schriftelijke vragen Voorjaarsnota 2026 D66 en PUUR na Commissie BME
Een raadslid stelde op 16 juli 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Noordwijkerhout.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
1 Per fractie ingediende schriftelijke vragen raads- en commissieleden Namen fracties: D66 en PUUR P&C document: Voorjaarsnota 2026 Datum ingediend: 1 juli 2026 Nr Vraag Antwoord
1. Naar aanleiding van de commissie BME van 30 juni 2026, en de toezeggingen van de wethouder om meer informatie te geven, dienen wij om volledig te zijn deze schriftelijke vragen in.
De voorjaarsnota is meer dan een planning- en controldocument.
Er staan ook diverse begrotingswijzigingen voor 2026 in die financiële gevolgen hebben. Het zou goed zijn als het college expliciet duidelijk maakt dat de gemeenteraad deze wijzigingen goedkeurt bij het vaststellen van de voorjaarsnota. Wij ontvangen daarom graag een uitgebreidere onderbouwing van de volgende begrotingswijzigingen:
1) Het in dienst houden van een bestuursadviseur (72k)
2) Het financieren van een programma-ondersteuner DBS (90k) Hierbij uitgebreidere onderbouwingen van deze vier begrotingswijzigingen:
1) In de Voorjaarsnota 2026 is aangegeven dat bij de Perspectiefnota 2027-2030 een afweging zou worden gemaakt over het structureel opnemen van de functie bestuursadviseur. Deze afweging heeft plaatsgevonden. Voorafgaand aan deze afweging is de functie bestuursadviseur geëvalueerd. In het kader van deze evaluatie zijn gesprekken gevoerd met het college, de directie, clustermanagers, de griffie, communicatie, het secretariaat en de bestuursadviseurs zelf. Uit de evaluatie blijkt dat de bestuursadviseur een belangrijke rol vervult in het bewaken van bestuurlijke processen, het voorbereiden van bestuurlijke besluitvorming en het versterken van de verbinding tussen bestuur en ambtelijke organisatie.
De evaluatie laat zien dat de functie bijdraagt aan meer rust, overzicht en kwaliteit in de bestuurlijke ondersteuning. Op basis hiervan is voorgesteld de functie vanaf 2027 structureel op te nemen.
2) De colleges van de vijf gemeenten in de Duin en Bollenstreek (DBS) hebben in 2022 de Uitvoeringsagenda Duin- en Bollenstreek (DBS) vastgesteld met bijbehorende topprioriteiten. Op basis
2 Nr Vraag Antwoord van de geformuleerde topprioriteiten wordt door de 5 gemeenten bestuurlijk en ambtelijk samengewerkt aan de programma’s, projecten en activiteiten waar een gezamenlijk belang ligt. De prioriteiten liggen op de volgende thema’s:
- Economie: het verbinden van kennisintensieve sectoren en het hiertussen realiseren van kruisbestuivingen.
- Mobiliteit: het beter ontsluiten van de streek en realiseren van verbeterde oost-westverbindingen o.a. middels de Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek en Haarlemmermeer (MNDBSH) en de Leefbaarheidsstudie Corridor N206.
- Ruimte: het werken aan een toekomstbestendig landelijk gebied middels het Programma Landelijk Gebied & Duurzame Greenport (PLGDG).
- Duurzaamheid: afstemming van onderwerpen op het gebied van Energie, Natuur en Groen.
- Sociaal domein: het versterken van de Brede Welvaart in de sierteeltregio en het borgen van sociaal-maatschappelijke aspecten in de andere (ruimtelijke) thema’s.
