4. Beantwoording schriftelijke vragen GB en CDA - Toekomstbestendige stallen en aanpassen stallen provincie Noord-Brabant
Een raadslid stelde op 7 april 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Vught (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Hoe gaat het College pleiten voor het oprekken van de afdoeningstermijn naar 1-12030 om daarmee in de pas te lopen met de rest van Nederland? → De fractie van Gemeentebelangen Martien Vromans 25-2-2022 Aan het college van B&W van Vught Schriftelijke vragen van de fractie CDA Vught, naar aanleiding van het vorige week verschenen…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Schriftelijke vragen vergunningverlening toekomstbestendige stallen en de Interim Omgevingsverordening (IOV)
In opdracht van de provincie is door Buro Connecting Agri en Food een rapport opgesteld inzake stalaanpassingen en de Interim Omgevingsverordening. Hierop heeft de gedeputeerde mevrouw Lemkes gereageerd. In 2017 is door het provinciebestuur bepaald dat, met het oog op de stikstofaanpak Brabantse veehouders 6 jaar eerder dan de rest van Nederland, stallen ouder dan 20 of 15 jaar (afhankelijk van de diercategorie) moeten aanpassen. Dat was noodzakelijk voor aanpak van ammoniakemissie.
Landelijk heeft het nieuwe kabinet 25 miljard uitgetrokken voor opkoop van piekbelasters, extensivering en innovatie van stalsystemen. Door de bepaling van het Brabants provinciebestuur om 6 jaar eerder aangepast te moeten zijn dan het landelijk uitgangspunt, kunnen agrariërs die aanpassing, dan wel een nieuw bedrijfsmodel overwegen, daar geen gebruik van maken. Dat heeft zijn weerslag op innovatiekracht en geeft onzekerheid. Dat raakt ook onze Vughts agrariërs direct.
Nu heeft de provincie 18-2-2022 aangegeven er voor te gaan zorgen dat alle benodigde vergunningen voor stalaanpassing tijdig verleend gaan worden. Daar staat een doorlooptijd van ongeveer 6 maanden voor. Bovendien staat daar onder andere de gemeente als bevoegd gezag voor aan de lat. Daar zijn de volgende vragen door ingegeven:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe gaat het College pleiten voor het oprekken van de afdoeningstermijn naar 1-12030 om daarmee in de pas te lopen met de rest van Nederland?
Antwoord van het college
De fractie van Gemeentebelangen Martien Vromans
25-2-2022 Aan het college van B&W van Vught
Schriftelijke vragen van de fractie CDA Vught, naar aanleiding van het vorige week verschenen rapport van buro Connecting Agri en Food in opdracht van de provincie, en de reactie van het provincie bestuur hierop.
Geacht college, In 2017 hebben PS van Noord-Brabant besloten dat Brabantse veehouders 6 jaar eerder dan de rest van Nederland hun stallen aan moeten passen.
De maatregel werd destijds gepresenteerd als zijnde noodzakelijk om de natuur te beschermen tegen een te hoge stikstofdepositie door ammoniak. Inmiddels is duidelijk dat de landbouw een substantieel deel vergunde stikstof moet inleveren waarmee vooral nog niet vergunde activiteiten, buiten de veehouderij, alsnog gelegaliseerd kunnen worden. Denk daarbij aan industriële bedrijven en nieuwe wegen.
De stikstof discussie speelt ook landelijk. Het nieuwe kabinet heeft 25 miljard uitgetrokken voor opkoop van piekbelasters, extensivering en stimulering en ontwikkeling van innovatieve stalsystemen. Aangezien Brabantse veehouders 6 jaar eerder hun stallen aangepast moeten hebben kunnen zij hier geen gebruik van maken en zal Brabant door het rigide tijdspad, achterop lopen in Nederland in plaats van voorop. Onder tijdsdruk moet hier gekozen worden voor minder duurzame oplossingen. De gedeputeerde landbouw van de Provincie heeft nu ook toegegeven dat de tijd in Brabant te kort is voor metingen en daarmee de ontwikkeling van nieuwe systemen. In plaats van de landelijke tendens om te kiezen voor doel voorschriften, blijft Brabant nu onder tijdsdruk vasthouden aan middelvoorschriften. En slaat daarmee de innovatie dood. En dat in de meest slimme regio van Nederland.
