9. Helmondse VVD - Beantwoording vragen rond Waarborgfonds Veiligheidsregio's
Een raadslid stelde op 17 mei 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Nuenen, Gerwen en Nederwetten (14 vragen).
In het kort
14 vragen en wat het college antwoordt
- Op welke wijze is de Veiligheidsregio vertegenwoordigd in de organen van de stichting? → De veiligheidsregio’s benoemen de leden van de Raad van Toezicht.
- Is er een raad van toezicht of raad van commissarissen? → Ja.
- Hoe zijn de bevoegdheden verdeeld tussen de verschillende organen binnen de stichting? → Zie hiervoor hoofdstuk 2 en 3 van de concept-statuten.
- In hoeverre zijn beperkingen aangebracht in de bevoegdheden van de stichting? → In artikel 2 is het doel van de stichting bepaald.
- Welke besluiten worden aan goedkeuring van het bestuur van de Veiligheidsregio dan wel van de gemeentebesturen onderworpen? → Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor een goede dialoog met de betrokken veiligheidsregio’s Dat is vastgelegd in artikel 9, derde lid, van de concept-statuten.
- Hoe om wordt gegaan met mogelijke belangenverstrengeling/tegenstrijdige belangen binnen de stichting? → In artikel 5 lid 5 van de concept-statuten zijn de onverenigbaarheden opgenomen voor de bestuurders.
- Hoe kan de gemeenteraad respectievelijk het college van burgemeester en wethouders dan wel het algemeen bestuur van de veiligheidsregio aan informatie komen over de… → Kan een individueel raadslid om inlichtingen vragen?
- In hoeverre is de stichting een verbonden partij van de Veiligheidsregio en wordt er over de stichting gerapporteerd aan zowel de Veiligheidsregio als de gemeenten? → Er is sprake van een verbonden partij indien er sprake is van een financieel en een bestuurlijk belang.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Technische vraag
Onderwerp
Gemeenteraad
: Inlichtingen rond wensen en bedenkingen oprichten Stichting Waarborgfonds
Veiligheidsregio’s Datum vraag: 5 april 2023 Partij : VVD (Rob de Greef) Antwoord: 4 mei 2023 Bijlage: Statuten Waarborgfonds
Aan:
CC:
Algemeen bestuur en Dagelijks bestuur Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant College van burgemeester en wethouders Helmond (als deelnemer aan de veiligheidsregio) Gemeenteraden van de gemeenten die participeren in de Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant
De vraag:
Inlichtingen rond wensen en bedenkingen oprichten Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio vraagt middels brief d.d. 2 maart 2023 de gemeenteraden om eventuele wensen en bedenkingen rondom de oprichting en deelname aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s uiterlijk 8 juni 2023 kenbaar te maken. Uit het voorgelegde ontwerpbesluit tot oprichting en deelneming blijkt echter geenszins waaraan de Veiligheidsregio gaat deelnemen of wat voor stichting wordt opgericht. Daarbij ontbreken de ontwerpstatuten. Op die manier kan de gemeenteraad zijn democratische rol niet pakken. Dit leidt bij de fractie van de VVD Helmond dan ook tot enkele prangende technische vragen, die wij graag beantwoord zien alvorens wij over eventuele wensen en bedenkingen kunnen beslissen.
De oprichting van een Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s geschiedt bij notariële akte, welke akte onder meer de statuten van de stichting moet bevatten (art. 2:286 lid 1 en 3 BW). De oprichting geschiedt bij een privaatrechtelijke rechtshandeling (art. 2:285 lid 1 BW), in deze van o.a. de Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant zo begrijpen wij. Om die reden moet het algemeen bestuur van de VRZOB, als bevoegd orgaan om te beslissen tot oprichting, ook om wensen en bedenkingen vragen aan de gemeenteraden (art. 31a Wgr).
1) Kunt u z.s.m. de ontwerpstatuten voor de stichting met alle betrokken raden delen, zodat deze bij de wensen en bedenkingen betrokken kunnen worden.
De wensen- en bedenkingenprocedure van artikel 31a Wgr is gespiegeld aan en gebaseerd op die van artikel 160 lid 2 Gemeentewet.1 Het gaat dan om de procedure zoals die geldt wanneer de gemeente zelf een stichting zou willen oprichten of hierin zou willen deelnemen. Ook de zgn. voorkeur voor
1
Kamerstukken II 2012/13, 33597, nr. 3, p. 11.
publiekrecht is daarbij overgenomen. Anders gezegd de privaatrechtelijke vormgeving kan slechts in bijzondere gevallen.…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Op welke wijze is de Veiligheidsregio vertegenwoordigd in de organen van de stichting?
Antwoord van het college
De veiligheidsregio’s benoemen de leden van de Raad van Toezicht. Daarnaast kan een minderheid van de leden van de Raad van Toezicht bestaan uit personen werkzaam bij de veiligheidsregio. Tot slot benoemt de Raad van Toezicht de bestuurder. Zie de volgende bepalingen uit de conceptstatuten:
•
De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) benoemt de leden van de Raad van Toezicht (artikel 13 lid 1 concept- statuten).
•
De Raad van Toezicht is dusdanig samengesteld dat de meerderheid van de leden in dienst is van de overheid, niet zijnde de veiligheidsregio, dan wel zijn voorgedragen op aanbeveling van een overheid, zodat te allen tijden sprake is van overheidstoezicht op de stichting in de zin van artikel 3.6 lid 2 sub a van de Wet financieel toezicht benoemt de directeur-bestuurder van de Stichting (artikel 12 lid 2 concept-statuten).
•
Met uitzondering van de bestuurder(s) die bij de akte van oprichting van de stichting is of zijn benoemd (….) worden bestuurders benoemd door de Raad van Toezicht (artikel 6 lid 1 concept-statuten).
Vraag 2
Is er een raad van toezicht of raad van commissarissen?
Antwoord van het college
Ja. In hoofdstuk 3 van de concept-statuten zijn bepalingen opgenomen over de Raad van Toezicht. Zie ook het antwoord op vraag 2.
Vraag 3
Hoe zijn de bevoegdheden verdeeld tussen de verschillende organen binnen de stichting?
Antwoord van het college
Zie hiervoor hoofdstuk 2 en 3 van de concept-statuten.
Vraag 4
In hoeverre zijn beperkingen aangebracht in de bevoegdheden van de stichting?
Antwoord van het college
In artikel 2 is het doel van de stichting bepaald. De bevoegdheden dienen verband houden met het statutaire doel van de stichting. Concreet zijn de bevoegdheden van de stichting gericht op het opvangen van financiële verplichtingen die op het bestuur van de Veiligheidsregio rusten uit hoofde van de geldende Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling bij dienstongevallen waarbij medewerkers betrokken zijn geraakt. Verder wordt een aantal kaders gegeven, zoals het gegevens dat het Waarborgfonds geen winstoogmerk mag hebben, zich dient te houden aan de voorschriften in artikel 3.6 lid 2 sub a van de Wet financieel toezicht en dient de geboekte premie als ook de technische reserve bepaalde maxima niet te overschrijden.
