Warmtetransitie
Een raadslid stelde op 3 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Is het College het met ons eens dat met deze gepubliceerde doelstelling van 17 feb een overstap naar een collectief warmtenet en een regionaal warmtebedrijf reeds vast… → 1.
- Hoe verhoudt zich dit tot de uitgesproken zorgen uit het participatieproces zoals opgenomen in de Transitie Visie Warmte 1.1? → 2.
- Hoe zinvol is het voor inwoners van Voorschoten die tegenstander zijn van een collectief warmtenet, of daar kritisch over zijn, deel te nemen aan de bijeenkomst van 17… → Het college verwelkomt deelname door inwoners met verschillende visies.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is het College het met ons eens dat met deze gepubliceerde doelstelling van 17 feb een overstap naar een collectief warmtenet en een regionaal warmtebedrijf reeds vast lijkt te staan, en dat de ruimte voor het meedenken beperkt wordt tot de uitgangspunten bij die overstap?
Antwoord van het college
1. De doelstelling van de participatieavond is inderdaad gericht op collectieve warmte en in het bijzonder de uitgangspunten hiervoor. Dit is in lijn met door de gemeenteraad vastgesteld beleid, maar dit betekent niet dat deze keuze helemaal vast staat. Zowel in de transitievisie warmte (TVW) 1.0 als de TVW 1.1, die in 2024 is aangenomen door de gemeenteraad, wordt een collectief warmtesysteem beschreven als een mogelijke oplossing voor een deel van Voorschoten. Daarnaast heeft de gemeenteraad vanaf 2021 besloten voor de deelname aan en verlenging van de samenwerking Warmte Leidse Regio (WLR), om te onderzoeken hoe een collectief warmtesysteem regionaal vormgegeven kan worden. Een collectief warmtesysteem blijkt voor een deel van Voorschoten de oplossing met de laagste individuele en maatschappelijke kosten, en waarbij de warmtetransitie haalbaar blijft en bewoners de meeste keuzevrijheid hebben. Om de besluiten over een collectief warmtesysteem effectief uit te voeren onderzoekt het college binnen WLR de mogelijkheid om een regionaal warmtebedrijf op te richten. Het raadsvoorstel voor de vergadering van 15 mei 2025, waar de participatieavond van 3 maart onderdeel van is, richt zich inderdaad vooral op het collectieve warmtesysteem. Dit is omdat het raadsvoorstel specifiek gericht is op de uitgangspunten voor de overstap naar een collectieve warmtevoorziening en de oprichting van een regionaal warmtebedrijf. Om de inbreng van bewoners gericht mee te kunnen wegen is de ruimte tot meedenken bij deze participatieavond daarom inderdaad beperkt tot de uitgangspunten voor een collectief warmtesysteem en een regionaal warmtebedrijf. Dit betekent niet dat het college alleen het collectieve warmtesysteem onderzoekt. Naast een collectief warmtesysteem blijven ook individuele oplossingen mogelijk voor de warmtetransitie van Voorschoten. Een overstap op een collectief warmtesysteem staat dus niet vast. Een inwoner die niet wil aansluiten op het collectieve warmtesysteem behoudt de mogelijkheid om te kiezen voor een individuele oplossing, zoals een elektrische warmtepomp. Ook in de toekomst zullen beide opties onderzocht blijven worden. Het college is gestart met de voorbereidingen van het warmteprogramma dat uiterlijk eind 2026 vastgesteld wordt. Daarin worden de individuele en collectieve opties opnieuw gewogen en maakt participatie voortdurend onderdeel uit van het proces. NB. De participatieavond is verplaatst van 17 februari naar 3 maart. Dit is aan de deelnemers toegelicht en zij zijn uitgenodigd voor de nieuwe datum. Vraag
Vraag 2
Hoe verhoudt zich dit tot de uitgesproken zorgen uit het participatieproces zoals opgenomen in de Transitie Visie Warmte 1.1?
Antwoord van het college
2. Met het raadsvoorstel en de participatie neemt het college de zorgen uiterst serieus. Bij de mogelijke oprichting van het warmtebedrijf neemt het college de zorgen van bewoners uit verschillende participatietrajecten mee. Het college is wettelijk niet verplicht tot dit proces en kiest er dus proactief voor om goed naar de gemeenteraad en bewoners te luisteren. Het raadsvoorstel en de participatie bieden de mogelijkheid om mee te denken onder welke voorwaarden een collectief warmtesysteem en een regionaal warmtebedrijf wel en niet mogelijk zijn. Daarin is dus ruimte om de zorgen te uiten. Het college stelt een afgewogen set van uitgangspunten voor, waarin de benoemde zorgen zo goed mogelijk zijn verwerkt. Het concept uitgangspuntenkader is te vinden op www.voorschoten.nl/aardgasvrij. Vraag
Vraag 3
Hoe zinvol is het voor inwoners van Voorschoten die tegenstander zijn van een collectief warmtenet, of daar kritisch over zijn, deel te nemen aan de bijeenkomst van 17 februari as.?
Antwoord van het college
Het college verwelkomt deelname door inwoners met verschillende visies. Voorstanders én tegenstanders van een collectief warmtesysteem zijn vanzelfsprekend van harte welkom. Het college is blij als er een constructief gesprek gevoerd wordt over de warmtetransitie van Voorschoten. Door naast tips en nieuwe ideeën ook twijfels en zorgen te delen kunnen de uitgangspunten alleen maar beter en krachtiger worden.
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen 389 VVD over Warmtetransitie
Bron: raadsinformatie van de gemeente Voorschoten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.