Schriftelijke raadsvragen Jaarstukken 2025, Voorjaarsnota 2026 en Eerste bestuursrapportage 2026
Een raadslid stelde op 18 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Wat was het oorspronkelijke percentage en wat is het huidige aandeel sociale huur in het totaal aantal woningtoewijzingen? → 1.
- Wat zijn de eerste ervaringen en lessen uit de toepassing hiervan? → 1.
- Hoeveel extra woonplekken zijn hiermee gerealiseerd en in hoeverre ligt dit in lijn met de gemeentelijke doelstellingen? → 1.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Schriftelijke vragen Jaarstukken 2025, Voorjaarsnota 2026 en Eerste Bestuursrapportage 2026 Vraagnummer: 1 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Sharon Dijksma Jaarstukken 2025 Programma's Veilige stad Doelstellingen 138
Nee Ondanks de inzet is het gevoel van onveiligheid toegenomen. Kan er duiding gegeven worden waaraan deze toenam te wijten is?
Antwoord:
Nee, duiden waaraan deze toename te wijten is, is lastig omdat meerdere factoren bijdragen aan iemands gevoel voor onveiligheid.
In de Inwonersenquête wordt gevraagd naar hoe vaak men zich onveilig voelt in de eigen buurt.
Veiligheidsbeleving omvat onder meer gedachten, percepties en emoties. Deze zijn vaak ook nog weer anders voor elke persoon en voor elke situatie. Zie hiervoor ook informatie van het Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid (het CCV): Wat is veiligheidsbeleving? - Het CCV. Hieruit blijkt de complexiteit van veiligheidsbeleving. Zo kunnen bijvoorbeeld de algemene maatschappelijke context, zichtbare aanwezigheid van bepaalde groepen mensen, fysieke omgeving (verlichting, verlaten plekken), berichtgeving in de media, persoonlijke factoren, en nog verscheidene andere aspecten, denk aan dreiging van een nieuwe wereldoorlog of een pandemie, bijdragen aan iemands gevoel van onveiligheid. Het duiden waaraan de toename specifiek te wijten is, is dus lastig. Ter vergelijking: landelijk en in de G4 is de verslechtering van de veiligheidsbeleving ook te zien (zowel voor de eigen buurt als in het algemeen).
Vraagnummer: 2 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Sharon Dijksma Jaarstukken 2025 Programma's Veilige stad Doelstellingen 141
Verbijzondering/context Erratum?
Heeft relatie met vraag
Nee
Vraag
Welke concrete en meetbare effecten heeft de nachtsluiting van Hoog Catharijne gehad?
Antwoord:
Begin april heeft er een tussentijdse evaluatie plaatsgevonden van de nachtsluiting door verschillende betrokken (o.a. Hoog Catharijne, politie, NS, zorgpartijen en omwonenden) te vragen naar de effecten.
De nachtsluiting van Hoog Catharijne heeft concreet geleid tot een afname van overlast en incidenten in het gebied zelf, zoals minder agressie, diefstallen en conflicten met beveiliging en politie.…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Wat was het oorspronkelijke percentage en wat is het huidige aandeel sociale huur in het totaal aantal woningtoewijzingen?
Antwoord van het college
1. De door u aangehaalde zin verwijst naar de slagingskans. Het totaal aantal toegewezen sociale huurwoningen stijgt de afgelopen jaren licht, daarbinnen ook het aantal toegewezen woningen via het aanbodmodel en loting (toename tussen 2024 en 2025: 4%). Dit komt onder meer door een stijging van het aantal nieuwgebouwde sociale huurwoningen en de daaruit volgende verhuisketen.
Aangezien het aantal actief woningzoekenden harder groeide dan die 4%, namelijk met 11%, is de slaagkans afgenomen.
2. De groei van de toegewezen sociale huurwoningen via het aanbodmodel en loting was tussen 2023 en 2024 afgerond 0%.
We hebben geen cijfers over alle toegewezen huurwoningen, we weten dat alleen van de sociale huurwoningen van de corporaties. We kunnen daar dan ook geen aandeel voor geven.
Vraagnummer: 50 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Susanne Schilderman Jaarstukken 2025 Programma's Ontwikkelen en wonen voor iedereen Doelstellingen https://utrecht.jaarverslag-2025.nl/p65591/3-huisvesting Nee
1. Hoe verloopt de voorbereiding van de uitvoering van de initiatiefnota ‘Stem van de woningzoekende’?
2. Zijn er al concrete projecten of processen waarin de stem van de woningzoekende structureel is meegenomen?
Vraag 2
Wat zijn de eerste ervaringen en lessen uit de toepassing hiervan?
Antwoord van het college
1. Er is een kwartiermaker aangesteld voor de uitvoering van het initiatiefvoorstel ‘Geef woningzoekenden een stem’. De voorbereiding verloopt langs twee sporen: enerzijds wordt de stem van woningzoekenden structureel verankerd in bestaande werkprocessen (Utrechts Planproces Gebiedsontwikkeling (UPG) en Samen Stad Maken), zodat hun stem wordt meegenomen in de belangenafweging bij besluitvorming. Anderzijds wordt aanvullend verkend hoe woningzoekenden nog breder en directer bereikt kunnen worden (o.a. via samenwerkingspartners en gerichte bijeenkomsten).
2. Het betrekken van woningzoekenden is nu standaard onderdeel van de instructie voor het opstellen van een samenwerkingsplan bij complexe UPG projecten, waar woningen onderdeel van het programma uitmaakt. Het belang van de woningzoekenden wordt daarmee ook meegenomen in het samenwerkingsverslag. Door de recente aanpassing in de werkinstructies zijn er pas enkele projecten die de stem van woningzoekenden actief hebben opgehaald. Bijvoorbeeld bij Rijnenburg wordt dit nu uitgevoerd.
3. Zie antwoord op vraag 2. Werkinstructies rondom UPG en Samen stad maken zijn Q1 2026 hierop aangepast, waardoor projecten nog lopen. Wel zien we dat het bereiken van woningzoekenden in een peiling aparte aandacht vraagt en dat het zichtbaar maken van hun stem in de belangenafweging nog beter kan.
Vraagnummer: 51 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Jaarstukken 2025 Programma's Ontwikkelen en wonen voor iedereen Doelstellingen
Verbijzondering/context
De Wet betaalbare huur (Wbh) is ingegaan op 1 juli 2024. De Wbh maakt ook in Utrecht handhaving van te hoge huurprijzen mogelijk.
Tegen te hoge huurverhogingen wordt handhavend opgetreden op basis van meldingen die binnenkomen via het meldpunt Klacht over huren.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Hoeveel klachten zijn in 2025 binnengekomen bij het meldpunt Klacht over huren sinds de invoering van de Wet betaalbare huur op 1 juli 2024? In hoeveel gevallen heeft dit geleid tot handhaving of aanpassing van huurprijzen, en hoe verhoudt dit zich tot de wettelijke handhavingsplicht van gemeenten?
Antwoord:
Bij de gemeente zijn in 2025 in totaal 197 meldingen binnengekomen. 41 hiervan betroffen een melding over een te hoge huurprijs.
Bij een overtreding van de landelijke regels op de Wet Goed Verhuurderschap, waaronder de Wet betaalbare huur, geven wij eerst een waarschuwing, zoals vastgelegd in de beleidsregel handhavingsstrategie Woontoezicht. De verhuurder of verhuurbemiddelaar krijgt de kans om zijn gedrag te wijzigen. Bij een volgende geconstateerde overtreding kan een last onder dwangsom en bestuurlijke boete worden opgelegd. In 2025 hebben wij verhuurders gewaarschuwd; er zijn geen boetes opgelegd.
Daarnaast hebben we in 2025 meldingen over huurprijs doorgezet naar het Huurteam Utrecht. Zij hebben 237 misstanden vastgesteld en zijn 200 vervolgtrajecten gestart. Op basis van meldingen die direct bij het Huurteam zijn gemaakt én de meldingen die via de gemeente zijn doorgezet naar het Huurteam is een huurverlaging van €558K bij 27 huurders gerealiseerd. De resultaten van het Huurteam zijn toegelicht in de raadsbrief Jaarrapportage Huurteam 2025 van 10 maart 2026.
Beleidsregel: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742520 Raadsbrief: https://utrecht.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/6b171c81-01f4-46c6-99a72db4be595bdb
Vraagnummer: 52 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Jaarstukken 2025 Programma's Ontwikkelen en wonen voor iedereen Doelstellingen
Verbijzondering/context
De raad heeft per motie verzocht in 2025 een programma 4xB (beschermen bestaande voorraad) te ontwikkelen. Die ontwikkeling is opgepakt maar besluitvorming is pas in 2026. In het kader van nieuwe wetgeving dienen we de regelgeving voor doorwerking in projecten rond het middenhuurbeleid aan te passen. Dit is vertraagd en zal in principe 2026 opgepakt worden.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag
https://utrecht.jaarverslag-2025.nl/p65591/3-huisvesting
Vraag
1. Kan het college toelichten wat de huidige stand van zaken is van de ontwikkeling van het programma 4xB en wanneer besluitvorming wordt verwacht?
