30 september 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Tilburg

bijl. 2 Beantwoording vragen Auditcommissie

Een raadslid stelde op 30 september 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • a.1 Maak duidelijk wat de verschillen zijn tussen het bestaande beleid en het nieuwe beleid -het is voor mij echt onduidelijk wat nu de verschillen zijn tussen het… → Verandert de bevoegdhedenverdeling tussen college en raad op sommige onderdelen?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Bijlage 2. Beantwoording vragen Auditcommissie Op 15 april 2025 heeft ons college de beleidsnota Verbonden Partijen 2025 vastgesteld.

Deze nota is vervolgens, conform afspraak, aangeboden aan de Auditcommisssie (AC) en besproken op 2 juni 2025. Omdat in deze bijeenkomst onvoldoende tijd was om de nota goed te bespreken en vragen te beantwoorden, heeft de AC de resterende vragen, wensen en bedenkingen van individuele leden en opmerkingen van Deloitte, als adviseur van de AC, op 7 juli schriftelijk aan het college aangeboden.

Deze input vanuit de AC is beoordeeld en heeft tezamen met de recente actualisering van de Nota verbonden partijen door de commissie BBV, geleid tot enkele aanpassingen op de vastgestelde beleidsnota Verbonden Partijen 2025.

In deze bijlage worden de door de AC ingediende schriftelijke vragen beantwoord.

Stefan Jansen

Vragen en antwoorden

Vraag 1

a.1 Maak duidelijk wat de verschillen zijn tussen het bestaande beleid en het nieuwe beleid -het is voor mij echt onduidelijk wat nu de verschillen zijn tussen het bestaande beleid en het nieuw voorgestelde beleid. Ik heb wat gezocht en gekeken, maar het is echt puzzelen. Kan het duidelijker gemaakt worden wat de verschillen zijn?

Antwoord van het college

Verandert de bevoegdhedenverdeling tussen college en raad op sommige onderdelen? Worden er nieuwe regels geïntroduceerd die niet wettelijk verplicht zijn?

Reactie:

De nieuwe kadernota heeft een heel andere opzet dan de oude hetgeen het opstellen van een was-wordt lijst bemoeilijkt. De omkaderde en gekleurde delen in de kadernota Verbonden Partijen 2025 betreft onderwerpen waar wij als gemeente zelf een (nieuwe) invulling aangeven. De verdeling van bevoegdheden tussen raad en college zijn ten opzichte van de oude nota niet gewijzigd maar uitgebreider omschreven. Als gevolg van wijzingen in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) zijn er wel meer bevoegdheden toegekend aan de raad. Deze worden in de nota benoemd (zie par. 2.1.2.). 1.a.2 Zoals in mijn tweede brief gemeld, een uitwerking van bestuurlijk belang en financieel belang in de nota zelf -Pagina 4: er is sprake van een verbonden partij als er sprake is van een bestuurlijk belang en er sprake is van een financieel belang. In andere gemeenten zag ik een overzicht (zoals in bijlage 1) met een tabel met daarin de naam van de verbonden partij, of deze wettelijk verplicht is, wat de rechtsvorm is, wat het bestuurlijk belang is en wat het financieel belang is.

Het lijkt mij goed dat ook te doen voor de verbonden partijen in Tilburg. Zo’n schema schept overzicht.

Reactie:

Vanaf de begroting 2027 werken we met een web based versie van de jaarrekening. We willen daarbij de paragraaf verbonden partijen overzichtelijker presenteren.

We proberen bij de jaarrekening 2025 al tot een eerste optimalisatie te komen, met een duidelijkere tabel met de belangrijkste kenmerken van de verbonden partijen.

1

1.a.3

Duidelijkheid over het spanningsveld van ‘op afstand staan’ en ‘controleren’ -we hebben de accountant gevraagd dit jaar extra onderzoek te doen naar verbonden partijen, omdat we ons als auditcommissie afvroegen hoe we sturen op zaken als integriteit, privacy, financiën bij verbonden partijen. Dat wordt mij uit de nota ook niet duidelijk. Is er een vorm van extra controle door de gemeente op deze of andere punten? Of is het echt aan de rechtspersonen zelf daar beleid over te maken? Is het niet goed in de nota daar iets over te zeggen of als kader te regelen?

