Bestemmingsplan buitengebied Burgemeester Willekenslaan 1 Peel 3 en t Hof ong. Reusel
Een raadslid (CDA) stelde op 17 juni 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording Raadsvragen Onderwerp:
Datum vraag:
Bestemmingsplan buitengebied Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en ’t Hof ong. Reusel Technische vraag t.b.v. commissie / raad 12 juni 2024
Gesteld door:
Registratienr.:
J. Lavrijsen / CDA 24.12398 / Z23002698
Type vraag:
Datum antwoord:
17 juni 2024
Portefeuillehouder:
de heer P.J.M. van de Noort wethouder
Vraag In het ontwerp bestemmingsplan 2023 is het volgende gegeven: “Nieuwe functie vrijkomende bedrijfswoning.
De gestelde voorwaarde voor de sloop van de voormalige bedrijfswoning in het geval van vervangende nieuwbouw komt uit het provinciaal beleid. Het is een regel waar de gemeente ook achterstaat. Ervaring leert dat het vrijkomende gebouw toch als een tweede woning werd gebruikt en dat het qua uitstraling niet meer passend is op het erf. Bovendien mag de bedrijfswoning 100 m³ groter zijn om een kantoorfunctie mogelijk te maken.” In het geval van Burgemeester Willekenslaan 1 het volgende. Omstreeks 2011 is in plaats van de oude bedrijfswoning een nieuwe bedrijfswoning opgericht. Het ligt in de rede dat destijds ook verwacht werd dat de oude bedrijfswoning afgebroken zou worden. Zoals min of meer gewoonlijk binnen onze gemeente is de oude bedrijfswoning gewoon blijven staan om bij eigenaar moverende redenen.
Nu blijkt dat de voormalige bedrijfswoning ook nog eens cultuurhistorisch waardevol is. Hoe tot deze conclusie gekomen kan worden blijft voor ons een raadsel.
Dit wordt onderschreven door de Provincie. “Het boerderij complex staat echter niet op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart als waardevolle bebouwing en ook niet op de Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Het bestemmingsplan gaat wel gepaard met een rapport van de Monumentenwacht, maar dit rapport geeft enkel aan waar er gebreken zijn, maar niet wat de erfgoedwaarden duidt.
Naar onze mening komt dit pand dan ook niet in aanmerking voor splitsing op basis van artikel 3.69 sub c IOV, wel zou het mogelijk zijn om het pand te splitsen op basis van artikel 3.69 sub b IOV (inpandig splitsen van een beeldbepalende woonboerderij).” Vraag 1:
Zijn er destijds met het oprichten van de nieuwe bedrijfswoning Burgemeester Willekenslaan 1 afspraken gemaakt betreffende sloop van de “oude bedrijfswoning”?
Vraag 2:
Is het gangbaar bij het oprichten van een nieuwe bedrijfswoning de oude bedrijfswoning als “onbewoonbaar” te verklaren (destijds omstreeks 2011)?
Vraag 3:
Worden alle voormalige bedrijfswoningen (langgevelboerderijen) die bewust niet gesloopt zijn door de drijver van de agrarische inrichting tezijnertijd gelijk behandeld?
Vraag 4:
Kunt u ons een duidelijk criterium verschaffen omtrent het begrip cultuurhistorisch waardevol, zeker omdat dit een grote rol speelt (en gaat spelen) in het door ons vast te stellen Bestemmingsplan Buitengebied 2023. Wij willen willekeur (door zogenaamd maatwerk) voorkomen. 24.12398
*24.12398*
1
Geur In de toelichting is bij hoofdstuk 4.6 het een en ander gegeven omtrent geur. Het valt ons op dat normaliter een veehouder die wil omschakelen, uitbreiden of anderszins flink aan het rekenen moet en een karrevracht aan onderbouwing moet genereren.
Bij dit planvoornemen wordt het met algemeenheden afgedaan.
Dit terwijl de situering van de nieuw op te richten woningen en te splitsen “cultuurhistorisch waardevol” bouwval de wenkbrauwen doet fronsen.
Immers komen de beoogde woningen te liggen in een forse geurcontour afkomstig van IV bedrijven aan de Postelsedijk.
Daarbij willen wij wijzen op het volgende” “Op 14 september 2022 heeft de rechtbank Den Haag een baanbrekend vonnis gewezen over de bescherming van omwonenden van intensieve veehouderijen die (ernstige) stankoverlast ervaren. De rechtbank heeft bepaald dat de Staat onrechtmatig handelt doordat de bescherming tegen geurhinder die de Wet geurhinder en veehouderij biedt tekortschiet, en geen redelijke of passende maatregelen zijn genomen.” Uiteindelijk zou dit kunnen resulteren in het volgende:
Op basis van de Crisis- en herstelwet kan een gemeente gebruik maken van extra bevoegdheden om veehouderijen lokaal bij te laten dragen aan de afname van een te hoge geurbelasting, Hiermee kan een gemeente bij uitbreidingen van veehouderijen in voor geur hoog belaste gebieden beter sturen en ervoor zorgen dat gebruik wordt gemaakt van de Beste Beschikbare Technieken (BBT-toets), adequaat bedrijfsmanagement en een goed ontwerp van de bedrijfsgebouwen om de uitstoot en belasting van geur zoveel mogelijk te beperken.
