vragen VVD
Een raadslid stelde op 17 april 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Stadskanaal (7 vragen).
In het kort
7 vragen en wat het college antwoordt
- ’s Voorshand lijkt het, mede gelet op de verstrekte ontheffing maar ook gelet op het stelsel en systeem van de Wet natuurbescherming niet aannemelijk dat de provincie is… → Reactie: Vanaf 2008 wordt al gewerkt met een beheersgebied in het kader van het roekenbeheer.
- De VVD wil graag uitleg over welke van de twee varianten de juiste informatie betreft: a. is het nu zo dat een ontheffing waarmee wel degelijk tot verplaatsing… → Reactie: Formeel gezien mag, zoals de ontheffing nu is verwoord binnen het gebied dat rood is omkaderd de roek verstoord worden.
- Als antwoord B het juiste is, waaruit blijkt dit en wil het college de stukken waaruit dit blijkt overleggen aan de raad? → Reactie: de aanvraag voor de ontheffing 2022 – 2026, alsmede de daarbij behorende aanvulling (Extra toelichting 28 september 2021) wordt toegezonden.
- Als antwoord A juist is: a. → Reactie: De gemeente handelt (al jaren) volgens eerdere ontheffing van het RVO.
- Is figuur 1 door de gemeente aldus ingetekend en/of aldus bij de aanvraag van de ontheffing ingediend of heeft de provincie als eerste dit figuur aldus ingetekend en/of… → Reactie: dit figuur is, op basis van de eerdere ontheffing, onderdeel van de aanvraag en door de provincie als onderdeel van de afweging aan de ontheffing verbonden.
- Veronderstellend dat zou worden overgegaan tot het doen verwijderen en verwijderd houden van de roekennesten etc. zoals de ontheffing toestaat: a. → Reactie: Dit betreffen geen eenmalige kosten.
- Is voor het bouwen van de gebouwen zoals oorspronkelijk gepland aan de Manegelaan een wijziging van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk? → welke termijn heeft het college gehanteerd of gaat het college hanteren om de huidige gebruikers de gelegenheid te bieden zaak aan de gemeente terug te geven?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
VVD fractie gemeenteraad Stadskanaal. (Technische) vragen dossier “Brummelkant en Roeken”.
De VVD heeft naar aanleiding van de gehouden bijeenkomst der Raadscommissie van 6 maart 2023 en de aldaar verstrekte inlichten en informatie de navolgende vragen:
Manegelaan/roeken.
De provincie Groningen heeft aan de gemeente Stadskanaal in 2021 op 12 oktober 2021 ontheffing verleend om het navolgende te kunnen bewerkstelligen:
a. op grond van artikel 3.3, lid 1 en 4, van de Wet natuurbescherming (Wnb) ten aanzien van roek (Corvus frugilegus) de gevraagde ontheffing te verlenen van het verbod op:
b. opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van nesten, rustplaatsen of eieren (artikel 3.1, lid 2, Wnb);
c. dat de ontheffing verleend wordt voor de locatie Stadskanaal / Musselkanaal, zoals weergegeven in figuur 1 van de overwegingen bij dit besluit;
d. 'II. dat de ontheffing geldt voor de periode vanaf de verzenddatum van dit besluit tot en met 31 december 2026.
Figuur 1 in de overwegingen betreft de navolgende figuur:
In het raadsvoorstel is aangegeven dat het betreffende gebied door de provincie zou zijn aangewezen als beheergebied voor roeken. Tijdens de presentatie is, onder gebruikmaking van dit zelfde figuur 1 aangegeven dat in het in figuur 1 met rood afgekaderd gebied aan de Manegelaan een roekenbeheergebied is aangewezen waarbinnen het niet is toegestaan nesten van roeken te verplaatsen, verwijderen, vernielen, etc. De VVD heeft expliciet en ter verduidelijking gevraagd of dit een juist standpunt is. Dat is alstoen uitdrukkelijk bevestigd.
