Brief beantwoording raadsvragen gemeentelijke zorgverlening rondom hulpmiddelen binnen de WMO
Een raadslid stelde op 7 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Tilburg.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aan de leden van de gemeenteraad
Onderwerp Schriftelijke vragen Gemeentelijke zorgverlening rondom hulpmiddelen binnen de Wmo Portefeuillehouder Peter Kok Gemeentelijke zorgverlening rondom hulpmiddelen Postadres binnen de Wmo Postbus 90155 5000 LH Tilburg
Geachte raadsleden, Hierbij beantwoorden wij de schriftelijke vragen die door het raadslid D. Heuvelmans (GL) zijn gesteld op grond van het Reglement van Orde gemeenteraad Tilburg. De vragen gaan over gemeentelijke zorgverlening rondom hulpmiddelen binnen de Wmo en zijn ontvangen op 25 augustus 2025.
Wij hebben kennisgenomen van het artikel in het Brabants Dagblad. De inwoner ontving ondersteuning vanuit de WMO van de gemeente Tilburg. Vervolgens heeft de inwoner een indicatie voor de Wet Langdurige Zorg (hierna: WLZ) gekregen voor zorg thuis. Dat gebeurt door het Zorgkantoor. De WLZ is een landelijke regeling voor een zwaardere hulpvraag. In beginsel vervalt daarmee de WMO die door de gemeenten wordt uitgevoerd.
Gemeenten in de Regio Hart van Brabant en het Zorgkantoor hebben een convenant gesloten met als doel om er, enerzijds, voor te zorgen dat de hulpbehoevende inwoner niet zonder hulpmiddelen komt te zitten door een verhuizing of overgang naar de WLZ, en, anderzijds, om verspilling van kostbare ondersteuning te voorkomen. In het convenant is afgesproken dat inwoners die verhuizen tussen de gemeenten of die zorg vanuit de WLZ gaan ontvangen, hun hulpmiddelen, waar dit mogelijk is, meenemen.
Vraag 1 Hoe kijkt het college naar de berichtgeving in het Brabants Dagblad rondom zorgverlening van hulpmiddelen binnen de Wmo en de frustraties en zorgen die dit oplevert voor inwoners vanuit ook de gemeente Tilburg?
Antwoord 1 Wij betreuren het als de zorgverlening frustraties en zorgen opleveren voor onze inwoners. De situatie die in het Brabants Dagblad staat, laat de complexiteit zien tussen de WMO en de WLZ. De WMO wordt door de gemeenten uitgevoerd; de WLZ door het Zorgkantoor. Voor de situaties dat een inwoner een hulpmiddel heeft op basis van de WMO, maar een WLZ-indicatie krijgt, bestaat een overbruggingsperiode voor de hulpmiddelen. Wij vinden dat de inwoners niet onnodig belast moeten worden en dat zoveel mogelijk administratief en in een goede samenwerking tussen de gemeenten en het Zorgkantoor afgedaan moet worden.
Vraag 2 Kan er een overzicht worden gegeven van aantallen aanvragen, toekenningen en afwijzingen van Wmo hulpmiddelen over de periode 2020 tot en met 2025 met een nadere specificering naar categorieën van de hulpmiddelen? Hoe interpreteert het college deze cijfers en wat zijn de trends?
Antwoord 2 Het is niet mogelijk gebleken om een overzicht te maken dat een goed beeld geeft van het aantal aanvragen, toekenningen en afwijzingen van de hulpmiddelen. Dit komt omdat onze administratie hier niet op is ingericht. Wij kunnen wel het aantal voorzieningen dat per kalenderjaar in gebruik is, laten zien. Die aantallen staan in deze grafiek opgenomen.
Datum 7 oktober 2025 Afdeling Dienstverlening Bezoekadres Koningsplein 10 5038 WG Tilburg
RO = rolstoelen VV = vervoersvoorzieningen WV = woonvoorzieningen Hieronder het totaal aantal voorzieningen (rolstoel, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen) per kalenderjaar. Voor de laatste maanden van 2025 zijn nog geen eindcijfers bekend.
Wij zien de effecten van de vergrijzing in de Nederlandse samenleving terug in bovenstaande grafieken.
Daarnaast merken we als algemene trend dat er meer producten op de commerciële markt zijn waar inwoners gebruik van maken zoals elektrische fietsen en woonvoorzieningen in huis. Dit heeft een remmend effect op de stijging van het aantal voorzieningen dat wij verstrekken.
Vraag 3 Kan het college een algemene en brede toelichting en reflectie geven waar zaken doorgaans niet goed gingen betreffende aanvraag, beoordeling, reparaties dan wel onderhoud aan hulpmiddelen binnen de Wmo over de jaren 2020 tot en met 2025? Welke oplossingen dan wel maatregelen zijn hierop ondernomen en opgenomen in lokale regelgeving?
