huisvesting kledingbank (zie 2026-123)
Een raadslid stelde op 16 april 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein (2 vragen).
In het kort
2 vragen en wat het college antwoordt
- Onderschrijft het college het grote belang van de Kledingbank en Speelgoedbank die de Stichting K4N met inzet van tal van vrijwilligers heeft opgezet voor Nieuwegeinse… → Ja.
- Welke alternatieven zijn door uw college onderzocht in een poging om deze activiteiten van de Stichting voort te kunnen zetten? → Wat waren de uitkomsten van dit onderzoek?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Onderschrijft het college het grote belang van de Kledingbank en Speelgoedbank die de Stichting K4N met inzet van tal van vrijwilligers heeft opgezet voor Nieuwegeinse inwoners met een kleine beurs?
Antwoord van het college
Ja. Het college onderschrijft het maatschappelijke belang van de kledingen speelgoedbank. Deze voorzieningen spelen een waardevolle rol voor Nieuwegeinse inwoners met een laag inkomen en dragen bij aan armoedebestrijding, sociale inclusie en circulair gebruik van goederen. Daarbij is het college zich bewust van de grote inzet van vrijwilligers die deze voorzieningen mogelijk maken. Daarom konden de kleding- en speelgoedbank ook op basis van een ‘leegstandsbeschermingsovereenkomst’ kosteloos gebruikmaken van deze locatie. Vraag
Vraag 2
Welke alternatieven zijn door uw college onderzocht in een poging om deze activiteiten van de Stichting voort te kunnen zetten?
Antwoord van het college
Wat waren de uitkomsten van dit onderzoek? Antwoord: De zoektocht naar een nieuwe locatie voor de Kleding- en Speelgoedbank is halverwege 2024 gestart. Vanaf dat moment heeft de gemeente actief gezocht naar een alternatieve locatie binnen het (eigen) maatschappelijk vastgoed, zodat huisvesting kosteloos kon worden aangeboden. Er zijn meerdere opties onderzocht, waaronder verschillende voormalige schoolgebouwen. Deze locaties vond de kledingen speelgoedbank uiteindelijk niet geschikt vanwege: Indeling van de panden: beschikbare locaties voldeden niet aan de ruimtelijke en functionele eisen die de kledingbank stelt, zoals een logische interne routing en voldoende opslagcapaciteit. Bezochte leegstaande schoolgebouwen: o Eén gebouw viel af vanwege de minder gunstige indeling van het gebouw en de locatie. o Het andere gebouw beschikte over voldoende ruimte, maar was alleen beschikbaar voor een korte periode (2 jaar) In samenwerking met de kleding- en speelgoedbank zijn deze opties zorgvuldig beoordeeld en is hulp geboden om de indeling van het pand aan te passen. Ondanks de bereidheid van de gemeente om aanpassingen te doen en kosten te dragen, heeft het bestuur van de kledingbank deze locaties afgewezen. De activiteiten van deze organisaties stellen specifieke eisen aan ruimte, bereikbaarheid, opslagcapaciteit en logistiek wat het vinden van passende huisvesting complex maakt. Tot op heden is er geen locatie gevonden die aan deze randvoorwaarden voldoet én op korte termijn en voor langere tijd beschikbaar is. Vraag 3: Ziet het college mogelijkheden om in overleg met de Stichting en wellicht andere partners een alternatief te ontwikkelen waardoor de Nieuwegeinse inwoners die nu dankbaar gebruikmaken van de Kleding- en Speelgoedbank blijvend geholpen kunnen worden? Antwoord: Het college blijft bereid om samen met Stichting K4N en andere maatschappelijke partners te verkennen welke alternatieven mogelijk zijn. