vragen Afstemmingsverordening
Een raadslid stelde op 22 juni 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
BEANTWOORDING VRAGEN
Datum vraagstelling Vraagsteller Vraag Portefeuillehouder Team Datum beantwoording
19 juni 2023 Commissie SamenlevingNadere toelichting Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Voorne aan Zee 2023 Robert van der Kooi 8 MO - Maatschappelijke Ontwikkeling 19 juni 2023
Antwoord Geachte leden van de commissie Samenleving, In de commissie Samenleving heeft u op 6 juni de vast te stellen Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Voorne aan Zee 2023 besproken. Op basis van uw vragen heeft wethouder Van der Kooi toegezegd met een nadere toelichting te komen. In deze brief geven wij een nadere toelichting over het toepassen van een maatregel als de arbeidsverplichtingen worden geschonden.
Om de bijstandsgerechtigde een zelfstandig inkomen te laten verkrijgen heeft de gemeente een scala aan instrumenten. Dit gaat samen met de rechten en plichten van de bijstandsgerechtigde. We verwachten van de bijstandsgerechtigde dat hij al zijn mogelijkheden gebruikt om op zo kort mogelijke termijn geen of minder bijstand meer nodig te hebben. We verwachten veel van de persoon zelf, maar bieden daarin ook optimale ondersteuning. Daarnaast kennen we een beloningssysteem, bijvoorbeeld een inkomstenvrijlating als er nog aanvullende bijstand wordt verstrekt of een activeringspremie als er sprake is van volledige uitstroom. We hebben ook instrumenten in de sfeer van handhaving. Bijvoorbeeld het boeteregime als er ten onrechte te veel bijstand is verstrekt, omdat de bijstandsgerechtigde inkomen of vermogen niet heeft opgegeven.
We hebben ook de maatregelenverordening voor handhaving van de reintegratieverplichtingen. Dit is echter een instrument dat we als laatste inzetten als andere mogelijkheden zijn gebruikt en niet de gewenste resultaat bieden.
De vragen van mevrouw Verkuijl betreffen de bepalingen van artikel 11 van de verordening.
Hierin zijn gedragingen opgenomen die tekstueel afwijken van de huidige bepalingen. Die afwijking vinden wij noodzakelijk, om daarmee een kader te formuleren dat niet iedere gedraging even ernstig is en daarmee op voorhand niet dezelfde strafmaat kent. In artikel 11 is een maatregel opgenomen van 100 procent als de bijstandsgerechtigde niet meewerkt aan verplichtingen die leiden tot beëindiging van de uitkering. Het gaat in de praktijk om verplichtingen als het daadwerkelijk verkrijgen van een verhaalsbijdrage voor zichzelf of het kind die hoger is dan de bijstandsuitkering of om het aanvragen van een voorliggende voorziening bij het UWV voor een WW, WIA of Wajonguitkering. De verplichting wordt opgelegd als wij op voorhand weten dat actie van de bijstandsgerechtigde leidt tot beëindiging van de uitkering.
Niet meewerken aan verplichtingen die strekken tot beëindiging van de bijstand vinden wij gelijkwaardig aan de bepaling: het niet naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen. Deze bepaling is opgenomen in artikel 8 lid 4 van de verordening. De maatregel daarvoor was en blijft 100 procent. Hiermee laten wij zien op een gelijkwaardige gedraging
een gelijkwaardige maatregel toe te passen. Vervolgens is het aan de medewerker om bij een daadwerkelijke beoordeling voor een maatregel te kijken naar de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en persoonlijke omstandigheden. Deze beoordeling is in de participatiewet verankerd. Voor het college zijn dit dermate belangrijke punten waardoor het maatwerkprincipe ook in artikel 4, vierde lid van de verordening is opgenomen.
Dit betekent dat als onderdeel van deze beoordeling ook de gevolgen van een eventuele maatregel worden meegewogen.
In artikel 9 zijn de maatregelen van de zogenaamde geüniformeerde verplichten opgenomen. De verplichtingen volgen rechtstreeks uit artikel 18 van de Participatiewet. In de wet is voorgeschreven dat een maatregel 100 procent gedurende een maand bedraagt als de in artikel 9 geformuleerde verplichtingen niet worden nagekomen. Het toepassen van een maatregel gedurende meer dan een maand als de hierboven beschreven verplichtingen bij herhaling niet worden nagekomen is ook bij wet voorgeschreven. In de wet is bepaald dat een maatregel van 100 procent voor de duur van een maand over meerdere maanden kan worden verrekend.
In de verordening maken wij onderscheid in de wettelijk genoemde verplichtingen. Bij een aantal verplichtingen wordt de uitkering gedurende twee maanden niet betaald vanwege het toepassen van een maatregel. Wij hechten belang aan het onderscheid in de duur van de maatregel, omdat het gedragingen betreffen die de bijstandsverlening onnodig verlengen.