Hiervoor is een samenwerkingsstructuur opgezet die sturing geeft aan de realisatie van de Uitvoeringsagenda. Onderdeel hiervan is het ambtelijk kernteam DBS. Dit kernteam voert regie op de uitvoering van de DBS-projecten, bevordert de integraliteit en onderlinge samenhang, faciliteert de DBS-overlegstructuur, draagt zorg voor de communicatie en borgt de strategische positionering van de DBS-gemeenten. Om dit in goede banen te leiden, is het kernteam samengesteld uit medewerkers met verschillende expertises, taken en verantwoordelijkheden (strategische advisering,
3 Nr Vraag Antwoord financiën, organisatie, communicatie, ondersteuning).
Dit zorgt ervoor dat kennis en kunde effectief, efficiënt en op de juiste wijze kunnen worden benut. Zonder programmaondersteuning ontbreekt de capaciteit om Noordwijks belangen in bovengenoemde gezamenlijke dossiers goed te organiseren en opvolging te geven.
De DBS-gemeenten dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de bezetting en dekking van het kernteam DBS. Naast een evenredig deel voor de kosten van de programmadirecteur en het organisatiebudget, levert elke gemeente -naar rato van het aantal inwoners- een bijdrage aan de bezetting van het kernteam. Voor de gemeente Noordwijk vertaalt dit zich in het leveren van een programmaondersteuner.
Hiermee neemt de gemeente Noordwijk haar verantwoordelijkheid en wordt voldaan aan de gelijkmatige verdeling over de vijf DBS-gemeenten voor wat betreft het leveren van capaciteit en/of middelen voor het kernteam DBS. Er is in die zin geen sprake van een beleidswijziging aangezien de gemeente Noordwijk deze bijdrage aan de samenwerking de afgelopen jaren ook al deed.
Eind 2025 is -na toestemming van de gemeenteraden - het 'Bestuursconvenant Regionale Samenwerking Duin- en Bollenstreek' aangegaan waarin de al langer overeengekomen samenwerkingsafspraken zijn bekrachtigd. Zo gaat het DBS-kernteam zo veel mogelijk toe naar een ambtelijke invulling in plaats van (duurdere) externe inhuur. Het betreft hier dus een voortzetting van de huidige werkwijze en reeds jaarlijkse uitgave. Deze was hangende het convenant nog niet verder opgenomen.
4 Nr Vraag Antwoord
3) Het nemen van brandveiligheidsmaatregelen woonwagenkamp (120k)
4) Het aanvullen van de personeelsvoorziening vanuit de algemene reserve (500k)
3) Vanuit brandveiligheid moeten er brandwerende maatregelen worden genomen.
Vorig jaar is daar op voorhand €65.000,- voor opgenomen in de najaarsnota. Dit bedrag was een inschatting.
De offerte laat zien dat er een hoger bedrag nodig is voor het nemen van deze maatregelen.
Om deze reden is het bedrag aangepast en wordt het nu meegenomen in de voorjaarsnota.
De werkzaamheden hebben niet in 2025 kunnen plaatsvinden. Het doel is om het in 2026 te laten plaatsvinden.
4) We gebruiken de reserve Personeelskosten voor medewerkers die langdurig ziek zijn en naar verwachting niet terugkeren in hun functie. Dit geldt ook voor situaties waarin na een zorgvuldig traject blijkt dat duurzame inzet binnen de organisatie niet mogelijk is.
In deze incidentele gevallen worden medewerkers bovenformatief geplaatst, zodat binnen de formatie structurele oplossingen kunnen worden gevonden en de bedrijfsvoering kan doorgaan.
De afgelopen jaren is gemiddeld circa € 400.000,- per jaar besteed aan deze onderwerpen (zie beantwoording voorjaarsnota, vraag 42). Ook had Noordwijk in deze periode te maken met ernstig zieke medewerkers.
Met een storting van € 500.000 vullen wij de reserve opnieuw aan. Samen met het huidige saldo van circa € 324.000 bedraagt de reserve dan ongeveer € 824.000. De benodigde uitgaven zijn echter sterk afhankelijk van de situaties die zich in de komende jaren voordoen en laten zich daarom niet vooraf nauwkeurig voorspellen. Op basis van de huidige verwachting is de reserve, na deze storting van €
5 Nr Vraag Antwoord 500.000, voldoende om de komende vier jaar in deze kosten te voorzien.
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen Voorjaarsnota 2026 D66 en PUUR na Commissie BME
Bron: raadsinformatie van de gemeente Noordwijkerhout (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.