02 Brief beantwoording vragen Mantelzorgers op straat
Een raadslid stelde op 15 oktober 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Tilburg.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aan de leden van de gemeenteraad
Onderwerp Schriftelijke vragen Mantelzorgers op straat
Datum 15 oktober 2024
Portefeuillehouder Mantelzorgers op straat Yusuf Çelik
Afdeling Ruimte / K. v. Gils
Postadres Postbus 90155
Bezoekadres Stadhuisplein 130
5000 LH Tilburg
Geachte raadsleden, Hierbij beantwoorden wij de schriftelijke vragen die door het raadslid B. Mieris (PvdA) en L. Oerlemans (ONS) zijn gesteld op grond van het Reglement van Orde gemeenteraad Tilburg. De vragen gaan over Mantelzorgers op straat en zijn ontvangen op 30 september 2024.
Vraag 1 Is het college het met de PvdA-fractie en de ONS Tilburg-fractie eens dat huurders niet op straat mogen worden gezet? Graag met uitleg.
Antwoord 1 Woninguitzetting zou nooit de oplossing mogen zijn. We constateren echter dat er uitzonderlijke situaties zijn waarin een woningcorporatie (of andere verhuurder) toch besluit een huurcontract te beëindigen en tot huisuitzetting over te gaan. Onze ervaring is dat hier altijd een lang traject van zoeken naar oplossingen vooraf gaat en huisuitzetting alleen plaatsvindt na een onafhankelijke beoordeling door een rechter. In dergelijke situaties wordt zo nodig ook intensief samengewerkt met hulpverlenende instanties.
Vraag 2 Hoe denkt het college over situaties waarin huurders, bijvoorbeeld als gevolg van bijzondere persoonlijke omstandigheden zoals in het genoemde artikel, risico lopen hun woning te verliezen?
Antwoord 2 Wij zijn van mening dat dergelijke situaties te betreuren zijn. Het voorkomen ervan is niet makkelijk in algemene regels zijn te vangen, maar vraagt om een afweging met aandacht voor de omstandigheden.
We vragen onze corporaties dan ook maatwerk te leveren en zo nodig concrete woonalternatieven aan te bieden wanneer een dergelijke situatie zich voor doet.
Vraag 3 Is het college bereid om met woningcorporaties in gesprek te gaan over situaties zoals in het genoemde artikel waarin huurders dreigen te worden uitgezet?
Antwoord 3 Ja, wij zijn hierover in gesprek. Op casusniveau is het gesprek echter een zaak tussen huurder en verhuurder. Over het algemeen handelen de corporaties vanuit de zelfde overtuiging als de gemeente en zetten wij er op in een huisuitzetting te voorkomen. Als gemeente volgen wij het onafhankelijk oordeel van de rechter die komt tot een beoordeling over de uitzetting. Omdat we het belangrijk vinden dat huurders deskundig ondersteund worden hebben we het Huurteam dat juridische bijstand kan verlenen. Wanneer we dit soort signalen ontvangen vragen wij woningcorporaties om een toelichting op de gemaakte afweging en keuzes, zodat we hierover in meer algemene zin het gesprek kunnen voeren.
Onze ervaring op basis daarvan is, dat corporaties een huisuitzetting als deze trachten te voorkomen door in het voortraject het gesprek met de huurder te voeren over wat nodig is om uitzetting te voorkomen waarbij zo nodig ook woonalternatieven worden geboden. Dit vraagt iets van beide partijen.
Vraag 4 Is het college bereid om woningcorporaties te verzoeken om in dergelijke situaties een passende oplossing te zoeken.
Antwoord 4 Ja, zie ook het antwoord op vraag 3.
Vraag 5 Wat zijn de regels van de Tilburgse woningbouwcorporaties tav inwonende kinderen in sociale huurwoningen?
Antwoord 5 Inwonende kinderen zijn niet automatisch medehuurder. Daarvoor moeten inwonende kinderen een verzoek indienen bij de betreffende corporatie. De corporatie kan dan beoordelen of hiermee kan worden ingestemd. Een medehuurder heeft dezelfde rechten en plichten als de (hoofd)huurder hebt zoals het betalen van de huur, het goed bewonen van de woning en het recht op de woning als bijvoorbeeld een van de twee de woning verlaat. Voor weeskinderen geldt de Wet bescherming weeskinderen (zie antwoord op vraag 8).