De redactie van de ontheffing zoals hier benoemd luidt echter zonder enig voorbehoud precies tegenovergesteld: in het in het rood afgekaderd gebied van figuur 1 wordt juist ontheffing verleend aan het verbod om, zakelijk weergegeven, roeken te doen verwijderen. Daarover heeft de VVD de volgende vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
’s Voorshand lijkt het, mede gelet op de verstrekte ontheffing maar ook gelet op het stelsel en systeem van de Wet natuurbescherming niet aannemelijk dat de provincie is overgegaan tot het aanwijzen van een roekenbeheersgebied, niet in het algemeen en ook niet in het bijzonder ten aanzien van de omgeving van de manegelaan. Kan het college, onder overlegging van stukken, aangeven op welke wijze de provincie Groningen het betreffende gebied heeft aangewezen als roekenbeheergebied?
Antwoord van het college
Reactie: Vanaf 2008 wordt al gewerkt met een beheersgebied in het kader van het roekenbeheer. Op basis van een advies van een ecoloog is uiteindelijk het sportpark door de gemeente voorgesteld beheergebied bij de aanvraag voor de ontheffing voor de periode 2012-2021 die door het RVO is afgegeven. Ditzelfde is gedaan bij de aanvraag voor de ontheffing in 2021. In de gesprekken die vervolgens met de provincie en onze ecoloog hebben plaatsgevonden is steeds ingestoken op voortzetten van het eerdere plan van aanpak. Bij haar overweging was het de insteek dat de provincie het voorgestelde beheersgebied, zoals dat eerder door het RVO was meegenomen,
wederom zou overnemen. De stukken sturen we mee met deze beantwoording (aanvraag en ontheffing).
Vraag 2
De VVD wil graag uitleg over welke van de twee varianten de juiste informatie betreft: a. is het nu zo dat een ontheffing waarmee wel degelijk tot verplaatsing, verwijdering, etc. van roekennesten mag worden overgegaan of, Reactie: Tekstueel geeft onderdeel II van het besluit op de aanvraag ontheffing figuur 1 aan als het gebied waar de ontheffing voor van toepassing is, dus waar maatregelen tegen de roeken genomen mogen worden. Dit sluit echter niet aan bij de insteek van de aanvraag en de eerdere ontheffingen. De provincie heeft aangegeven dat het besluit niet juist is verwoord. b. Is het zo dat vorenstaande nu juist niet mag?
Antwoord van het college
Reactie: Formeel gezien mag, zoals de ontheffing nu is verwoord binnen het gebied dat rood is omkaderd de roek verstoord worden. Maar zoals aangegeven is dit niet de insteek van de aanvraag en de eerdere ontheffingen geweest. De provincie heeft dit ook erkend.
Vraag 3
Als antwoord B het juiste is, waaruit blijkt dit en wil het college de stukken waaruit dit blijkt overleggen aan de raad?
Antwoord van het college
Reactie: de aanvraag voor de ontheffing 2022 – 2026, alsmede de daarbij behorende aanvulling (Extra toelichting 28 september 2021) wordt toegezonden. Daarbij tevens de recente reactie van de provincie op deze vraag.
Vraag 4
Als antwoord A juist is: a. Hoe kan het dat maandag 6 maart aan de raadscommissie de informatie zo wezenlijk anders is verstrekt dan de werkelijkheid met zich brengt?
Antwoord van het college
Reactie: De gemeente handelt (al jaren) volgens eerdere ontheffing van het RVO. De nieuwe ontheffing is door de provincie afgegeven. Bij de aanvraag is zowel de oude ontheffing als de voortzetting van de beheermaatregelen als insteek genomen. Omdat we, in afwachting op een verduidelijking vanuit de provincie, continuïteit in het beheer van de roeken richting de inwoners vooropstellen boven de (naar onze mening) onjuiste verwoording van de ontheffing, houden wij voorlopig vast aan de insteek van een klein beheersgebied t.o.v. de rest van de gemeente als overlastgebied.
b. Wat is de reden dat niet reeds sedert november 2021 tot maart 2022, november 2022 en maart 2023 (zoals de ontheffing luidt) daadwerkelijk is overgegaan tot het (doen) verwijderen conform de ontheffing toe staat?
