schriftelijke vragen 452 FvD Staalslakken bouwweg Starrenburg III
Een raadslid stelde op 9 juli 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden: Antwoord 1. → 2.
- Daarnaast wordt bij complexe zaken de gemeente altijd meegenomen door de ODWH over de te nemen stappen. → 4.
- Vraag 28. → 28.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden: Antwoord 1. De beantwoording van deze vragen treft u hieronder aan. Vraag 2. Kan het college aangeven wie op dit moment bestuurlijk en juridisch eindverantwoordelijk is voor het daadwerkelijk stilleggen van het gebruik van de bouwweg en het handhavend optreden?
Antwoord van het college
2. De ODWH is bevoegd om in mandaat namens het college op te treden tegen overtredingen op gebied van milieu en bodem. De ODWH is niet bevoegd voor het buiten gebruik stellen van de bouwweg. Handhaving is afhankelijk van de aard van de situatie en de overtreding. Voor overtredingen van de Omgevingswet, met name op het gebied van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het omgevingsplan, kan het college handhavend optreden en in voorkomende gevallen het gebruik stilleggen. Op dit moment bestaat hiervoor echter geen aanleiding. Handhaving kent verschillende instrumenten en interventiemogelijkheden. Het stilleggen van activiteiten of gebruik is een van de zwaarste maatregelen en wordt daarom niet zonder meer of direct ingezet. Momenteel is er geen overtreding op gebied van het Bbl en het omgevingsplan. Vraag 3. Hoe verhoudt de stelling van de ODWH dat zij “zelfstandig bevoegd is tot handhaving” zich tot het feit dat voorafgaand aan handhavend optreden bestuurlijke afstemming en instemming van het college heeft plaatsgevonden? Antwoord 3. Zie het antwoord op vraag
Vraag 2
Daarnaast wordt bij complexe zaken de gemeente altijd meegenomen door de ODWH over de te nemen stappen. Vraag 4. Hoe wordt voorkomen dat verantwoordelijkheden tussen gemeente, ODWH en andere instanties diffuus worden terwijl de ODWH tegelijkertijd aangeeft dat legalisatie vooralsnog niet aannemelijk wordt geacht?
Antwoord van het college
4. Er vindt regelmatig afstemming plaats tussen de ODWH en de gemeente. Zie verder het antwoord bij vraag 2. Vraag 5. Waarom is, ondanks de vele meldingen vanaf begin april 2026, pas op 7 mei 2026 een formele waarschuwingsbrief verzonden? Antwoord 5. De eerste meldingen zijn medio april ontvangen. De aannemer is hier eerst vanuit de gemeente op aangesproken. De waarschuwingsbrief van de gemeente is pas ingezet nadat gesprekken met de aannemer onvoldoende verbetering zichtbaar maakten of gemaakte afspraken niet werden nagekomen. Vraag 6. Waarom is, ondanks de aangekondigde consequenties in de brief van 7 mei 2026, nog niet overgegaan tot: • het stilleggen van werkzaamheden; • het volledig beëindigen van de overtreding; • of het intrekken van vergunningen? Antwoord 6. Na verzending van de brief van de gemeente heeft een gesprek plaatsgevonden met de aannemer. Tijdens dit gesprek is aangegeven dat de aannemer zich zal houden aan de gemaakte afspraken. Daarnaast is zichtbaar sprake van verbetering ten aanzien van meldingen die betrekking hebben op bouwactiviteiten. Meldingen over staalslakken vallen onder milieuregelgeving en worden daarom behandeld door de ODWH. De brief van 7 mei is opgesteld door Bouw- en Woningtoezicht en heeft uitsluitend betrekking op afspraken en geconstateerde overtredingen binnen het kader van de bouwregelgeving. ODWH is bevoegd voor het optreden op gebied van milieu en bodem. De ODWH heeft op 22 mei jl. een voornemen last onder dwangsom verzonden die ziet op de overtreding m.b.t. de toepassing van niet vormgegeven bouwstoffen (Ontijzerd Industrieel Puin, OIP). Vraag 7. Onder welke omstandigheden zal het college daadwerkelijk overgaan tot: • het opleggen van een last onder