Het gaat om gedragingen die zich daadwerkelijk voordoen. Wij beseffen dat iedereen een zo kort mogelijk reistijd wil hebben. In die context zullen wij ook altijd begeleiding naar werk bieden binnen de wensen en mogelijkheden van de bijstandsgerechtigde. Het uiten van wensen voor wat betreft reistijd is geen maatregelwaardige gedraging. Het daadwerkelijk weigeren van werk vanwege reistijd is dat wel.
Bij aanpassing van de afstemmingsverordening is gekeken naar het beleid van omliggende gemeenten: Goeree Overflakkee, Hoeksche Waard, Nissewaard en Rotterdam. De tekst van artikel 9 in de vast te stellen verordening is bijna gelijkluidend van onze buurgemeente.
Hoeksche Waard past in afwijking van de andere gemeenten een maatregel toe van 100 procent voor een maand bij alle geüniformeerde verplichtingen.
Het opnemen van een palet aan geüniformeerde verplichtingen in de Participatiewet is gedaan om gemeenten in geval van economische ontwikkeling de mogelijkheden te bieden actief re-integratiebeleid te kunnen voeren. Een mogelijke verhuizing geldt ook alleen als de werkgelegenheid in onze regio zou krimpen, terwijl elders sprake is van een stijging in de werkgelegenheid. Een baan moet dan daadwerkelijk worden aangeboden en daarbij moet ook daadwerkelijk een woning beschikbaar zijn.
De afstemmingsverordening is onafhankelijk van economische ontwikkelingen. Wij achten het wenselijk wel maatregelenbeleid beschikbaar te hebben voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen.
De bijstandsgerechtigde is primair zelf verantwoordelijk voor zijn daden en de gevolgen daarvan. Wij sluiten echter niet onze ogen voor onwenselijke maatschappelijke ontwikkelingen, zeker niet als daar kinderen bij betrokken zijn. Wij zijn daarom zo lang als mogelijk met de bijstandsgerechtigde in gesprek voor aanpassing in het onwenselijk gedrag.
Bij het beoordelen van een maatregel kijken we niet alleen naar wat er gebeurd is en de omstandigheden van dat moment, maar kijken we ook naar mogelijke effecten van een maatregel. Als het toepassen van een maatregel betekent dat er schulden ontstaan of zelfs een uithuiszetting dan leveren we in die situatie maatwerk. 2
Als de gewenste gedragsverandering echter niet wordt bereikt, kunnen wij alsnog besluiten een maatregel toe te passen. Hierbij kunnen wij een maatregel op te leggen van nul procent of sterk te verlagen. Een maatregel op grond van artikel 9 van de verordening kan worden verrekend over maximaal drie maanden. Als een maatregel van 100 procent wordt toegepast voor de duur van één maand kan dat worden uitgevoerd door gedurende drie maanden een derde van de maatregel per maand te verrekenen.
Daarnaast hebben wij de mogelijkheid om bij een maatregel van 100 procent gedurende twee maanden de maatregel ten gunste van de bijstandsgerechtigde aan te passen als het onwenselijke gedrag is aangepast.
Een maatregel is daarom geen straf, maar is bedoeld als instrument voor de klantmanager om bij de bijstandsgerechtigde een gedragsverandering te bewerkstelligen welke in overeenstemming is met de opgelegde verplichtingen. Wij beseffen ons dat de bijstandsgerechtigde de maatregel als straf ervaart.
Voor wat betreft de gestelde vraag over de beschikbare leerlijnen voor de bijstandsgerechtigden van Voorne aan Zee kan worden gezegd dat deze voor ons door het leer/werk-bedrijf Voorne Putten Werkt (VPW) worden uitgevoerd. Dit doen zij in samenwerking met de leer/werk-bedrijven Webego (Goeree-Overflakkee) en Hwwerkt (Hoekse Waard). Onze bijstandsgerechtigden worden – indien een leerlijn binnen hun reintegratie past – aangemeld bij VPW. Op dit moment vinden er gesprekken plaats met VPW om de huidige samenwerking verder uit te breiden.
Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders [ < > Ondertekenaar 1.Handtekening ] [ Ondertekenaar 1.Voornaam ] [ Ondertekenaar 1.Volledige achternaam ] [ < > Ondertekenaar 1.Functie ]
[ < > Ondertekenaar 2.Handtekening ] [ Ondertekenaar 2.Voornaam ] [ Ondertekenaar 2.Volledige achternaam ] [ < > Ondertekenaar 2.Functie ]
3
Bekijk de brief: Beantwoording vragen Afstemmingsverordening
Bron: raadsinformatie van de gemeente Voorne aan Zee (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.