Reactie: Zie hiervoor a.
Vraag 5
Is figuur 1 door de gemeente aldus ingetekend en/of aldus bij de aanvraag van de ontheffing ingediend of heeft de provincie als eerste dit figuur aldus ingetekend en/of bij de ontheffing gevoegd?
Antwoord van het college
Reactie: dit figuur is, op basis van de eerdere ontheffing, onderdeel van de aanvraag en door de provincie als onderdeel van de afweging aan de ontheffing verbonden.
Vraag 6
Veronderstellend dat zou worden overgegaan tot het doen verwijderen en verwijderd houden van de roekennesten etc. zoals de ontheffing toestaat: a. Wat zijn de werkzaamheden welke moeten worden verricht om tot verwijdering over te gaan en wat zijn daarvan de éénmalige kosten?
Antwoord van het college
Reactie: Dit betreffen geen eenmalige kosten. Inzet zal gedurende enkele jaren structureel (totdat het eerste ei is geconstateerd) moeten worden voortgezet. Gezien het aantal roeken wat aanwezig is in het betreffende gebied ten opzichte van de rest van de gemeente, bedragen de kosten minimaal hetzelfde bedrag, dus ca. € 30.000 - € 50.000. De roekennesten zijn op een geconcentreerde locatie aanwezig, maar extra hulpmiddelen zoals rijplaten zijn nodig.
b. Wat zijn de werkzaamheden welke moeten worden verricht om de verwijderingen permanent te houden, hoe langdurig in tijd wordt verwacht dat deze werkzaamheden moeten worden uitgevoerd en welke jaarlijkse kosten zowel als de uiteindelijke totale kosten zijn daarmee naar verwachting gemoeid?
Reactie: Zolang er geen nieuw beheersgebied wordt aangewezen is niet aan te geven hoe lang nodig is voordat de roek zich elders heeft gevestigd (als dat al mogelijk is). Ook de kosten zijn daardoor niet in te schatten. Uit eerdere ervaring bij de Esperantolaan is gebleken dat na vier jaar effectief beheer van de nestbouw er een vermindering van de nestactiviteit geconstateerd wordt. Dit is dan wel met de aanwezigheid van een beheersgebied in de omgeving geweest.
Vraag 7
Is voor het bouwen van de gebouwen zoals oorspronkelijk gepland aan de Manegelaan een wijziging van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk? Zo ja, a. Welke wijzigingen moeten worden doorgevoerd? Reactie: We geven I. ter informatie een korte toelichting van wat een bestemmingsplan is. II. ter informatie de verschillende scenario’s ten aanzien van de toetsing aan het bestemmingsplan. III. antwoord op de gestelde vraag. I. Wat is een bestemmingsplan Een aanvraag omgevingsvergunning wordt onder meer getoetst aan het bestemmingsplan. Dit staat in artikel 2.1 sub c Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In het bestemmingsplan staan de gebruiks- en bouwregels waar een aanvraag omgevingsvergunning aan getoetst moet worden. Een gebruiksregel geeft het toegestane gebruik aan, bijvoorbeeld dat binnen de bestemming maatschappelijk een school is toegestaan. Een bouwregel geeft de bouwvoorschriften aan, bijvoorbeeld dat een gebouw maximaal 4 meter hoog mag zijn. II. Scenario’s Ten eerste het scenario dat het initiatief voldoet aan het bestemmingsplan. Dan moet het college van burgemeester en wethouders (B&W) de vergunning voor het onderdeel toetsen aan bestemmingsplan verlenen. Dit moet binnen de reguliere procedure van acht weken. Deze termijn kan eenmalig met zes weken verlengd worden. Dus in totaal maximaal 14 weken. Ten tweede het scenario dat het initiatief niet helemaal voldoet aan het bestemmingsplan. Zoals in dit geval dat het initiatief wel voldoet aan de gebruiksregels maar niet aan de bouwregels. Dus bijvoorbeeld dat de bestemming juist is, in dit geval