Onze vragen aan het college richten zich echter op een andere uitspraak van de gedeputeerde. De Provincie zegt te gaan zorgen dat alle benodigde vergunningen voor de stal aanpassingen tijdig verleend worden. Even voor het beeld, als de in het rapport genoemde ruim 2200 bedrijven in Brabant, die nog aanpassingen moeten doen, vanaf morgen hun aanvraag indienen, moeten er vanaf overmorgen 3,2 vergunningen per dag afgegeven worden om per 1-1-2024 alles vergund te hebben.
Dit los van de bouwtijd die dan nog benodigd is en beschikbaarheid van materialen. In de ogen van CDA Vught een onmogelijke opgave .
Vragen:
1. Voor verreweg de meeste genoemde vergunningprocedures die nog afgewerkt moeten worden is de gemeente het bevoegd gezag. Is bij het college in beeld hoeveel aanvragen in de gemeente Vught nog verwacht kunnen worden gelet op de provinciale maatregelen?
2. Is het college bereid te informeren bij de gedeputeerde op welke manier de toezegging van de Provincie inzake doorlooptijd van een half jaar vorm gegeven gaat worden en dit terug te koppelen aan de gemeenteraad?
3. Gelet op de nu al erg lange doorlooptijd van aanvragen door onvoldoende ambtelijke capaciteit bij gemeente en ODBN, voorziet het college dat de verwachte nieuwe aanvragen in Vught op tijd afgewerkt kunnen worden, dus uiterlijk voor 1-1- 2024? 3A. Zo ja, hoe gaat dat geborgd worden en wat gaat de gewijzigde aanpak worden als we momenteel constateren dat de gangbare termijnen nu al ver overschreden worden? 3B. Zo nee, bent u bereid, eventueel in samenspraak met andere gemeenten, bij de Provincie aan te geven dat u hiervoor gemeentelijke capaciteit en slagkracht ontbreekt, en nadrukkelijk pleit voor
aansluiting bij het landelijk beleid en afzien van een Brabantse uitzonderingspositie op de stikstof aanpakt.
Namens de fractie van CDA, Jan van Iersel
wc g Aan de leden van de raad
Uw kenmerk Ons kenmerk Behandeld door Onderwerp
Datum
17 maart 2022
DV/Z22 - 248190/UIT /22- 479155 Verzonden M. Verzandvoort/ + 31736580680 Beantwoording schriftelijke vragen ex art. 42 RvO van de fracties CDA en Gemeentebelangen d.d. 25 februari 2022 inzake vergunningverlening toekomstbestendige stallen en de IOV
Geachte heer, mevrouw, Door de fracties CDA en Gemeentebelangen zijn op 25 februari 2022 vragen gesteld met betrekking tot vergunningverlening toekomstbestendige stallen en de IOV. Deze vragen zijn in deze brief overgenomen en beantwoord (blauwe tekst).
Beantwoording vragen CDA
1. Voor verreweg de meeste genoemde vergunningprocedures die nog afgewerkt moeten worden is de gemeente het bevoegd gezag. Is bij het college in beeld hoeveel aanvragen in de gemeente Vught nog verwacht kunnen worden gelet op de provinciale maatregelen?
Dit is momenteel niet in beeld. De verwachting is dat de cijfers van de provincie kunnen worden doorgetrokken naar de gemeente Vught. Dit betekent dat momenteel slechts enkele bedrijven aan de Omgevingsverordening Noord-Brabant voldoen. Het aantal agrariërs dat uiteindelijk een aanvraag gaat indienen, is op voorhand niet te voorspellen, omdat niet bekend is wie een aanvraag gaat indienen en wie niet. Wanneer agrariërs bijvoorbeeld tussentijds besluiten te stoppen, zullen zij geen aanvraag indienen voor stalaanpassingen. Natuur-inclusieve bedrijven hoeven hun stallen niet aan te passen.
1/3
wc Eg
2. Is het college bereid te informeren bij de gedeputeerde op welke manier de toezegging van de Provincie d.d. 18 februari 2022 inzake doorlooptijd van een half jaar vormgegeven gaat worden en dit terug te koppelen aan de gemeenteraad?
