vragen cie. 18-03-2025 - Gewasbeschermingsmiddelen en spuitvrije zones Tubbergen.pdf
Een raadslid stelde op 8 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
1 april 2025
VRAAG EN ANTWOORD ‘BELEIDSVOORNEMEN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN SPUITVRIJE ZONES DE ESSENTIE VAN HET RAADSVOORSTEL Wat is de aanleiding voor huidige voorstel?
Gezondheid speelt in het bijzonder een rol waar het gaat om gevoelige functies in de nabijheid van agrarische bedrijvigheid waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen is vrijwel onvermijdelijk dat een deel daarvan door de wind wordt meegenomen (ook wel ‘drift’ genoemd1) en neerslaat in de omgeving, bijvoorbeeld op gevoelige functies. Dergelijke drift kan leiden tot gezondheidsrisico’s, met name wanneer gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt met een hoge toxiciteit of in de nabijheid van kwetsbare groepen. Gelet op de risico’s van drift, is het belangrijk voldoende afstand aan te houden tussen gevoelige functies en agrarische gronden waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Dit kan door het aanbrengen van een spuitvrije zone.
De rechtspraak geeft aan dat bij de realisatie van gevoelige functies, zoals woningen, rekening moet worden gehouden met agrariërs die hun gewassen bespuiten. Eerst ging de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State alleen over boom- en sierteelt, maar sinds juni 2024 om alle agrarische bedrijvigheid waar gewasbeschermingsmiddelen voor worden gebruikt.
Bij gebrek aan landelijke wet- en regelgeving ten aanzien van spuitvrije zones blijft het voor de gemeentelijke praktijk noodzakelijk te werken met het in de rechtspraak ontwikkelde kader.
Dat betekent voor gemeenten dat in het omgevingsplan een spuitzone van 50 meter wordt aangebracht tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
De gemeente kent in het omgevingsplan geen specifieke regeling ter bescherming van omwonenden tegen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de open lucht. Er is gelet op het vorengaande aanleiding om het omgevingsplan in de toekomst voor dit onderwerp te wijzigen.
1. Het beleidsvoornemen is om het omgevingsplan in de toekomst te wijzigen en te bepalen dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is toegelaten binnen een zone van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische activiteiten waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.
2. De afstand geldt niet voor bestaande situaties waarin sprake is van agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Reden hiervoor is dat bestaande planologische rechten voor agrarische bedrijvigheid worden gerespecteerd.
3. Daarnaast is het beleidsvoornemen om lelieteelt op alle agrarische gronden niet toe te laten.
De punten 1 tot en met 3 gelden niet als er sprake is van het gebruik van biologische alternatieven.
Zijn er alternatieven?
De gemeente kan er voor kiezen om geen ruimtelijke scheiding tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op agrarische gronden en gevoelige functies aan te brengen. De gemeente kan er voor kiezen om het wel te doen. Als de gemeente voor dat laatste kiest dan kan de gemeente alleen een ruimtelijke scheiding aanbrengen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op agrarische gronden en gevoelige functies met een zone van 50 meter door daarvoor regels op te nemen in het omgevingsplan. De gemeente kan dit alleen regelen in het omgevingsplan, zodat er geen alternatieven zijn om het op een andere manier juridisch te regelen.
Wat is de relatie van het huidige voorstel en de position paper voor het landelijk gebied?
We vragen de provincie haar grondbeleid dusdanig te wijzigen dat het de brede transitie van ons buitengebied en de extensivering van melkveehouders mogelijk maakt. Grondmobiliteit is immers een belangrijke sleutel in de opgaven in ons gebied. We zoeken met provincie en gebiedspartners naar 1 De term drift heeft betrekking op de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel die bij het spuiten van de
boomgaard buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen dan wel door de lucht kan worden verspreid.
1
1 april 2025
mogelijkheden om de ongewenste neveneffecten op biodiversiteit, bodem- en waterkwaliteit tegen te gaan, die het gevolg kunnen zijn van wanneer vrijkomende agrarische gronden alleen gebruikt gaan worden voor teelten waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden benut. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan een negatief effect hebben op de kwaliteit van bodem, water en natuur. Sommige van die teelten tasten ook de kwaliteit van ons Twentse landschap aan. In het kader van het algemeen belang (volksgezondheid, agrarisch perspectief, milieu, water, bodem) en de inspanningen die verricht worden om de water- en bodemkwaliteit en biodiversiteit te verbeteren, is dit onwenselijk. Door deze voorgenomen wijziging faciliteert de gemeente ook ruimte voor transitie van agrarische erven naar activiteiten of alternatieve verdienmodellen die als gevoelige functie worden aangemerkt.
