beleidsmedewerker verkeer van de gemeente, omdat verkeer geen weigeringsgrond is voor de aanvraag voor Cattenbroekerdijk 34 die nu in procedure is. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 34 is beoordeeld of de wijziging een significante toename in het aantal verkeersbewegingen tot gevolg zou hebben. Omdat deze wijziging ten behoeve van de mestsilo was, is vastgesteld dat dit niet tot een significante toename in het aantal verkeersbewegingen zou leiden. De aanvraag voor Cattenbroekerdijk 34 die nu in procedure is past binnen het bestemmingsplan en verkeer is meegenomen in de totstandkoming van het bestemmingsplan, waardoor de aanvraag niet kan worden geweigerd op grond van verkeer.

Vorig jaar is de Cattenbroekerdijk gedeeltelijk opnieuw geasfalteerd. Hierbij zijn geen extra maatregelen getroffen ten behoeve van de verkeersveiligheid. De beleidsmedewerker verkeer is momenteel aan het onderzoeken of er maatregelen kunnen worden getroffen die zouden leiden tot een verbetering van de verkeersveiligheid op de Cattenbroekerdijk. Als blijkt dat dit mogelijk is, zullen deze maatregelen gelijktijdig met het opnieuw asfalteren van het resterend deel van de Cattenbroekerdijk getroffen worden. Echter bevinden we ons nog in de beginfase; er is nog geen budget beschikbaar gesteld en het is nog onbekend wanneer het resterend deel van de Cattenbroekerdijk opnieuw geasfalteerd zal worden.

Verder zal er binnenkort een onderzoek naar de invloed van zwaar vrachtverkeer op het onderhoud van dijkwegen worden uitgevoerd. Hieruit zal blijken of het noodzakelijk is om een aslastbeperking op deze wegen in te voeren. De verkeersveiligheid is niet de voornaamste reden dat dit onderzoek wordt uitgevoerd, maar de eventuele aslastbeperking zou hieraan ten goede kunnen komen.

Gemeente Montfoort l Kasteelp1ein 5 l 3417JG Montfúort Postbus 41 l 3417 ZG Montfoort l T 0348-476400 l [email protected]

www.montfoort.nl

Gemeente Montfooít

8.

Vraag: Heeft de wethouder bij de beoordeling van de nieuwe vergunning goed naar de gekozen emissiepunten gekeken? M.a.w. komen deze punten overeen met de emissiepunten uit de berekening zodat de geurbelasting die gecalcuieerd wordt dus ook aansluit bij het punt waar de ammoniak, geurstoffen en fijnstof de stal verlaten. Kan de wethouder bevestigen dat dit klopt?

Antwoord: De emissiepunten zijn zeker goed bekeken; de emissiepunten uit de berekening komen overeen met deze op de tekeningen behorend bij de aanvraag. De emissiepunten van de stallen en de uitreedsnelheden van de ventilatielucht zijn in de aangevraagde situatie verhoogd ten opzichte van de huidige situatie. Deze verhoging van de emissiepunten tot 15,5 meter boven maaiveld en de uitreedsnelheid tot 9,9 m/sec zijn nodig om aan de geurnormen te kunnen voldoen. Hogere emissiepunten en uitreedsnelheden geven een betere verspreiding van geur en dus een lagere geurbelasting op omliggende woningen.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Bekijk de brief: 231212 Beantwoording schriftelijke vragen PAK uitbreiding Cattenbroekerdijk 34

Bron: raadsinformatie van de gemeente Montfoort (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Montfoort

Alle artikel 35-vragen in Montfoort