aan de Brummelkant, Maatschappelijk, en dus mag een school gebouwd worden. Echter het gebouw wordt hoger dan is toegestaan, bijvoorbeeld acht meter in plaats van vier meter. In dit geval kan het college besluiten om af te wijken van het bestemmingsplan en toch de vergunning te verlenen. Hiervoor is dan een afwijking volgens artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 Wabo mogelijk. De zogenaamde kruimellijst. Hierbij verandert of wijzigt het bestemmingsplan zelf niet, er wordt alleen eenmalig iets mogelijk gemaakt dat afwijkt van het bestemmingsplan. Dit moet binnen de reguliere procedure van acht weken. Deze termijn kan eenmalig met zes weken verlengd worden. Dus in totaal maximaal 14 weken. NB Voor het initiatief aan de Brummelkant zal naar verwachting sprake zijn van het eerste of het tweede scenario, afhankelijk van de uitwerking van het initiatief. In beide gevallen dus een doorlooptijd van 8 tot 14 weken. Ten derde het scenario dat het initiatief niet voldoet aan de gebruiksregels van het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld dat de bestemming een gebruik als sportterrein toestaat zoals aan de Manegelaan, maar dat een school niet mogelijk is. In dit geval kan het college op twee manieren alsnog meewerken: a. door een vergunning te verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan. Hiervoor is dan een afwijking volgens artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo mogelijk. De zogenaamde uitgebreide procedure. Uitgebreid omdat er voor vergunningverlening eerst een ontwerpbesluit ter inzage gelegd moet worden. Hier kunnen zienswijzen over ingediend worden. Vervolgens neemt het college het besluit om, na afweging van de zienswijzen, de vergunning wel of niet te verlenen. Het onderliggende bestemmingsplan wijzigt dan niet. De gemiddelde doorlooptijd voor deze procedure is 26 weken. NB in dit voorbeeld van de school is geen verklaring van geen bedenkingen van de raad (VVGB) nodig. Dit gelet op het besluit van de raad tot aanwijzen van categorieën van gevallen waarvoor geen VVGB nodig is. b. door een nieuw bestemmingsplan vast te stellen dat dit mogelijk maakt, ook wel het wijzigen van het bestemmingsplan genoemd. In dit voorbeeld wordt de bestemming Sportdoeleinden dan gewijzigd of veranderd in Maatschappelijk. Het college van B&W zal een ontwerp bestemmingsplan ter inzage leggen. Hier kunnen zienswijzen over ingediend worden. Vervolgens neemt de gemeenteraad het besluit om, na afweging van de zienswijzen, het bestemmingsplan wel of niet vast te stellen. De gemiddelde doorlooptijd van deze procedure is 36 weken. Na de genoemde scenario’s om tot vergunningverlening of een nieuw bestemmingsplan te komen bestaan, indien hier gebruik van gemaakt wordt, de volgende juridische fasen: Bij scenario I. en II. Is dat bezwaar bij de gemeente (ca. ½ jaar), beroep bij de rechtbank Groningen (ca. 1 jaar) en hoger beroep bij de Raad van State (ca. 1 jaar). Bij scenario III. onder a is dat beroep (ca. 1 jaar) en hoger beroep (ca. 1 jaar). Bij scenario III. onder b is dat direct beroep bij de Raad van State (ca. 1 jaar). III. antwoorden op de vraag. (7). Is voor het bouwen van de gebouwen zoals oorspronkelijk gepland aan de Manegelaan een wijziging van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk? Zo ja, Het college kan voor de locatie Manegelaan meewerken via - scenario III. onder a, een vergunning verlenen om van het bestemmingsplan af te wijken middels, of - scenario III. onder b, een nieuw bestemmingsplan vaststellen (de bestemming te wijzigen). a. Welke