Reactie:

Dit is primair een verantwoordelijkheid van de rechtspersoon zelf. Bij de gemeenschappelijke regelingen zien we hierop o.a. toe vanuit onze vertegenwoordiging in het bestuur. Onze vertegenwoordiging in het Ambtelijk Overleg van de diverse GR’en stelt deze zaken ook aan de orde. Daarnaast neemt de adviseur verbonden partijen hierin een rol middels jaarlijkse gesprekken met de corporate controllers van deze partijen. Als aandeelhouder steunen we op de verantwoording van het bestuur in de AvA en de jaarrekening voorzien van accountantsverklaring. 1.a.4 Een duidelijk overzicht van eigenaarsrol en beleidsmatige rol per verbonden partij -pagina 9 “Het College legt voor iedere verbonden partij vast hoe de eigenaarsrol en beleidsmatige rol zijn belegd.” Het is mij niet duidelijk hoe de raad daarvan kennis kan nemen.

Het lijkt mij goed als dit ook wordt gecommuniceerd of opgenomen bij de jaarstukken in de bijlage verbonden partijen. Anders kan de raad hiervan geen kennisnemen. De rekenkamer heeft daar eerder ook aanbevelingen over gedaan.

Reactie:

De portefeuilleverdeling wordt bij aanvang van een nieuwe collegeperiode met een collegebesluit (middels een nota) vastgesteld en openbaar gemaakt. Indien hier wijzigingen in optreden wordt hiertoe tevens besloten. De huidige portefeuilleverdeling is openbaar via het register nevenfuncties: te vinden op de pagina ‘gedragscode’ van het Tilburgse college, www.tilburg.nl/gemeente/bestuur/college -van-b-en-w/gedragscode/ Voor opname in de bijlage bij de jaarstukken verwijzen wij naar voorgaand punt 1.a.2. 1.a.5 Duidelijk en helder proces over wanneer en welke informatie aan de raad wordt gestuurd van verbonden partijen -pagina 15 “Het College maakt indien mogelijk met betrokken partijen en de Raad afspraken over het proces en de wijze waarop zij de Raad informeert. Zij houden rekening met onder andere wettelijke en statutaire bepalingen over termijnen, koersgevoelige informatie en bedrijfsgevoelige informatie.” De ‘indien mogelijk’ lijkt me ook hier weer onwenselijk. Het is voor mij niet echt duidelijk hoe en wanneer de raad wordt geïnformeerd over verbonden partijen.

Het gebeurt nu heel summier via de jaarstukken. Is dat wel voldoende? Dat lijkt me een legitieme vraag gezien het gebrek aan democratische controle bij verbonden partijen. Het hebben van een vaste vooraf bepaalde informatiepositie als raad lijkt me dan toch fijn. Dat geldt ook ten aanzien van de evaluatiemomenten per verbonden partij. Dat leest nu ook als erg vrijblijvend: hoe en wanneer evalueren we de werking per verbonden partij? 2

Reactie:

Verbonden partijen hebben een wettelijke informatieplicht.

- De wijze en tijdstippen van verantwoording (kadernota, begroting en jaarrekening) door gemeenschappelijke regelingen is vastgelegd in de WGR. De gemeenschappelijke regelingen hebben in de afgelopen jaren hun regeling hierop aangepast. Gewijzigde regelingen worden voor wensen en bedenkingen voorgelegd aan uw raad. Bij het tot stand komen is in overleg met de deelnemers het moment van aanlevering van de diverse stukken bepaald.

- Ook vennootschappen, coöperaties en stichtingen dienen zich te houden aan hetgeen hierover in de wet (vennootschapsrecht, titel9 BW2) is vastgelegd omtrent de publicatieplicht van de jaarrekening en de hierbij gestelde termijnen. Naast de wettelijke bepalingen en afhankelijk van ons belang in de verbonden partij en het risico dat wij lopen, trachten wij ook daar maatwerk afspraken te maken die passen binnen onze P&C cyclus. Denk hierbij aan onze 100%-deelneming in het Warmtebedrijf Tilburg BV.