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar fysieke huisvesting, maar ook naar eventuele andere vormen van ondersteuning of samenwerking die kunnen bijdragen aan het voortzetten van de hulp aan de betreffende doelgroep. Vraag 4: Is het college bereid om, indien er voor 1 juli nog geen structurele oplossing is gevonden, de sloop van de Vredebestlaan 23 uit te stellen of een tijdelijke unit-oplossing te faciliteren, zodat de continuïteit van de hulpverlening aan de honderden gezinnen niet in gevaar komt? Antwoord: Uitstel van sloop heeft gevolgen voor de planning en voor betrokken partners. Nadat de kleding- en speelgoedbank het pand hebben verlaten, dient er nog een asbestonderzoek uitgevoerd te worden. Indien dit pas later kan plaatsvinden komt de (al vertraagde) planning met betrekking tot de realisatie van het nieuwe pand verder in het geding. Wij kunnen daarom de sloop niet uitstellen. Een tijdelijke unit is om diverse redenen geen reële optie. Vraag 5: In hoeverre is het college bereid om een huursubsidie of een maatschappelijk huurtarief toe te passen voor de Stichting K4N, gezien de enorme besparing die deze stichting de gemeente oplevert in het kader van armoedebestrijding en de circulaire economie? Antwoord: Het college erkent dat de inzet van Stichting K4N bijdraagt aan gemeentelijke beleidsdoelen op het gebied van armoedebestrijding en circulariteit. Indien er een passende huisvestingslocatie wordt gevonden, is het college bereid te onderzoeken of toepassing van een maatschappelijk huurtarief of andere vormen van ondersteuning mogelijk en passend zijn binnen het bestaande subsidiekader en het gelijkheidsbeginsel. Vraag 6: Kan het college een overzicht geven van alle gemeentelijke vastgoedobjecten die momenteel leegstaan of binnen zes maanden vrijkomen? Waarom voldoen deze specifieke locaties wel of niet aan de eisen van de Kledingbank? Antwoord: Het college beschikt over een actueel overzicht van het gemeentelijk vastgoed. Een deel van deze panden is echter al bestemd voor herontwikkeling, tijdelijke verhuur of kent beperkingen op het gebied van bestemming, omvang, toegankelijkheid en/of veiligheid. Hierdoor zijn deze locaties niet zonder meer geschikt voor de huisvesting van de kleding- en speelgoedbank. Binnen het gemeentelijk vastgoed zijn er momenteel drie gebouwen in leegstandbeheer met een gebruiksoppervlakte van circa 500 m². Dit betreft de onderwijsgebouwen aan de Parelduiker en de Graaf Dirklaan 2, en het kantoorgebouw van de Henkelfabriek. De locaties Parelduiker en Graaf Dirklaan 2 zijn uitvoerig onderzocht op geschiktheid. Het kantoorgebouw van de Henkelfabriek is niet nader onderzocht, omdat dit pand slechts voor een beperkte periode beschikbaar is en over ongeveer twee jaar zal worden ingezet voor tijdelijke onderwijshuisvesting. Op basis van deze overwegingen voldoen de genoemde locaties niet of onvoldoende aan de eisen die de kleding- en speelgoedbank stelt aan een duurzame en passende huisvesting. Vraag 7: De Kledingbank is een onmisbare partner voor inwoners met een kleine beurs. Hoe verhoudt het mogelijk verdwijnen van deze voorziening zich tot de ambities van het college om armoede effectief te bestrijden en de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten? Antwoord: Het college ziet de kleding- en speelgoedbank als een waardevolle voorziening binnen het bredere netwerk van voorzieningen voor inwoners met een kleine beurs. Tegelijkertijd werkt de gemeente aan een samenhangend armoedebeleid waarin ook andere maatregelen en voorzieningen worden ingezet om inwoners te ondersteunen en hun zelfredzaamheid te vergroten, bijvoorbeeld de Wegwijzer Geldzaken en de Nieuwegein Stadspas. Het mogelijk wegvallen van één voorziening onderstreept het belang van dit brede vangnet en van samenwerking met maatschappelijke partners. Wij zien wel dat er inmiddels meerdere initiatieven in de stad zijn ontstaan rondom kledingrecycling, zoals tweedehandswinkels, een actieve weggeefwinkel, KrijgdeKleertjes.nl en een kledingruilinitiatief (KledingKetting). Wij onderzoeken hoe deze initiatieven beter in beeld kunnen worden gebracht en duidelijker kunnen worden gecommuniceerd, zodat inwoners ze goed weten te vinden.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Nieuwegein (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.