2. Welke maatregelen zijn in de tussentijd genomen of lopen reeds om de bestaande woningvoorraad beter te benutten en te beschermen?
3. Kan het college inzicht geven in de omvang van vergunningen en/of initiatieven gericht op het beter benutten van de bestaande voorraad (zoals splitsen, woningdelen en optoppen) in 2025?
Vraag 3
Hoeveel extra woonplekken zijn hiermee gerealiseerd en in hoeverre ligt dit in lijn met de gemeentelijke doelstellingen?
Antwoord van het college
1.
Bij de behandeling van de motie is toegezegd dat wij in Q2 2026 op deze motie terugkomen.
In de motie verzoekt u om extra inzet en monitoring op beter benutten via een apart programma, aanvullend op de faciliterende en toetsende rol zoals beschreven in de beleidsnota. Daarnaast wordt in de motie geconstateerd dat “voor geen enkele 4xB actie in de nota (extra) budget gereserveerd [is]”.
Er is een voortgangsbericht naar u onderweg via de kwartaalbrief wonen. In de afgelopen periode zijn stappen gezet in de nadere uitwerking van dit programma, waaronder het verkennen van mogelijke extra acties, effectindicatoren, planning en benodigd budget. Op dit moment zijn we bezig met de samenhang tussen de financiële uitwerking en het beschikbare budget. 2.
Op basis van het beschikbare budget heeft de gemeente op dit moment een faciliterende en toetsende rol. Dat betekent dat de gemeente waar mogelijk medewerking verleent aan binnenkomende initiatieven. In de Beleidsnota Wonen is opgenomen dat er kansen liggen in het versoepelen van het splitsingsbeleid. Dit wordt nu verder onderzocht en uitgewerkt om ook invulling te geven in de door de raad aangenomen motie M692 Maak woningen splitsen en omzetten nu eindelijk eens makkelijker. Bij vaststelling van de wijziging wordt uw raad hierover geïnformeerd. 3.
Splitsen: In 2025 zijn 44 vergunningen verleend voor bouwkundige splitsingen en 73 vergunningen voor kadastrale splitsingen (zie Handhavingsverslag- en programma 2025/2026).
Binnen één vergunning kunnen meerdere woningen gesplitst worden. Voor de realisatie van het aantal woningen, kijkt de gemeente naar de cijfers overige toevoegingen (transformeren, splitsen en verbouwen). In 2025 zijn 383 woningen met overige toevoegingen gerealiseerd (zie Utrecht Monitor).
In de afgelopen jaren bestond ongeveer de helft van deze toename uit splitsingen.
Woningdelen: begin 2026 is het vergunningsvrij woningdelen t/m 3 personen voor het eerst geëvalueerd (zie Raadsbrief Stand van Zaken wonen en volkshuisvesting eerste kwartaal 2026). Dit
betreft een (eenmalig) uitgebreid dataonderzoek vanuit burgerzaken op basis van BRP-data. Er is geen extra data beschikbaar over het jaar 2025. In 2025 zijn 6 omzettingsvergunningen (kamerverhuur) verleend (zie Handhavingsverslag- en programma 2025/2026).
Optoppen: In 2025 heeft Woonin aan de Norbruislaan 54 woningen opgeleverd (deels met optoppen en deels met splitsen/transformaties op de begane grond). In 2025 is het optoppen boven het CAB gebouw in Cartesius gestart waarvan de oplevering is gepland in 2026 (246 woningen door Heddes).
Overigens is in 2025 het Volkshuisvestelijke Akkoord met de Utrechtse woningcorporaties ondertekend. Mede daardoor doen de woningcorporaties nu méér haalbaarheidsonderzoeken dan in de jaren daarvoor. 4.
Zie antwoord vraag 3. De gemeente heeft geen concrete doelstelling in aantallen voor beter benutten.
Vraagnummer: 53 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman Jaarstukken 2025 Hoofdlijn Hoofdlijn -
Verbijzondering/context
In de Tweede bestuursrapportage 2025 werd een negatief resultaat van circa €11,9 miljoen verwacht, terwijl de jaarrekening 2025 uitkomt op een positief resultaat van €54,6 miljoen.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
1. Hoe verklaart het college dat structurele onderbesteding van circa €22 miljoen niet zichtbaar was in de prognose van de Tweede bestuursrapportage?
2. En op welke wijze werkt het college, naast het programma Grip op investeringen, op dit moment al aan het verbeteren van de voorspelbaarheid van investeringen en de bijbehorende uitgaven?
3. Hoe zorgt het college ervoor dat onzekerheden zoals netcongestie, vertragingen in de bouw en personeelstekorten tijdig worden meegenomen in prognoses, zodat het risico op onderbesteding beter zichtbaar wordt gedurende het jaar?
Antwoord:
1. De Tweede bestuursrapportage 2025 is opgesteld in de zomer van 2025, waardoor er nog een aanzienlijke onzekerheid bestond over het verloop van de tweede helft van het jaar. Vanuit voorzichtigheidsprincipe is met name nadruk gelegd op verwachte nadelen. Zoals aangegeven in de hoofdlijn van de Jaarstukken 2025 is de onderbesteding incidenteel van aard en blijven we sterker inzetten op realistisch ramen.
2. In zijn algemeenheid heeft realistisch begroten de aandacht. Het verbeteren van de voorspelbaarheid van investeringen en de bijbehorende uitgaven vindt plaats vanuit het programma Grip op investeringen en vindt zijn weerslag in de begrotingscyclusproducten. Verbeteracties zoals een aangepast investeringsoverzicht met uitgavenramingen is vanaf de Programmabegroting 2025 ingesteld, waardoor er bij deze jaarstukken ook specifieker dan voorheen afwijkingen tussen raming en realisatie van investeringsuitgaven per doelstelling zijn aangegeven en toegelicht.
3. Het voornemen is om de totale investeringsplanning en bijbehorende uitgavenraming twee keer per jaar te actualiseren, bij de begroting en bij de voorjaarsnota. Tot nu toe was dat alleen bij de begroting.
Vraagnummer: 54 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman Jaarstukken 2025 Programma's Aantrekkelijke, groene leefomgeving & erfgoed Doelstellingen 0
Verbijzondering/context
We liggen op schema om achterstallig onderhoud in 10 jr in te lopen.
Echter de waardering staat op 6,6 in het rood.
Nee 163 en 241
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Het effect van de huidige inspanningen blijkt onvoldoende om het achterstallig onderhoud weg te werken. Wat is er aanvullend nodig om dit wel te realiseren? Wanneer verwacht het college dat het achterstallig onderhoud volledig is weggewerkt? En welke financiële risico's blijven bestaan zolang de achterstand niet is opgelost?
Antwoord:
We liggen op schema om het in de Nota Beheer Openbare Ruimte vastgestelde achterstallig onderhoud in tien jaar in te lopen. Wel blijft er sprake van een zekere mate van nieuw achterstallig onderhoud, mede doordat het voorkomen van nieuwe achterstanden steeds uitdagender wordt door de groeiende beheeropgave De waardering is niet alleen afhankelijk van het (inlopen van achterstallig) onderhoud. Zie de analyse bij de effectindicator voor de waardering van het onderhoud van de verharding. Tevens wordt groot onderhoud soms bewust beperkt, omdat op dezelfde locaties binnenkort grote herinrichtings- en vervangingsprojecten starten. Extra onderhoud zou dan kapitaalvernietiging zijn. De kwaliteit van de verharding kan daardoor tijdelijk lager zijn.
Vraagnummer: 55 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 259
Verbijzondering/context
Jaarstukken benoemen expliciet verhoogde druk op de uitvoering van wettelijke JGZ-taken.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke gevolgen heeft het hoge ziekteverzuim binnen de Jeugdgezondheidszorg in 2025 gehad voor de bereikbaarheid, wachttijden en de preventieve ondersteuning?
Antwoord:
Het ziekteverzuim heeft beperkte gevolgen gehad voor de bereikbaarheid, wachttijden en preventieve ondersteuning doordat we extra personeel hebben aangenomen. Vanwege de krapte in bezetting hebben we wel moeten prioriteren. Hierbij hebben we uiteraard rekening gehouden met het blijven aanbieden van alle RVP vaccinatiemomenten. Voor de 3 en 5-jarigen hebben we gekozen om alleen de kinderen uit te nodigen waarvan onze Jeugdgezondheidszorg inschatte dat zij de zorg het hardst nodig hadden. Aanvullend hebben we voor de overige 5-jarigen behoeftegericht uitgevraagd of er een consult nodig was, iedereen die dat wilde is vervolgens ook geholpen. Contactmomenten voor de overige leeftijden zijn uitgevoerd zoals gepland.
Vraagnummer: 56 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Linda Voortman Susanne Schilderman Jaarstukken 2025 Programma's Aantrekkelijke, groene leefomgeving & erfgoed Doelstellingen 109
Verbijzondering/context
Meer water en groen in- en buiten de stad per inwoner: is nog niet gerealiseerd, rode stip. Doel is om dit in 2026 te halen.
Nee 165 en 242
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Gaat dit lukken of zijn er nog financiele risico's, of risico's op middelen/capaciteit voorzien?
