vragen PvdD SASS 8-6-2026
Een raadslid stelde op 8 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rheden (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Vraag: Is er een analyse beschikbaar van de achterliggende oorzaken van de overlast en hoe worden deze meegenomen in de aanpak? → Er is geen afzonderlijke, formeel vastgestelde analyse beschikbaar waarin de achterliggende oorzaken van de jeugdoverlast volledig zijn uitgewerkt.
- Vraag: Welk deel van de totale middelen voor de aanpak van jeugdoverlast wordt besteed aan preventie en welk deel aan toezicht, handhaving en interventie? → Er is geen afzonderlijk totaalbudget specifiek voor jeugdoverlast waarin de verschillende componenten (preventie, toezicht, handhaving en interventie) als één geheel zijn samengebracht.
- Vraag: Op welke wijze wordt gemeten of eventuele verbeteringen ook na beëindiging van de inzet van straatcoaches behouden blijven? → De effecten van de inzet van straatcoaches worden tijdens en na de inzet gemonitord aan de hand van meerdere indicatoren, waaronder: • ontwikkelingen in politiemeldingen van jeugdoverlast…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Vraag: Is er een analyse beschikbaar van de achterliggende oorzaken van de overlast en hoe worden deze meegenomen in de aanpak?
Antwoord van het college
Er is geen afzonderlijke, formeel vastgestelde analyse beschikbaar waarin de achterliggende oorzaken van de jeugdoverlast volledig zijn uitgewerkt. Wel is er op basis van signalen van partners zoals jongerenwerk, politie, scholen en zorgpartijen een gedeeld beeld van factoren die vaak een rol spelen. Het gaat hierbij onder andere om: • kwetsbare thuissituaties; • schoolverzuim of beperkte binding met school; • groepsdruk en behoefte aan status en zichtbaarheid; • het ontbreken van een passende en zinvolle daginvulling; • een beperkte aansluiting bij regulier jongerenwerk. Binnen de bestaande integrale samenwerking, zoals het jeugd- en veiligheidsoverleg en de VIOS-overleggen, wordt nadrukkelijk gekeken naar deze onderliggende oorzaken. Op basis daarvan worden waar nodig gerichte interventies ingezet, bijvoorbeeld via jongerenwerk, leerplicht of zorg. De inzet van straatcoaches draagt hieraan bij door signalen vanaf straatniveau op te halen en te delen met partners, zodat problematiek eerder wordt gesignaleerd en gerichter kan worden opgepakt.
Vraag 2
Vraag: Welk deel van de totale middelen voor de aanpak van jeugdoverlast wordt besteed aan preventie en welk deel aan toezicht, handhaving en interventie?
Antwoord van het college
Er is geen afzonderlijk totaalbudget specifiek voor jeugdoverlast waarin de verschillende componenten (preventie, toezicht, handhaving en interventie) als één geheel zijn samengebracht. De inzet op jeugdoverlast wordt gefinancierd vanuit verschillende beleidsvelden, zoals veiligheid, jeugd en sociaal domein. Voorbeelden van preventieve inzet zijn: • subsidie aan Halt voor preventieve lessen en individuele trajecten; • inzet van jongerenwerk, waaronder activiteiten en begeleiding; • voorlichting en bewustwording richting jongeren en ouders. Daarnaast wordt ingezet op toezicht en handhaving, onder andere via boa’s en politie, en op interventies zoals de inzet van straatcoaches. Omdat deze middelen uit verschillende budgetten en domeinen worden gefinancierd, is op dit moment geen exact percentage te geven van de verdeling tussen preventie en handhaving. Wel is de uitgangspunt dat beide sporen noodzakelijk zijn en elkaar aanvullen in de aanpak van jeugdoverlast.
Vraag 3
Vraag: Op welke wijze wordt gemeten of eventuele verbeteringen ook na beëindiging van de inzet van straatcoaches behouden blijven?
Antwoord van het college
De effecten van de inzet van straatcoaches worden tijdens en na de inzet gemonitord aan de hand van meerdere indicatoren, waaronder: • ontwikkelingen in politiemeldingen van jeugdoverlast; • signalen van bewoners, ondernemers en partners; • rapportages van de straatcoaches over gedrag, groepsvorming en locaties. Na afloop van de inzet wordt geëvalueerd in hoeverre deze indicatoren een structurele verbetering laten zien. Daarbij wordt ook gekeken of eventuele afname van overlast zich voortzet in de periode na beëindiging van de inzet. Omdat de inzet van straatcoaches onderdeel is van een bredere, integrale aanpak, wordt ook beoordeeld in hoeverre de samenwerking met partners en de inzet van preventieve maatregelen voldoende zijn om positieve effecten vast te houden. De lessen uit deze evaluatie worden meegenomen in de besluitvorming over een eventuele vervolgaanpak in 2027, waarbij expliciet wordt gekeken naar de duurzaamheid van de resultaten.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen PvdD SASS 8-6-2026
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rheden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.