dwangsom; • het intrekken van vergunningen; • of het schorsen van verleende ontheffingen? Antwoord 7. De ODWH heeft op 22 mei jl. een voornemen last onder dwangsom verzonden die ziet op de overtreding m.b.t. de toepassing van niet vormgegeven bouwstoffen (OIP). Tegen het voornemen last onder dwangsom kunnen zienswijzen ingebracht worden. De ODWH zal die zienswijzen beoordelen en zich daarna beraden over de volgende stap. Dergelijke maatregelen zijn ingrijpend en vereisen een duidelijke wettelijke grondslag en met name een voldoende feitelijke onderbouwing. Op dit moment is onvoldoende duidelijk op basis van welke bevoegdheid een dergelijke maatregel zou moeten worden opgel egd, mede omdat door de Omgevingsdienst al handhavend wordt opgetreden en vooralsnog geen sprake is geacht van een acute gevaar- of noodsituatie. Vraag 8. Acht het college intrekking van (delen van) de bouwvergunning inmiddels een reële optie gezien: • de geconstateerde overtredingen; • de maatschappelijke onrust; • de handhavingsprocedures; • en de mogelijke onjuiste informatieverstrekking? Antwoord 8. Het college realiseert zich dat de situatie onrust en zorgen kan veroorzaken en neemt deze signalen en zorgen serieus. Het intrekken van de bouwvergunning is op dit moment echter nog geen reële optie. Dergelijke maatregelen zijn ingrijpend en vereisen een duidelijke wettelijke grondslag en met name een voldoende feitelijke onderbouwing. Op dit moment is onvoldoende duidelijk op basis van welke bevoegdheid een dergelijke maatregel zou moeten worden opgelegd, mede omdat door de Omgevingsdienst al handhavend wordt opgetreden en vooralsnog geen sprake is geacht van een acute gevaar- of noodsituatie. Vraag 9. Kan het college toelichten waarom de aannemer schriftelijk bevestigde geen staalslakken toe te passen terwijl uit aanvullend onderzoek blijkt dat het materiaal grotendeels uit LD-staalslakken bestaat? Antwoord 9. Het college heeft De Raad Bouw in een bestuurlijk gesprek nadrukkelijk aangesproken op haar verantwoordelijkheden. Tijdens dit gesprek gaf De Raad Bouw aan verrast te zijn over de aanwezigheid van staalslakken. Aanvullend onderzoek is uitgevoerd nadat de ODWH een controle ter plaatse had uitgevoerd. Deze informatie was op dat moment niet bekend bij de aannemer. De onderaannemer heeft aangegeven geen staalslakken te hebben toegepast. De aannemer heeft deze verklar ing van de onderaannemer overgenomen. Vraag 10. Acht het college hierbij sprake van misleiding, nalatigheid of het verstrekken van onjuiste informatie richting gemeente en ODWH? Antwoord 10. Op basis van de reactie van de aannemer op het voornemen last onder dwangsom, gaat de ODWH ervan uit hier meer inzicht in te krijgen. Vraag 11. Waarom spreekt het controlerapport van de ODWH nog over mogelijke legalisatie via vergunningverlening terwijl in het latere advies wordt gesteld dat legalisatie “vooralsnog niet aannemelijk” wordt geacht? Antwoord 11. Genoemde stukken laten nog ruimte voor meerdere mogelijkheden omdat nog niet alle informatie beschikbaar is. Als alle feiten over de toegepaste niet vormgegeven bouwstof (OIP) en omstandigheden bekend zijn kan hierover een definitieve uitspraak gedaan worden. Vraag 12. Kan de wethouder verklaren waarom de inhoud van de informatiebrief (documentnummer 489569) afwijkt van het advies van de ODWH, waaronder: • het beëindigen en beëindigd houden van de overtreding; • het volledig verwijderen van de toegepaste staalslakkenhoudende bouwstof; • en het afvoeren van het materiaal naar een erkende verwerker binnen een nader te bepalen termijn? Antwoord 12. Er wordt steeds meer duidelijk over feiten en omstandigheden. Er is dus sprake van voortschrijdend inzicht. De gemeente volgt hierin de ODWH en blijft in nauw contact over de voortgang en de bevindingen. Vraag 13. Acht