wijzigingen moeten worden doorgevoerd? De bestemming Sportdoeleinden veranderen naar Maatschappelijk en daarbij behorende bouwregels opnemen. b. Welk tijdspad brengt dit met zich? Uitgaande van het wijzigen van het bestemmingsplan, oftewel scenario III. sub b. is dat zo’n 36 weken. c. Is ter zake alsdan planschadevergoeding te verwachten en, zo ja, welk bedrag wordt hiervoor in dat geval voorzien? Reactie: Of een vergoeding voor planschade te verwachten is, is op dit moment lastig in te schatten. Er moet namelijk sprake zijn van vermogensschade of inkomensschade die ontstaat na wijziging van het bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. Of dergelijke schade zal optreden is niet op voorhand aan te geven. d. Behoort het tot de mogelijkheden om op deze locatie, naast de oorspronkelijke gebouwen, ook extra ruimtes/gebouwen te realiseren welke vergelijkbare functies en/of faciliteiten kunnen aandragen als thans voor de gebruikers van de gebouwen aan de Brummelkant beschikbaar zijn? Zo ja; Reactie: Planologisch gezien is dit mogelijk als het initiatief voor de extra ruimtes/gebouwen met vergelijkbare functies en/of faciliteiten voldoet aan het bestemmingsplan of voldoet aan het nieuw op te stellen bestemmingsplan. i. Wat zijn daarvan de te verwachten extra kosten? Reactie: Deze kosten zijn in de huidige planvorming niet doorgerekend. ii. Welke kosten(verhoging) zou dit voor de voornoemde huidige gebruikers met zich brengen? Reactie: Wij schatten in dat huurkosten voor een aanbouw voor De Heidedop ongeveer EUR 19.000 op jaarbasis zijn. Dat bedrag hebben we berekend op basis van de situatie voor de kinderopvang en de door De Heidedop gewenst vierkante meters. iii. Gehoord de bezwaren van de buurtbewoners en de huidige gebruikers van de Brummelkantgebouwen: zou een dergelijke uitbreiding qua locatie en infrastructuur de bezwaren van de huidige gebruikers van de Brummelkant-gebouwen weg kunnen nemen? Reactie: Wij schatten in dat een uitbreiding van de plannen zal leiden tot meer bezwaren uit de buurt. De Brummelkant-locatie: Het proces: 1. De VVD fractie verzoekt het college de genomen stappen te beschrijven: a. Vanuit het perspectief van de eerdere historie; i. al dan niet een aanbod tot overname gebouwen. Reactie: in 2014 is het besluit genomen om de Brummelkant 4a voor 1 euro over te nemen van Welstad en voor 1 euro door te verkopen aan De Heidedop. Daadwerkelijke verkoop aan De Heidedop heeft nooit plaatsgevonden i.v.m. de doorlopende discussie over de op te leveren onderhoudsstaat van het gebouw. Als er locaties in gemeentelijk eigendom vrijkomen, dan zijn wij in het kader van het Didamarrest verplicht om gelijke behandeling aan alle geïnteresseerde partijen aan te bieden. Dat maakt effectuering van het collegebesluit van destijds inmiddels onmogelijk. ii. Het eerste moment waarop tegen de huidige gebruikers van de gebouwen is aangegeven dat deze gebouwen zouden worden vervangen/gesloopt en/of dat aan de locatie een andere bestemming wordt gegeven, welke bestemming dit zou zijn; Reactie: De bestemming is Maatschappelijk. Er is in 2014 al over gesproken over de mogelijkheid van de bouw van scholen. iii. Op welk moment voor het eerst tegen wie is aangegeven dat het gebruik van de gebouwen eindig is, op welke wijze en door wie dit is meegedeeld en of, en zo ja, welke schriftelijke vastlegging richting de gebruikers daarvan voorhanden is (graag overleggen bij de stukken); Reactie: In 2014 was al sprake van een recht van terugkoop door de gemeente in de gesprekken. Van deze gesprekken