Zie hiervoor de concept-statuten.
Vraag 5
Welke besluiten worden aan goedkeuring van het bestuur van de Veiligheidsregio dan wel van de gemeentebesturen onderworpen?
Antwoord van het college
Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor een goede dialoog met de betrokken veiligheidsregio’s Dat is vastgelegd in artikel 9, derde lid, van de concept-statuten. Dat artikel bepaalt
verder dat het bestuur van de stichting de veiligheidsregio’s kan consulteren over bijzondere onderwerpen en oriënterende bijeenkomsten kan organiseren. Tot slot schrijven de concept-statuten voor dat het bestuur de resultaten van de consultaties bespreekt met de Raad van Toezicht van de stichting. Het bestuur betrekt de adviezen van de Raad van Toezicht tezamen met de resultaten van de consultatie bij de uiteindelijke besluitvorming. Het bestuur informeert de veiligheidsregio’s periodiek over de aldus genomen besluiten.
Vraag 6
Hoe om wordt gegaan met mogelijke belangenverstrengeling/tegenstrijdige belangen binnen de stichting?
Antwoord van het college
In artikel 5 lid 5 van de concept-statuten zijn de onverenigbaarheden opgenomen voor de bestuurders. Voor de Raad van Toezicht is een soortgelijke bepaling opgenomen in artikel 13 lid 6.
Vraag 7
Hoe kan de gemeenteraad respectievelijk het college van burgemeester en wethouders dan wel het algemeen bestuur van de veiligheidsregio aan informatie komen over de stichting, om zo zijn verantwoordelijkheden waar te kunnen maken?
Antwoord van het college
Kan een individueel raadslid om inlichtingen vragen?
Het Waarborgfonds legt verantwoording af aan de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s. Zij kunnen desgewenst het algemeen bestuur informeren. Op grond van de Wgr bestaat vervolgens een uitgebreide informatie- en verantwoordingsplicht van het bestuur van de Veiligheidsregio richting de colleges en raden. Ook een individueel raadslid kan om inlichtingen vragen bij het bestuur van de Veiligheidsregio waaraan het college van die gemeente deelneemt.
Vraag 8
In hoeverre is de stichting een verbonden partij van de Veiligheidsregio en wordt er over de stichting gerapporteerd aan zowel de Veiligheidsregio als de gemeenten?
Antwoord van het college
Er is sprake van een verbonden partij indien er sprake is van een financieel en een bestuurlijk belang.
Van een financieel belang is op basis van artikel 1, lid 1, onderdeel c van het BBV sprake indien “Een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt”. Hiervan is bij het waarborgfonds sprake. Er is dus een financieel belang.
Wat betreft het bestuurlijke belang moet er sprake zijn van “Zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht”. Als Veiligheidsregio zijn we geen lid van het bestuur en hebben we geen stemrecht. Er is dus geen sprake van een bestuurlijk belang.
Omdat er geen sprake is van een bestuurlijk belang is er geen sprake van een verbonden partij.
Vraag 9
Krijgen de gemeenteraden ook de beschikking over de begroting en de jaarrekening van de stichting, alsmede over notulen van bestuursvergaderingen?
Antwoord van het college
Of hoe worden de raden anderszins geïnformeerd?
Gemeenteraden worden geïnformeerd over de stichting indien daar een aanleiding toe is, bijvoorbeeld bij grote beleidswijzigingen. Deze informatie wordt dan in de basis opgenomen in de planning en control documenten van de Veiligheidsregio. Indien er aanleiding voor is zullen we op basis van onze actieve informatieplicht de raden ook tussentijds informeren.
Vraag 10
Welke financiële risico’s loopt de veiligheidsregio bij deelneming in de stichting?
Antwoord van het college
Het risico bestaat dat er meer moet worden uitgekeerd dan het Waarborgfonds aan middelen beschikbaar heeft. De veiligheidsregio’s zullen dan gezamenlijk een extra bijdrage moeten doen. Dit
risico neemt na de eerste jaren verder af. Dit risico kan zich met name voordoen indien er zich meerdere grote incidenten voordoen waarvan de kosten niet door verzekeraars zijn afgedekt. De kans hierop wordt als zeer klein ingeschat. De geplande omvang van het Waarborgfonds is gebaseerd op de schadelast van de afgelopen jaren. Verder is met de vakbonden afgesproken dat de aanspraken na dienstongevallen kunnen worden aangepast, indien de schadelast niet budgettair neutraal uitpakt.
Vraag 11
In hoeverre kan de Veiligheidsregio als bestuurder van de stichting (indien daarvan sprake is) aansprakelijk worden gesteld?
Antwoord van het college
Zijn de risico’s hierbij voldoende afgedekt? In hoeverre kan de gemeente aansprakelijk zijn?
We zijn geen bestuurder van de stichting en kunnen dus niet bestuurlijk aansprakelijk worden gesteld.
Het Waarborgfonds sluit een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af.
Vraag 12
Zijn er fiscale risico’s verbonden aan de stichtingsstructuur (denk aan btw/omzetbelasting en vennootschapsbelasting)?
Antwoord van het college
Het Expertisebureau, die de oprichting van het Waarborgfonds voorbereid is nog in afwachting van een uitspraak van de Belastingdienst naar aanleiding van het ingewonnen advies. We verwachten geen specifieke fiscale risico’s omdat de fiscale situatie goed en normaal is uitgewerkt. Er zijn fiscale adviseurs betrokken bij de fiscale inrichting en daar waar nodig wordt BTW, assurantiebelasting en andere van toepassing zijnde belastingen afgedragen.
Vraag 13
Zijn er Europeesrechtelijke risico’s verbonden aan de stichtingsstructuur (denk aan aanbesteding, mededinging en staatssteun)?
Antwoord van het college
Het waarborgfonds en het expertisebureau verrichten uitsluitend diensten aan de veiligheidsregio’s.
Daarmee is er geen sprake van het verrichten van economische activiteiten door het waarborgfonds en het expertisebureau. Dit betekent dat de Wet Markt en Overheid niet van toepassing is op het waarborgfonds en het expertisebureau.
Verder kan niet worden uitgesloten dat de stichting als een aanbestedende dienst moet worden beschouwd. Daar wordt rekening mee gehouden op het moment dat de stichting een opdracht in de markt uitzet.
Vraag 14
Wat gebeurt er wanneer er bij de stichtingen tekorten zouden ontstaan?
Antwoord van het college
Als er tekorten ontstaan zijn twee scenario’s denkbaar: 1.) Door een incidentele oorzaak is de hoogte van het waarborgfonds onvoldoende. We zullen dan eenmalig extra moeten bijdragen aan het Waarborgfonds. 2.) De structurele schadelast is hoger dan verwacht, we willen dan structureel meer moeten bijdragen, tenzij we overeenkomen met de vakbonden dat de landelijke regeling met aanspraken wordt aangepast.
