2026.06.23 Beantwoording schriftelijke vragen PvdA inz. voormalige tuincentrumlocatie Laantje van Van Iperen Leerdam
Een raadslid stelde op 23 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Gemeente Vijfheerenlanden T.a.v. de leden van de Gemeenteraad Postbus 11 4140 AA LEERDAM
Ons kenmerk Onderwerp Datum
11.2026 - 1798696 Beantwoording aanvullende schriftelijke vragen PvdA inzake voormalige tuincentrumlocatie Laantje van Van Iperen 30 te Leerdam 23 juni 2026
Geachte leden van de raad, Onderstaand vindt u de vragen die zijn gesteld door de heer Koyuncu van de PvdA over de voormalige tuincentrumlocatie aan het Laantje van Van Iperen 30 te Leerdam, en het antwoord van burgemeester en wethouders op deze vragen.
Inleiding Naar aanleiding van de beantwoording van eerdere schriftelijke vragen over de voormalige tuincentrumlocatie aan het Laantje van Iperen 30 te Leerdam heeft de PvdA-fractie nog enkele aanvullende vragen. Deze vragen hebben betrekking op het ingediende principeverzoek voor herontwikkeling van de locatie, de betrokkenheid van omwonenden en de wijze waarop het college de raad informeert over het verdere proces.
Hieronder treft u onze vragen aan.
Vraag 1:
Het college geeft aan dat een principeverzoek voor herontwikkeling van de locatie is ingediend. Kan het college aangeven wat de hoofdlijnen van dit principeverzoek zijn, bijvoorbeeld ten aanzien van de beoogde functie(s), het aantal woningen of andere ruimtelijke ontwikkelingen?
Gemeente Vijfheerenlanden / Postbus 11, 4140 AA Leerdam / 088 – 599 7000 vijfheerenlanden.nl / [email protected]
1
Antwoord vraag 1:
Het gaat om een principeverzoek voor woningbouwontwikkeling. Het aantal woningen is nog niet bekend, dit hangt af van de verdere beoordeling in het haalbaarheidsproces. Dit wordt uiteindelijk vastgelegd in een stedenbouwkundigplan dat door de gemeente vastgesteld wordt. Op dat moment is er duidelijkheid over het aantal woningen.
Vraag 2:
Wanneer is het principeverzoek ingediend en binnen welke termijn verwacht het college hierover een oordeel te vormen?
Antwoord vraag 2:
Er wordt in verschillende fases een oordeel gevormd over het plan. Eerst of het wenselijk is dat hier überhaupt ontwikkeld wordt (dit heeft inmiddels plaatsgevonden). Daarna volgt de haalbaarheidsfase. In deze fase wordt onderzocht op welke manier er invulling gegeven kan worden aan het plan en of het aan alle vastgestelde wetten en kaders kan voldoen. De termijn hangt af van alle betrokken partijen zoals ontwikkelaar, gemeente en andere overheidsinstanties.
Vraag 3:
Heeft het college voorafgaand aan de indiening van het principeverzoek overleg gevoerd met de initiatiefnemer? Zo ja, wanneer hebben deze gesprekken plaatsgevonden en welke onderwerpen zijn daarbij besproken? Zo nee, kan het college toelichten waarom er voorafgaand aan de indiening van het principeverzoek geen overleg heeft plaatsgevonden?
Antwoord vraag 3:
Of er wel of geen gesprekken plaatsvinden voorgaand aan het principeverzoek hangt af van de ontwikkelaar. Het staat hen vrij om in gesprek te gaan of meteen een principeverzoek in te dienen. Qua proces is het helder dat er alleen formeel bij een principeverzoek waarden toe te kennen zijn aan de uitkomst die schriftelijk bevestigd wordt.
Vraag 4:
Het college geeft aan dat participatie een belangrijk onderdeel uitmaakt van een gebiedsontwikkeling. Op welk moment acht het college participatie van omwonenden wenselijk: na een positieve beoordeling van het principeverzoek of tijdens de beoordeling daarvan?
2
Indien het college van mening is dat participatie pas na een positieve beoordeling van het principeverzoek dient plaats te vinden, waarom kiest het college voor deze werkwijze? Welke belemmeringen ziet het college voor participatie in een eerder stadium en onder welke voorwaarden zou participatie tijdens de beoordelingsfase wel mogelijk zijn?
Antwoord vraag 4:
Een principeverzoek is niet automatisch ook openbare informatie. Om belanghebbenden wel te kunnen betrekken bij het proces wordt daarom het participatietraject gevolgd.
Hiervoor zijn kaders/richtlijnen meegegeven aan de ontwikkelaar om dit proces in te richten, zie participatiebeleid.
Vraag 5:
Welke concrete eisen stelt de gemeente aan de initiatiefnemer ten aanzien van participatie met omwonenden en andere belanghebbenden?
Antwoord vraag 5:
Zie antwoord hierboven en participatiebeleid.
Vraag 6:
Is het college bereid om omwonenden actief te informeren dat er een principeverzoek voor herontwikkeling in behandeling is, zodat geruchten en onduidelijkheid in de wijk worden voorkomen? Zo nee, waarom niet en wat is noodzakelijk om wel actief te informeren?
Antwoord vraag 6:
Het indienen van een principeverzoek is niet automatisch openbare informatie. Het delen van een indiening zonder dat we weten of het door kan gaan/wenselijk is en indien het wenselijk is in welke richting er ontwikkeld wordt, kan juist voor geruchten en onduidelijkheid in de wijk zorgen. Daarom worden belanghebbenden betrokken volgens een ingericht participatieproces, zodat ze op de juiste manier meegenomen worden en van de juiste informatie voorzien worden.
Vraag 7:
Kan het college aangeven welke beleidskaders en ruimtelijke uitgangspunten worden gebruikt bij de beoordeling van dit principeverzoek?
3
Antwoord vraag 7:
Dit verschilt per aanvraag welke beleidskaders er gelden daarom is geen uitputtende lijst te geven. Voorbeelden van de beleidskaders zijn: omgevingsvisie, dorpsvisies, nota ruimtelijke kwaliteit, cultuurhistorische waardenkaart, milieuzoneringen, mobiliteit en provinciale verordeningen.
Vraag 8:
Is het college bereid de raad actief te informeren over de uitkomst van de beoordeling van het principeverzoek en de eventuele vervolgstappen?
Indien het college hiertoe niet bereid is, hoe verhoudt zich dat tot de kaderstellende en controlerende rol van de raad bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente?
Op welk moment en via welk proces verwacht het college de raad dan alsnog te betrekken?
Antwoord vraag 8:
U heeft als gemeenteraad een controlerende en kaderstellende taak en de uitvoering bij het college belegd. Bij Gebiedsontwikkeling is het gebruikelijk dat wanneer er een afwijking nodig is, conform de mandaten wordt gehandeld. Concreet betekent dit dat u als raad op het juiste moment in positie wordt gebracht om onderdeel te zijn van de besluitvorming.
Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, de secretaris,
de burgemeester,
ValidSigned door Judith de Jonge
op 23-06-2026
W.J. (Judith) de Jonge
ValidSigned door Sjors Fröhlich op 23-06-2026
S. (Sjors) Fröhlich
4
Bron: raadsinformatie van de gemeente Vijfheerenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.