Voor een goede duiding van ‘indien mogelijk’ verwijzen wij naar het einde van paragraaf 1.2 in de nota Verbonden Partijen 2025. Wij zijn doorgaans niet de enige deelnemer (GR) of oprichter van een verbonden partij (aandeelhouder) en hebben dus ook niet altijd een doorslaggevende stem. 1.a.6

1. twee tekstuele/inhoudelijke losse opmerkingen: -Pagina 9, 2.4.1. “de gemeente is eigenaar van verbonden partijen” Dit lijkt mij niet te kloppen bij stichtingen en verenigingen?

Reactie:

We hebben een kleine aanpassing doorgevoerd in de betreffende paragraaf om te duiden dat het de eigenaars-ROL betreft. 1.a.7 -Pagina 21: waarom is de opmerking in het kader over weerstandsvermogen alleen gemaakt ten aanzien van GR en niet ten aanzien van alle verbonden partijen? Het lijkt mij dat we vinden dat alle partijen er verstandig aan doen enig weerstandsvermogen op te bouwen? Die discussie heeft de afgelopen jaren gespeeld en volgens mij was dat toen de conclusie (niet teveel oppotten, maar ook niet niks).

Reactie:

We beoordelen de financiële situatie van álle verbonden partijen; niet alleen van de gemeenschappelijke regelingen. Ten aanzien van de verbonden partijen is in hoofdstuk 4.1 onderwerpen van sturing aangegeven dat wordt gestuurd op de financiële positie van de verbonden partij, waaronder het dividendbeleid waar wij als aandeelhouder wel invloed op hebben. Bij onze deelname in vennootschappen, zoals BNG, Brabant Water en Enexis, wordt het dividendbeleid periodiek op voorstel van de RvC herijkt en aan de AvA ter instemming voorgelegd. Bij de andere verbonden partijen die met name lokaal en regionaal actief zijn, en waar wij veelal een van de grootste aandeelhouder zijn, beoordelen we als (mede-)eigenaar jaarlijks de omvang van het vermogen ten opzichte van de ontwikkelingen en het risico dat de onderneming loopt. Indien wij het verantwoord achten om tot een dividenduitkering te komen, gaan wij hierover in gesprek en brengen wij dit in bij de AvA.

3

1.a.8

Verbeteren van de informatie over verbonden partijen in de jaarstukken conform BBV -de nota noemt dat we ons houden aan artikel 15 BBV. Als ik in de begroting 2025 kijk, lijken er veel van de verplichte onderdelen uit artikel 15 BBV, te missen bij de verbonden partijen, met name bij alle privaatrechtelijke partijen. Daarom komt bij mij de vraag op: voldoet de begroting en verantwoording nu aan artikel 15 BBV? Of gaan we dat anders doen?

Reactie:

Wij voldoen aan de eisen uit artikel 15 BBV. Alle genoemde elementen zijn opgenomen in de jaarrekening en begroting. Momenteel staat dit nog niet in één overzichtelijke tabel. Bij het nieuwe te implementeren pakket voor jaarrekening en begroting (naar verwachting met ingang van de cyclus 2027) passen wij e.e.a. aan (zie ook hierover onder punt 1.a.2). 1.a.9 Overigens wordt in de toelichting in de begroting bij de verbonden partijen bij de privaatrechtelijke verbonden partijen nog verwezen naar de oude Financiele Beheersverordening 2020.

Reactie:

Wij zullen erop toezien dat er in de komende producties een juiste verwijzing wordt opgenomen.

Artikel 15 BBV Artikel 15

• 1De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste: o a.de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; o b.de lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in:

▪ 1°.gemeenschappelijke regelingen;

▪ 2°.vennootschappen en coöperaties;

▪ 3°.stichtingen en verenigingen, en,

▪ 4°.overige verbonden partijen; o c.de lijst van verbonden partijen.

• 2In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen: o a.de wijze waarop de provincie onderscheidenlijk de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt; o b.het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; o c.de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; o d.de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; e.de eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de provincie onderscheidenlijk gemeente. 1.a.10 Hierbij nog enkele voorbeelden voor een matrix van bestaande verbonden partijen.

