schriftelijke vragen ex art. 37 RvO 403 D66 Vlietwijk
Een raadslid stelde op 1 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten (4 vragen).
In het kort
4 vragen en wat het college antwoordt
- Hoe stuurt het college op een goede fasering van projecten, zodat herhuisvesting en doorstroming van huishoudens zoveel mogelijk binnen Voorschoten of zelfs binnen de… → In de beantwoording graag in aangaan op: o Of het college bereid is afspraken te maken met de corporatie om lokale wisselwoningen beschikbaar te stellen. o Of er nieuwbouwprojecten, zoals…
- Welke gevolgen heeft deze ‘Vlietwijk renovatie’ voor woningzoekenden die nu niet in de betreffende sociale huurwoningen wonen en die specifiek in Voorschoten willen gaan… → En hoe worden de, tijdelijk onvermijdelijk, negatieve gevolgen tot een minimum beperkt?
- In een aantal straten is sprake van ‘gespikkeld eigendom’, zowel huur als koopwoningen. → Denk aan duurzaamheidsmaatregelen, brandveiligheid en woningverbetering?
- Dit project mag niet te kampen krijgen met onnodige vertraging of ten koste gaan van andere Voorschotense bouwprojecten. → Graag een toelichting.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe stuurt het college op een goede fasering van projecten, zodat herhuisvesting en doorstroming van huishoudens zoveel mogelijk binnen Voorschoten of zelfs binnen de wijk mogelijk is?
Antwoord van het college
In de beantwoording graag in aangaan op: o Of het college bereid is afspraken te maken met de corporatie om lokale wisselwoningen beschikbaar te stellen. o Of er nieuwbouwprojecten, zoals het Oude Stationslaantje, Starrenburg III, nieuwbouw Raadhuislaan of andere panden/(tijdelijke) locaties in beeld zijn die hiervoor gebruikt kunnen worden. En wat er nodig is om die op tijd gerealiseerd te hebben. o Welke rol het college voor zichzelf ziet om de leefbaarheid en verbondenheid van bewoners te waarborgen tijdens de ingrepen. Antwoord 1. Het college is bezig om een intentieovereenkomst (IOK) te sluiten met de initiatiefnemer Rijnhart Wonen voor het totaal van de Vlietwijk. In deze IOK wordt de fasering en het sociale plan voor de bewoners vastgelegd en overeengekomen. Wisselwoningen maken onderdeel uit van de planvorming en haalbaarheidsanalyse, per fase zal worden bekeken wat de behoefte is en hoe hier invulling aan gegeven kan worden. Dat zou ook kunnen gaan om tijdelijke wisselwoningen in nieuwbouwprojecten. Voor zover het binnen de reikwijdte van de verantwoordelijkheid en de mogelijkheid van de gemeente ligt is het college bereid lokale wisselwoningen te faciliteren en waar mogelijk afspraken te maken. De initiatiefnemer Rijnhart wonen is integraal verantwoordelijk voor de leefbaarheid en verbondenheid binnen de wijk. De gemeente ziet toe op naleving van de gemaakte afspraak. Via inloopavonden en een wekelijks spreekuur op een vaste locatie in de Vlietwijk en bewonersparticipatie wordt de leefbaarheid en verbondenheid tussen de bewoners vanuit de corporatie gewaarborgd. De gemeente heeft hierbij een accorderende- en toezichthoudende taak en verantwoordelijkheid naar de woningbouwcorporatie. Daarnaast hebben we 3 aanvullende vragen: Vraag
Vraag 2
Welke gevolgen heeft deze ‘Vlietwijk renovatie’ voor woningzoekenden die nu niet in de betreffende sociale huurwoningen wonen en die specifiek in Voorschoten willen gaan of willen blijven wonen?
Antwoord van het college
En hoe worden de, tijdelijk onvermijdelijk, negatieve gevolgen tot een minimum beperkt? Antwoord 2. De renovatie is ingrijpend voor bewoners; daar is Rijnhart Wonen zich van bewust. Op huisniveau vinden hier keukentafelgesprekken plaats met bewoners om wensen en behoeften te inventariseren. Het doel is uiteindelijk ook om extra woningen toe te voegen, het gevolg voor de woningzoekenden in Voorschoten is dat er op termijn extra woningen beschikbaar zullen komen voor verhuur. De verwachting is dat dit renovatieproject geen invloed zal hebben op woningaanbod in andere wijken. De negatieve gevolgen worden inzichtelijk gemaakt tijdens de gesprekken en de inloopavonden. De negatieve effecten die zich daarbij kunnen voordoen worden door de woningbouwcorporatie tot het minimum beperkt door in een vroeg stadium informatie te delen en bewoners te laten participeren. De negatieve gevolgen, van welke aard dan ook, zullen van te voren zo goed mogelijk door de woningcorporatie in kaart worden gebracht. In overleg met alle betrokkenen zal hier zo goed mogelijk een maatwerkoplossing voor gevonden worden. Rijnhart Wonen is en blijft initiatiefnemer en de gemeente is regisseur en facilitator; schept de kaders, bewaakt het algemeen belang en borgt de samenhang tussen de fysieke en sociale kant van de wijkontwikkeling. Vraag
Vraag 3
In een aantal straten is sprake van ‘gespikkeld eigendom’, zowel huur als koopwoningen. Hoe gaat het college om met de dilemma’s en kansen die dat met zich meebrengt?
Antwoord van het college
Denk aan duurzaamheidsmaatregelen, brandveiligheid en woningverbetering? Antwoord 3. Per woning vinden hier gesprekken over plaats. Er wordt vooral geluisterd naar de wensen en mogelijkheden van de bewoners. In specifieke situaties kan door de woningbouwcorporatie maatwerk worden aangeboden om verbetering en duurzaamheidsmaatregelen doorgang te kunnen laten vinden. Vraag
Vraag 4
Dit project mag niet te kampen krijgen met onnodige vertraging of ten koste gaan van andere Voorschotense bouwprojecten. Bieden onze begroting en kadernota ’26 voldoende financiële middelen om dit project, waaronder het opstellen van het sociaal plan, ambtelijk te begeleiden?
Antwoord van het college
Graag een toelichting. Antwoord 4. De gemeente richt zich te allen tijde op het vermijden van onnodige vertraging. In projecten wordt voorzien in de benodigde financiële middelen via de reguliere P&C stukken en, voor zover mogelijk, als dekking, via anterieure overeenkomsten. De initiatiefnemer van dit project is Rijnhart Wonen. Het is gebruikelijk dat in de IOK-fase en daarna ook in de anterieure fase plankosten worden betaald door de initiatiefnemer aan de gemeente. Deze plankosten dienen ter dekking van de ambtelijke inzet. Het sociaal plan wordt opgesteld door initiatiefnemer en opgenomen in de IOK die corporatie en gemeente overeenkomen.
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen ex art. 37 RvO 403 D66 Vlietwijk
Bron: raadsinformatie van de gemeente Voorschoten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.