Deze situatie wijkt daarmee niet af van die van een normale verzekering. Indien je meer schades laat vergoeden via een verzekering, stijgt de premie.
571103.01.akte.docx/BIJ
CONCEPT ZUIDBROEK 12 SEPTEMBER 2022 AKTE VAN OPRICHTING STICHTING WAARBORGFONDS VEILIGHEIDSREGIO’S
Op [twaalf oktober] tweeduizend tweeëntwintig verschijnt voor mij, mr. Nicolaas Antonius Henricus Wolswijk, notaris met plaats van vestiging te Amsterdam: 1. [●]; en 2. [●]; (de "Oprichters").
De comparant verklaart hierbij dat de Oprichters een stichting oprichten die wordt geregeerd door de volgende S T A T U T E N:
CONSIDERANS (a) In Nederland bestaan veiligheidsregio´s die regionaal publieke taken uitoefenen op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige zorg. (b) De veiligheidsregio´s trachten door middel van het afsluiten van verzekeringen bepaalde financiële risico’s van hun werkzaamheden te beheersen, daaronder begrepen, maar niet beperkt tot, de risico’s die voortvloeien uit persoonlijke ongevallen. (c) Daarbij was echter geen sprake van een landelijke uniforme regeling voor uitkeringen na dienstongevallen, terwijl in toenemende mate sprake is van interregionale samenwerking in zowel in het primaire proces van de brandweer als bij vraagstukken van bedrijfsvoering. (d) Voorts is in de loop der jaren gebleken dat de afgesloten verzekeringen steeds minder risico’s dekken en dat de verschuldigde premies aanzienlijk zijn verhoogd, waardoor de afdekking van die risico’s door middel van verzekeringen onder druk is komen te staan. (e) Dit heeft de veiligheidsregio´s ertoe bewogen om onder erkenning dat voor de uitvoering van de aan hen opgedragen publieke taken de inzet van zowel beroepsmedewerkers als brandweervrijwilligers essentieel is, te komen tot een landelijke uniforme regeling voor uitkeringen na incidenten die verband houden met de aan hen opgedragen publieke taken en waarbij sprake is van letsel met tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid en/of invaliditeit dan wel overlijden. (f) De veiligheidsregio’s wensen ter waarborging van uitkeringen onder de onder (e) bedoelde landelijke regeling te komen tot de oprichting van een stichting die, uitsluitend voor en ten behoeve van de veiligheidsregio’s die deelnemer zijn van de stichting, fungeert als waarborgfonds als bedoeld in artikel 3.6 Wet financieel toezicht, welke stichting tevens –indien de solvabiliteit van de stichting dat toestaat- een voorziening
1
aanhoudt voor uitkeringen in verband met incidenten zoals hiervoor omschreven maar die niet worden gedekt door de daartoe aangehouden technische voorziening, een en ander ter beoordeling van het bestuur van de stichting en met inachtneming van de daartoe vastgelegde prudente solvabiliteitsbeginselen. (g) Deelname aan het onder (f) genoemde waarborgfonds is alleen mogelijk voor veiligheidsregio’s die tevens een dienstverleningsovereenkomst zijn aangegaan met de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, waarbij voor het aangaan van een dienstverleningsovereenkomst met de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s de betreffende Veiligheidsregio, voor zo ver van toepassing, gehouden is deel te nemen aan de collectieve aanbesteding ongevallenverzekering.
INDELING Deze statuten zijn ingedeeld in de volgende hoofdstukken:
Hoofdstuk 1: Naam, zetel, doel, vermogen en structuur Hoofdstuk 2: Bestuur Hoofdstuk 3: Raad van toezicht Hoofdstuk 4: Reglementen, boekjaar en jaarrekening Hoofdstuk 5: Statutenwijziging, fusie, splitsing, omzetting, ontbinding en vereffening Hoofdstuk 6: Slotbepaling en overgangsbepaling BEGRIPSBEPALINGEN 1.
In deze statuten wordt verstaan onder: a. stichting: de in artikel 1.1 genoemde stichting; b. stichting risicobeheer: de statutair in de gemeente Amsterdam gevestigde c. d.
stichting: Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, handelsregisternummer [●]; bestuur: het bestuur van de stichting; raad van toezicht: de raad van toezicht van de stichting;
e.
jaarrekening: de enkelvoudige jaarrekening bestaande uit de balans, de winst- en verliesrekening en de toelichting en de geconsolideerde jaarrekening indien de stichting een geconsolideerde jaarrekening opstelt;
f.
dienstongeval: een ongeval, dat in overwegende mate verband houdt met de aard van de aan de betrokkene door of namens een veiligheidsregio opgedragen werkzaamheden of met bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten
g.
worden verricht, tenzij het ongeval aan de schuld of nalatigheid van de betrokkene is te wijten; raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s: het hoogste ambtelijke overlegorgaan bestaande uit vertegenwoordigers van de veiligheidsregio’s, zijnde de commandanten en directeuren van de veiligheidsregio’s of een opvolgend orgaan met vergelijkbare taken en bevoegdheden;
h.
2.
veiligheidsregio: een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s van 11 februari 2010, houdende bepalingen over de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige
hulpverlening.
Onder “schriftelijk” wordt in deze statuten tevens verstaan: per telecommunicatiemiddel dat in staat is geschreven tekst leesbaar en reproduceerbaar over te brengen.
2
3.
Tenzij uit de context anders volgt, hebben woorden die in het enkelvoud zijn geformuleerd tevens betrekking op de meervoudsvorm en omgekeerd.
4.
Tenzij uit de context anders volgt, is waar in deze statuten de mannelijke vorm wordt gebruikt, daaronder de vrouwelijke vorm mede begrepen en omgekeerd.
HOOFDSTUK 1: NAAM, ZETEL, DOEL, VERMOGEN EN STRUCTUUR.
Naam. Statutaire zetel.
Artikel 1. 1.
De stichting draagt de naam: Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s. 2.
Zij heeft haar statutaire zetel in de gemeente Amsterdam.
Doel.
Artikel 2.