Volgens mij is het gepast in een matrix in een bijlage de volgende items terug te laten komen: -naam 4

-rechtsvorm -wettelijk verplicht (en waar vastgelegd) of niet? -verbonden partij via BBV of is het ‘analoog aan BBV’ een verbonden partij? -omschrijving publiek belang -omschrijving bestuurlijk belang -omschrijving financieel belang -hoe zijn de rollen (eigenaar / opdrachtgever) verdeeld binnen college voor de betreffende verbonden partij Hier is een Nota Verbonden partijen van gemeente Westerveld waar in bijlage 1 iets van een matrix is opgenomen: Nota verbonden partijen Overigens nemen zij ook mooi een lijstje van uitgangspunten en werkafspraken op als bijlage (zie bijlage IV). Dat is wat we nu nog missen in de voorliggende nota. Ik vind dit dus een heel mooi voorbeeld van hoe je overzicht creëert van de afspraken tussen college en raad.

Bijgevoegd een voorbeeld van de provincie Zuid-Holland (zie bijlage 4). Hierin staat bijvoorbeeld dat zij stichtingen per definitie niet als verbonden partij zien, maar als ‘deelneming’. Ik vind het onderscheid tussen Raad van Bestuur, Raad van Commissarissen en Raad van Toezicht/Advies ook heel helder verwoord in deze nota (als uitwerking van het bestuurlijk belang). Hiernaast zou je dan bij financieel belang ook een nadere uitwerking kunnen doen van wat ‘financieel risico’ lopen is (garantie, lening, gestorte aandelen, subsidie etc.) gezien de opmerkingen in de raad. Dat maakt die twee begrippen meer helder voor de lezer.

Reactie:

Wij danken u voor het toezenden van de andere voorbeelden.

Wij ontwikkelen een nieuw overzicht dat naar verwachting met ingang van de P&C cyclus 2027 beschikbaar komt. Zie verder onder punt 1.2.1.

In beide nota’s staan ook duidelijke visuele schema’s opgenomen met routes hoe wel/niet te komen tot verbonden partijen. Dat zou ook van meerwaarde kunnen zijn in onze nota.

Reactie:

Wij hebben kennisgenomen van deze schema’s doch hierin eerder de keuze gemaakt zoals nu in de nota Verbonden Partijen 2025 opgenomen.

We hadden het ook over een passende informatievoorziening over verbonden partijen naar de gemeenteraad. In Sittard-Geleen wordt gewerkt met risicoprofielen ten aanzien van de informatievoorziening naar de raad (hierover waren we nog aan het napraten) Zie profielen GROEN, ORANJE, ROOD. Dan kun je onderscheid maken in hoe we als raad worden betrokken.

Kadernota verbonden partijen 2023-2026 | Lokale wet- en regelgeving De Paragraafindeling is in deze nota overigens ook heel helder.

Reactie:

Wij danken u voor het toezenden van de andere voorbeelden. De uitvoering van een risicoscan pakken wij in de loop van 2026 op. Wij kijken daarbij nadrukkelijk naar de wijze waarop we dit kunnen presenteren en opnemen in de P&C producties.

5

Toine Zegers

In de nu voorgenomen nota staat niet expliciet dat wethouders wél of juist níét bestuurders van een vennootschap kunnen worden. Indicaties lijk je wél in de nota te kunnen lezen. Op blz. 2: De gemeente (de wethouder deelnemingen) doet in de AVA mee als aandeelhouder.

Zie ook blz. 6 bij 2.2.2. en met de verwijzing op blz. 15 naar de vertegenwoordiging in een aandeelhouderscommissie. Ook staat er, blz. 7, dat de gemeente op afstand stuurt. Voor een keuze van strategie of bijvoorbeeld het maximum aan investeringen richt de gemeente zich op de statuten en de AVA, blz. 16 en 17. Dat wijst op het uitgangspunt dat de gemeente géén bestuurders benoemt.

Wat onduidelijk wordt het dan in 4.4.3: de gemeente "wil betrokken zijn" bij de benoeming van commissarissen en toezichthouders. In de laatste regel van blz. 17 lijkt het dat de gemeente een lid van de RvC wil kunnen benoemen, iets wat waar mogelijk en zo nodig in de statuten wordt opgenomen. Maar in 4.4.3 wordt ook verwezen naar gewenste "vroegtijdige betrokkenheid" bij de benoeming van bestuurders. Moet dat dan zó worden gelezen dat, anders dan bij een lid van de RvC, benoeming van bestuurders niet beoogd wordt, louter die "vroegtijdige betrokkenheid"?