Antwoord:
Het areaal groen en water per huishouden is gestegen van 99 m2 in 2024 naar 100 m2 in 2025, maar blijft achter bij de doelstelling van 105 m2. De indicator ‘water en groen in – buiten de stad per huishouden’ staat op rood, omdat de toename van openbaar groen en water minder snel gaat dan de groei van de stad (met namen door woningbouw en verdichting) Daarnaast werkt de aanleg van groen met vertraging door in de indicator, omdat er tijd zit tussen planvorming, realisatie en het moment waarop groen daadwerkelijk is aangelegd en doorwerkt in de cijfers. Er kan meer dan tien jaar zitten tussen het eerste plan en de definitieve opname in de beheersystemen. De versnelling op groen is bij de RSU ingezet.
Uitgaande van de opgave zoals bepaald in de RSU moet dit gefinancierd worden uit middelen van o.a. het Rijk, bedrijven en door de gemeente zelf (via het MGP). Ook dit is een ingroeimodel en houdt het risico in zich dat er minder financiering beschikbaar komt dan gewenst.
Deze afhankelijkheid van aanvullende en externe financiering brengt financiële risico’s met zich mee en kan het tempo en de haalbaarheid van realisatie beïnvloeden.
Zoals ook in de raadsbrief Versnellingsaanpak Groene Schaalsprong (september 2025) is toegelicht, vraagt de combinatie van woningbouw en vergroening om een structurele versnelling, omdat groen nog niet in hetzelfde tempo meegroeit met de stad. Daarom blijven we inzetten op het versterken van groen in zowel nieuwe als bestaande gebieden en het beter borgen van groen in ruimtelijke ontwikkelingen. Ook blijven we zoeken naar aanvullende financiering buiten de bestaande kaders, zoals subsidies en bijdragen van bedrijven.
Daarbij geldt dat de beschikbare ruimte, middelen en uitvoeringscapaciteit begrensd zijn. Zoals ook in het Ambtelijk Overdrachtsdossier is benoemd, leidt de stapeling van ambities tot keuzes en fasering.
Dit betekent dat, hoewel voortgang wordt geboekt en in absolute zin groen en water toenemen, het behalen van de indicator (per inwoner) de komende jaren onzeker blijft.
Vraagnummer: 57 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 259
Verbijzondering/context
"Onderschrijding incidentele coalitiemiddelen: onder andere doordat uitvoeringsplan Mentale gezondheid later is vastgesteld" Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke volksgezondheidsdoelen zijn in 2025 later of niet volledig gerealiseerd doordat het uitvoeringsplan Mentale Gezondheid later is vastgesteld?
Antwoord:
De doelstellingen uit het Uitvoeringsprogramma Mentale Gezondheid zijn vastgesteld voor 3 jaar (2025-2027). In 2025 hebben we een deel van de activiteiten niet kunnen uitvoeren vanwege het later in het jaar vaststellen van het uitvoeringsprogramma. We verwachten dat we deze activiteiten in latere jaren alsnog kunnen uitvoeren zoals gepland. Daarmee liggen we alsnog op schema voor het behalen van de doelstellingen voor de gehele periode.
Vraagnummer: 58 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 439
Verbijzondering/context
“De middelen 'Pilot "Wijkgerichte vaccinatie aanpak" zijn via het Gemeentefonds ontvangen en niet tijdig verwerkt in de begroting van Volksgezondheid.” Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke gevolgen heeft het niet tijdig verwerken van de middelen voor de pilot Wijkgerichte vaccinatieaanpak gehad voor de uitvoering en monitoring van deze aanpak in 2025?
Antwoord:
Het niet tijdig verwerken van de middelen voor de wijkgerichte vaccinatieaanapk heeft geen gevolgen voor de uitvoering en monitoring van deze aanpak in 2025. Bij de uitvoering en monitoring was er al rekening gehouden met de middelen die nog via het Gemeentefonds beschikbaar kwamen.
Vraagnummer: 59 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Betrouwbare overheid Subsidies 654
Verbijzondering/context
Er is 3.298.00 euro voor deze wijkgerichte aanpak. Er wordt momenteel door Rekenkamer (voor 2e keer) gewerkt aan rapport hierover.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Is binnen dit programma een tijdelijke component of afrondmoment afgesproken, en hoe wordt de effectiviteit daarvan beoordeeld? Kan het college middelen, tijd of scope bijstellen indien de afgesproken resultaten niet worden gehaald? Daarnaast: is vooraf begroot en achteraf gemeten in welke verhouding de subsidie direct ten goede komt aan de doelgroep versus de middelen die nodig zijn voor organisatie en uitvoering?
Antwoord:
De kern van de wijkaanpak is dat we met bewoners, partners in de wijk, gemeente en Rijk gezamenlijk en langdurig werken aan het realiseren van de vijf ambities die we met elkaar hebben opgesteld.
Sinds 2022 maakt de wijkaanpak onderdeel uit van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). De centrale doelstelling van het NPLV is om de leefbaarheid en veiligheid van de meest kwetsbare gebieden in Nederland, waaronder Overvecht, in 15-20 jaar tijd op orde te brengen en het perspectief van de bewoners te verbeteren. Voor onze gezamenlijke inzet in Overvecht gaan we dan ook uit van deze tijdspanne om effecten te zien. Deze tijdspanne is ook opgenomen in de Intentieovereenkomst Brede Wijkcoalitie Samen voor Overvecht (2025) die door de 39 partijen is ondertekend, waaronder het college.
In de Strategie Wijkaanpak Samen voor Overvecht zijn met de wijk doelen afgesproken waar we in de wijk aan werken. De stuurgroep van de wijkaanpak waarin ook de wijkwethouder zitting heeft namens het college, geeft richting aan de wijkaanpak, biedt sturing en bewaakt de voortgang op de doelen en de strategie van de wijkaanpak. De stuurgroep stelt ook het jaarplan van de wijkaanpak vast en het jaarplan wordt jaarlijks geëvalueerd op behaald resultaat. Op basis daarvan sturen we waar nodig bij en stellen we nieuwe plannen op voor het komende jaar. De wethouder als vertegenwoordiger van het college is onderdeel van de stuurgroep en kan op die manier input leveren op middelen, inzet en prioritering van interventies.
Voor elk van de gesubsidieerde partijen worden voorafgaand aan de subsidieverstrekking gedetailleerde plannen gevraagd met bijbehorende begroting. Daarbij wordt ook gekeken naar de verhouding tussen de middelen die ten goede komen aan de doelgroep versus de middelen die nodig zijn voor organisatie en uitvoering.
Vraagnummer: 60 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 257
Verbijzondering/context
Jaarstukken benoemen expliciet invloed van kraamzorgtekorten op Kansrijke Start.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke gevolgen hebben de tekorten in de kraamzorg in 2025 gehad voor het bereik en de uitvoering van Kansrijke Start?
Antwoord:
De tekorten in de kraamzorg hebben merkbare gevolgen voor onze inwoners en raken daarmee indirect de effectiviteit van het programma Kansrijke Start. Dit programma ondersteunt partners in het sociale en medische domein om gezinnen in een kwetsbare situatie in de eerste 1000 dagen tijdig passende ondersteuninge en zorg te bieden. Kraamzorg is één van de samenwerkingspartners.
Kraamzorgorganisaties konden in 2025 minder zorg en ondersteuning leveren, met name in wijken met een hogere zorgzwaarte. Juist gezinnen in een kwetsbare situatie ontvingen daardoor geen of minder kraamzorg, terwijl zij dit juist het meest kunnen gebruiken. Dit kan leiden tot minder vroegsignalering en een groter risico op zwaardere zorg. De verminderde inzet van kraamzorg vergroot de druk op andere professionals en op de samenwerking in de keten. Om de tekorten structureel aan te pakken hebben we samen met kraamzorgorganisaties en de zorgverzekeraar de arbeidsmarktagenda Kraamzorg 2026–2028 vastgesteld. Via de voortgangsbrief van Volksgezondheid informeren we u hierover.
Aantal uren kraamzorg per gezin daalt, kwetsbare gezinnen ontvangen structureel minder uren | RIVM
Vraagnummer: 61 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 448
Verbijzondering/context
Jaarstukken tonen expliciete extra incidentele inzet op mentale gezondheid.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke concrete resultaten zijn in 2025 bereikt met de extra middelen voor mentale gezondheid?
Antwoord:
Vanuit het uitvoeringsprogramma mentale gezondheid hebben we 3 ambities.
Vanuit de ambitie ‘Verminderen maatschappelijke druk’ is gewerkt aan het bewustmaken van ouders over de invloed van schermgebruik op de mentale gezondheid van kinderen. Daarnaast is de kennis van jongeren en jongvolwassenen, maar ook van professionals, vergroot over de online leefwereld en over prestatiedruk. Activiteiten die daaraan hebben bijgedragen zijn de Kijk Even Echt filmpjes (incl. toolbox) (2 filmpjes gelanceerd eind 2025), het project Geestkracht (MBO Utrecht studiejaar 2025/2026) (15 Geestkrachtambassadeurs geworven in 2025) en de campagne en website In je Bol (in een half jaar ruim 15.000 bezoekers vanuit gemeente Utrecht).