het college het verantwoord dat dezelfde aannemer werkzaamheden blijft uitvoeren zolang meerdere overtredingen, klachten en handhavingsprocedures lopen? Antwoord 13. Gemeente heeft geen rol hierin. De Raad Bouw is tevens de ontwikkelaar en eigenaar van het terrein. Vraag 14. Welke concrete handhavingsmaatregelen zijn inmiddels daadwerkelijk ingezet sinds het definitieve advies van de ODWH van 8 mei 2026? Antwoord 14. Op 22 mei jl. is door de ODWH een voornemen last onder dwangsom opgelegd. Vraag 15. Hoe hoog is de voorgenomen of opgelegde last onder dwangsom? Antwoord 15. € 37.500 per week, met een maximum van € 150.000. Vraag 16. Binnen welke termijn dienen de staalslakkenhoudende materialen volgens de ODWH verwijderd te worden? Antwoord 16. De voorgenomen last onder dwangsom noemt drie mogelijkheden om de overtreding ongedaan te maken. Eén daarvan is het verwijderen van de niet vormgegeven bouwstof (OIP). Op de vraag over de termijn voor het (eventueel) verwijderen kan op dit moment nog geen antwoord gegeven worden. Na het beoordelen va n de zienswijzen op het voornemen last onder dwangsom, kan hier mogelijk meer duidelijkheid over komen. Vraag 17. Welke overtredingen zijn na de waarschuwingsbrief van 7 mei 2026 opnieuw vastgesteld? Antwoord 17. De ODWH heeft na de brief van 7 mei 2026 geen nieuwe overtredingen vastgesteld met betrekking tot de niet vormgegeven bouwstof (OIP). Er zijn met betrekking tot de overlast enkele nieuwe meldingen binnengekomen bij de gemeente. Voor wat betreft de meldingen over stofoverlast heeft de bouwinspecteur de situatie ter plaatse vastgesteld. Vervolgens zijn door de aannemer direct maatregelen getroffen om de stofoverlast zoveel mogelijk te beperken. Vraag 18. Welke risico’s worden momenteel exact onderzocht met betrekking tot: • uitloging; • verspreiding richting grondwater; • bodemverontreiniging; • effecten op de leefomgeving; • en mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid? Antwoord 18. Het onderzoek van de ODWH is gericht op helderheid krijgen over de samenstelling en hoedanigheid van de niet vormgegeven bouwstoffen (OIP). Op basis daarvan wordt inzichtelijk of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. Vraag 19. Zijn inmiddels aanvullende bodem -, water- of luchtmetingen uitgevoerd naar aanleiding van meldingen van gezondheidsklachten? Antwoord 19. Er zijn geen metingen uitgevoerd door de ODWH en deze zijn niet nodig. De ODWH heeft de GGD over de situatie geïnformeerd. De GGD verwijst voor informatie over staalslakken naar hun website. De ODWH heeft vastgesteld dat het materiaal op dit moment voldoende is afgedekt en dat contactmogelijkheden zijn uitgesloten. Op basis daarvan is er naar het oordeel van de ODWH geen risico voor de volksgezondheid. De ODWH ziet daarom geen reden om de bouwweg af te sluiten. De stofhinder die ervaren wordt als gevolg van de bouwweg valt onder de bouwregelgeving. Hiervoor is de gemeente bevoegd gezag. Zie ook het antwoord op vraag 17. Naar aanleiding van meldingen over stofoverlast heeft de bouwinspecteur ter plaatse geconstateerd dat sprake was van stofvorming. De door de bouwinspecteur gegeven aanwijzingen zijn door de aannemer opgevolgd. Daarnaast is de openbare weg meerdere malen gereinigd met een reinigingswagen en zijn instructies verstrekt aan de chauffeurs om verdere overlast te beperken. Momenteel wordt onderzocht of bij de uitrit matten of roosters kunnen worden aangebracht. Op deze locatie verlaten vrachtwagens het terrein regelmatig met modder aan de banden, waardoor modder op de openbare weg terechtkomt. Wanneer deze opdroogt, kan dit leiden tot stofoverlast. Vraag 20. Is de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) geïnformeerd over de toepassing van staalslakkenhoudende bouwstoffen binnen Starrenburg III en zijn