De stichting fungeert als een waarborgfonds voor en ten behoeve van de veiligheidsregio’s en heeft ten doel indien sprake is van een dienstongeval, de veiligheidsregio’s in staat te stellen te voldoen aan de op hen rustende verplichtingen uit
a)
hoofde van de geldende collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en daarmee verband houdende overeenkomsten en regelingen jegens bij hen of ten behoeve van hen in openbare dienst werkzame ambtenaren en andere personen en, indien en voor zover van toepassing, hun nagelaten relaties en betrekkingen.
b) De stichting tracht haar doel te bereiken door: -
het verstrekken van waarborgen, het aangaan van verzekeringen en/of het verlenen van overige vormen van zekerheid aan de veiligheidsregio’s die als deelnemer door de stichting zijn toegelaten;
-
het doen van uitkeringen of betalingen ten laste van haar vermogen aan de veiligheidsregio’s ter nakoming van de door haar verstrekte waarborgen, verzekeringen en/of overige vormen van zekerheid dan wel ter hare discretie;
-
de administratieve afhandeling van de hiervoor bedoelde uitkeringen en betalingen; het verrichten van alle andere handelingen die met het voorgaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
c) De stichting beoogt niet het maken van winst.
d) De stichting wenst gebruik te maken van de mogelijkheid om haar werkzaamheden als waarborgfonds te verrichten zonder vergunning van De Nederlandse Bank als bedoeld in artikel 3:6, lid 1 van de Wet op het financieel toezicht. Daartoe zal de stichting dienen te voldoen aan een van de vereisten van artikel 3:6, lid 2 (a) van die wet. Indien op enig tijdstip de stichting niet (meer) voldoet aan een van bedoelde vereisten of indien op enig tijdstip door wijziging van de bedoelde wetsbepaling of invoering van een of meer andere wettelijke bepalingen of het rechtstreeks van toepassing worden van een of meer regelingen van Europees recht, het voorgaande al dan niet in samenhang met daarop gebaseerde andere regelingen, de stichting haar werkzaamheden niet zonder vergunning van De Nederlandse Bank mag verrichten, zullen het bestuur en de raad van toezicht overleggen om hetzij (a) de vereiste vergunning aan te vragen, hetzij (b) de werkzaamheden zodanig te wijzigen dat deze zonder vergunning mogen worden verricht, hetzij (c) besluiten de werkzaamheden te beëindigen, de stichting te ontbinden en haar vermogen te vereffenen.
3
e) De stichting draagt ervoor zorg dat:
a. de jaarlijks geboekte premie-inkomsten niet meer dan vijf miljoen euro (EUR b.
5.000.000,00) bedragen; de technische voorziening van de stichting niet meer bedraagt dan vijfentwintig miljoen euro (EUR 25.000.000,00).
Inkomsten en vermogen.
Artikel 3.
De inkomsten en het vermogen van de stichting zullen worden gevormd door bijdragen vanuit de veiligheidsregio´s en alle andere verkrijgingen en baten.
Structuur.
Artikel 4.
De stichting kent als organen: a. het bestuur; b. de raad van toezicht.
HOOFDSTUK 2: BESTUUR.
Bestuur - Samenstelling.
Artikel 5.
Het bestuur van de stichting bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal natuurlijke personen.
Bestuur - Benoeming. Onverenigbaarheden. Vergoeding.
Artikel 6. 1.
Met uitzondering van de bestuurder(s) die bij de akte van oprichting van de stichting is of zijn benoemd en de bestuurder(s) die door de rechtbank word(t)en benoemd met gebruikmaking van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 2:299 Burgerlijk Wetboek, worden bestuurders benoemd door de raad van toezicht. Ingeval van een meerhoofdig
2. 3.
bestuur, benoemt het bestuur uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
Bestuurders worden voor onbepaalde tijd benoemd met uitzondering van de eerste bestuurder, die initieel voor een periode van vier jaar wordt benoemd.
Een benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht vast te stellen algemene en specifieke profielschets. De algemene profielschets beschrijft de gewenste samenstelling, deskundigheid en competenties waaraan het bestuur als geheel dient te voldoen. Een specifieke profielschets beschrijft de gewenste deskundigheid en competenties waaraan een bestuurder dient te voldoen.
4.
5.
Bestuurders mogen geen enkel rechtsreeks of zijdelings persoonlijk voordeel genieten uit (rechts)handelingen met de stichting en mogen niet (on)middellijk in privé betrokken zijn bij betalingen aan, ten behoeve van of door de stichting.
Tot lid van het bestuur kunnen niet worden benoemd en lid van het bestuur kunnen niet zijn:
a. personen die belast zijn met het interne toezicht op de stichting of met het interne toezicht op met de stichting verbonden rechtspersonen;
4
b.
personen die werkzaamheden verrichten voor de stichting en/of een met de stichting verbonden rechtspersoon, anders dan die uit hoofde van de bestuurlijke
c.
functie; personen die zitting hebben in een ondernemingsraad of klachtencommissie van de stichting en/of de veiligheidsregio’s en/of van een met de stichting verbonden
d.
rechtspersoon; personen die een zodanige andere functie bekleden dan het lidmaatschap van het bestuur die kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel (de schijn van)
6.
strijdigheid van die andere functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen.
Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, zal de raad van toezicht zo
7.
spoedig mogelijk na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van één (of meer) opvolger(s).
Bestuurders ontvangen een honorarium. Bestuurders hebben daarnaast recht op een vergoeding voor de door hen in de uitoefening van hun functie van bestuurder van de stichting in redelijkheid gemaakte kosten.
Aanvullende bepalingen inzake de honorering en onkostenvergoeding kunnen worden vastgelegd in een reglement, dat wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 18 van deze statuten.
Bestuur - Schorsing. Aftreden.
Artikel 7. 1.
Een bestuurder kan te allen tijde worden geschorst of uit zijn functie worden ontheven 2.
3.
4.
(“ontslag”) door de raad van toezicht.
Een bestuurder treedt voorts af door: a. zijn overlijden; b. c. d.
vrijwillig aftreden; verlies van het vrije beheer over zijn vermogen; zijn ontslag op grond van artikel 2:298 van het Burgerlijk Wetboek;
e.
door het intreden van een door de raad van toezicht bij besluit geconstateerde onverenigbaarheid zoals vermeld in artikel 6, lid 4 en voor zover die onverenigbaarheid niet is geëindigd.
Schorsing of ontslag van een bestuurder vindt niet plaats dan nadat hij is gehoord of in de gelegenheid is gesteld gehoord te worden in een vergadering van de raad van toezicht, tenzij er dringende en zwaarwegende redenen zijn om de schorsing of het ontslag te effectueren voordat de bestuurder is gehoord.
Een schorsing kan een of meer malen worden verlengd. Een (al dan niet reeds verlengde) schorsing die niet binnen drie (3) maanden gevolgd wordt door een besluit tot verlenging van de schorsing of door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
Gedurende de termijn dat een bestuurder geschorst is, is het hem verboden zich te bevinden in het gedeelte van de gebouwen of op de terreinen die bij de stichting in gebruik
zijn en heeft hij geen toegang tot de digitale werkomgeving van de stichting.
Bestuur - Ontstentenis en belet. Evaluatie en beoordeling.
Artikel 8.
5
1.
Ingeval van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuurder(s).
2.
Ingeval van ontstentenis of belet van de enige bestuurder of van alle bestuurders berust het bestuur tijdelijk bij een of meer door de raad van toezicht, al dan niet uit zijn midden, aan te wijzen personen.
3.
In geval van een vacature in het bestuur is de raad van toezicht verplicht zo spoedig mogelijk in het bestuur te voorzien. De wijze waarop dit geschiedt kan worden uitgewerkt in een reglement.
4.
De bestuurders worden periodiek geëvalueerd en beoordeeld door de raad van toezicht.
