7 mei 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Tilburg

02 Brief beantwoording schriftelijke vragen aanpak zorgfraude

Een raadslid stelde op 7 mei 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Tilburg.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Onderwerp Schriftelijke vragen Vragen LST

Aan de leden van de gemeenteraad

Portefeuillehouder Marcelle Hendrickx

Datum 7 mei 2024 Afdeling Veiligheid & Wijken

Postadres Postbus 90155

Bezoekadres Koningsplein 10

5000 LH Tilburg

5038 WG Tilburg

Geachte raadsleden, Hierbij beantwoorden wij de schriftelijke vragen die door het raadslid P. Janssen (LST) zijn gesteld op grond van het Reglement van Orde gemeenteraad Tilburg 2023-1. De vragen gaan over de aanpak van zorgfraude en zijn ontvangen op 26 maart 2024. De beantwoording ervan is met een bericht aan de raad verdaagd tot uiterlijk 10 mei 2024.

Voor meer informatie over de inrichting van toezicht in relatie tot onze bestuurlijke uitgangspunten partnerschap en zorggeld = zorggeld, willen we u wijzen op de presentatie zoals die is gehouden tijdens de briefing op 22 januari jl. aan onze raadsleden.

Vraag 1 Wordt er in het voortraject (gunningsprocedure) ook gevraagd naar het aantal zzp’ers dat door een zorgaanbieder wordt ingehuurd?

Antwoord 1 Nee, er is in het voortraject geen uitvraag gedaan naar het aantal zzp’ers. In de aanbesteding is, zowel in de dialooggesprekken als daarna in de contracten, wel stilgestaan bij het punt van onderaannemerschap.

Hieronder valt ook de inhuur van zzp’ers. Vanuit aanbieders is aangegeven dat de druk op de arbeidsmarkt of specifieke specialistische kennis reden kan zijn om met onderaannemers te werken.

Besproken is dat we voor de cliënten zoveel mogelijk willen dat ‘hetzelfde gezicht’ de hulp verzorgt en dat, bij inzet van onderaannemers, de kwaliteitsborging essentieel is en de verantwoordelijkheid van de hoofdaannemer.

Vraag 2 Wordt er aan de zorgaanbieder gevraagd naar de reden waarom zzp’ers in moeten huren en of men tevreden is met de zorg die deze zzp’ers leveren?

Antwoord 2 Aanbieders geven aan dat de arbeidsmarkt of specifieke kennis reden is om zzp’ers (personeel niet in loondienst) in te zetten. Zij zijn niet ontevreden over de zzp’ers welke zij inzetten. De gecontracteerde partijen streven er wel naar om zoveel mogelijk met vast personeel te werken, ook omdat dit voor cliënten prettig is.

Vraag 3 Zijn er “overtredingen” waarop voor iedere zorgaanbieder dezelfde sanctie staat? Zo ja, welke overtredingen en welke sancties?

Antwoord 3 Nee, er wordt niet gewerkt met een standaard afvinklijst van mogelijke overtredingen en uniforme sancties. Dit omdat er altijd situaties kunnen optreden die vooraf niet ‘bedacht’ zijn en omdat situaties nooit exact hetzelfde zijn. Door middel van het ‘meer-ogen principe’, waarbij contractmanagement en toezicht samen kijken naar ‘overtredingen’ zetten we passende sancties in.

In het contract is opgenomen dat er geëscaleerd kan worden. Er kan een onafhankelijke derde worden ingeschakeld voor arbitrage en we evalueren escalaties om van te leren.

Als we als opdrachtgever van mening zijn dat de tekortkoming dusdanig is dat de escalatieladder niet kan worden doorlopen, kunnen we een aantal zogenaamde handhavingsinstrumenten stapsgewijs inzetten. Deze variëren van het opstellen van een verbeterplan met hersteltermijnen, opleggen van boetes tot het beëindigen van de overeenkomst, eventueel in combinatie met een boete. Daarnaast grijpen we als het nodig is in op de bedrijfsvoering.

Het vraagt steeds opnieuw om een zorgvuldige afweging wat ingrijpen betekent voor de cliënten van de betreffende zorginstelling en moet proportioneel zijn. Het is om die reden ook geen exacte wetenschap.

Want los van kwaliteit van zorg is ook continuïteit van zorg belangrijk. Waar het kan, sturen we daarom aan op verbeterplannen. Wat helpend zou zijn, is een landelijk kader voor de inrichting en uitvoering van toezicht en handhaving. Deze lobby voeren we gezamenlijk met de regio en de VNG richting het rijk.

Bij het nemen van maatregelen en het bieden van ruimte voor verbetering aan zorgaanbieders is de zorg voor onze inwoners steeds leidend. Als de kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde ondersteuning ondermaats is en een verbeterplan niet haalbaar (zie criteria bij vraag 4) dan kan het advies van de toezichthouder uiteindelijk zelfs leiden tot een contractontbinding.

Vraag 4 Wie beoordeelt of de zorgaanbieder na een overtreding “van goede wil” is of dat er sprake is van “een fout zonder kwaad opzet”? Hoe gebeurt dit, zijn er bv. criteria?