mogelijke risico’s voor bodem, grondwater, fysieke veiligheid, gezondheid en leefomgeving beoordeeld in overleg met veiligheids - en gezondheidsinstanties? Antwoord 20. De ODWH heeft overleg gehad over de (afgedekte) laag OIP met andere Omgevingsdiensten, de GGD, ILT en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Een afschrift van het voornemen last onder dwangsom is ook verzonden aan de politie. Vraag 21. Kan het college aangeven of de VRHM, gelet op haar wettelijke taken op het gebied van risicoanalyse, fysieke veiligheid, vergunningadvisering en handhaving, formeel betrokken is geweest bij de beoordeling van deze situatie? Antwoord 21. De Veiligheidsregio richt zich primair op acute rampenbestrijding, crisisbeheersing en fysieke veiligheid, zoals branden en zware ongevallen. Gezondheidsklachten en risico's door milieuverontreiniging, zoals uit niet-vormgegeven bouwstoffen, vallen onder de wettelijke adviestaken van de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). Vraag 22. Indien VRHM hierbij niet betrokken is geweest, op basis van welke bestuurlijke, juridische of inhoudelijke afweging is daarvan afgezien? Deze vraag dient door het college worden beantwoord. Antwoord 22. Voor ons is er geen aanleiding om de VRHM hierbij te betrekken. De VRHM treedt voor de gemeente op als adviseur op het gebied van brandveiligheid en speelt daarom geen rol in deze casus. Vraag 23. Hoe verhoudt het niet betrekken van VRHM zich tot de constatering van de ODWH dat sprake is van mogelijke milieugevolgen, onzekerheid over uitloging richting grondwater en een situatie waarbij legalisatie vooralsnog niet aannemelijk wordt geacht? Antwoord 23. De ODWH heeft de VRHM geïnformeerd. Zie verder het antwoord op vraag 21. Vraag 24. Welke rol speelt de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) momenteel precies binnen dit dossier? Antwoord 24. De ILT ziet samen met de Omgevingsdiensten toe op het toepassen van staalslakken volgens de regels, die daarvoor in de wet- en regelgeving, zijn opgenomen. De ODWH heeft de ILT op de hoogte gesteld en de ODWH heeft bij hen informatie ingewonnen. Vraag 25. Kan het college exact toelichten hoe de bestuurlijke verantwoordelijkheidsverdeling in deze situatie geregeld is tussen gemeente, ODWH, ILT en VRHM? Antwoord 25. Dit hangt samen met de toedeling van de wettelijke taken en bijbehorende bevoegdheden. De gemeente is onder andere het bevoegd gezag voor milieu, bodem en bouwen. De ODWH is een uitvoeringsinstantie en voert namens de gemeente de VTH milieu - en bodemtaken uit (toepassen). De ILT is ook een uitvoeringsinstantie en voert namens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat taken uit op het gebied van transport, infrastructuur en milieu (producten). Voor wat betreft de taken die de ODWH en de ILT uitvoeren is de gemeente respectievelijk het ministerie bestuurlijk verantwoordelijk. De VRHM is een samenwerkingsverband gericht op de veiligheid van inwoners en continuïteit van de samenleving. Vraag 26. Kan het college bevestigen of de ODWH zelfstandig bevoegd is om direct handhavend op te treden zonder voorafgaande bestuurlijke instemming van het college? Antwoord 26. De ODWH is bevoegd om in mandaat namens het college op te treden tegen overtredingen op gebied van milieu en bodem. Vraag 27. Waarom heeft in dit dossier desondanks bestuurlijke afstemming met het college plaatsgevonden voorafgaand aan handhavend optreden? Antwoord 27. Bij complexe zaken wordt de gemeente altijd meegenomen over de te nemen stappen. Zie ook het antwoord op vraag
Vraag 3
Vraag 28. Kan het college uitsluiten dat verdere werkzaamheden plaatsvinden terwijl nog onzekerheid bestaat over: • de juridische houdbaarheid van vergunningen; • de milieuhygiënische aanvaardbaarheid; • en mogelijke aanvullende handhaving?