bestaan gespreksverslagen die vertrouwelijk in te zien zijn. In december 2022 is aangegeven dat het huidige gebruik eindig is. iv. Sinds 2021: welke stappen zijn genomen om de omwonenden en/of de gebruikers van de Brummelkant-locatie te betrekken bij overwegingen, plannen en/of besluiten van het college aangaande deze locatie, op welke wijze is hieraan inhoud gegeven en met welk resultaat? Reactie: We hebben begin december 2022 een inloopbijeenkomst bijeenkomst georganiseerd voor alle inwoners van de wijk. Dat is dezelfde groep als die eerder in 2019 was uitgenodigd om mee te denken. Tijdens die bijeenkomst hebben we uitgelegd waarom de Manegelaan geen optie meer was en de Brummelkant de meest kansrijke locatie is. Toen we merkten dat er relatief weinig direct omwonenden aanwezig waren, hebben we de volgende dag een brief en het vlekkenplan bij die direct omwonenden bezorgd. Op woensdag 1 februari 2023 hebben we een bijeenkomst gehouden voor direct omwonenden. Daarin hebben we een korte presentatie gegeven met antwoorden op vragen waarvan we wisten dat die leefden. Daarna was er vooral tijd ingeruimd voor het stellen van vragen door de omwonenden en uiteraard ook de beantwoording van die vragen. 2. In het raadsvoorstel wordt, onder het hoofdstuk “juridische consequenties” aangegeven dat geen wijziging van het bestemmingsplan zou behoeven plaats te vinden. Evenwel is in de PPT presentatie aan de raadscommissie opgenomen dat dit wel aan de orde is vanwege de bouwhoogte van 8 meter i.p.v. de krachtens het bestemmingsplan toegestane 4 meter. De VVD verneemt graag van het college welke van de 2 varianten i.c. aan de orde is. Reactie: Er dient door het schoolbestuur een vergunning aangevraagd te worden. Welke variant aan de orde is voor de locatie Brummelkant, hangt af van het uiteindelijke bouwplan dat aangevraagd zal worden. Zoals hierboven is uitgelegd volgt dan scenario I., scenario II of scenario III. Vooralsnog is het uitgangspunt dat scenario II. zal plaatsvinden vanwege een te hoge bouwhoogte (8 ipv 4 meter). 3. Aannemende dat een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk is: a. Welk traject moet hiervoor worden gevolgd; Reactie: Wij gaan voor het initiatief aan de Brummelkant met een hoogte van acht meter uit van scenario II oftewel een reguliere procedure met afwijken van het bestemmingsplan, geen bestemmingsplanwijziging, en verwijzen voor het overige naar de informatie die hierboven is opgenomen onder vraag 7 over de Manegelaan. b. Welke tijdsduur is daarmee naar verwachting gemoeid? Reactie: Bij scenario II is dat acht tot 14 weken, en verwijzen voor het overige naar de informatie die hierboven is opgenomen onder vraag 7 over de Manegelaan. c. Bij wijziging van het bestemmingsplan als noodzakelijk: i. Welke kosten zijn daarmee gemoeid? Reactie: Uitgaande van scenario II onder b zoals hierboven genoemd onder vraag 7 over de Manegelaan zijn de kosten die initiatiefnemer zal maken voor het afwijken van het bestemmingsplan gevormd door de kosten voor gemeentelijke leges, op dit moment (2023) € 538,02. ii. Welke bezwaren/beroepsprocedures verwacht het college en welke tijdspanne is daarmee alsdan naar verwachting gemoeid? Reactie: het is mogelijk dat er na vergunningverlening bezwaar, beroep en hoger beroep wordt ingediend. Dit zal alles bij elkaar zo’n 2 ½ jaar proceduretijd kunnen vragen, zoals hierboven genoemd onder vraag 7 over de Manegelaan. iii. Welke extra kosten (planschadeclaims, etc) zijn in dat geval te verwachten en wie draag in dat geval deze kosten? Reactie: Of er planschadekosten te verwachten zijn is op voorhand niet aan te geven. De kosten kunnen alleen ontstaan door datgene wat afwijkt van het bestemmingsplan. Het is gebruikelijk dat de gemeente met de aanvrager van de omgevingsvergunning een overeenkomst sluit om eventuele planschadekosten op de aanvrager af te wentelen. 