Vanuit de ambitie ‘Sociaal emotionele ontwikkeling’ is ingezet op het versterken van de sociaalemotionele vaardigheden van Utrechtse jeugd en het vergroten van de kennis van onderwijsprofessionals bij het doorverwijzen van kinderen die iets extra’s nodig hebben in hun sociaal emotionele ontwikkeling. Dit hebben we bereikt door o.a. de extra inzet van een Gezonde School Adviseur op scholen in het basis- en voortgezet onderwijs en het mbo met aandacht voor o.a. de thema's ‘Welbevinden’ (15 scholen) en ‘mediawijsheid’ (4 scholen) (educatie, schoolomgeving, signaleren en beleid) en door het ondersteunen van vier projecten van het Netwerk Kunst en Gezondheid.
Vanuit de ambitie ‘Passende steun en handvatten’ hebben we passende ondersteuning en hulp gefinancierd bij beginnende mentale klachten, in het bijzonder voor Utrechtse jongeren en jongvolwassenen. Voorbeelden zijn de activiteiten BOOST groepen (30 jongeren in totaal), Mental Motion (in een half jaar: ruim 140 bezoekers laagdrempelig inloopvoorziening, 8 gespreksgroepen en 9 creatieve middagen), Mental Health First Aid trainingen (61 hbo- en wo-studenten), en Gelukscafés.
Vraagnummer: 62 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 448
Verbijzondering/context
Jaarstukken tonen expliciete extra incidentele inzet op "gezond ouder worden" Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke concrete resultaten zijn in 2025 bereikt met de middelen voor ‘Gezond ouder worden’?
Antwoord:
De middelen Gezond Ouder Worden zijn in 2025 ingezet voor de groepen met de grootste gezondheidsachterstanden in Utrecht.
Resultaat:
- Uitvoering 21 groepen Sociaal Vitaal in Kleur Plus door SomNL: bewezen interventie met focus op gezond ouder worden, bewegen en versterken van weerbaarheid van zelfstandig wonende 55+-ers met een migratieachtergrond. Bereik ca 250 55+-ers in wekelijkse bijeenkomsten in 7 wijken.
- Wij zijn zelf het medicijn, wijkcampagne ontwikkeld met de Universiteit Maastricht en Mantelzorg Utrecht over risico-reductie van dementie en hoe je je hersenen zo lang mogelijk gezond kunt houden.
Voor ouderen en toekomstig ouderen (40-75 jaar) met en zonder migratieachtergrond. Uitgevoerd in Kanaleneiland. Diverse activiteiten in 2025. Bereik: ca 400 Kanaleneilanders.
- Symposium en bijdrage aan voorlichtingsfilm voor professionals en mantelzorgers in Utrecht e.o. over hoe om te gaan met beginnende dementie met en bij ouderen met een migratieachtergrond. In samenwerking met Mantelzorg Utrecht en Alzheimer Nederland Bereik: 300 professionals en mantelzorgers in Utrecht e.o. Voorlichtingsfilm heeft landelijk bereik.
- Pilotprogramma Gezond Ouder Worden ontwikkeld in samenwerking met eerstelijnsorganisatie Sterkzorg plus een SROI-analyse over de rol van sleutelpersonen in het programma: Samenwerken met sleutelpersonen binnen Gezond Ouder Worden levert fors maatschappelijk rendement op
Vraagnummer: 63 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 236
Verbijzondering/context
“Het programma met activiteiten en cursussen van Plan Einstein is doorgezet op alle reguliere asielopvanglocaties.” Nee 65
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke concrete resultaten zijn in 2025 bereikt met het doorzetten van Plan Einstein op alle reguliere asielopvanglocaties?
Antwoord:
Over de activiteiten en deelnames is op 17 maart een raadsbrief gestuurd.
Vraagnummer: 64 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 448
Verbijzondering/context
Jaarstukken tonen afzonderlijke middelen voor de Transkliniek/zorg Utrecht Pilot Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke resultaten zijn in 2025 bereikt met de Transkliniek/zorg Utrecht Pilot en hoe beoordeelt het college de structurele meerwaarde van deze voorziening?
Antwoord:
In 2022 is incidenteel 240k (A100/2022) beschikbaar gesteld voor een driejarige pilot Transzorgkliniek Utrecht. Vanaf juli 2026 is jaarlijks structureel 80K (A186/2025) beschikbaar gesteld voor voortzetting van Transkliniek Utrecht.
In 2025 hebben 66 personen gebruik gemaakt van de medische zorg van de Transkliniek Utrecht, dit betrof 228 consulten. Bijna de helft heeft een migratieachtergrond uit landen waar oorlog, sociale onrust of de criminalisering van LGBTQIA+-identiteiten bijdragen aan een hoge traumabelasting en aan drempels in de toegang tot de Nederlandse gezondheidszorg. Eén op de 5 doet structureel sekswerk. 52% heeft zeker binding met Utrecht, bij 29% is dit onzeker en 18% heeft geen binding met Utrecht. Daarnaast vonden in 2025 12 sociale activiteiten plaats waarbij ongeveer 240 bezoekers zijn bereikt.
De vraag naar zorg overtreft de huidige capaciteit van de kliniek. In augustus 2025 stonden 42 personen op de wachtlijst, wat neerkomt op een wachttijd van 21 maanden. Om mensen de negatieve psychische gevolgen van een langdurige en onzekere wachttijd te besparen en gezien de onzekere toekomst van de kliniek is de wachtlijst toen gesloten.
Voor de inhoudelijke beoordeling van deze voorziening verwijzen we naar de raadsbrief Antwoordbrief over transkliniek (M378 en T1018) en noodfonds (M326).
Vraagnummer: 65 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 236
Verbijzondering/context
Op de nieuwe locatie Vlampijpstraat is vanaf de start ingezet op het toeleiden naar werk.” Utrecht zet expliciet in op participatie en werk vanaf de start van opvang.
Nee 63
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke resultaten zijn in 2025 bereikt met de inzet op toeleiding naar werk op de locatie Vlampijpstraat?
Antwoord:
Er is ingezet op: inventarisatie van en voorlichting voor werkgevers, voorlichting voor bewoners AZC i.s.m. COA, individuele bemiddeling en de werkvaardigheidscursussen van Plan Einstein. Het resultaat is dat al snel na aankomst een deel van de bewoners aan het werk kon gaan. Van het deel van de bewoners die wil, kan en mag werken zijn momenteel 55 mensen aan het werk (gaat om ongeveer eenderde van de volwassenen). Vanwege doorstroom fluctueert dit aantal.
Vraagnummer: 66 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 236
Verbijzondering/context
“We hebben statushouders gematcht aan beschikbare woningen, zo dragen wij bij aan het realiseren van de huisvestingstaakstelling.” Doorstroom naar wonen blijft essentieel voor het functioneren van opvang en integratie.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
In hoeverre is de huisvestingstaakstelling in 2025 gerealiseerd en welke knelpunten speelden bij het matchen van statushouders aan beschikbare woningen?
Antwoord:
De taakstelling in 2025 is gerealiseerd en de achterstand is in 2025 gedaald van 318 naar 160 statushouders. Belangrijkste knelpunten zijn 1) de grote schaarste aan passende woningen voor alle woningzoekenden en dus ook voor de aandachtsgroepen waaronder de statushouders, en 2) de mismatch tussen vraag en aanbod, met name de groep jongvolwassenen tussen 18-23 jaar voor wie te weinig betaalbare woonplekken beschikbaar zijn.
Vraagnummer: 67 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 236
Verbijzondering/context
“Daarnaast zijn er tussenvormen gerealiseerd waar statushouders tijdelijk kunnen verblijven, bijvoorbeeld in afwachting van gezinshereniging.” Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Hoeveel statushouders hebben in 2025 gebruikgemaakt van deze tussenvormen en wat was het effect op doorstroom en verblijfsduur in opvang?
Antwoord:
Er zijn in Q4 2025 voorbereidingen getroffen voor 22 plekken in tussenvormen (Place2BU en Lange Hagelstraat) en deze statushouders zijn daar in Q1 2026 gaan wonen. Zij konden hierdoor eerder doorverhuizen van de opvang naar een tijdelijke woonplek waardoor er 22 plekken vrij zijn gekomen in de opvang. De verblijfsduur in de opvang is voor deze statushouders hierdoor verkort met 6 maanden tot 12 maanden.
Vraagnummer: 68 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 236
Verbijzondering/context
De ondersteuning voor ongedocumenteerde mensen is voortgezet, maar afgeschaald.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke onderdelen van begeleiding en activering voor ongedocumenteerde mensen zijn in 2025 afgeschaald, en welke gevolgen had dit voor hun uitstroommogelijkheden, perspectief en ondersteuning?