Antwoord van het college
28. De ODWH is niet bevoegd om het gebruik van de weg tegen te gaan. In het voornemen last onder dwangsom is aangegeven op welke manier de overtreding ten aanzien van het OIP ongedaan gemaakt kan worden. Zie ook de antwoorden op vraag 7 en vraag 8. Vraag 29. Wordt de gemeenteraad actief en periodiek geïnformeerd over: • handhavingsmaatregelen; • dwangsommen; • vergunningprocedures; • onderzoeken van ILT; • mogelijke saneringsmaatregelen; • en de voortgang van het dossier? Antwoord 29. De ODWH houdt de gemeente op de hoogte van de ontwikkelingen in dit dossier. Indien zich op dit gebied ontwikkelingen voordoen, zal de gemeenteraad hierover uiteraard worden geïnformeerd. Vraag 30. Kan het college toezeggen dat relevante documenten, adviezen en correspondentie met betrekking tot handhaving, vergunningverlening, milieubeoordelingen en risicoanalyses actief met de gemeenteraad worden gedeeld voor zover juridisch mogelijk? Antwoord 30. Zie antwoord op vraag 29. Alle informatie die gedeeld kan worden, wordt gedeeld. Vraag 31. Is het college bekend met het gebruik van slootwater voor sproeiwerkzaamheden op en rond de bouwweg van Starrenburg III? Het voorkomen en beperken van stofhinder bij bouw - en sloopwerkzaamheden valt onder artikel 7.19 van het Besluit bouwwerken leefomgevin g (Bbl). Deze taak valt onder de gemeente. Antwoord 31. Het college is ermee bekend dat er slootwater wordt gebruikt voor sproeiwerkzaamheden op en rond de bouwweg. Het onttrekken van slootwater valt onder de bevoegdheid van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Slootwater gebruiken voor sproeien komt volgens het Hoogheemraadschap vaak voor en is geen probleem. Vraag 32. Is het Hoogheemraadschap van Rijnland geïnformeerd of betrokken bij het gebruik van slootwater voor sproeiwerkzaamheden op en rond de bouwweg tegen stofvorming? Antwoord 32. Het Hoogheemraadschap van Rijnland is naar aanleiding van de eerste melding door een omwonende, op locatie geweest. De ODWH heeft daarna ook nog bij hen melding gemaakt over het gebruik van slootwater om stofhinder te beperken. Zie verder het antwoord bij vraag 31. Vraag 33. Kan het college aangeven of onderzocht is of het gebruikte slootwater in contact staat of heeft gestaan met staalslakkenhoudende bouwstoffen of mogelijk verontreinigd afstromend water? Antwoord 33. Op dit moment ziet het Hoogheemraadschap geen aanleiding voor zorg over de staalslakken en de grondwaterstand. Omdat het afgedekt is, is de kans nihil dat er van staalslakken afkomstige stoffen in het grondwater terecht komen. Zie verder de antwoorden bij vraag 31 en vraag 32. Vraag 34. Kan het college uitsluiten dat door het gebruik van slootwater voor stofbestrijding mogelijke verontreinigingen verder worden verspreid over de bouwlocatie of omliggende omgeving? Antwoord 34. Zie verder het antwoord op vraag 33. Vraag 35. Acht het college het verantwoord om oppervlaktewater te gebruiken voor sproeiwerkzaamheden terwijl de ODWH tegelijkertijd spreekt over onzekerheden rond uitloging en contact met grondwater? Antwoord 35. Zie antwoord op vraag 33. Vraag 36. Zijn hierover de ODWH, het Hoogheemraadschap van Rijnland, VRHM of andere relevante instanties betrokken of geconsulteerd? Antwoord 36. Ja, zie het antwoord op de vraag 20.
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen 452 FvD Staalslakken bouwweg Starrenburg III
Bron: raadsinformatie van de gemeente Voorschoten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.