Tevens wordt jaarlijks door de raad van toezicht de samenstelling, het functioneren, de gevolgde strategie en het gevoerde beleid van het bestuur geëvalueerd. De wijze waarop
de evaluatie en beoordeling plaatsvinden kan worden uitgewerkt in een reglement.
Bestuur - Taken en bevoegdheden.
Artikel 9. 1.
Behoudens beperkingen volgens deze statuten is het bestuur belast met het besturen van de stichting, onder toezicht van de raad van toezicht. Aan het bestuur komen alle
2.
bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
Bestuurders richten zich bij de vervulling van hun taak naar het belang van de stichting en
3.
de daaraan verbonden organisatie. Het bestuur bevordert de doelstellingen van de stichting en streeft naar een goede functionering van de organen binnen de stichting.
Het bestuur is verantwoordelijk voor een goede dialoog met de veiligheidsregio’s over onderwerpen en thema’s die gerelateerd zijn aan de werkzaamheden van de stichting. Het bestuur kan de veiligheidsregio’s consulteren over bijzondere onderwerpen en oriënterende bijeenkomsten organiseren. Het bestuur bespreekt de resultaten van de consultatie van de veiligheidsregio’s met de raad van toezicht en betrekt de adviezen van de raad van toezicht tezamen met de resultaten van de consultatie bij zijn besluitvorming.
Het bestuur informeert de veiligheidsregio’s periodiek over de aldus genomen besluiten.
4.
Bestuurders mogen geen enkel rechtstreeks of zijdelings persoonlijk voordeel genieten uit (rechts)handelingen met de stichting en mogen niet (on)middellijk in privé betrokken zijn bij betalingen aan, ten behoeve van of door de stichting.
5.
Voor bestuurders geldt de verplichting tot geheimhouding van vertrouwelijke zaken die hen in het kader van hun betrokkenheid bij de stichting ter kennis zijn gekomen.
Het bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig gegevens die noodzakelijk zijn voor de
6.
goede uitoefening van de intern toezichthoudende taak. Op een verzoek om informatie door ten minste twee leden van de raad van toezicht, zal het bestuur binnen redelijke termijn, mede afhankelijk van de specifieke omstandigheden, reageren. Overige bepalingen inzake de informatievoorziening tussen het bestuur en de raad van toezicht kunnen nader worden vastgelegd in een reglement, dat wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 18 van deze statuten. 7.
Ingeval van vacatures binnen het bestuur of ingeval van het ontbreken van een bestuurder om welke reden dan ook, behoudt het bestuur zijn bevoegdheden.
Bestuur - Vertegenwoordiging.
6
Artikel 10. 1.
Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt 2.
mede toe aan twee bestuurders gezamenlijk handelend.
Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen en tot het sluiten van overeenkomsten waarbij de stichting
zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich sterk maakt voor een derde of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.
Bestuur - Vergadering en besluitvorming.
Artikel 11. 1.
Het bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo vaak als iedere bestuurder dit nodig acht. Indien een dergelijk verzoek wordt gedaan, is de voorzitter gehouden binnen drie (3) weken na het verzoek en met inachtneming van de vereiste formaliteiten, een vergadering te beleggen. Indien de voorzitter daar niet toe overgaat is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de 2.
vereiste formaliteiten.
Het bestuur wordt door of vanwege de voorzitter of, bij zijn afwezigheid, door de plaatsvervangend voorzitter, bijeengeroepen, waarbij de termijn van ten minste zeven (7) dagen in acht genomen dient te worden en de dag van de oproeping en die van de vergadering niet worden meegerekend.
De oproeping vermeldt plaats, datum en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen en geschiedt onder bijvoeging van een agenda.
De voorzitter kan naar zijn oordeel, indien de aard van de te agenderen onderwerpen dat
3.
vereisen, van deze regels afwijken.
Ter bepaling door de voorzitter of bij diens afwezigheid, door de plaatsvervangend voorzitter, kunnen vergaderingen van het bestuur ook per telefoon, videoconference of andere audiovisuele transmissiesystemen worden gehouden, mits alle deelnemende leden elkaar gelijktijdig kunnen verstaan. Op die wijze kunnen individuele bestuurders ook deelnemen aan een (fysieke) vergadering, welke deelname voor de besluitvorming en
4.
beraadslaging geldt als aanwezigheid.
Een bestuurder kan zich via een volmacht ter vergadering door een medebestuurder laten vertegenwoordigen. Een bestuurder kan slechts voor één medebestuurder als
5.
gevolmachtigde optreden. De voorzitter van de vergadering beslist over het al dan niet geldig zijn van de volmacht.
De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur of bij diens afwezigheid
6.
door de plaatsvervangend voorzitter; is ook deze afwezig dan wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan. Van de vergaderingen worden notulen gehouden.
Iedere bestuurder heeft een stem. Bij stemmingen blijven blanco stemmen en ongeldige stemmen bij de telling buiten aanmerking. De voorzitter van de vergadering beslist over het al dan niet geldig zijn van een uitgebrachte stem. Stemmingen geschieden mondeling tenzij een of meer bestuurders een schriftelijke stemming verlangen. Schriftelijke stemming
7.
geschiedt door middel van gesloten ongetekende briefjes.
Indien het bestuur uit meer dan een persoon bestaat, worden rechtsgeldige besluiten genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte
7
stemmen in een vergadering waarin ten minste twee derde van het aantal stemgerechtigde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is.
Indien de stemmen binnen het bestuur staken, wordt de raad van toezicht in de gelegenheid gesteld een zwaarwegend advies te verlenen inzake het betreffende onderwerp, met inachtneming waarvan het bestuur tot besluitvorming over zal gaan. 8.
9.
10.
Het ter vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist dan vindt een nieuwe stemming plaats. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
Zolang in een bestuursvergadering alle stemgerechtigde bestuurders aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle stemgerechtigde bestuurders in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk of op leesbare en reproduceerbare wijze langs elektronische weg hun mening te uiten. Een op die wijze genomen besluit
11.
wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris in een besluitenlijst vastgelegd.
Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij mogelijk een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. Bij ontbreken van de raad van
12.
toezicht wordt het besluit genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.
Voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht is vereist voor bestuursbesluiten inzake: a. het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen; b.
het sluiten van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich sterk maakt voor een derde of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt;
c.
het (gewijzigd) vaststellen van (meer jaren) beleidsplannen en (meer jaren) begroting; de vaststelling van het bestuursverslag, de jaarrekening en de
d. e.
resultaatsbestemming; het doen van investeringen en desinvesteringen en de aanstelling van personeelsleden indien deze niet zijn opgenomen in de goedgekeurde (meer jaren)
f.
begroting, dan wel indien deze een door het bestuur en de raad van toezicht in gezamenlijkheid vastgesteld bedrag te boven gaan; het aangaan van geldleningen en kredietovereenkomsten;
g. h.
het besluit tot statutenwijziging; het besluit tot ontbinding en vereffening van de stichting;
8
i.
j.
13.
het aangaan, wijzigen en verbreken van een duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon of organisatie indien die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de stichting; het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon;
k. het aanvragen van faillissement en surseance van betaling van de stichting; l. het vaststellen van reglementen als bedoeld in deze statuten.