Een raadslid of ambtenaar als bestuurder van een privaatrechtelijke rechtspersoon kon volgens de "Financiële beheersverordening Gemeente Tilburg 2012" niet, lid 5 en 6, maar volgens de onduidelijke tekst van de Uitvoeringsregels misschien toch wel. Zie mijn gele arcering. Dat wordt nu, in 4.4.3 op blz. 18 duidelijk: niet.

Tenslotte lijkt de optie van benoeming van bestuurders in een vennootschap (Nee, niet) duidelijk doordat de nota op blz. 18 daarover expliciet een uitzondering beschrijft, de benoeming van het Hoofd Vastgoed in een private rechtspersoon met als doel gebiedsontwikkeling. De uitzondering bevestigt immers de regel, geen benoeming van bestuurders.

Kortom, het stevige uitgangspunt dat de gemeente geen bestuurders benoemt in een private rechtspersoon, die ene uitzondering daargelaten, lijkt duidelijk. Maar neem dat dan ook expliciet op, zou ik willen adviseren.

Reactie:

In par. 4.4.3 hebben wij enkele tekstmatige wijzigingen aangebracht hopende daarmee de rollen van collegeleden, raadsleden en ambtenaren helder te verwoorden.

6

Jort Molenaar Ten eerste veel complimenten voor het stuk: ik merk vanuit mijn andere ambtelijke werk dat er te pas en te onpas wordt gestrooid met allerhande termen voor samenwerken en dat we in Tilburg werken aan duidelijke kaders voor termen bij een type samenwerking.

Wensen en bedenkingen: 1.c.1.

Ik steun de terughoudendheid van de gemeente om een taak weg te zetten in een verbonden partij vanwege de beperkte democratische controle. We merken op plekken waar daar aandacht aan wordt gegeven dat het ook omgekeerd op weinig enthousiasme vanuit de raad leidt. Tegelijkertijd: de manier waarop daarna over de rol van de raad wordt geschreven staat weer haaks op die democratische controle: ‘Het is wenselijk dat de Raad betrokken wordt als dat nodig is, maar niet als dat niet nodig is’, onder het mom van efficiëntie in de taakuitvoering. Die omschrijving staat me wel een beetje tegen en komt de democratische legitimiteit van veel van deze verbonden partijen ook niet ten goede. Je ziet bij sommige onderwerpen waar het dan niet lekker loopt dat dit ook iets is waar men vaak tegenaan botst.

Dus ik zou graag willen komen tot een betere omschrijving van dit deel.

Reactie:

Het betreft hier de private partijen waarin het college de gemeente vertegenwoordigt in de AvA en de daarbij behorende stemuitoefening bepaald. In de nota leggen we vast bij welke strategische onderwerpen (bijv. voorgenomen fusie, opheffing, strategische herijking/visie) het college in principe vóóraf de raad dient te raadplegen over de in te nemen standpunten tijdens de AvA middels de wensen -en bedenkingenprocedure. In principe heeft betrekking op de tijdspanne en niet op de inhoud. Helaas krijgen wij de stukken voor een AvA vaak op zodanig korte termijn aangeleverd dat het zelfs onmogelijk is voorgaande procedure te volgen. Het college stelt de raad hier echter wel zo spoedig mogelijk van op de hoogte; het college heeft immers een actieve informatieplicht. In de aangepaste nota hebben wij getracht door een aanpassing tot een duidelijkere verwoording te komen. 1.c.2 Goed dat de dubbele petten problematiek wordt benoemd, maar dat is de raad af en toe nog niet helemaal duidelijk. Zoals onlangs bij de kadernota GGD: waarom dienen we een zienswijze in als onze wethouder ook al in het bestuur zit? Doet hij dan niet genoeg zijn best daar voor onze gemeente? Dat zit hem dus hierin, maar wellicht is het bij de raadsvoorstellen van dergelijke stukken goed dit onderscheid nog eens te noemen.

Reactie:

Als een collegelid in het DB van een GR zit, heeft deze daar de ‘pet’ van de GR op en zit daar als (mede)bestuurder van de GR voor de belangen van de GR. Middels het AB van de GR vervullen wij de medeeigenaarsrol. Hier is ons belang gelegen in de realisatie van het eigen gemeentelijk beleid. Uit dien hoofde brengt uw raad wensen en bedenkingen in bij de kadernota en begroting van de GR. Via het gedeelde belang (als ‘mede-eigenaar’ van de GR) dat alle deelnemers hebben, oefent de gemeentelijke vertegenwoordiger als lid van het AB daar zijn invloed uit.