Antwoord:
In 2025 is er op de subsidies voor de NGO's voor ongedocumenteerden €1 mln bezuinigd. Een breed gedragen uitgangspunt, door zowel gemeente als NGO's, was om het aantal plekken voor opvang en specialistische juridische begeleiding te behouden, maar om zaken efficiënter te organiseren waar dat kon. Hierdoor heeft de bezuinigingsronde geen effect gehad op de uitstroommogelijkheden, perspectief en ondersteuning. Elke organisatie deed een efficientieslag van 5%. Daarnaast hebben we de beschikbare bedragen voor cliëntgerelateerde uitgaven verlaagd en is gekozen voor minder inzet van personeel bij ondersteuning van de doelgroep. Het aantal plekken is, in lijn met de toezegging aan de gemeenteraad, gelijk gebleven. Op het uitstroom/perspectief hebben de bezuinigingen geen effect gehad. De bezuinigingen op de ondersteuning van de doelgroep zijn in 2025 opgevangen door fondsen, die tijdelijk extra financiering aan de keten ter beschikking hebben gesteld
Vraagnummer: 69 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 236
Verbijzondering/context
“In 2025 hebben we 1.131 nieuwe inburgeraars in begeleiding genomen. Daarvan is bijna de helft gezinsmigrant.” Het aantal nieuwe inburgeraars in begeleiding vraagt uitvoeringscapaciteit en monitoring van resultaten.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke resultaten zijn in 2025 bereikt met de begeleiding van deze 1.131 nieuwe inburgeraars op taal, participatie, werk of opleiding?
Antwoord:
Zie de raadsbrief 'voortgang aanpak inburgering' (vanaf pagina 3) van 2 april jl. voor relevante ontwikkelingen en resultaten over het jaar 2025.
Vraagnummer: 70 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 236
Verbijzondering/context
“De lobby richting het Rijk om, zoals bestuurlijk is afgesproken, het uitvoeringsbudget voor inburgering te laten meegroeien met de aantallen heeft helaas nog niet geleid tot de beloofde passende financiering.” De uitvoering van inburgering staat financieel onder druk doordat Rijksfinanciering niet meegroeit.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke onderdelen van de Utrechtse inburgeringsaanpak kwamen in 2025 onder druk te staan doordat passende Rijksfinanciering uitbleef, en welke gevolgen had dit voor de uitvoering en kwaliteit van de inburgeringstrajecten?
Antwoord:
In de VJN 2025 is het knelpunt gehonoreerd om onze aanpak op inburgering voort te kunnen zetten tot en met 2027. Met daarbij de toezegging vanaf 2026 jaarlijks 6 ton te besparen door onze dienstverlening te herijken. Het uitblijven van de passende Rijksfinanciering heeft daardoor in 2025 geen gevolgen gehad voor onze aanpak.
Vraagnummer: 71 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 237
Verbijzondering/context
“We hebben ingezet op taal en het begeleiden van Oekraïense ontheemden naar passend werk, onder andere met ondersteuning van een gespecialiseerde, Oekraïens sprekende werkspecialist.” Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke resultaten zijn in 2025 bereikt met de inzet op taal en begeleiding naar passend werk voor Oekraïense ontheemden?
Antwoord:
In 2025 zijn duidelijke stappen gezet om Oekraïense ontheemden in Utrecht te ondersteunen bij taalontwikkeling en de route naar passend werk. Ongeveer 150 Oekraïners volgden een formele taalcursus, voornamelijk op A1‑ of A2‑niveau. Dit aantal ligt ruim twee keer zo hoog als in 2024.
Daarnaast maakten circa 50 Oekraïners gebruik van het informele taalaanbod in de stad. Vanaf het laatste kwartaal van 2025 is gestart met gerichte begeleiding naar werk voor Oekraïense ontheemden.
In die periode zijn ongeveer vijftig mensen ondersteund. Van deze groep is in 2025 de helft succesvol uitgestroomd richting passend werk, duale leer‑werktrajecten met baangarantie of inschrijving bij de taalschool.
Vraagnummer: 72 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 272
Verbijzondering/context
Jaarstukken benoemen expliciet toenemende druk op de uitvoering van wettelijke taken binnen maatschappelijke opvang en beschermd wonen.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke wettelijke resultaten binnen maatschappelijke opvang en beschermd wonen stonden in 2025 het meest onder druk en welke gevolgen had dit voor wachttijden, instroom en doorstroom?
Antwoord:
Op pagina 272 is benoemd welke wettelijke resultaatdoelen er zijn voor diverse groepen die vallen onder het programma "gezonde en levendige stad". Dit betreft (met uitzondering van een deel van de EU-migranten) niet de doelgroep van de maatschappelijke opvang en beschermd wonen op grond van de Wmo. Die vallen onder programma "passende ondersteuning en opvang". De stand van zaken rondom maatschappelijke opvang en beschermd wonen kunt u vinden in raadsbrief voortgangsrapportage maatschappelijke opvang en beschermd wonen van 25-11-2025 en onder doelstelling 3 van programma "passende ondersteuning en opvang". Informatie over de ontwikkeling van wachttijden en aantal inwoners dat gebruik maakt van Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen vindt u ook op pagina 167 en 168 van de jaarstukken.
Vraagnummer: 73 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 272
Verbijzondering/context
“Schaarste in de stad: fysieke ruimte en uitvoerend professionals.” Schaarste raakt zowel opvangcapaciteit als uitvoeringskracht Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke gevolgen had schaarste aan fysieke ruimte en uitvoerend professionals in 2025 voor de beschikbaarheid van opvangplekken, begeleiding en doorstroom?
Antwoord:
Door de schaarste aan locaties hebben we niet 100%, maar 93% van de wettelijke taakstelling eerste cyclus spreidingswet kunnen realiseren. Doordat we meer opvangplekken hadden in 2025 dan daarvoor, vraagt dit meer ambtelijke tijd in voorbereiding en afstemming met COA en stedelijke partners. Fluctuaties in instroom van kinderen en jongeren vraagt exra inzet van het onderwijs. Extra mensen in de stad vraagt ook meer van uitvoerend professionals, waaronder begeleiding door (jeugd)zorgpartners in een krappe arbeidsmarkt. Bij onderwijs en zorg ligt al veel druk op de uitvoering. Schaarste aan fysieke ruimte zorgt ook voor minder nieuwbouw waar statushouders terecht kunnen. Daardoor zijn er minder woningen beschikbaar waar statushouders vanuit de opvang naar kunnen doorstromen.
Vraagnummer: 74 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 236
Verbijzondering/context
We hebben het aantal opvangplekken en de begeleiding van kwetsbare EU-migranten uitgebreid.” Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke concrete resultaten zijn in 2025 bereikt met de uitbreiding van opvangplekken en begeleiding voor kwetsbare EU-migranten op het gebied van stabiliteit, begeleiding en uitstroom uit kwetsbare situaties?
Antwoord:
In 2025 zijn 1000 EU-arbeidsmigranten geholpen door St. Barka waarvan 797 dakloos. Het aantal nachtopvangplekken (Stadsbrug) voor de meest kwetsbaren van deze groep is in augustus uitgebreid van 25 naar 40, en er is in oktober een kleinschalige 24-uursopvang voor EU-vrouwen geopend (2-3 plekken). Daarnaast is er de 24-uursopvang voor mannen, 4-5 plekken. Na een korte aanloop waren bedden op de Stadsbrug dagelijks bezet, met een gemiddelde verblijfsduuur van 16 dagen; exacte aantal is niet te berekenen vanwege de KWR die vanaf 1 november gold bij temperaturen onder 0 waarbij Stadsbrug opvang is voor vrouwen. Bij de kleinschalige opvang zijn in 2025 2 vrouwen opgevangen en 46 mannen. 146 mensen gingen terug naar hun herkomstland en 147 zijn begeleid naar werk en huisvesting in Nederland. Overige 'bestemmingen' waren o.a.: zorgtraject, herstel contact netwerk, documenten geregeld e.d.
Vraagnummer: 75 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 272
Verbijzondering/context
Personeels- en vrijwilligerstekort: Het is momenteel een krappe arbeidsmarkt waardoor mogelijk ambities moeten worden bijgesteld of de uitvoering vertraging oploopt.” Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke ambities of onderdelen van maatschappelijke opvang en beschermd wonen zijn in 2025 vertraagd, afgeschaald of bijgesteld door personeelstekorten?
Antwoord:
De tekst waar naar wordt verwezen gaat over de onderdelen binnen programma "gezonde en levendige stad". Maatschappelijke opvang en beschermd wonen valt echter onder "passende ondersteuning en opvang". Voor zover ons bekend zijn er geen ambities op het gebied van maatschappelijke opvang en beschermd wonen vertraagd, afgeschaald of bijgesteld vanwege personeelstekort. We horen wel van aanbieders dat het hard werken is om voldoende kundig personeel te kunnen werven en behouden en dat dit (tijdelijk) impact kan hebben op wachttijden zoals beschreven bij de indicator beschikbaarheid, hier spelen echter ook andere factoren, zoals krapte op de woningmarkt, een rol.
Vraagnummer: 76 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Dennis de Vries Jaarstukken 2025 Programma's Kansrijk opgroeien 200
Nee Wat zijn de belangrijkste redenen dat het percentage Utrechters dat lid is van de bibliotheek afneemt?
Antwoord:
Aantal leden (2024: 104.470; 2025: 102.903):
Het aantal leden is gedaald, omdat het ledenbestand - met de introductie van het nieuwe abonnementsysteem – is opgeschoond.