De raad van toezicht kan andere dan de in lid 12 omschreven besluiten aan zijn goedkeuring onderwerpen, mits de raad van toezicht in zijn daartoe strekkende besluit zodanige rechtshandelingen nauwkeurig omschrijft en schriftelijk aan het bestuur meedeelt.
HOOFDSTUK 3: RAAD VAN TOEZICHT.
Raad van toezicht - Samenstelling. Kwaliteiten en onverenigbaarheden.
Artikel 12. 1.
2.
De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal van ten minste drie (3) natuurlijke personen en kent een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. Binnen de raad van toezicht kan voorts een portefeuilleverdeling worden overeengekomen door middel van een reglement.
De raad van toezicht is dusdanig samengesteld dat de meerderheid van zijn leden in dienst is van de overheid, niet zijnde een veiligheidsregio, dan wel zijn voorgedragen op aanbeveling van een overheid, zodat te allen tijde sprake is van overheidstoezicht op de stichting in de zin van artikel 3:6 lid 2(a) van de Wet op het financieel toezicht.
3. 4.
De leden van de raad van toezicht dienen ten opzichte van elkaar, het bestuur en welk deelbelang dan ook onafhankelijk en kritisch te kunnen opereren.
Leden van de raad van toezicht mogen geen enkel rechtstreeks of zijdelings persoonlijk
5.
voordeel genieten uit (rechts)handelingen met de stichting en mogen niet (on)middellijk in privé betrokken zijn bij betalingen aan, ten behoeve van of door de stichting.
De raad van toezicht zal zodanig zijn samengesteld dat
6.
a. b.
ten minste een van de leden beschikt over aantoonbare actuariële kennis; ten minste een van de leden beschikt over aantoonbare kennis en ervaring op het gebied van (integraal) risicomanagement;
c.
ten minste een van de leden beschikt over aantoonbare kennis en ervaring in het verzekeringswezen.
Tot lid van de raad van toezicht kunnen niet worden benoemd en lid van de raad van toezicht kunnen niet zijn: a. personen die belast zijn met het bestuur, de dagelijkse leiding of de algemene gang van zaken van de stichting dan wel van een andere met de stichting verbonden b.
rechtspersoon, anders dan een veiligheidsregio; personen die werkzaamheden verrichten voor de stichting dan wel voor een met de stichting verbonden rechtspersoon, anders dan die uit hoofde van de
c.
toezichthoudende functie; personen die zitting hebben in een ondernemingsraad of klachtencommissie van de stichting dan wel van een met de stichting verbonden rechtspersoon;
9
d.
personen die een zodanige andere functie bekleden dan het lidmaatschap van de raad van toezicht die kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van die
andere functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen.
Raad van toezicht - Benoeming. Voordracht. Vergoeding.
Artikel 13. 1.
De leden van de raad van toezicht worden door de raad van toezicht benoemd op bindende voordracht van de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s. De
2.
eerste leden van de raad van toezicht van de stichting zijn bij de akte van oprichting van de stichting benoemd.
De voorzitter van de raad van toezicht wordt in functie benoemd. De plaatsvervangend
3.
voorzitter van de raad van toezicht wordt uit het midden van de raad van toezicht benoemd.
Gaat de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s niet over tot het doen van een voordracht voor de benoeming van een lid van de raad van toezicht binnen een periode van twaalf weken nadat zij hiertoe door het bestuur is uitgenodigd, dan kan de
4. 5.
raad van toezicht zelf een persoon voordragen voor de benoeming.
Benoeming, daaronder begrepen een herbenoeming, vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht vast te stellen algemene en specifieke profielschets.
De algemene profielschets vermeldt of verwijst naar de bij deze statuten vastgestelde eisen die aan leden van de raad van toezicht en de raad als geheel zijn gesteld en beschrijft de gewenste samenstelling, deskundigheid en competenties waaraan de raad van toezicht als geheel dient te voldoen en stelt ook eigentijdse professionaliteitseisen aan het gedrag van leden van de raad van toezicht. De specifieke profielschets beschrijft voorts de gewenste deskundigheid en competenties waaraan een te werven lid van de raad van
6.
toezicht dient te voldoen.
De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier (4) jaren. Zij treden af volgens een bij reglement te bepalen rooster. Aftredende leden van de raad van toezicht zijn terstond één keer herbenoembaar. Een lid van de raad van toezicht kan maximaal acht (8) jaar in functie zijn, ook indien zijn benoemingstermijnen niet aansluitend zijn.
7.
Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in de raad van toezicht, zullen de overblijvende leden van de raad van toezicht (of zal het enige overblijvende lid van de raad van toezicht) binnen twee (2) weken na het ontstaan van de vacature(s), de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s schriftelijk verzoeken een voordracht tot benoeming van een opvolger op te maken zodat uiterlijk drie (3) maanden na het ontstaan van de vacature daarin kan worden voorzien.
8.
De raad van toezicht kan een voordracht tot (her)benoeming van een kandidaat afwijzen in een vergadering waarin alle (niet geschorste) leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn en indien het besluit wordt genomen met algemene stemmen. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen (a) omdat de voorgedragen persoon niet voldoet aan de eisen gesteld in deze statuten, (b) op grond van de verwachting dat de voorgedragen persoon ongeschikt zal zijn voor de vervulling van de taak van een lid van
10
de raad van toezicht, of (c) de raad van toezicht niet zal zijn samengesteld conform het daaromtrent in de profielschets bepaalde of om andere redenen niet naar behoren zal zijn 9. 10.
samengesteld.
Het bepaalde in artikel 17, lid 7 vindt geen toepassing met betrekking tot een besluit als bedoeld in het vorige lid.
Leden van de raad van toezicht ontvangen geen honorarium, tenzij de raad van toezicht anders besluit ten aanzien een lid van de raad van toezicht die niet werkzaam is bij of ten behoeve van een (de)centrale overheid of veiligheidsregio, in welke functie en onder welke titel dan ook. Alle leden van de raad van toezicht hebben recht op een vergoeding voor de door hen in de uitoefening van hun functie van lid van de raad van toezicht van de stichting in redelijkheid gemaakte kosten. Aanvullende bepalingen inzake de onkostenvergoeding
zijn vastgelegd in een reglement, dat wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 18 van deze statuten.
Raad van toezicht - Schorsing en ontslag.
Artikel 14. 1.
Een lid van de raad van toezicht kan te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de 2.
3.
raad van toezicht.
