10 Villa Gelderman (voorheen Rozenhof) - Beantwoording vragen Politiek Forum 9 september 2024
Een raadslid stelde op 23 september 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Hoort bij raadsbesluitnr. 1408 van 23 september 2024, de griffier,
R.d.G.
MEMO Gemeente Oldenzaal Domein Ruimte / Team Ontwikkeling
Aan:
Van:
Betreft:
Datum:
Kopie aan:
De gemeenteraad van Oldenzaal Wethouder R. Christenhusz Villa Gelderman - externe veiligheid 18-09-2024 Projectmedewerkers Domein Ruimte / Team Ontwikkeling
Tijdens de bespreking van het voorstel Villa Gelderman in het Politiek Forum op 09 september jl. zijn door de forumleden vragen gesteld over de externe veiligheid. Hierbij is met name gewezen op het advies van de Veiligheidsregio in 2014 over externe veiligheid, en is de vraag gesteld of er met de huidige, nieuwe situatie op het spoor met hogere intensiteiten nog een nader advies van de veiligheidsregio komt. In deze notitie gaan we hierop in.
Verantwoording externe veiligheid in het bestemmingsplan Aan de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Oldenzaal, Prins Bernhardstraat 2’ (door de raad vastgesteld op 1 juli 2020) is een lang en complex proces voorafgegaan. Hierbij heeft de raad nadrukkelijk de regie naar zich toe getrokken met het opstellen van ruimtelijke randvoorwaarden voor dit project, met daarbij de opdracht aan het College van B&W om binnen deze randvoorwaarden het plan mogelijk te maken. Deze opdracht heeft het college uitgevoerd.
Daarbinnen is voor het bestemmingsplan ‘Oldenzaal, Prins Bernhardstraat 2’ (door de raad vastgesteld op 1 juli 2020) een onderzoek naar de externe veiligheid gedaan. In dit onderzoek door adviesbureau Aviv van 8 juli 2014 is geconcludeerd dat zowel het persoonlijk risico als het groepsrisico geen belemmering vormt voor de realisatie van het bouwplan: zie bijlage 1, conclusies Advies Aviv.
In de (destijds) nieuwe situatie is berekend dat het groepsrisico ca. 18 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde. De Brandweer Twente / Veiligheidsregio heeft toen advies uitgebracht over het plan. De brandweer onderschrijft het advies van Aviv, maar vanwege de aanwezigheid van niet-zelfredzame personen acht de brandweer het aanbevelenswaardig om alsnog een verantwoording op te stellen om een goede ruimtelijke afweging te maken. Dit is gebeurd (zie blz. 26 t/m 28 uit de toelichting in het bestemmingsplan, bijlage 2 hieronder).
Hierbij is voor het groepsrisico is een verantwoording gemaakt over:
•
•
•
•
Een indicatie van de economische nut- en noodzaak van het plan (-gebied) op deze locatie;
De mogelijke bronmaatregelen;
Mogelijke maatregelen t.a.v. ruimtelijke ordening (zonering);
Mogelijke maatregelen t.a.v. beheersbaarheid bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid;
Daarbij is expliciet verwezen naar het door de raad vastgestelde gemeentelijk externe veiligheidsbeleid.
In het bestemmingsplan ‘Oldenzaal, Prins Bernhardstraat 2’ van 2020 is het advies van Aviv verwerkt in een verantwoording van de externe veiligheid voor zowel het persoonlijk risico als het groepsrisico.
In dit bestemmingsplan is op basis van bovengenoemd onderzoek geconcludeerd dat “Op basis van de afwegingen en de gekozen maatregelen kan worden gesteld dat er sprake is van een verantwoord evenwicht tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de extern veiligheidsrisico’s van de spoorlijn. Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.” Zie bijlage 2, toelichting bestemmingsplan Oldenzaal, Prins Bernhardstraat 2.
Met de vaststelling van het bestemmingsplan heeft de raad hiermee ingestemd.
Spoorgoederenvervoer Zoals tijdens de bespreking in het Politiek Forum is aangegeven is sinds de rapportage van Aviv de spoorsituatie inderdaad gewijzigd, echter niet alleen in negatieve zin maar tegelijk ook in positieve zin. Momenteel zijn de spoorintensiteiten hoger dan in 2014, mede a.g.v. het niet volledig in gebruik zijn van de Betuweroute en de hieruit voortvloeiende omleidingen van het goederenverkeer van en naar het Duitse spoorwegnet, ook via Oldenzaal. Maar daarentegen zijn ook risico’s verkleind door het omzetten van de toenmalige functie van rangeren in alleen nog bufferen / wachten, hetgeen minder risico’s met zich mee brengt.
Aandeel vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor Het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor is maar een beperkt deel van het totale transport door Nederland. In totaal gaat ongeveer 2% van het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor.