Vraag 6 Wat zijn de regels van de Tilburgse woningbouwcorporaties tav inwonende kinderen die mantelzorg verlenen?
Antwoord 6 Wanneer een kind gaat inwonen voor het verlenen van mantelzorg dan is daarvoor toestemming nodig van zowel de huurder als de corporatie. Daarbij wordt onder andere beoordeeld of de woning daarvoor geschikt is. Er ontstaan door bewonen niet automatisch rechten op de woning. Dat zou in deze krapte op de woningmarkt ook tot ongewenste voorrangsituaties leiden. Wanneer de huur wordt opgezegd dan moet de bewoner de woning in principe verlaten. Eventueel kan na twee jaar wel medehuurderschap worden aangevraagd.
Overigens worden in de Wet versterken regie volkshuisvesting (in procedure) verleners en ontvangers van mantelzorg aangemerkt als urgent woningzoekenden. De urgentieregeling zal na vaststelling van de Wet op de voorgeschreven urgentie categorieën worden aangepast. Wanneer inwonen niet mogelijk is dan kan via deze weg met voorrang gezocht worden naar een woning in de buurt.
Vraag 7 Is het college bereid om met de Tilburgse woningbouwcorporaties in gesprek te gaan over de regels tav inwonende kinderen (die al dan niet mantelzorger zijn) in sociale huurwoningen? Graag met uitleg.
Antwoord 7 Hiervoor verwijzen wij naar het antwoord op vraag 8.
Vraag 8 Is het college het met de PvdA-fractie en ONSTilburg-fractie eens dat inwonende kinderen (die al dan niet mantelzorger zijn) niet uit de sociale huurwoning van hun ouder(s) mogen worden gezet bij overlijden van de ouder(s) of dat er in overleg met de kinderen een andere passende woonoplossing moet worden gevonden? Graag met uitleg
Antwoord 8 Wij zijn het met u eens dat huisuitzetting niet automatisch aan de orde kan zijn na overlijden van ouders of de ontvanger van mantelzorg. Tegelijkertijd mag het inwonen van (mantelzorgende) kinderen ook niet betekenen dat deze automatisch recht verwerven op een schaarse -en soms ook niet passendehuurwoning, bijvoorbeeld woningen geschikt voor een specifieke zorgindicatie. Daarom moet in overleg met de nabestaanden bekeken worden wat een passend vervolg is. Dit vraagt vooral om maatwerk in aanvulling op de algemene regels die zijn opgenomen in de Wet huurbescherming weeskinderen. Deze wet bepaalt dat een weeskind in een aantal gevallen recht heeft om in de woning te blijven wonen. De regeling is gericht op weeskinderen met een leeftijd vanaf 16 tot 28 jaar. Corporaties verlenen maatwerk met in achtneming van deze wet.
Vraag 9 Is het college het met de PvdA-fractie en de ONSTilburg-fractie eens dat ieder kind dat 18 wordt en in een sociale huurwoning woont met zijn of haar ouders, direct medebewoner van deze woning wordt?
Antwoord 9 Wij zien risico’s aan dit voorstel. We vinden het belangrijk dat er sprake is van zo gelijk mogelijke kansen op de woningmarkt. Ook daarop beoordelen we de woonruimteverdeling die door corporaties wordt uitgevoerd. We weten dat het voor een aantal gewilde woningen/locaties noodzakelijk is flink wat inschrijfduur op te bouwen om hiervoor in aanmerking te komen. Het instellen van een dergelijke bepaling zou ertoe kunnen leiden dat een inschrijving op het adres / als medehuurder, eerste recht geeft op een woning bij overlijden / verhuizen van de ouders. Dit draagt ons inziens niet bij aan een eerlijke verdeling. We denken dat een maatwerkafweging door corporaties beter de balans kan zoeken tussen de persoonlijke omstandigheden van de persoon die inwonend is en de belangen van andere woningzoekenden.
Wij nemen aan u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Het college,
mr. A. van Berckel, MBA gemeentesecretaris
drs. Th.L.N. Weterings burgemeester
Bekijk de brief: 02 Brief beantwoording vragen Mantelzorgers op straat
Bron: raadsinformatie van de gemeente Tilburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.