9 juli 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Voorschoten

staalslakken in Starrenburg

Een raadslid stelde op 9 juli 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten (8 vragen).

In het kort

8 vragen en wat het college antwoordt

  • Op basis van welke concrete onderzoeken, rapportages en/of inspecties heeft de omgevingsdienst vastgesteld dat de toegepaste werkwijze door de projectontwikkelaar… → 1.
  • Heeft de omgevingsdienst zelfstandig fysieke controles uitgevoerd op de locatie, waaronder grondboringen of monsternames, en zo ja, wanneer, op welke locaties en met… → 2.
  • Deelt het College de opvatting dat, gezien de maatschappelijke onrust en mogelijke risico’s, onafhankelijk bodemonderzoek, zoals grondboringen en analyse van toegepaste… → 3.
  • De wethouder gaf aan dat geen nulmeting is uitgevoerd voorafgaand aan het gebruik van het materiaal; was de projectontwikkelaar op grond van wet - en regelgeving of… → 4.
  • Welke juridische en bestuursrechtelijke instrumenten staan de gemeente ter beschikking indien blijkt dat de projectontwikkelaar niet conform regelgeving heeft gehandeld… → 5.
  • Welke risicoanalyse is gemaakt ten aanzien van mogelijke effecten van het toegepaste materiaal op bodemkwaliteit, grondwater en volksgezondheid, en kan het College deze… → 6.
  • Op welke wijze zijn omwonenden geïnformeerd over de aard van de gebruikte materialen, mogelijke risico’s en uitgevoerde controles, en acht het College deze communicatie… → 7.
  • Hoe is de taakverdeling tussen gemeente en omgevingsdienst in dit dossier precies vormgegeven en wie is eindverantwoordelijk voor toezicht en handhaving? → 8.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Op basis van welke concrete onderzoeken, rapportages en/of inspecties heeft de omgevingsdienst vastgesteld dat de toegepaste werkwijze door de projectontwikkelaar voldoet aan de geldende wet - en regelgeving, en kan het College deze onderliggende stukken me t de raad delen?

Antwoord van het college

1. Wij begrijpen dat de berichtgeving over het gebruik van staalslakken in Starrenburg III vragen en zorgen oproept bij omwonenden en uw raad. Het college hecht er aan deze zorgen serieus te nemen en transparant te zijn over de feiten en de wijze waarop toezicht en handhaving zijn georganiseerd. Aanvankelijk heeft de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) op basis van de partijkeuring (AP04) geoordeeld dat voldaan werd aan de kwaliteitseisen van een niet vormgegeven bouwstof en de geldende wet- en regelgeving. Het controlerapport en het advies van de ODWH zijn met de raad gedeeld met Raadsinformatiebrief 42. Vraag

Vraag 2

Heeft de omgevingsdienst zelfstandig fysieke controles uitgevoerd op de locatie, waaronder grondboringen of monsternames, en zo ja, wanneer, op welke locaties en met welke uitkomsten, en zo nee, waarom is hiervan afgezien, mede in het licht van mogelijke milieurisico’s?

Antwoord van het college

2. Door de ODWH zijn meerdere zelfstandige fysieke controles uitgevoerd. Voor de bevindingen wordt verwezen naar het controlerapport. Het was de intentie van de ODWH om monsters te nemen om te onderzoeken of sprake is van staalslakken of hoogovenslakken, maar tot nu toe is er geen laboratorium gevonden dat het onderscheid kan aantonen. Vraag

Vraag 3

Deelt het College de opvatting dat, gezien de maatschappelijke onrust en mogelijke risico’s, onafhankelijk bodemonderzoek, zoals grondboringen en analyse van toegepaste materialen, wenselijk is, en zo ja, wanneer wordt dit uitgevoerd en door wie, en zo nee, op basis van welke risicobeoordeling acht het College dit niet nodig?

Antwoord van het college

3. De ODWH is in deze de bevoegde instantie en heeft het volledige mandaat van het college. Het college volgt de lijn van de ODWH en blijft hierover in nauw contact. Vraag

Vraag 4

De wethouder gaf aan dat geen nulmeting is uitgevoerd voorafgaand aan het gebruik van het materiaal; was de projectontwikkelaar op grond van wet - en regelgeving of vergunningvoorschriften verplicht een nulmeting uit te voeren, en zo ja, waarom is hierop niet gehandhaafd, en zo nee, acht het College dit wenselijk en waarom is dit niet als voorwaarde gesteld?

Antwoord van het college

4. Uitgangspunt is dat er sprake was van toepassing van niet vormgegeven bouwstoffen (zoals gebroken puin). Voor het toepassen van een niet vormgegeven bouwstof is het niet verplicht en niet gebruikelijk om een nulmeting te doen. Er zijn overigens wel een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd op het gehele projectgebied Starrenburg III, ook ter plaatse van de bouwweg. Vraag

Vraag 5

Welke juridische en bestuursrechtelijke instrumenten staan de gemeente ter beschikking indien blijkt dat de projectontwikkelaar niet conform regelgeving heeft gehandeld, bijvoorbeeld ten aanzien van zorgplicht, meldplicht of materiaaltoepassing, en is het College voornemens hiervan gebruik te maken?