Utrechtse leden (2024: 25,53%; 2025: 24,6%):
Dit betreft het aantal leden dat ook daadwerkelijk in Utrecht woont. Dit is rond de 90% van het ledenbestand. Door de opschoning van het ledenbestand afgelopen jaar is met name het aantal leden woonachtig in Utrecht gedaald. Vandaar dat deze KPI lager is dan 2024.
Daarnaast is het percentage gedaald doordat het percentage werd berekend op basis van aantal inwoners GU en aantal leden (inclusief leden van buiten gemeente Utrecht). Nu wordt dit preciezer berekend op basis van aantal inwoners GU en aantal leden uit gemeente Utrecht."
Vraagnummer: 77 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Dennis de Vries Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad 225
Nee Kan het college aangeven op hoeveel scholen en voor hoeveel leerlingen in Utrecht in 2025 gezonde schoollunches worden aangeboden?
Antwoord:
In 2025 kregen 15 scholen (ongeveer 2900 leerlingen) een gezonde schoollunch via het programma Gezond Gewicht op School (zie ook Voortgangsbrief VG: Raadsbrief Kwartaaloverzicht Volksgezondheid november 2025-februari 2026). Het budget was toereikend voor 15 scholen, dit betrof ruim eenderde van de doelgroepscholen. Dit zijn primair onderwijs scholen met een schoolweging boven de 30, scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) en scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.
Vraagnummer: 78 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Dennis de Vries Jaarstukken 2025 Programma's Kansrijk opgroeien 204
Nee 134 Wat was de gemiddelde vertraging bij de in 2025 gerealiseerde schoolgebouwen (van oorspronkelijke planning tot uiteindelijke oplevering)? En hoe zat dat de jaren ervoor?
Antwoord:
Gemiddeld gezien is er sprake van ruim twee jaar vertraging bij de zeven opgeleverde projecten in 2025. De meeste projecten zijn opgeleverd conform planning of met een lichte vertraging, de uitschieter hier is één project met zes jaar vertraging.
Renovaties van schoolgebouwen en gymzalen binnen de kaders van het bestemmingsplan laten relatief weinig vertraging zien, vaak maximaal één jaar. Vertragingen van langer dan één jaar komen voornamelijk voor bij nieuwbouwprojecten en projecten in gebiedsontwikkelingen. Oorzaken hiervoor zijn o.a. planprocessen, netcongestie en prijsstijgingen waardoor de autorisatie van de financiële middelen onvoldoende is.
De uitschieter van zes jaar vertraging is ontstaan bij de vervangende nieuwbouw van de Ariane de Ranitz school, door o.a. wijzigingen in de naastgelegen gebiedsontwikkeling, ingrijpende scopewijzigingen en marktprijsstijgingen.
Vertragingen van de opgeleverde projecten in 2025 zijn moeilijk te vergelijken met gemiddelden van andere jaren, omdat het type opgeleverde projecten (bijv. renovatie/nieuwbouw, binnen bestemmingsplan/gebiedsontwikkeling, omvang) per jaar sterk wisselt.
Vraagnummer: 79 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Senna Maatoug Voortgangsrapportage Energie van de Stad 2025
Nee Wat is de laatste stand van zaken voor de gebiedsontwikkeling Ockhuizen?
Antwoord:
Gemeente Utrecht en Natuurmonumenten hebben de afgelopen periode intensief met elkaar gesproken over de gebiedsontwikkeling Ockhuizen. Dat was soms een moeizaam proces, omdat er verschillende belangen en voorwaarden zorgvuldig bij elkaar moesten worden gebracht. In het bestuurlijk overleg is nu bevestigd dat er voldoende basis is om met vertrouwen verder te werken aan de samenwerkingsovereenkomst. Deze uitkomst uit het bestuurlijk overleg wordt ter bevestiging voorgelegd aan het college en de directie van Natuurmonumenten, waarna de afspraken verder inhoudelijk uitgewerkt moeten worden tot een overeenkomst. Het proces is op dit moment gebaat bij rust, zodat de betrokken partijen zorgvuldig kunnen toewerken naar besluitvorming. De omgevingsvergunning voor het zonnepark is verleend. Er loopt een beroepszaak tegen de omgevingsvergunning. De behandeling in de rechtbank heeft plaatsgevonden op 21 mei. De verwachting is dat de rechtbank binnen 6 tot 12 weken na de zittingsdatum uitspraak doet.
Vraagnummer: 80 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Senna Maatoug Voortgangsrapportage Energie van de Stad 2025
Verbijzondering/context Erratum?
Heeft relatie met vraag
Nee
Vraag
Wat is de laatste stand van zaken voor het zonneveld Haarrijnseplas?
Antwoord:
De rechtbank Midden-Nederland heeft de omgevingsvergunning van het drijvend zonnepark vernietigd naar aanleiding van een beroep van de Algemene Utrechtse Hengelaars Vereniging (AUHV). De reden voor dit besluit van de rechtbank was dat de aanvraag onduidelijkheden bevatte en daarom de vergunning niet verleend had mogen worden. De raad wordt hierover nader geïnformeerd in de halfjaarlijkse informatiebrief (einde Q2) over de stand van zaken rondom wind- en zonneparken.
Gezien de huidige onzekerheden rondom de ontwikkeling van zonnevelden (beperkingen op het elekctricteitsnet in combinatie met negatieve business cases) zijn de initiatiefnemers momenteel aan het verkennen op welke wijze het project opnieuw vormgegeven kan worden (met koppeling naar afname in de directe omgeving), voordat zij opnieuw een aanvraag voor een omgevingsvergunning in zullen dienen.
Vraagnummer: 81 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Sharon Dijksma Utrecht Monitor 2026
Nee Is meer bekend over de redenen van het relatief hoge aantal vertrekkende inwoners dat vorig jaar heeft geleid tot een (klein) negatief migratiesaldo?
Antwoord:
We hebben geen informatie over de reden van migratie (staat niet in de Basisregistratie Personen BRP). We weten dus niet waarom mensen uit Utrecht vertrekken (of zich in de stad vestigen). We weten alleen de achtergrondkenmerken van de vertrekkers (en vestigers) zoals in de BRP opgenomen (zoals geslacht, leeftijd, geboorteland/nationaliteit, wijk/buurt waar ze woonden, gemeente of land waarnaar ze vertrokken zijn).
Vraagnummer: 82 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Senna Maatoug Meerjarenperspectief Ruimte (MPR) Geen nadere definiëring van toepassing
Ja Er staat "Nieuwe hoogspanningsstations in Rijnenburg en Haarzuilens zijn in voorbereiding." In plaats van Haarzuilens (gem. Utrecht), zou daar niet Haarrijn (gem. Stichtse Vecht) moeten staan?
Antwoord:
Ja, dat klopt. Dit station komt ten westen van het Shell tankstation Haarrijn langs de snelweg A2. Op Utrechts grondgebied zijn alleen de kabelverbindingen in voorbereiding.
Vraagnummer: 83 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 273
Verbijzondering/context
“Door toename van de doelgroepen en toename van de kwetsbaarheid zijn meer opvangplekken nodig” De opvangopgave heeft bredere effecten op zorg en maatschappelijke voorzieningen. “stijgt de druk op zorg(denk aan JGZ en aanvullende zorg), sociale- en maatschappelijke voorzieningen in de stad” Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Welke gevolgen had deze toegenomen druk in 2025 voor de samenwerking tussen maatschappelijke opvang, zorg en maatschappelijke voorzieningen en waar ontstonden de grootste knelpunten?
Antwoord:
De toename van doelgroepen en kwetsbaarheid zorgt ervoor dat er meer druk is op de partners in het veld. De spanning die ontstaat kan onder andere gaan over taken, verantwoordelijkheden, verwachtingen en mogelijkheden over en weer. We zien bijv. voor de AMV doelgroep een toenamende vraag naar aanvullende jeugdhulp, waarbij deze zorg niet makkelijk te organiseren is en vaak erg kostbaar. We zijn hierover met alle partijen in gesprek.
Vraagnummer: 84 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Sharon Dijksma Jaarstukken 2025 Programma's Betrouwbare overheid Doelstellingen 39
Verbijzondering/context
Burgerzaken heeft vacatures terughoudend ingevuld vanwege hervormingsbezuinigingen.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
In hoeverre stond de continuïteit van de uitvoering binnen Burgerzaken in 2025 onder druk door het terughoudend invullen van vacatures vanwege hervormingsbezuinigingen?
Antwoord:
Doordat er minder personeel was en een toenemende vraag hebben sommige inwoners langer moeten wachten totdat zij geholpen werden. De wettelijke norm voor de aangifte van geboorte en overlijden is altijd gehaald. Maar op andere producten en diensten is de wachttijd tot het maken van een afspraak of het behandelen van dossiers soms opgelopen. We hebben hierbij wel rekening gehouden met spoedgevallen. Inwoners zijn geïnformeerd via de website en via het KCC.
Vraagnummer: 85 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Sharon Dijksma Jaarstukken 2025 Programma's Betrouwbare overheid Doelstellingen 39
Verbijzondering/context
Budget 2024 voor Landelijke aanpak adres onderzoek (LAA) uit gemeentefonds is in 2025 overgeheveld naar de begroting van burgerzaken; kosten zijn al in 2024 gemaakt” Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Hoe is in 2025 gemonitord of de uitvoering van de Landelijke Aanpak Adresonderzoek ondanks deze budgetverschuiving op peil bleef?'
