18 april 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Voorne aan Zee

verordening woonruimtebemiddeling

Een raadslid stelde op 18 april 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • Onder gelet op, punt 3 staat het volgende; het hierom noodzakelijk is om de beschikbaar komende woonruimte in de gemeenten die deelnemen aan het Samenwerkingsverband… → Kan het college aangeven op waarom men van mening is dat met de tussenkomst van de spreidingswet nog steeds sprake is van transparantie richting de inwoners van Voorne aan Zee?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

TECHNISCHE VRAGEN

Datum vraagstelling

15 maart 2024

Vraagsteller / fractie

Robart Valk, Forum voor Democratie

Vergadering van

Commissie samenleving / Verordening Woonruimtebemiddeling 2024

Datum Agendanummer

Donderdag 26 maart 2024 11

Vraag

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Onder gelet op, punt 3 staat het volgende; het hierom noodzakelijk is om de beschikbaar komende woonruimte in de gemeenten die deelnemen aan het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam evenwichtig, rechtvaardig, doelmatig en transparant te verdelen. 2. 3. 4. 5. 6. Portefeuillehouder Vraag: Hoe kan er spraken zijn van “rechtvaardig” en “transparant” verdelen met de komst van de spreidingswet?

Antwoord van het college

Kan het college aangeven op waarom men van mening is dat met de tussenkomst van de spreidingswet nog steeds sprake is van transparantie richting de inwoners van Voorne aan Zee?

Op pagina 5, artikel 2.3.2 valt te lezen valt te lezen dat het college van B&W beslist zowel over toekennen als verlengen, welke toetsingskaders worden hiervoor gehanteerd? Met name in het geval van wel of niet verlengen?

Op pagina 7, artikel 2.3.9 worden een achttal categorieën benoemd. Op welke wijze wordt een gezonde mix in aanbod gewaarborgd dat alle 8 de categorieën na behoefte beschikbaar zijn en blijven?

Op pagina 8, 2.3.10 wordt aangegeven dat ten hoogste 50 procent met voorrang wordt toegekend aan eigen inwoners (inwoners met een binding). Waarom wordt er gekozen voor ten hoogste? Als we een probleem willen aanpakken en onze inwoners willen helpen zou hier een tenminste percentage moeten staan.

In aanvulling op vraag 4, wat zijn de mogelijkheden een tenminste percentage te hanteren van bijvoorbeeld 25 of 33%? Nu is het vooral een on-ambitieuze paragraaf.

Op pagina 9, artikel 2.6.1. valt te lezen “deze paragraaf is van toepassing op de in de gemeente gerealiseerde en nog te realiseren standplaatsen”.

Kan het college aangeven welke “nog te realiseren standplaatsen” voor woonwagens er op de planning staan? Heeft het college concrete plekken op het oog en lopen hier al gesprekken over?

Aart Jan Spoon

Team

RO

Datum beantwoording

20-3-2024

Antwoord

1. De spreidingswet en deze verordening woonruimtebemiddeling hebben betrekking op een andere doelgroep. De spreidingswet gaat over de opvang van asielzoekers. Deze verordening gaat over het verdelen van sociale huurwoningen. Asielzoekers worden niet gehuisvest in sociale huurwoningen.

2. De verordening woonruimtebemiddeling is het toetsingskader wat wordt gebruikt om een huisvestingsvergunning te kunnen verlenen, weigeren, wijzigen of intrekken. Het college heeft de woningcorporaties gemachtigd om huisvestingsvergunningen te verstrekken. Bij het tekenen van een huurcontract krijg je bij de woningcorporatie wordt ook een huisvestingsvergunning verleend. Verhuis je tussen twee sociale corporatiewoningen dan wordt de huisvestingsvergunning verlengd.

3. De verdeling van sociale huurwoningen wordt jaarlijks gemonitord in de “monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam”. Hierin staat weergegeven voor welke type woning de druk het hoogst is. Deze informatie kan gebruikt worden bij planontwikkeling voor nieuwbouwwoningen. Op deze manier kan worden gewaarborgd dat alle categorieën woningen beschikbaar blijven.

4. De Huisvestingswet schrijft voor dat 50% de maximale grens is dat mensen met een maatschappelijke of economische binding aan gemeente of kern.

5. Iedere gemeente gaat hier anders mee om. Er zijn gemeenten in de regio waarin woningen nauwelijks met lokale voorrang aangeboden worden. Andere gemeenten zoeken de grens van de wettelijke mogelijkheid juist op. In samenspraak met woningcorporaties sturen we als gemeente op het toepassen van lokale voorrang.

6. Hier wordt op ingegaan in de Wonen, Welzijn en zorgvisie. In mei wordt deze voorgelegd aan de gemeenteraad. In de concept Wonen, welzijn en zorgvisie staat dat er behoefte is aan tien standplaatsen.

Technische vragen zijn vragen over agendapunten voor een commissie- of raadsvergadering.

Termijn van indiening t.b.v. tijdige beantwoording in commissie of raad:

- Voor de vergaderingen op dinsdag: uiterlijk de donderdag ervoor (12.00 uur)

- Voor de vergaderingen op woensdag: uiterlijk de vrijdag ervoor (12.00 uur)

- Voor de vergaderingen op donderdag: uiterlijk de maandag ervoor (12.00 uur)

Bekijk de brief: Beantwoording vragen FVD R. Valk inzake verordening woonruimtebemiddeling

Bron: raadsinformatie van de gemeente Voorne aan Zee (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Voorne aan Zee

Alle artikel 35-vragen in Voorne aan Zee