Woningen Gerard Douplantsoen
Een raadslid stelde op 11 december 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten (4 vragen).
In het kort
4 vragen en wat het college antwoordt
- Is bij het college bekend dat deze woningen zijn gerealiseerd? → 1.
- Is hiervoor een wijziging in het bestemmingsplan nodig? → Graag een toelichting.
- Is er bij dit project rekening gehouden met de regels en afspraken uit de Woonvisie? → 3.
- Is er toezicht geweest op de uitvoering van de verbouwing/uitbreiding van het pand? → 4.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is bij het college bekend dat deze woningen zijn gerealiseerd?
Antwoord van het college
1. Het college is hiermee bekend. Op 27-11-2020 is door het college een omgevingsvergunning voor dit plan verleend. Vraag
Vraag 2
Is hiervoor een wijziging in het bestemmingsplan nodig?
Antwoord van het college
Graag een toelichting. Antwoord 2. Voor het realiseren van deze woningen was geen wijziging van het bestemmingsplan (nu: omgevingsplan) nodig. Op basis van het geldende bestemmingsplan “Voorschoten Oost” hebben de betreffende gronden de bestemming “gemengd -1”. Binnen deze bestemming is het volgende gebruik toegestaan: a. detailhandel, uitsluitend op de begane grond; b. dienstverlenende bedrijven, uitsluitend op de begane grond; c. ter plaatse van de aanduiding 'horeca' tevens voor horeca; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf' tevens voor een garagebedrijf; e. het wonen; f. speel- en ontmoetingsvoorzieningen; Omdat het gebruik van de gronden (of het gebouw) ten behoeve van wonen is toegestaan past het realiseren van deze woningen binnen de regels van het bestemmingsplan. Vraag
Vraag 3
Is er bij dit project rekening gehouden met de regels en afspraken uit de Woonvisie?
Antwoord van het college
3. Bij deze aanvraag is geen rekening gehouden met het toen geldende woonbeleid (de huidige Woonvisie is vastgesteld na het verlenen van de betreffende omgevingsvergunning). Dit komt omdat er sprake is van een “gebonden beschikking”. Dat wil zeggen dat het college de omgevingsvergunning moet verlenen als de weigeringsgronden uit artikel 2.10 van de (voormalige) Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) niet van toepassing zijn (limitatief-imperatief stelsel). Dat betreft de volgende weigeringsgronden: a. als een aanvraag in strijd is met de regels uit het bestemmingsplan; b. als de aanvraag in strijd is met het Bouwbesluit; c. als de aanvraag in strijd is met de bouwverordening; d. als de aanvraag in strijd is met de welstandsnota. Omdat de weigeringsgronden niet van toepassing waren op de aanvraag moest het college de omgevingsvergunning verlenen. Het college heeft daarbij geen beleidsruimte en kon dus (wettelijk) niet toetsen aan de toen geldende Woonvisie en het daaruit voortkomende instrumentarium. Die beleidsruimte bestaat wel indien er sprake is van een afwijking van het bestemmingsplan. Vraag
Vraag 4
Is er toezicht geweest op de uitvoering van de verbouwing/uitbreiding van het pand?
Antwoord van het college
4. Ja. Er is (bouw)toezicht geweest op de uitvoering van de verleende omgevingsvergunning.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Voorschoten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.