Antwoord:
Er was geen budgetverschuiving. Zoals in de tekst van de jaarstukken op blz 39 staat, heeft Burgerzaken in 2025 budget ontvangen wat deels bestemd was voor activiteiten die in 2024 zijn uitgevoerd, dit deel van het budget is in 2025 overgebleven en vervalt aan de algemene middelen.
Dit heeft geen invloed gehad op de mate van uitvoering van de Landelijke Aanpak Adresonderzoek.
Het budget van 2025 is gebruikt voor de activiteiten van 2025.
De uitvoering van de Landelijke Aanpak Adresonderzoek is een van de wettelijke taken van Burgerzaken om uit te voeren en daarmee opgenomen in de dienstverlening van Burgerzaken
Vraagnummer: 86 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Sharon Dijksma Jaarstukken 2025 Programma's Betrouwbare overheid Doelstellingen 425
Verbijzondering/context
De verkiezingsorganisatie kent een afzonderlijke begrotings- en reserveringssystematiek.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Hoe beoordeelt het college op basis van het resultaat in 2025 de toereikendheid van het jaarlijkse verkiezingsbudget voor de uitvoerbaarheid van toekomstige verkiezingen?
Antwoord:
Het resultaat van 2025 is niet representatief voor de toereikendheid van het budget voor een regulier verkiezingsjaar.
Het structurele budget van 2,3 miljoen is op voldoende voor de vaste jaarlijkse kosten en het organiseren van één standaard verkiezing per jaar Verkiezingen volgen een cyclus (4 jaar met verkiezingen, 1 jaar zonder), waarbij sommige verkiezingen duurder zijn (bijv. gecombineerde verkiezingen) en andere goedkoper. In jaren zonder verkiezingen wordt het jaarlijks budget (na aftrek van de vaste kosten) circa €1,5 miljoen gereserveerd (storting in de daarvoor bestemde egalisatiereserve Verkiezingen) voor duurdere jaren. Door de hervormingsbezuinigingen is vanaf 2026 uit deze reserve 1 miljoen ingeleverd (voor de komende 4 jaar: 0,25 miljoen euro per jaar). Hoewel het huidige reguliere budget toereikend is voor de normale cyclus van verkiezingen, is deze verstoord door twee tussentijdse verkiezingen. Dit heeft (in de volgende cyclus) effect op de kosten per jaar.
Vraagnummer: 87 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eva Oosters Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 248
Verbijzondering/context
Zowel bij doelstelling 5 als 6 zijn geen cijfers voor de effectindicatoren beschikbaar vanwege de nieuwe nota sport en bewegen.
Nee 208
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Zijn er helemaal geen cijfers bekend op het gebied van deze indicatoren? Wat zijn de laatste cijfers op toepassing van de oude effectindicatoren die met de raad gedeeld kunnen worden?
Antwoord:
Aanvullend op de jaarstukken, zijn deze nieuwe cijfers inmiddels bekend voor de huidige indicatoren:
- % kinderen dat tenminste 1 keer per week sport bij een sportvereniging of bij een naschoolse sportof beweegactiviteit in de buurt of op school = 88% (2025). Dit percentage is al meer dan 10 jaar stabiel rond de 87-88%
- % kinderen dat minimaal een uur per dag beweegt = 91% (2025). De manier waarop dit cijfer is berekend is veranderd. We vroegen altijd naar sporten bij de sportvereniging, buiten spelen, lopen of fietsen naar school en sporten en bewegen op school. Wat is veranderd, is dat bij sporten en bewegen op school naast schoolgym, sinds 2025 ook gevraagd wordt naar deelname aan beweegtussendoortjes en sporten/bewegen in de pauzes. Daardoor kan niet gesteld worden dat het percentage kinderen dat minimaal een uur per dag beweegt is toegenomen sinds de opgenomen 0meting (uit 2023).
Dit zijn de cijfers van de vervallen indicatoren:
- % kinderen met wekelijkse sportdeelname naar wijk (sport na schooltijd en bij vereniging) = 88% (2025).
- % kinderen met zwemdiploma A = 96% (2025).
- % volwassenen dat wekelijks sport naar wijk = 71% (2024).
Twee vervallen indicatoren meten we niet meer, omdat de vragen uit de Inwonersenquête zijn veranderd of vervangen om ruimte te maken voor meer specifieke vragen. Het gaat om de vervallen indicatoren: % inwoners dat tevreden is over het aanbod van sportvoorzieningen in de buurt én % inwoners dat tevreden is over het aanbod van sportvoorzieningen in de stad. Deze zijn respectievelijk vervangen door de indicatoren: tevredenheid met het aanbod van sportactiviteiten in de stad en tevredenheid over plekken om te sporten in de openbare ruimte in de stad.
Vraagnummer: 88 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eva Oosters Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Doelstellingen 254
Verbijzondering/context
Het college geeft aan dat de uitvoering van de uitbreiding van veldcapaciteit is uitgesteld totdat er middelen beschikbaar zijn Nee 139
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Hoe loopt op dit moment het contact over dit uitstel tussen het college en de huidige gebruikers van Maarschalkerweerd Noord?
Antwoord:
Er is regelmatig contact tussen de gemeente en de partijen in het gebied over allerhande lopende zaken en initiatieven. Bijvoorbeeld tussen de afdeling sport(vastgoed) en Kampong. Verder is er eind 2025 een bijeenkomst geweest met de betrokken portefeuillehouders en een vertegenwoordiging van de gebruikers. De bijeenkomst was om het tussentijdse resultaat te markeren. Daarmee is het project voorlopig stilgelegd. De nieuwbouw van mytylschool Ariane de Ranitz wordt in 2026 afgerond, inclusief de buitenruimte van de school en een stuk openbare ruimte daarom heen. Daarnaast zijn we met De Moestuin in gesprek over een allonge op hun huidige aflopende huurovereenkomst. In de allonge wordt de huurperiode verlengd, worden de huurprijzen geactualiseerd en wordt onderscheid gemaakt in het deel van het perceel dat ongewijzigd blijft bij realisatie Maarschalkerweerd Noord en een deel dat gaat wijzigen.
Vraagnummer: 89 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eva Oosters Jaarstukken 2025 Programma's Levendige en gezonde stad Risico's 272
Verbijzondering/context Erratum?
Heeft relatie met vraag
Het college geeft aan een Integraal Huisvestingsplan Sport te maken.
Nee
Vraag
Wanneer kan de raad het Integraal Huisvestingsplan Sport Verwachten. In hoeverre worden urban en street sports in het maken van dit plan meegenomen?
Antwoord:
De verwachting is dat het IHP sport na de zomer klaar is. Het IHP gaat over de behoefte aan gemeentelijke binnensport- en buitensportaccommodaties en zwembaden en benodigde/gewenste ruimte en middelen hiervoor. Urban en street sports maken geen onderdeel uit van het IHP. Urban en street sports worden meegenomen als onderdeel van (de programmering van) de opgave sport, spelen en bewegen in de openbare ruimte en bij het ontwerp van de openbare ruimte in de gebiedsontwikkelingen.
Vraagnummer: 90 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rik van der Graaf Jaarstukken 2025 Programma's Aantrekkelijke, groene leefomgeving & erfgoed Doelstellingen 118
Verbijzondering/context
Er wordt aangegeven dat er voor 668.000 aan hogere baten dan begroot is binnengekomen over archeologische opgravingen Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
Wat houden deze baten uit archeologische vondsten in? Op welke manier verdient de gemeente hier geld aan?
Antwoord:
De inzet op archeologische opgravingen wordt gedekt uit interne en externe bijdragen (hier wordt dus geen algemene dekking voor gebruikt). Omdat projecten soms meerjarig zijn kan het voorkomen dat de (interne) bijdragen niet altijd in hetzelfde jaar landen als de lasten. Daarom wordt conform de verslagleggingsregels (BBV) jaarlijks het saldo van de projecten verrekend met de egalisatiereserve archeologische opgravingen.
In 2025 was er een incidenteel positief resultaat op de archeologische opgravingen van € 668 duizend. Dit positieve resultaat is gestort in de egalisatiereserve en wordt gebruikt om in verdere jaren de lasten te dekken (door onttrekkingen uit de reserve te doen). Het positieve resultaat over 2025 betreft dus geen 'winst'.
Vraagnummer: 91 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Senna Maatoug Jaarstukken 2025 Programma's Duurzame bereikbaarheid Doelstellingen 40 Nee Is er bij de indicator '% percentage binnen, van en naar de gemeente Utrecht dat met het ov wordt gedaan' een negatieve impact gezien van de concessiewisseling bij UOV? Of wordt deze impact nog verwacht?
Antwoord:
Deze impact komt nog niet terug in de cijfers omdat de nieuwe consessie in december 2025 is ingegaan en de modal split cijfers op dit moment beschikbaar zijn tot en met 2024. De perikelen met de concessiewisseling resulteren waarschijnlijk in een afname van het aandeel verplaatsingen dat met het ov wordt gedaan. In welke mate weten we in de zomer van 2027.