Bron: Toelichting Bestemmingsplan Buitengebied 2023 Hieronder ziet u een verbeelding inzake geurbelasting (achtergrond).
Vraag 5:
Kan ons college garanderen dat de IV bedrijven gelegen aan de Postelsedijk niets te duchten hebben 24.12398
*24.12398* 2
van dit planvoornemen en dat zij volledige verantwoording op zich neemt mocht onverhoopt een bewoner van de nieuw op te richten woningen “ten strijde trekken”?
Antwoord
1. Het is onbekend of er destijds afspraken zijn gemaakt. In feite hoefde dat ook niet. Het vigerende bestemmingsplan buitengebied kent pas sinds 2015 (na onherroepelijk worden van fase1a) een herbouwmogelijkheid van een bedrijfswoning, waaraan de voorwaarde is gekoppeld dat de voormalige bedrijfswoning gesloopt moet worden. Wel is uiteraard zo dat men bebouwing enkel mag gebruiken als bedrijfsbebouwing en niet als bedrijfswoning omdat er al een andere (nieuwe) bedrijfswoning is opgericht. Het gebouw is feitelijk deels ook gebruikt als bedrijfsgebouw. Daarom was er geen strijd met het bestemmingsplan.
2. Zie antwoord vraag 1. Het is planologisch gezien niet gangbaar om een woning vervallen te verklaren. Dat kan ook niet. Het gaat immers om het gebruik. Sloop is enkel aan de orde als de staat van een gebouw dermate is dat er gevaar ontstaat voor de omgeving.
3. Ook hier geldt dat het gebruik van een pand in planologische zin van het woord in overeenstemming moet zijn met het geldende bestemmingsplan/omgevingsplan, dan wel herbestemd moet worden. Als objecten cultuurhistorische waarden hebben, dan is sloop in beginsel zelfs ongewenst. Elke ontwikkeling wordt op zijn merites beoordeeld aan de hand van het op dat moment geldende planologisch beleid.
4. Voor het begrip cultuurhistorisch waardevol verwijzen we naar de begripsbepaling van het nieuwe vast te stellen bestemmingsplan buitengebied: “waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden”;
Deze begripsbepaling nemen we over van het provinciale beleid, zodat uniformiteit gegarandeerd is. Wat daadwerkelijke waarden zijn wordt bepaald door daartoe ter zake deskundigen. In dit geval heeft de adviescommissie omgevingskwaliteit een nadrukkelijk advies hierover gegeven aan de gemeente en wij hebben dat advies ter harte genomen. De waarden zijn door Monumentenhuis in beeld gebracht. Maatwerk is nadrukkelijk het doel vanuit provinciaal beleid. Het is immers ook onmogelijk om alle cultuurhistorische waarden en objecten in de provincie in beeld te brengen.
5. Bij besluitvorming omtrent een (her)ontwikkeling dient in het kader van het aspect geur antwoord gegeven te worden op de vragen: Is voor de nieuwe woningen ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
De herontwikkeling van het plangebied mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven niet belemmeren. Door de herontwikkeling van het plangebied worden enkele geurgevoelige objecten in de vorm van woningen toegevoegd. Er zijn nu al woningen gelegen tussen de veehouderijen en het plangebied. Hiermee werken andere geurgevoelige objecten reeds belemmerend voor de ontwikkeling van de veehouderij. De bescherming van de huidige bedrijfswoning blijft op grond van artikel 3, tweede lid van de Wet geurhinder en veehouderij hetzelfde. De herontwikkeling belemmert de omliggende agrarische bedrijven derhalve niet meer in hun ontwikkelingsmogelijkheden dan dat thans het geval is.
Anders de kaart die u hanteert (waarvan de bron en peildatum onbekend is; wij gaan uit van de gegevens van onze vakspecialisten van de ODZOB), is ter plaatse nadrukkelijk sprake van een goed woon- en leefklimaat. En doordat dichterbij gelegen geurgevoelige objecten maatgevend zijn, zullen deze woningen geen invloed hebben op de ontwikkelruimte van verderop gelegen veehouderijen.
24.12398
*24.12398* 3
Bron: raadsinformatie van de gemeente Reusel-De Mierden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.