2024-263 Antw. Br. schriftelijke vragen De Unie dd 16-10-24 rondom de sloop van Merwestein (zie 2024-230)
Een raadslid stelde op 16 september 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Heeft het College monitoring doen plaatsvinden betreffende resp. het geluidsniveau, fijnstof, CO2, Pfas en evt. andere stoffen die voor de gezondheid niet bevorderlijk… → Er vindt bij sloop geen monitoring plaats op de genoemde stoffen.
- Indien dit het geval is, kan het College de resultaten van deze monitoring dan met de raad delen? → Zie antwoord op vraag 1.
- Indien dit niet het geval is, waarom heeft het College dit niet doen plaatsvinden terwijl tevoren in te schatten was dat er voor de gezondheid negatieve stoffen zouden… → Het is niet haalbaar en gangbaar om dat bij elk project te doen.
- Is het college voornemens om bij soortgelijke projecten dan wel monitoring te doen plaatsvinden? → Toezicht wordt verricht in overeenstemming met de landelijke wet- en regelgeving.
- Is het college bereid om rond het sloopterrein een quick-scan uit te voeren op bovengenoemde stoffen teneinde gegevens in het door de Unie aangegeven kader vast te… → Gezien het antwoord op vraag 3 zien wij hier geen reden toe.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Postbus 1 3430 AA Bezoekadres Stadsplein 1 3431 LZ IBAN: NL49 BNGH 0285 0043 87 BIC: BNGHNL2G
www.nieuwegein.nl
Contactpersoon Telefoon
Marleen Manders
14 030
E-m ail [email protected]
De Unie (van Nieuwegein)
Datum
t.a.v. Mevrouw A. Derriks
Uw kenmerk Kenmerk
16 oktober 2024 2024-230
Zaaknummer Berichtnummer Ond erwerp
Schriftelijke vragen rondom sloop Merwestein
Geachte mevrouw Derriks,
In uw brief van 16 september 2024 heeft u vragen ex art. 44 gesteld over de sloop in Merwestein.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Heeft het College monitoring doen plaatsvinden betreffende resp. het geluidsniveau, fijnstof, CO2, Pfas en evt. andere stoffen die voor de gezondheid niet bevorderlijk zijn?
Antwoord van het college
Er vindt bij sloop geen monitoring plaats op de genoemde stoffen. Bij de sloop van complex Merwestein is er wel afgesproken dat fijnstof die vrijkomt tijdens de sloopwerkzaamheden verneveld/besproeid wordt. Hier zitten wel grenzen aan, want niet al het fijnstof kan nat worden gehouden. Als het afval met stof te nat wordt kan het niet in de zgn. mobiele puinbreker dan komt het puin er als pap uit. Bij regen worden de sloopmaterialen op een natuurlijke wijze vochtig gehouden en is sproeien meestal niet nodig.
Bij de sloop zijn er geen geluids- en/of trilling meters opgehangen, tijdens de bouw zijn deze inmiddels wel geplaatst. Tijdens de sloopwerkzaamheden is er wel toezicht geweest op het geluidsniveau en indien nodig is hierop ingegrepen door de uitvoerder.
Vraag 2
Indien dit het geval is, kan het College de resultaten van deze monitoring dan met de raad delen?
Antwoord van het college
Zie antwoord op vraag 1.
Vraag 3
Indien dit niet het geval is, waarom heeft het College dit niet doen plaatsvinden terwijl tevoren in te schatten was dat er voor de gezondheid negatieve stoffen zouden vrijkomen?
Antwoord van het college
Het is niet haalbaar en gangbaar om dat bij elk project te doen. Bij dit complex zijn er vooraf geen specifieke stoffen aangemerkt waarvoor het maken van verscherpte regels wenselijk was. De landelijke regels worden getoetst en gemonitord, zowel bij de aanvraag als tijdens de uitvoering.
Bladnummer Kenmerk
2/2
2024-230
Ond erwerp
Schriftelijke vragen rondom sloop Merwestein
Vraag 4
Is het college voornemens om bij soortgelijke projecten dan wel monitoring te doen plaatsvinden?
Antwoord van het college
Toezicht wordt verricht in overeenstemming met de landelijke wet- en regelgeving.
Mocht er aanleiding zijn om toezicht te voeren op verscherpte richtlijnen die wenselijk en haalbaar zijn dan zal dit plaatsvinden.
Vraag 5
Is het college bereid om rond het sloopterrein een quick-scan uit te voeren op bovengenoemde stoffen teneinde gegevens in het door de Unie aangegeven kader vast te stellen en daarop dan zo nodig actie te ondernemen?
Antwoord van het college
Gezien het antwoord op vraag 3 zien wij hier geen reden toe.
Wij hopen met deze brief de voorgelegde vragen voldoende te hebben beantwoord.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Nieuwegein (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.