4. Tijdens de presentatie aan de raadscommissie is benoemd dat de gemeente niet verplicht zou zijn te voorzien in huisvesting van instellingen zoals de huidige gebruikers van de Brummelkant-locatie. De VVD deelt dit standpunt in algemene zin doch wijst erop dat dit onder omstandigheden anders kan zijn. a. Is het college met de VVD van mening dat het niet aan de ambtelijke organisatie en/of het college is om te oordelen of de gemeente zich in het algemeen of onder omstandigheden (juridisch of moreel) gebonden acht aan een dergelijke verplichting? Reactie: Wij zijn dit met u eens. 5. De huidige gebruikers van de Brummelkant-locatie maken reeds meerdere decennia gebruik van de betreffende panden en de locatie. Artikel 7A:1777 van het Burgerlijk Wetboek luidt (naar huidige grammaticale spelling vertaald) als volgt: Bruiklening is een overeenkomst, waarbij de ene partij aan de andere een zaak om niet in gebruik geeft, onder voorwaarde dat degene die deze zaak ontvangt, dezelve, na daarvan gebruik te hebben gemaakt, of na een bepaalden tijd, zal terug geven. a. Is het college met de VVD van mening dat in dit geval er tot op heden en op grond van dit artikel wel degelijk een juridische verplichting is om aan de huidige gebruikers de Brummelkant-locatie als onderdak ter beschikking te stellen? Reactie: Er is geen sprake van een bruikleensituatie, maar van een huurovereenkomst. b. Als vraag A bevestigend wordt be
Antwoord van het college
welke termijn heeft het college gehanteerd of gaat het college hanteren om de huidige gebruikers de gelegenheid te bieden zaak aan de gemeente terug te geven?
Reactie: Het voornemen is om de huurovereenkomst per 1 juni te ontbinden.
c. Op welke wijze en met welke eventuele verdere inhoudelijke mededelingen/adviezen is een dergelijk verzoek tot teruggaaf van de Brummelkant-locatie gedaan en waar blikt dat uit? (graag stukken overleggen).
Reactie: Dit is tot op heden mondeling gebeurd.
6. Stel, het college zou de besluitvorming rondom de Brummelkant-locatie en/of de Manegelaan in volle omvang heroverwegen en daarbij in dat proces alle redelijk te duiden belanghebbenden te betrekken,:
a. Welke tijdspanne zou daarmee gemoeid zijn?
Reactie: We verwachten dat zo’n proces van heroverweging en betrekken van belanghebbenden en inwoners van de wijk minimaal tot het eind van het jaar zal duren.
b. Welke extra kosten zouden alsdan zijn te verwachten ten opzichte van de huidige aan de gemeenteraad voorgelegde besluiten?
Reactie: Het betreft de kosten voor ambtelijke inzet om het proces opnieuw vorm te geven en uit te voeren.
d. Zijn, mede gelet op de uitkomsten van het gehele proces tot dusver, in dat geval beide locaties (Brummelkant en Manegelaan) wat het college betreft onderwerp van opties en gesprek?
Reactie: Wat het college betreft is de optie Manegelaan gezien de grote populatie roeken en de daardoor veroorzaakte overlast van geluid en uitwerpselen geen optie meer.
e. Op welke wijze zou het college het alsdan aan te vangen proces willen vormgeven?
Reactie: Gelet op de beantwoording onder d is hiervan geen sprake.
Bekijk de brief: beantwoording vragen VVD
Bron: raadsinformatie van de gemeente Stadskanaal (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.