COMMUNICATIE Als de raad het beleidsvoornemen heeft vastgesteld ligt het voor één jaar ter inzage. Een ieder kan in die periode een reactie indienen. Het betreft een beleidsvoornemen, de daadwerkelijke vertaling in het omgevingsplan zal na dat jaar plaatsvinden. Alle input kan waar nodig worden meegenomen in de daadwerkelijke vertaling in het omgevingsplan. Met LTO zal nader worden afgestemd.
GEZONDHEIDSRISICO’S, ONDERZOEK EN RECHTSPRAAK Onderzoek naar gezondheidsrisico’s van gewasbeschermingsmiddelen voor omwonenden bij landbouwpercelen Mensen die nabij landbouwpercelen wonen, kunnen blootgesteld worden aan chemische bestrijdingsmiddelen. Het is nog onduidelijk hoe schadelijk dit voor de gezondheid is. In 2018 en 2020 heeft het RIVM samen met andere instituten mogelijke gezondheidseffecten onderzocht in het Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden (hierna: OBO-1). Uit dit onderzoek bleek dat er gezondheidsrisico’s kunnen zijn voor mensen die dichtbij bepaalde teelten wonen. 2 De Gezondheidsraad adviseerde toen om verder onderzoek te doen naar het verband tussen bestrijdingsmiddelen en de gezondheid van omwonenden. Het vervolgonderzoek (hierna: OBO-2) 2 is gestart, maar resultaten zijn nog niet beschikbaar. -
Het OBO-1 onderzoek is een verkenning naar de blootstelling van omwonenden aan bestrijdingsmiddelen (OBO) en geeft aan dat je ziek kunt worden als je in de buurt van bepaalde teelten woont. Daarna is van af eind 2023 met OBO-2 onderzoek van start gegaan.
-
Het doel van het OBO-23 is bijdragen aan de verbetering van het toelatingsbeleid van bestrijdingsmiddelen. Dat moet ertoe leiden dat effecten op de gezondheid verdwijnen of tenminste verminderen. Een ander doel is om vragen te beantwoorden die leven bij omwonenden, agrariërs en andere betrokkenen. Want veel van hen maken zich zorgen over het gebruik van bestrijdingsmiddelen in hun buurt of bedrijf. OBO-2 loopt van 2023 tot naar verwachting 2031. Het kost tijd om goed onderzoek uit te voeren, zodat de resultaten ook bruikbaar zijn en zeggingskracht hebben. Als er informatie vanuit het onderzoek beschikbaar komt wat openbaar mag worden, dan zullen we deze zo snel mogelijk publiceren en niet wachten tot het einde van het onderzoek. Bij de werkpakketten beschrijven we wat wanneer wordt uitgevoerd.
Wat zegt de Gezondheidsraad?
Uit buitenlands onderzoek komen aanwijzingen voor een verband tussen blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en de kans op gezondheidsschade, zoals de ziekte van Parkinson en ontwikkelingsstoornissen bij kinderen. De uitkomsten van onderzoek in Nederland zijn minder uitgesproken, maar kunnen de ongerustheid ook niet wegnemen. Meer onderzoek zal op korte termijn geen duidelijkheid geven en de toelatingsprocedure voor de middelen kan nooit alle risico’s uitsluiten.
Daarom adviseert de Gezondheidsraad voorzorg toe te passen, door het streven naar vermindering van 2 https://www.bestrijdingsmiddelen-omwonenden.nl/resultaten 3 https://www.rivm.nl/bestrijdingsmiddelen/onderzoek-bestrijdingsmiddelen-en-omwonenden
2
1 april 2025
de afhankelijkheid van de landbouw van chemische gewasbeschermingsmiddelen te intensiveren. Ook voorlichting en handhaving zijn van belang, want telers blijken veilig werken niet altijd genoeg prioriteit te geven. De raad adviseert goed te registreren welke middelen op welke percelen gebruikt worden en de blootstelling van mensen aan gewasbeschermingsmiddelen periodiek te meten aan de hand van afbraakproducten in bijvoorbeeld urine. Tot slot adviseert de raad door te gaan met verbetering van de toelatingsprocedure.4 Hoe oordeelt de civiele rechter?
In de teeltseizoenen 2023 en 2024 zijn diverse geschillen tussen lelietelers en omwonenden aan de burgerlijke rechter in een kort geding procedure voorgelegd. In deze zaken, waarbij een spoedeisend belang is gesteld, vorderden de bewoners een verbod op de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen door de betreffende lelieteler.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Tubbergen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.