Bovenstaande is een regulier uitgangspunt inherent aan de rechtsvorm van een GR dat uw raad dient te beseffen. Wij gaan ervan uit dat dit in het inwerkprogramma voor de raad aan de orde komt.

Ten aanzien van de zgn. ‘dubbele petten’ problematiek is in par. 4.4.3 opgenomen dat college- en raadsleden en ambtenaren géén bestuurder van een private verbonden partij kunnen zijn. De gemaakte uitzondering hierop betreft vennootschappen waarin de gemeente deelneemt en die ten doel hebben het realiseren van een gebiedsontwikkeling met daarin aanwezige grondposities van de gemeente en derden (pps-constructies). 7

Hier is voor een werkbare oplossing gekozen door het Hoofd Vastgoed wel als bestuurder te kunnen positioneren.

Collegeleden kunnen wel lid zijn van een RvC/RvT bij initiatieven vanuit de gemeente, waarbij bestuurlijke kracht met name in de eerste jaren wenselijk is. Na een aantal jaar, wanneer de entiteit waarin wij een belang hebben tot ‘volwassendom’ is gekomen, heeft het onze voorkeur toezichtfuncties door externen te laten invullen. Raadsleden en ambtenaren kunnen géén lid zijn van een RvC/RvT.

Beetje politiek, maar bij Onderwerpen van sturing zou mogelijk passend zijn brede welvaart op te nemen. De invulling van wat maatschappelijk verantwoord ondernemen is, lees ik ook niet helemaal.

Reactie:

Onze deelname in een verbonden partij dient ter realisatie van het publieke belang zoals uw raad vaststelt.

De toetsing of een verbonden partij hieraan nog bijdraagt (aan beleidsdoelen), kan periodiek plaatsvinden.

Hierbij kan het onderwerp ‘Brede welvaart’ een van de aspecten zijn waar (aanvullend) op wordt getoetst.

De toets op Maatschappelijk verantwoord ondernemen kan bij een dergelijke periodieke toetsing nader worden ingevuld waarbij de laatste ontwikkelingen op dit gebied in acht worden genomen.

8

Opmerkingen Deloitte bij Nota Verbonden Partijen 2.a Met de mogelijkheden die de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen beidt, lijkt in de nota niet zoveel gedaan te worden. Ik mis hier een visie op en afspraken over.

Hieronder enkele belangrijke wijzigingen.

De versterking van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen. Bij versterking bij besluitvorming gaat het vooral om:

1. Zienswijze voor besluiten: De verplichting om in de gemeenschappelijke regeling vast te leggen welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling vatbaar zijn voor een zienswijze van gemeenteraden. Ook kan in de gemeenschappelijke regeling worden afgesproken dat geen besluiten vatbaar zijn voor een zienswijze, maar dat is dan een keuze waar de gemeenteraden bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee in dienen te stemmen. In de Memorie van Toelichting worden als voorbeelden genoemd van besluiten waarvoor een zienswijzemogelijkheid kan worden vastgelegd, besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes;

2. Adviescommissie: Het recht voor gemeenteraden om bij een gemeenschappelijke regeling zijnde een openbaar lichaam een gemeenschappelijke commissie in te laten stellen, bestaande uit raadsleden. Deze adviescommissie adviseert de vertegenwoordigende lichamen en helpt met het voorbereiden van zienswijzen.

Commissieleden maken aanspraak op een extra vergoeding;

3. Burgerparticipatie: De verplichting om in de gemeenschappelijke regeling vast te leggen of, en zo ja op welke wijze, burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd;

4. Actieve informatieplicht: Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling is verplicht actief te informeren. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden vastgelegd over de wijze waarop informatie wordt aangeleverd.

Bij de introductie van aanvullende controle-instrumenten gaat het om:

5. Recht van onderzoek: Gezamenlijke gemeenteraden krijgen het recht van onderzoek;

6. Onderzoeksmogelijkheid lokale rekenkamers: Lokale rekenkamers, tevens gezamenlijke rekenkamers, hebben de mogelijkheid om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling (dit betreft een verduidelijking van bestaande wettelijke bevoegdheden).