Antwoord 3 Met de twee leveranciers voor hulpmiddelen onderhouden wij actief contact. Wij voeren kwartaalgesprekken met de leveranciers om trends, doorlooptijden, verstrekte voorzieningen, klachten etc. te bespreken. Vervolgens worden, daar waar nodig, processen aangepast om de prestaties van de leveranciers en gemeenten te verbeteren. Er is door ons geïnvesteerd in betere communicatie over levertijd tussen leveranciers en de inwoners. Bij hoog specialistische voorzieningen die op maat ontwikkeld worden, bleek de levertijd lang te zijn en niet korter te kunnen. Duidelijke communicatie door de leveranciers over de levertijden en de oorzaak wanneer deze langer is, heeft gezorgd voor meer begrip bij inwoners.
Vraag 4 Verhuizingen van inwoners, met complexe zorg, vinden vooral binnen de regio plaats. Ook de Wmo hulpmiddelen zijn (vrijwel) als ook het regionaal Wmo vervoer zijn allemaal regionaal aanbesteedt. Kan toegelicht worden waarom door (regionale) verhuizingen en de hulpmiddelen die inwoners binnen de Wmo ontvangen tot evenzo meer problemen leidt voor inwoners?
Antwoord 4 Wij, de omliggende gemeenten in de regio en vele andere gemeenten in Nederland hebben het convenant “meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen bij een verhuizing” ondertekend. Daarmee hebben wij beoogd om zoveel mogelijk problemen te voorkomen. Wanneer er sprake is van een verhuizing naar een andere gemeente, wordt er tussen de gemeenten contact gelegd om te zorgen voor een goede overgang van de hulpmiddelen. De gemeenten geven namelijk hun eigen beschikkingen af waarin zij een hulpmiddel toekennen. De leveranciers zijn regionaal aanbesteed, maar de toekenningen gebeuren door de individuele gemeente afzonderlijk. Bij een verhuizing naar een intramurale setting op basis van de WLZ, mag het Zorgkantoor volgens het convenant de voorziening vervangen voor een hulpmiddel uit haar eigen assortiment. De reden daarvoor is dat er in de instellingen een ander assortiment van hulpmiddelen van toepassing is en het Zorgkantoor de diversiteit aan merken en typen van de WMO niet kan voeren. Het Zorgkantoor vervangt binnen twee maanden het hulpmiddel en zorgt ervoor dat de inwoner niet zonder hulpmiddel komt te zitten.
Vraag 5 In hoeverre neemt het college maatregelen en initiatief om dit met ketenpartners zoals regiogemeenten en dus de zorgregio Hart van Brabant, Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), verpleeghuizen en zorginstellingen, zorgverzekeraars te bespreken om de zorgverlening rondom hulpmiddelen vanuit de Wmo of Wlz te verbeteren voor de inwoners van de gemeente Tilburg? Tot welke resultaten of aanpassingen heeft dit al geleid, bijvoorbeeld in regionale aanbestedingsregels of harmonisatie rondom indicatiestellingen?
Antwoord 5 In de regio is er al meerdere jaren gezamenlijk aanbesteed voor de hulpmiddelen. De twee leveranciers werken ook samen met het zorgkantoor (WLZ). Zie ook de beantwoording bij vraag 3 en 4.
Vraag 6 Zijn er andere knelpunten of problemen, in bijvoorbeeld aanvraagprocessen, beoordelingen en indicatiestelling dan wel anderszins (service, reparaties, onderhoud) waardoor inwoners onevenredig gedupeerd worden die onoplosbaar lijken te zijn dan wel waar landelijke regelgeving in de weg zit?
Welke stappen wil het gemeentebestuur aanvullend nemen om dit op te lossen?
Antwoord 6 Op dit moment zijn er geen andere knelpunten. Er zijn meerdere overlegvormen waar eventuele knelpunten kunnen worden besproken en waar invulling wordt gegeven aan de oplossing.
Vraag 7 Op 22 maart 2022 heeft het college de in de toelichting genoemde convenanten ondertekend. Hoe verloopt de naleving daarvan en leidt het naleven tot een goede verlening van de hulpmiddelen en daarmee een verbetering van de zorgverlening? Zo niet, wat doet het college om dat te verbeteren dan wel het convenant na te leven?
Antwoord 7 Vóór de ondertekening van de convenanten verliep de samenwerking tussen de gemeenten in regio al goed als het gaat om hulpmiddelen. Er was toen al een regionale aanbesteding met dezelfde leveranciers. Ook in die tijd werd er geprobeerd om met andere gemeenten buiten de regio zoveel mogelijk hulpmiddelen bij de inwoners te laten blijven met een verhuizing. Dit lukte niet altijd, maar er werd gezorgd voor een zo soepel mogelijke overgang. Door de ondertekening van het convenant is dit makkelijker geworden. De samenwerking van het zorgkantoor (WLZ) is nog een aandachtspunt.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Tilburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.