Antwoord van het college

5. De wetgeving waaraan in dit geval wordt getoetst is: Omgevingswet, Wet milieubeheer, Besluit activiteiten leefomgeving , Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak, Regeling bodemkwaliteit 2022 en Besluit bodemkwaliteit. De uitvoering van taken op grond van deze wetgeving behoren tot de zogenoemde basistaken en moeten daarom verplicht ondergebracht worden bij de Omgevingsdienst West -Holland. De instrumenten die beschikbaar en geschikt zijn in deze situatie zijn: een waarschuwing en het opleggen van een last onder dwangsom (LOD) , uit te voeren door de ODWH. Vanuit het zorgvuldigheids- en hoorbeginsel van de Algemene wet bestuursrecht wordt een LOD meestal voorafgegaan door een voornemen tot het opleggen van een LOD. Het voornemen tot het opleggen van LOD is op 22 mei 2026 door de ODWH aan De Raad Bouw verzonden. Binnen twee weken na verzending kan De Raad Bouw een zienswijze naar voren brengen. Na verwerking van de zienswijze en als de zienswijze ongegrond wordt verklaard, gaat de ODWH zo spoedig mogelijk over tot het opleggen van de LOD. In de LOD is een begunstigingstermijn opgenomen van vier weken. Dat betekent dat binnen deze termijn de overtreding ongedaan gemaakt moet worden. Na de begunstigingstermijn wordt per week dat de overtreding voortduurt een bedrag van € 37.500 verbeurd door de overtreder met een maximaal te verbeuren bedrag van € 150.000 . Mocht na het verbeuren van het maximale dwangsombedrag de overtreding voortduren, dan kan een nieuwe LOD worden opgelegd met een hogere dwangsom als prikkel om de overtreding te beëindigen. Het toepassen van bestuursdwang is in dit geval niet opportuun omdat: Er drie manieren zijn waarop de overtreding ongedaan gemaakt kan worden (zie brief voornemen last onder dwangsom): - De overtreding kan ongedaan gemaakt worden door aan te tonen dat de toegepaste stof (OIP) minder dan 20% staalslakken bevat; - Het bedrijf kan inzetten op legalisatie; - De overtreder kan zelf de toegepaste stof (OIP) verwijderen en afvoeren naar een erkend verwerker. Zolang deze opties nog open staan is het met bestuursdwang verwijderen van de toegepaste stof (OIP) niet passend. Zie verder antwoord op vraag 3. Vraag

Vraag 6

Welke risicoanalyse is gemaakt ten aanzien van mogelijke effecten van het toegepaste materiaal op bodemkwaliteit, grondwater en volksgezondheid, en kan het College deze analyse met de raad delen?

Antwoord van het college

6. Uit het aangeleverde AP04-rapport bleek dat het ging om een goedgekeurde niet vormgegeven bouwstof. Op dat moment was het niet nodig om de toepassing te melden of een risicoanalyse uit te voeren. Nadere toelichting: In het productcertificaat uit 1994, dat uit nader onderzoek naar voren kwam, is omschreven dat het gaat om ijzerhoudende reststoffen (voornamelijk staalslak) vanuit de Hoogovens in IJmuiden die ontijzerd zijn. Gezien het risico voor milieu en omgeving en de maatschappelijke onrust zijn wij van mening dat het inzetten van handhaving nu gepast is. Vraag

Vraag 7

Op welke wijze zijn omwonenden geïnformeerd over de aard van de gebruikte materialen, mogelijke risico’s en uitgevoerde controles, en acht het College deze communicatie achteraf voldoende?

Antwoord van het college

7. Wij realiseren ons dat bewoners behoefte hebben aan duidelijkheid over mogelijke risico’s en effecten op hun leefomgeving. Los van de formele kaders vinden wij het van belang om zorgvuldig om te gaan met vragen over milieu en gezondheid. Vanuit de ODWH is er gereageerd op een melding afkomstig van een bewoner waarna direct een toezichthouder van de ODWH ter plaatse is geweest. Hierbij is ook gesproken met de bewoner. Ook bij een tweede controle is er gesproken met bewoners. Dit is na te lezen in het eerder verstrekte controlerapport. Vanuit de gemeente is ook direct contact geweest met de ODWH en de ontwikkelaar/aannemer en de betrokken omwonenden van de melding . De gemeente heeft op 18 mei jl. een informatiebrief naar alle direct omwonenden gestuurd. Met name via de projectpagina www.voorschoten.nl/starrenburg-III blijven we omwonenden zo goed mogelijk informeren. Vraag

Vraag 8

Hoe is de taakverdeling tussen gemeente en omgevingsdienst in dit dossier precies vormgegeven en wie is eindverantwoordelijk voor toezicht en handhaving?

Antwoord van het college

8. De ODWH is, namens het college, gemandateerd voor de uitvoering van de VTH- taken (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) op het gebied van milieu en bodem. Het college en de ODWH blijven in nauw contact met elkaar. Ook blijft het college in nauw contact met de ontwikkelaar en aannemer en zet er op in dat bewoners zo zorgvuldig mogelijk worden geïnformeerd. Zie verder antwoord op vraag 3.

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen 449 PRO over staalslakken in Starrenburg

Bron: raadsinformatie van de gemeente Voorschoten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Voorschoten

Alle artikel 35-vragen in Voorschoten