Antwoord 4 Dit is zoals ook toegelicht onder antwoord 3 het resultaat van het ‘meer-ogen principe’, waarbij contractmanagement en toezicht samen kijken naar ‘overtredingen’ op basis van onderzoek door de onafhankelijk toezichthouder. Uiteindelijk is de beoordeling daarvan een bevoegdheid van het college, welke in de praktijk in mandaat door de ambtelijke organisatie ingevuld wordt. Hieronder volgt een nadere toelichting:

De onafhankelijk toezichthouder voert een onderzoek uit naar de rechtmatigheid en kwaliteit van de ondersteuning die wordt geboden door een aanbieder. De toezichthouder toetst op basis van kwaliteitseisen die opgesteld zijn op basis van de uitvoeringseisen (contractafspraken) en geldende wet- en regelgeving. Tijdens het onderzoek wordt op basis van de bevindingen duidelijk of er sprake is van goede wil, een fout zonder kwade opzet of dat er willens en wetens frauduleus is gehandeld.

Het is een combinatie van factoren op basis waarvan wordt beoordeeld.

Zo wordt er gekeken naar de volgende factoren:

De zorgaanbieder handelt integer;

De zorgaanbieder toont lerend vermogen;

De zorgaanbieder legt verantwoording af;

De zorgaanbieder stelt zich toetsbaar op.

De onafhankelijke toezichthouder beoordeelt de (beroeps)houding van de zorgaanbieder gedurende het gehele onderzoeksproces. Hoe is het lerend vermogen/inzicht in eigen handelen van de zorgaanbieder.

Dit wordt door de toezichthouder zo feitelijk mogelijk getoetst. Hoe gaat de zorgaanbieder om met het lerend vermogen, hoe wordt verantwoording afgelegd, stelt de zorgaanbieder zich toetsbaar op en is deze open en transparant gedurende het onderzoek.

Het is niet alleen van belang wat de aanbieder doet, maar ook hoe hij/zij het doet. De te kiezen koers/advies wordt gezamenlijk afgestemd in het casuïstiekoverleg van de toezichthouders en aanvullend tijdens een multidisciplinaire casustafels.

De toezichthouder adviseert (aan het college van B&W) op basis van de bevindingen tijdens het onderzoek en de contractmanager neemt het uiteindelijke besluit. (Gemandateerd door het college van B&W)

Vraag 5 Hoe (en door wie) wordt een “verbetertraject” ingericht en gecontroleerd?

Antwoord 5 De toezichthouder schrijft een rapport met daarin de bevindingen per getoetste kwaliteitseis. In dit rapport geeft de toezichthouder aan wat er goed gaat en wat er beter moet. Op basis van dit rapport schrijft de aanbieder een verbeterplan wat beoordeeld wordt door de toezichthouder. In dit verbeterplan moeten duidelijke, realistische en meetbare doelen zijn opgenomen. Ook moet er een prioritering zijn aangebracht.

De toezichthouder zorgt samen met de contractmanager voor de monitoring en de evaluatie.

De toezichthouder en de contractmanager plannen periodieke evaluaties om te controleren of de doelstellingen worden behaald. Na 6 maanden vindt er opnieuw een toetsing plaats door de toezichthouder op alle opgestelde verbeterpunten. Afhankelijk van de voortgang en de behaalde resultaten kan een verbetertraject dan worden afgesloten. Indien nodig wordt het verbetertraject met maanden verlengd.

Bij onvoldoende voortgang gedurende het verbetertraject kan de toezichthouder adviseren om aanvullende maatregelen te nemen. De contractmanager (als gemandateerde van het college van B&W) neemt hierin het besluit.

Vraag 6 Hoeveel “steekproeven” vinden er per jaar vanaf 2015 plaats? Graag een overzicht.

Antwoord 6 Het is niet helemaal duidelijk wat in de vraag met steekproeven wordt bedoeld. Proactief toezicht betreft de uitvoering van een aantal onderzoeken bij meerdere zorgaanbieders op basis van erkende/ herkende risicovolle thema’s en/of doelgroepen. Ervan uitgaande dat hiermee het aantal proactieve onderzoeken wordt bedoeld, volgt hieronder een antwoord.

Onderstaande grafiek met opgestarte onderzoeken in 2022 en 2023, uitgesplitst naar proactief/ signaalgestuurd, met daarbij de ambitie 2024. Proactief en thematisch is hierbij samengevoegd:

In 2023 hebben er vanwege de uitbreiding in formatie meer signaalgestuurde onderzoeken plaatsgevonden. Ook heeft er een pilot proactief onderzoek plaatsgevonden naar 10 Beschermd wonen aanbieders.

Vraag 7 Hoeveel “verbetertrajecten” lopen er? Neemt dit aantal toe of af?

Antwoord 7 In dit kwartaal (2024) lopen er 3 verbetertrajecten.

Zoals al eerder aangegeven hechten we veel waarde aan de continuïteit van de zorg. Waar het kan, sturen we daarom aan op verbeterplannen. Die afweging wordt gemaakt op basis van feiten en van de context.…

Bekijk de brief: 02 Brief beantwoording schriftelijke vragen aanpak zorgfraude

Bron: raadsinformatie van de gemeente Tilburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Tilburg

Alle artikel 35-vragen in Tilburg