Memo beantwoording raadsvragen APV
Een raadslid stelde op 27 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Stein.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Memo Datum Aan Van Betreft
20 november 2025 Alle leden van de Raad Burgemeester Leurs Beantwoording raadsvragen
_______________________________________________________________________________
Beste burgerleden en raadsleden, Naar aanleiding van twee vragen die gisteren zijn gesteld, treft u hieronder de beantwoording daarvan aan.
Stille tocht Allereerst werd de vraag gesteld of een stille tocht niet moet worden opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Stein.
Een stille tocht is geen evenement in de traditionele zin. Er is geen sprake van entertainment, muziek of horeca. Het betreft een vorm van vreedzame manifestatie, waarbij inwoners in stilte samenkomen om steun te betuigen of te herdenken. Juist vanwege dat karakter valt een stille tocht niet onder de APV, maar onder de Wet openbare manifestaties (Wom). Deze wet regelt landelijk hoe gemeenten met demonstraties, betogingen en andere manifestaties van meningsuiting moeten omgaan.
De Wom is op dit onderwerp de lex specialis. Dat betekent dat deze wet voorrang heeft op wat gemeenten in hun APV kunnen regelen. De APV mag daarom geen aanvullende verplichtingen of beperkingen opleggen aan manifestaties. Alleen via de Wom mogen voorschriften worden gegeven, en dan uitsluitend voor drie belangen: de bescherming van de gezondheid, het belang van verkeer en vervoer en het voorkomen of bestrijden van wanordelijkheden. Dit voorkomt dat het demonstratierecht, een grondrecht, onnodig wordt beperkt.
In Stein handelen we een eventuele stille tocht dan ook af via een Wom-melding. Dit sluit aan bij de landelijke lijn én bij de rechtspraak waarin herhaaldelijk is vastgesteld dat gemeenten demonstraties niet via de APV mogen reguleren.
Kortom: een stille tocht hoort juridisch thuis onder de Wom en niet onder de APV. De huidige werkwijze in Stein sluit daar volledig op aan en waarborgt zowel het grondrecht op demonstratie als de noodzakelijke bestuurlijke ruimte om de openbare orde te bewaken.
Strafbaarheidsstelling overtreding gebiedsontzegging in relatie tot artikel 6:1 APV In de herziening van de APV Stein is een vierde lid toegevoegd aan artikel 2:79, waarmee het verboden wordt te handelen in strijd met een opgelegde gebiedsontzegging. De vraag is waarom een aparte strafbaarheidsstelling nodig is, gezien de reeds bestaande algemene strafbepaling in artikel 6:1 APV.
De algemene strafbepaling in artikel 6:1 stelt dat overtreding van het “bij of krachtens deze verordening bepaalde” strafbaar is. Deze bepaling werkt echter uitsluitend in combinatie met artikel
1:3 APV, dat de strafbaarstelling koppelt aan vergunningen en ontheffingen en aan de voorschriften en beperkingen die daaraan verbonden zijn. Een gebiedsontzegging valt daar niet onder. Het is geen vergunning of ontheffing, maar een zelfstandig besluit van de burgemeester op basis van artikel 2:79 APV. Daardoor valt een gebiedsontzegging niet automatisch onder de reikwijdte van artikel 6:1. Dat betekent dat de overtreding ervan niet zonder meer strafbaar is, ondanks de algemene strafbepaling.
Daarnaast heeft het Openbaar Ministerie, en specifiek de Commissie Feiten en Tarieven van het CVOM, duidelijk aangegeven dat zij alleen een feitcode kan koppelen aan een overtreding wanneer er in de APV een duidelijk en expliciet verbod is opgenomen. De algemene strafbepaling is daarvoor te breed en te abstract. Voor het OM moet helder zijn wélk concrete gedrag verboden is. Ook moet het OM kunnen toetsen of de ontzegging rechtmatig en persoonlijk is uitgereikt en of het gebied waarop de ontzegging ziet, voldoende kenbaar is gemaakt. In de praktijk betekent dit dat bij iedere overtreding een gebiedskaart moet worden toegevoegd aan het proces-verbaal. Zonder expliciet verbodsartikel kan geen feitcode worden ingesteld.
Daarom is het nieuwe vierde lid van artikel 2:79 essentieel. Dit lid vormt de materiële norm: het benoemt concreet welk gedrag verboden is, namelijk het overtreden van een gebiedsontzegging.
Pas wanneer die norm helder in de APV staat, kan artikel 6:1 dienen als formele strafbepaling om daadwerkelijk te kunnen handhaven. Met de toevoeging wordt de strafbaarstelling dus sluitend en juridisch houdbaar gemaakt.
Bovendien sluit deze werkwijze aan bij de landelijke trend. Steeds meer gemeenten nemen een vergelijkbaar expliciet verbod op in hun APV, omdat dit de enige manier is waarop het OM bereid is om een feitcode vast te stellen. Dit zorgt voor uniformiteit en vergroot de uitvoerbaarheid en rechtszekerheid.
Kortom, de toevoeging van artikel 2:79 lid 4 is nodig om de overtreding van een gebiedsontzegging juridisch duidelijk, handhaafbaar en strafbaar te maken. De bestaande algemene strafbepaling is daarvoor niet voldoende, omdat een gebiedsontzegging niet onder vergunningen of ontheffingen valt en dus buiten de reikwijdte van artikel 6:1 blijft. Met het nieuwe lid beschikt gemeente Stein over een effectief en uitvoerbaar instrument om gebiedsontzeggingen daadwerkelijk te kunnen handhaven.
Bekijk de brief: Memo beantwoording raadsvragen APV
Bron: raadsinformatie van de gemeente Stein (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.