Een lid van de raad van toezicht treedt af door: a. zijn overlijden; b. c. d.
vrijwillig aftreden; het verloop van de periode waarvoor hij is benoemd; doordat hij ophoudt te voldoen aan de eisen als bedoeld in artikel 12, lid 4;
e. f. g.
verlies van het vrije beheer over zijn vermogen; een daartoe strekkende schriftelijke verklaring gericht aan de raad van toezicht; door het intreden van een door de raad van toezicht bij besluit geconstateerde
onverenigbaarheid zoals vermeld in artikel 12, lid 6 en voor zover die onverenigbaarheid niet is geëindigd;
Schorsing of ontslag van een lid van de raad van toezicht, vindt niet plaats dan nadat hij is gehoord of in de gelegenheid is gesteld gehoord te worden in een vergadering van de raad van toezicht, tenzij er dringende en zwaarwegende redenen zijn om de schorsing of het ontslag te effectueren voordat het lid van de raad van toezicht is gehoord.
4.
Een schorsing kan een of meer malen worden verlengd. Een (al dan niet reeds verlengde) schorsing die niet binnen drie (3) maanden gevolgd wordt door een besluit tot verlenging van de schorsing of door een besluit tot ontslag eindigt door het verloop van die termijn.
Gedurende de termijn dat een lid van de raad van toezicht geschorst is, is het hem verboden zich te bevinden in het gedeelte van de gebouwen of op de terreinen die bij de stichting in gebruik zijn.
Raad van toezicht - Ontstentenis en belet. Evaluatie en beoordeling.
Artikel 15. 1.
Ingeval van ontstentenis of belet van een of meer leden van de raad van toezicht, berust het toezicht tijdelijk bij de overblijvende leden of het overblijvende lid van de raad van toezicht.
11
2.
Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht berust het toezicht tijdelijk bij een of meer door het bestuur aan te wijzen personen. Afhankelijk van de specifieke omstandigheden en het bestaan van een of meer vacatures en/of langdurig belet, zal deze tijdelijk met het toezicht belaste persoon, in overleg met het bestuur, zorgdragen voor werving, selectie en benoeming van nieuwe leden van de raad van
3.
toezicht.
De raad van toezicht evalueert en beoordeelt jaarlijks zijn interne functioneren. De raad van toezicht evalueert en beoordeelt onderling, buiten aanwezigheid van het bestuur, elk jaar het functioneren en de samenstelling van het bestuur, alsmede de relatie tussen de raad van toezicht en het bestuur. De uitkomst van de evaluatie en beoordeling wordt met het bestuur besproken. Een en ander kan nader worden uitgewerkt in een reglement dat
wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 18 van deze statuten. .
Raad van toezicht - Taken. Bevoegdheden. Verantwoordelijkheden.
Artikel 16. 1.
De raad van toezicht heeft tot taak integraal toezicht te houden op het besturen door het bestuur, waaronder mede begrepen de verwezenlijking van de doelstelling van de stichting, de gekozen strategie, het gevoerde beleid, het naleven door het bestuur van de voor de stichting wettelijke verplichtingen. De raad van toezicht staat het bestuur met raad terzijde, fungeert als klankbord en kan het bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren.
2. 3.
Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het doel en het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie.
De raad van toezicht draagt er in het bijzonder zorg voor dat het bestuur zijn taken als bedoeld in artikel 9, lid 3 uitoefent. In het verlengde hiervan houdt de raad van toezicht specifiek toezicht op de solvabiliteitsaspecten van de stichting. De raad van toezicht ziet erop toe dat de eisen die gesteld worden aan de solvabiliteit van de stichting, die volgen uit prudent beleid, te allen tijde worden nageleefd. Bij overschrijding van die grenzen, dan wel indien de raad van toezicht de kans aanwezig acht dat die grenzen binnen afzienbare tijd zullen worden overschreden, zal de raad van toezicht het bestuur ter verantwoording
4.
roepen en het bestuur aanzetten tot actie ten einde de solvabiliteitsgrenzen te bewaken.
De taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad van toezicht een deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen.
5.
De raad van toezicht stelt in ieder geval jaarlijks een schriftelijk verslag op waarin de wijze waarop de raad van toezicht zijn taken en bevoegdheden als hiervoor vermeld heeft uitgeoefend worden opgenomen.
6.
Voor de leden van de raad van toezicht geldt de verplichting tot geheimhouding van vertrouwelijke zaken die hen in het kader van hun betrokkenheid bij de stichting ter kennis zijn gekomen.
7.
Ingeval van vacatures of ingeval van het ontbreken van een lid van de raad van toezicht om welke reden dan ook, behoudt de raad van toezicht zijn bevoegdheden.
Leden van de raad van toezicht dragen er zorg voor dat geen (schijn) van verstrengeling
8.
van persoonlijke en eigen functionele belangen, enerzijds, en belangen van de stichting, anderzijds, ontstaat.
12
9.
Leden van de raad van toezicht hebben toegang tot gebouwen en gegevensdragers (in gebruik bij of in eigendom) van de stichting, een en ander met inachtneming van toepassing zijnde wet- en regelgeving op het gebied van bescherming van privacy- en persoonsgegevens. Overige bepalingen inzake de informatievoorziening tussen het bestuur en de raad van toezicht worden nader vastgelegd in een reglement, dat wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 18 van deze statuten en waar in ieder geval in wordt vastgelegd dat de raad van toezicht periodiek rapportages van het bestuur ontvangt inzake onder meer de solvabiliteit en in dat kader de technische voorziening en
risicobeheersing.
Raad van toezicht - Vergadering en besluitvorming.
Artikel 17. 1.
De raad van toezicht vergadert ten minste twee (2) maal per jaar en voorts zo vaak als een lid van de raad van toezicht dit nodig acht. Indien een dergelijk verzoek wordt gedaan, is de voorzitter gehouden binnen drie (3) weken na het verzoek en met inachtneming van de vereiste formaliteiten, een vergadering te beleggen. Indien de voorzitter daar niet toe overgaat is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming
2.
van de vereiste formaliteiten.
De raad van toezicht wordt door of vanwege de voorzitter of, bij zijn afwezigheid, door de plaatsvervangend voorzitter, bijeengeroepen, waarbij de termijn van ten minste zeven (7) dagen in acht genomen dient te worden, waarbij de dag van de oproeping en die van de vergadering niet worden meegerekend. De oproeping vermeldt plaats, datum en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen en geschiedt onder bijvoeging van een
3.
agenda. De voorzitter kan naar zijn oordeel, indien de aard van de te agenderen onderwerpen dat vereisen, van deze regels afwijken.
Ter bepaling van de voorzitter, of bij zijn afwezigheid, door de plaatsvervangend voorzitter, kunnen vergaderingen van de raad van toezicht ook per telefoon, videoconference of andere audiovisuele transmissiesystemen worden gehouden, mits alle deelnemende leden elkaar gelijktijdig kunnen verstaan. Op die wijze kunnen individuele leden van de raad van
4.
toezicht ook deelnemen aan een fysieke vergadering, welke deelname voor de besluitvorming en beraadslaging geldt als aanwezigheid.
Een lid van de raad van toezicht kan zich via een volmacht ter vergadering door een medetoezichthouder laten vertegenwoordigen. Een lid van de raad van toezicht kan slechts voor één mede-toezichthouder als gevolmachtigde optreden. De voorzitter van de vergadering beslist over het al dan niet geldig zijn van de volmacht.