Vraagnummer: 92 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Senna Maatoug Jaarstukken 2025 Programma's Duurzame bereikbaarheid Doelstellingen
Verbijzondering/context
Bij de effectindicator 'Aantal fietsen dat buiten een fietsparkeervoorziening staat in de binnenstad' wordt aangegevn dat het hier deels gaat om buitenmodel-fietsen die niet in de rekken passen Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
41
Worden fietsen die door hun ontwerp niet in de rekken passen door het college als een probleem voor de openbare ruimte gezien? Of gaat het hier om fietsen die vanwege het parkeren buiten de rekken technisch gezien meetellen als verkeerd geparkeerd maar verder weinig overlast veroorzaken?
Antwoord:
We tellen alle geparkeerde fietsen in de hele binnenstad (binnen de singels). Bij die telling brengen we geen overlast in kaart. Het is dus niet te zeggen of en waar fietsen die niet in de rekken passen een probleem vormen. We hebben afgelopen jaar het aantal plekken in de binnenstad flink uitgebreid.
Wij hebben u hierover geïnformeerd in de Raadsbrief Fietsparkeren Vooroorlogse buurten en de binnenstad 2025-2026.
Vraagnummer: 93 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Senna Maatoug Jaarstukken 2025 Programma's Duurzame bereikbaarheid Doelstellingen
Verbijzondering/context
Het college geeft bij de indicator 'Aandeel huishoudens zonder auto' geen doel voor 2026 omdat het om een tweejaarlijkse enquete gaat.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
41
Wat is het doel op deze indicator voor 2027?
Antwoord:
De streefwaarde voor 2027 voor de indicator ‘Aandeel huishoudens zonder auto’ is 38%. Dit is terug te vinden in de programmabegroting 2026 onder Doelstellingen van het Programma Duurzame Bereikbaarheid.
Vraagnummer: 94 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Senna Maatoug Jaarstukken 2025 Programma's Duurzame bereikbaarheid Doelstellingen
Verbijzondering/context
Aangegeven wordt dat het opheffen van parkeerplaatsen afhankelijk is van bewonersinitiatieven en 'de voortgang van projecten'. De realisatie van deze effectindicator loopt achter.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
41
Kan uiteengezet worden bij welke projecten de achterblijvende voortgang ervoor zorgt dat de voortgang van het opheffen van parkeerplaatsen niet volgens plan loopt? En wat zijn de redenen dat bewonersinitiatieven op dit gebied niet van de grond komen?
Antwoord:
Vertraging ontstaat vrijwel altijd door een samenloop van factoren en is niet eenduidig toe te schrijven aan één project. Voor de meeste mobiliteitsprojecten geldt dat de periode tussen ontwerp en start realisatie gemiddeld drie tot vier jaar bedraagt, waardoor het enige tijd duurt voordat projecten daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast loopt de uitvoering van deze projecten in sommige gevallen vertraging op. Dit leidt er toe dat ook de voortgang van het daadwerkelijk opheffen van parkeerplaatsen achterblijft ten opzichte van de oorspronkelijke doelstelling.
Het aantal parkeerplaatsen dat via bewonersinitiatieven wordt opgeheven, betreft doorgaans slechts enkele locaties per jaar. Deze initiatieven leveren daarmee een beperkte bijdrage aan het totaal. We merken dat deze initiatieven niet altijd van de grond komen door bijvoorbeeld onvoldoende draagvlak in de straat of buurt.
Vraagnummer: 95 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Senna Maatoug Jaarstukken 2025 Programma's Duurzame bereikbaarheid Doelstellingen
Verbijzondering/context
Bij de indicator '% huishoudens dat gebruik maakt van deelmobiliteit' wordt aangegeven dat de lichte stijging niet past 'bij het beeld dat we hebben' Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
41
Wat is het beeld van het college hierover? Hoe verschilt dit van het waargenomen percentage en wat zijn hier de verklaringen voor?
Antwoord:
De doelstelling van 32% is niet gehaald, het percentage huishouders dat gebruik maakt van deelmobiliteit is toegenomen van 26% in 2023 naar 27% in 2025. De daling van het aantal deelauto’s in 2024, het eerdere faillissement van Cargoroo in 2024 en de groei van het aantal huishouders mét auto zijn van invloed geweest op het achterblijven van het aantal huishoudens dat gebruik maakt van deelmobiliteit. Vanuit gebruikscijfers uit 2025 zagen we wel dat het aantal ritten met deelfietsen steeg en deelauto aanbieders gaven aan dat het aantal ritten licht steeg. Mogelijke verklaringen voor het achterblijven van de doelstelling i.c.m. de stijging van het aantal ritten is dat deze toename van ritten gemaakt wordt door gebruikers van buiten de stad of dat binnen de al deelnemende huishoudens meer ritten worden gemaakt (en het aandeel nieuwe huishoudens minimaal toenam). We verwachten als gevolg van onder meer de nieuwe regionale elektrische deelfietsen (van Lime) een verdere toename van het gebruik van deelmobiliteit in de komende jaren. Dat zien we inmiddels ook terug: het aantal ritten met de regionale deelfietsen van Lime (in Utrecht en een aantal regiogemeenten) neemt in 2026 sterk toe. Op basis van de eerste 5 maanden in 2026 verwachten we voor 2026 minimaal een verdubbeling in gebruik van de Lime deelfietsen ten opzichte van 2025. Nader onderzoek zal uitwijzen welke gebruikersgroepen zorgen voor deze groeispurt en welk effect dit heeft op het aantal huishoudens binnen Utrecht dat er gebruik van maakt, maar de verwachting is dat het regionale deelfietsensysteem een positieve bijdrage levert aan de streefwaarde. Komende maanden werken we aan een nieuw uitvoeringsplan deelmobiliteit en beoordelen we de ambitie voor komende jaren opnieuw.
Vraagnummer: 96 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Senna Maatoug Jaarstukken 2025 Programma's Duurzame bereikbaarheid Doelstellingen
Verbijzondering/context
Bij de indicator '% bewoners dat tevreden is over de verkeersveiligheid in de eigen buurt' zegt het college dat de invoering van 30 km/u de verkeersveiligheid kan verbeteren Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
42
Wordt er door het college nagedacht om de maximumsnelheid te verlagen naar 30 km/u bij straten waar dat nu nog niet het plan is, of krijgt het college hier verzoeken voor vanuit bewoners? Hoe ziet de procedure er uit om nieuwe straten voor te dragen voor een verlaging van de maximumsnelheid vanuit zowel het college, de raad als bewoners?
Antwoord:
Er zijn twee manieren waarop we straten naar 30 km brengen (zie ook Raadsbrief Wijziging Uitvoeringsprogramma 30 km en wijziging in haltenetwerk fietsroute om de Noord Utrecht - iBabs Publieksportaal): op 10 juli 2026 via de versnelde aanpak 30 km en na 10 juli bij groot onderhoud en herinrichtingen.
Op 10 juli 2026 gaat de maximumsnelheid op ongeveer 270 (delen van) straten naar 30 kilometer per uur. Dit geldt voor alle straten waar geen apart fietspad is en auto's en fietsen dus samen op de weg rijden.
Na 10 juli 2026 voeren we gefaseerd op nog ongeveer 80 (delen van) straten met aparte fietspaden 30 km per uur in. Dit gebeurt wanneer er in de komende jaren groot onderhoud aan de weg of een herinrichting gepland staat. Dit zijn allemaal straten waar grotere aanpassingen nodig zijn om de snelheid goed te kunnen verlagen, zoals het smaller maken van de rijbaan of het aanleggen van drempels.
Alleen op belangrijke doorgaande wegen blijft de maximumsnelheid 50 kilometer per uur. Deze straten zijn de meeste logische en korte routes naar bestemmingen in de stad.
Hierbij gebruiken we het Mobiliteitsplan 2040 als uitgangspunt, zie ook Mobiliteitsplan 2040.
Er is geen specifieke procedure om straten voor te dragen. Maar we staan altijd open voor nieuwe verzoeken, zowel vanuit bewoners als vanuit raadsleden. Tot nu toe zijn er geen verzoeken vanuit bewoners binnen gekomen om op wegen 30 km in te voeren, waarvan wij hebben bepaald dat deze 50 km moet blijven.
Vraagnummer: 97 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Onderdeel Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Senna Maatoug Jaarstukken 2025 Programma's Duurzame bereikbaarheid Risico's
Verbijzondering/context
Er wordt genoemd dat onderzoek naar het gebruik en belemmeringen van P+R's is gestart.
Nee
Erratum?
Heeft relatie met vraag Vraag
43
Wat is de voortgang van dit onderzoek en wanneer verwacht het college de uitkomsten met de raad te kunnen delen?
Antwoord:
Het onderzoek naar onder meer gebruikspatronen, reizigersmotieven en knelpunten in het gebruik van P+Rlocaties is afgerond en we hebben in de raadsbrief Parkeren in Garages van 14 april 2026 hier kort aan gerefereerd. Conform de toezegging tijdens het commissiedebat van 28 mei 2026 worden de uitkomsten hiervan, samen met de voortgang van de Uitvoeringsstrategie P+R in Q4 2026 met de raad gedeeld. Dit gebeurt via de voortgangsbrief Parkeren.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Utrecht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.