De verdeling is ongeveer:
• Buisleidingen 52%
• Binnenvaart 40%
• Weg 6%
• Spoor 2% Het totale treinverkeer door Nederland bestaat voor 90% uit reizigerstreinen en voor 10% uit goederentreinen. De lading van die goederentreinen bestaat voor 90% uit ‘gewone lading’ en voor 10% uit gevaarlijke stoffen. Die 10% lading met gevaarlijke stoffen, bestaat voor 85% uit brandbare gassen en vloeistoffen en voor 15% uit toxische gassen en vloeistoffen. Voor het vervoer hiervan gelden strenge Europese eisen.
Omvang en groei spoorvervoer van gevaarlijke stoffen De omvang van het totale spoorvervoer van gevaarlijke stoffen door Nederland is de laatste 15 jaar stabiel gebleven. Er is dus geen sprake van een significante groei of daling.
De verwachting is dat er in de maatschappij (Nederland en Europa) een toenemende toekomstige behoefte is aan producten waar chemische grondstoffen voor nodig zijn (van bouwmaterialen tot windmolens en van isolatiematerialen tot duurzame brandstoffen). Als de invoer en productie van chemische grondstoffen toeneemt, dan zal ook het vervoer van gevaarlijke stoffen toenemen. Via welk type vervoer en welke routes dit transport dan zal gaan, hangt van veel zaken af. Dit kunnen we dan ook niet op voorhand aangeven. Andere manieren zijn per schip of vrachtwagen.
In de afgelopen 15 jaar werd in prognoses voor het spoor steeds een aanzienlijke groei voorspeld. Deze is tot op heden niet uitgekomen. Iedere 5 jaar wordt een nieuwe prognose gemaakt, waarbij 10 jaar vooruit wordt gekeken.
Advies Veiligheidsregio Een nieuwe planologische adviesaanvraag van de Veiligheidsregio is formeel nu niet aan de orde. Het huidig bouwplan past (net als het vorige plan) binnen de eerder door de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan gegeven planologische ruimte t.a.v. externe veiligheid.
En er is geen aanleiding of juridische ruimte om die eerder gestelde kaders nu opnieuw ter discussie te stellen. Vergelijkenderwijs: als nu de externe veiligheid opnieuw zou moeten worden geactualiseerd en onderzocht (bijvoorbeeld n.a.v. de huidige, hogere spoorintensiteiten), dan zouden dus ook de andere onderzoeken uit het bestemmingsplan van 2020 opnieuw moeten worden geactualiseerd op de huidige situatie, dus b.v. ook geluid, trillingen, flora & fauna, volkshuisvestingprogramma, etc. Daarmee worden feitelijk alle benodigde onderzoeken uit het gehele bestemmingsplan opnieuw en onnodig ter discussie gesteld terwijl er geen nieuwe planologische procedure is, en de initiatiefnemer zich beroept op de rechten in dat bestemmingsplan. Immers: een aanvraag omgevingsvergunning (bouwvergunning) MOET worden verleend als deze voldoet aan het bestemmingsplan en het bouwbesluit (en MOET worden geweigerd als deze daarmee in strijd is).
Volledigheidshalve: op 4 september jl. heeft afstemming met de Veiligheidsregio plaatsgevonden over externe veiligheid in het nieuwe omgevingsrecht, waarbij ook is gesproken over het plan Villa Gelderman. Hierbij is door de Veiligheidsregio aangegeven dat in de ideale situatie voor een andere doelgroep zou zijn gekozen i.v.m. de beperkte zelfredzaamheid van de huidige doelgroep bij calamiteiten. Tegelijk is ook opgemerkt dat de huidige planologische situatie (gebaseerd op het bovengenoemde onderzoek en advies) leidend is en er geen onaanvaardbaar grote risico’s ontstaan. Daarbij is gesproken over enkele elementen in het bouwplan die de externe veiligheid positief beïnvloeden, nl.:
• de opbouw van de plattegrond, met een galerij aan de spoorzijde van de nieuwbouw en de woningen aan de niet-spoor-zijde, zodat bij calamiteiten in 1e instantie de galerij een beschermende schil vormt voor de daarachter gelegen appartementen;
• De gevelopbouw met de liftkoker en relatief weinig, kleine en smalle ramen en veel metselwerk aan de galerijzijde = spoorzijde: ook dit heeft een beschermende werking voor zowel de galerij zelf als de daarachter gelegen woonzorgeenheden.
• In overeenstemming met het uitgebrachte advies zullen bij de definitieve bouwaanvraag bouwtechnisch extra eisen aan de constructie worden gesteld a.g.v. de ligging dicht bij het spoor.Dan zal een nieuwe, definitieve beoordeling plaatsvinden.
Aanbeveling van de veiligheidsregio was verder nog dat “De Rozenhof zal zich houden aan de geldende bedrijfshulpverleningsregels (BHV) en zullen dus ook zorgen voor een BHV-team en oefeningen/instructies naar bewoners zoals dat gebruikelijk is in de sector. In verband met de aanwezigheid van niet zelfredzame bewoners zal daarop specifiek worden getraind. Tevens zal er een calamiteitenplan worden opgesteld met een lokale aanvulling.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Oldenzaal (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.