5.
De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur of, bij zijn afwezigheid, door de plaatsvervangend voorzitter; is ook hij afwezig dan wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan. Van de vergaderingen worden notulen gehouden.
6.
Ieder lid van de raad van toezicht heeft een stem. Bij stemmingen blijven blanco stemmen en ongeldige stemmen bij de telling buiten aanmerking. De voorzitter van de vergadering beslist over het al dan niet geldig zijn van een uitgebrachte stem. Stemmingen geschieden mondeling tenzij een of meer leden van de raad van toezicht een schriftelijke stemming verlangen. Schriftelijke stemming geschiedt door middel van gesloten ongetekende briefjes.
13
7.
Tenzij in deze statuten anders is bepaald, worden besluiten genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee derde van het aantal stemgerechtigde leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is.
Tenzij in deze statuten anders is bepaald, wordt, indien in een vergadering niet ten minste het ingevolge deze statuten vereiste quorum aanwezig is, met inachtneming van de reguliere oproepingsvereisten, een tweede vergadering bijeengeroepen. In die tweede vergadering kan over onderwerpen die op de eerste vergadering waren geagendeerd worden besloten met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen ongeacht het aantal stemgerechtigde leden van de raad van toezicht dat aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien de stemmen binnen de raad van
8.
toezicht staken, is het voorstel verworpen.
Het ter vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist dan vindt een nieuwe stemming plaats. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke
9.
stemming.
Zolang in een vergadering van de raad van toezicht alle stemgerechtigde leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
10.
11.
De raad van toezicht kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle stemgerechtigde leden van de raad van toezicht in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk hun mening te uiten. Een op die wijze genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris in een besluitenlijst vastgelegd.
Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een mogelijk direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Wanneer hierdoor geen besluit kan worden genomen wordt het besluit genomen door de raad van toezicht onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.
HOOFDSTUK 4: REGLEMENTEN, BOEKJAAR EN JAARREKENING.
Reglementen.
Artikel 18. 1.
Het bestuur is, met goedkeuring van de raad van toezicht, bevoegd reglementen vast te stellen, te wijzigen of op te heffen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat.
2.
Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
Boekjaar en jaarrekening.
Artikel 19. 1. 2.
Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze
14
werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende informatie op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van 3.
de stichting kunnen worden gekend.
Jaarlijks per het einde van het boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten.
Daaruit wordt door het bestuur binnen zes (6) maanden, behoudens verlenging van die termijn met ten hoogste vier (4) maanden op grond van bijzondere omstandigheden, de jaarrekening en een bestuursverslag opgemaakt, die aan de raad van toezicht worden toegezonden.
De jaarrekening wordt ondertekend door alle bestuurders en alle leden van de raad van toezicht. Indien enige handtekening ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van de reden, melding gemaakt.
De jaarrekening wordt gecontroleerd door een (register)accountant, die daarover gelijkelijk verslag uitbrengt aan de raad van toezicht en aan het bestuur. De (register)accountant wordt benoemd door de raad van toezicht, op voordracht van het bestuur.
Vaststelling van de jaarrekening geschiedt binnen een maand na afloop van de termijn zoals hiervoor bedoeld, door het bestuur, met goedkeuring van de raad van toezicht.
4. 5.
Het bestuur is verplicht de in de leden 2 en 3 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende de wettelijke bewaartermijn te bewaren.
Jaarlijks wordt door het bestuur een begroting voor het komende boekjaar opgesteld. De
begroting wordt met goedkeuring van de raad van toezicht, vastgesteld door het bestuur.
HOOFDSTUK 5: STATUTENWIJZIGING, FUSIE, SPLITSING,OMZETTING, ONTBINDING EN VEREFFENING.
Statutenwijziging. Fusie, splitsing en omzetting.
Artikel 20. 1.
Het bestuur is, na voorafgaand verkregen goedkeuring van de raad van toezicht, bevoegd 2. 3. 4.
te besluiten tot wijziging van de statuten.
De statutenwijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Tot het doen verlijden van die akte is iedere bestuurder afzonderlijk bevoegd.
De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister.
Op het nemen van een besluit tot juridische fusie, juridische splitsing of omzetting in een
andere rechtsvorm, is het in lid 1 van dit artikel bepaalde van overeenkomstige toepassing.
Ontbinding en vereffening.
Artikel 21. 1. 2. 3. 4.
Het bestuur is, na voorafgaand verkregen goedkeuring van de raad van toezicht, bevoegd de stichting te ontbinden.
De vereffening geschiedt door het bestuur of door een of meer door het bestuur, na voorafgaand verkregen goedkeuring van de raad van toezicht, aan te wijzen personen.
De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het handelsregister.
Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. Op de vereffening zijn de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
15
5. 6.
Een batig saldo wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de stichting.
Nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan blijven de boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berusten onder de jongste vereffenaar, tenzij het bestuur anders besluit.
HOOFDSTUK 6: DIVERSEN.
Onvoorzien.
Artikel 22.
In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur, na verkregen goedkeuring van de raad van toezicht.
Ontheffing.
Artikel 23.
Indien een bestuurder die bij de akte van oprichting van de stichting of in het eerste jaar na de oprichting als zodanig is benoemd, een persoon is die niet voldoet aan het bepaalde in artikel 5.4 (b), geldt voor die bestuurder dat hij ontheffing van het aldaar bepaalde heeft (a) tot het tijdstip waarop het aldaar bepaalde niet langer op hem van toepassing is of (b), indien dat tijdstip eerder is gelegen dat het onder (a) bedoelde tijdstip, tot en met [eenendertig december tweeduizend drieëntwintig]. Dit artikel vervalt tezamen met zijn opschrift met ingang van [een januari tweeduizend vierentwintig].
Overgangsbepaling boekjaar.
Artikel 24.
Het eerste boekjaar eindigt op eenendertig december tweeduizend drieëntwintig. Dit artikel vervalt tezamen met zijn opschrift na verloop van het eerste boekjaar.
Slotverklaringen.
Tenslotte verklaarde de comparant: a. dat voor de eerste maal tot bestuurders van de stichting worden benoemd: i. [●]; b. dat voor de eerste maal tot lid van de raad van toezicht van de stichting worden benoemd: i. [●];
Slot.
Waarvan deze akte in minuut wordt verleden te Amsterdam, op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.
Na mededeling van de zakelijke inhoud van de akte, het geven van een toelichting daarop en het wijzen op de gevolgen die voor de partij uit de inhoud van de akte voortvloeien en na de verklaring van de comparant van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en met beperkte voorlezing in te stemmen, wordt deze akte onmiddellijk na voorlezing van die gedeelten van de akte, waarvan de wet voorlezing voorschrijft, door de comparant, die aan mij, notaris, bekend is, en mij, notaris, ondertekend.
16
Bekijk de brief: 9. Helmondse VVD - Beantwoording vragen rond Waarborgfonds Veiligheidsregio's
Bron: raadsinformatie van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.