In de nota wordt het initiatief voor het toepassen van de zienswijze van de gemeenteraad vooral bij het college gelegd.

Reactie:

Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 2.1.2. Het is daar niet uitgebreid behandeld maar summier opgenomen. Reden hiervoor is dat de kadernota verbonden partijen de verhoudingen tussen het college en de raad betreft, niet de verhoudingen tussen de raad en de verbonden partijen.

Indien de Tilburgse gemeenteraad bijvoorbeeld een adviescommissie in zou willen stellen dan zullen ze daarvoor de raden van de andere deelnemers in de GR moeten benaderen. Het Tilburgse college heeft hierin geen rol.

9

2.b Het deelnemen van ambtenaren en/of bestuurders in besturen of raden van toezicht/commissarissen van privaatrechtelijke rechtspersonen is vanuit een mogelijk (ook juridisch) belangenconflict niet wenselijk. Dit zou een tijdelijk uitzondering kunnen zijn om bijvoorbeeld in een opstartfase bestuurlijke kracht in te brengen.

Reactie:

Wij hebben deze suggestie verwerkt in paragraaf 4.4.3. Zie ook beantwoording vraag 1.c.2. 2.c De uitwerking op de inzet van instrumenten om de sturingsrelatie met verbonden partijen sterk te houden, mis ik. Zo is het denkbaar om op basis van risico-analyse jaarlijks het toezichts-instrumentarium op de sturingsrelatie (afnemer- en eigenarenrol) te bepalen en uit te voeren. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van een drietal toezichts-arrangementen (licht, gemiddeld en zwaar). Het eigenarenperspectief zou dan ook jaarlijks in de Auditcommissie besproken kunnen worden.

Reactie:

Bij de nadere uitwerking van de door ons op te zetten risico-analyse nemen wij bovenstaande suggestie mee. Zie ook beantwoording vraag 1.a.10. 2.d In de nota kan nog wel aandacht worden besteed aan waarom wel of niet bepaalde partijen die wellicht niet aan de formele definitie van een verbonden partij voldoen, wel als verbonden partij worden gezien en ‘behandeld’.

We hebben dit nader onderzocht. Hieruit hebben we twee conclusies getrokken:

1. De commissie BBV heeft de aanbeveling gedaan om in het geval dat formeel juridisch geen sprake is van een verbonden partij, maar er wel sprake is van een structurele bekostiging in overwegende mate van (de activiteiten van) een organisatie én een bestuurlijk belang, om deze organisaties gezien het maatschappelijke of algemene belang en de mogelijke risico’s op te nemen in de paragraaf verbonden partijen. Deze aanbeveling heeft niet geleid toe een uitbreiding van de lijst met verbonden partijen.

2. De commissie BBV heeft de definitie van verbonden partijen aangescherpt. Bij een verbonden partij moet sprake zijn van zowel een financieel als een bestuurlijk belang. Wanneer een wethouder, raadslid of ambtenaar namens de gemeente deelneemt aan het bestuur van een verbonden partij is sprake van een bestuurlijk belang. Echter, een adviserend lidmaatschap in zo’n orgaan levert geen bestuurlijk belang op. Wij hebben onze verbonden partijen getoetst aan deze laatste bepaling.

Stichting TOF, waarin de gemeente volgens de statuten een benoemingsrecht heeft, kwalificeert dientengevolge niet meer als zodanig. Bij de eerstvolgende P&C productie zal deze dan ook niet meer in de par. verbonden partijen (Kerncijfers) worden opgenomen.

Stichting Citymarketing is en blijft wel een verbonden partij. In de statuten is opgenomen dat de gemeente het benoemingsrecht ten aanzien van de leden RvT heeft (art. 7 lid 2) en hiervan één lid benoemd als afgevaardigde van de gemeente (art. 7 lid 3). Aangezien wethouder Van de Pol deze laatste rol inneemt en de RvT beslissingsbevoegdheden heeft, kwalificeert Citymarketing dienaangaande als een verbonden partij. In het kader van de jaarrekening 2025 zullen wij alle verbonden partijen als zodanig opnieuw beoordelen.

10

Bekijk de brief: bijl. 2 Beantwoording vragen Auditcommissie

Bron: raadsinformatie van de gemeente Tilburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Tilburg

Alle artikel 35-vragen in Tilburg