Wanneer de aanvrager een Wabo-vergunning en Wob-vergunning ineen aanvraagt voor stalaanpassing is de gemeente bevoegd gezag. Wanneer de aanvrager een Wabo-vergunning aanvraagt voor stalaanpassing en apart een Wob-vergunning, dan is de gemeente enkel bevoegd gezag ten aanzien van de Wabo-vergunning. In dat geval is de provincie bevoegd gezag ten aanzien van de apart/separaat ingediende de Wob-vergunning. De ODBN is de uitvoeringsorganisatie zowel voor de gemeente als voor de provincie. De toezegging van de gedeputeerde geldt voor aanvragen waar de provincie exclusief bevoegd gezag voor is, dit zijn de apart ingediende Wob-vergunningen. De gemeente is gebonden aan toezeggingen die de gemeente zelf doet over het afhandelen van aanvragen waarvoor de gemeente bevoegd gezag is.
We streven er samen met de ODBN naar dat aanvragen zo snel mogelijk worden afgehandeld.
Hierin zijn we ook afhankelijk van hoe snel en compleet de aanvrager de benodigde stukken indient.
3. Gelet op de nu al erg lange doorlooptijd van aanvragen door onvoldoende ambtelijke capaciteit bij gemeente en ODBN, voorziet het college dat de verwachte nieuwe aanvragen in Vught op tijd afgewerkt kunnen worden, dus uiterlijk voor 1-1-2024?
Het streven is om de aanvragen binnen de wettelijke termijnen af te handelen. Daarbij moet worden opgemerkt dat de gemeente afhankelijk is van het tijdstip dat de aanvragen worden ingediend en of de aanvraag compleet is. De ODBN handelt de aanvragen af. Daarnaast werkt de ODBN met een flexibele schil van vergunningverleners, naast vaste medewerkers. Dit zijn vergunningverleners die worden ingehuurd op het moment dat er pieken zijn in het aantal aanvragen. 3A. Zo ja, hoe gaat dat geborgd worden en wat gaat de gewijzigde aanpak worden als we momenteel constateren dat de gangbare termijnen nu al ver overschreden worden?
In de loop van 2022 is er sprake van een volledig mandaat voor afhandeling van vergunningaanvragen door de ODBN namens de gemeente Vught. Dit betekent dat aanvragen sneller opgepakt kunnen worden ter afhandeling. De ODBN heeft werkprocessen nog efficiënter gemaakt. Daarnaast zullen vanaf 1 januari 2023 aanvragen voor vergunningen rechtstreeks bij de ODBN binnenkomen waardoor ook tijdwinst wordt geboekt. Op piekmomenten zal capaciteit worden ingehuurd. 3B. Zo nee, bent u bereid, eventueel in samenspraak met andere gemeenten, bij de Provincie aan te geven dat u hiervoor gemeentelijke capaciteit en slagkracht ontbreekt, en nadrukkelijk pleit voor aansluiting bij het landelijk beleid en afzien van een Brabantse uitzonderingspositie op de stikstof aanpakt.
Zie het antwoord op 3A. De slagkracht wordt op piekmomenten aangevuld met inhuur van extra medewerkers.
2/3
wc Beantwoording vragen Gemeentebelangen
1. Hoeveel vergunningsprocedures zijn er voor Vught op dit moment ingediend ter afronding?
Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 1 van het CDA.
2. Hoeveel potentiële aanvragen verwacht de gemeente Vught nog voor stalaanpassing?
Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 1 van het CDA.
3. Hoe gaat het college de toezegging van de gedeputeerde voor Vught vormgeven?
Zie ook het antwoord op vraag 2 van het CDA.
4. Hoe wordt de ambtelijke capaciteit in Vught en de capaciteit bij de ODBN ingevuld gezien de toezegging tot tijdige afronding voor 1-1-2024?
Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 3 van het CDA.
5. Welke waarborgen ter realisatie stelt u hierop in?
Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 3 van het CDA.
6. Hoe gaat het College pleiten voor het oprekken van de afdoeningstermijn naar 1-1-2030 om daarmee in de pas te lopen met de rest van Nederland?
Vooralsnog zien wij hier geen noodzaak toe. Het provinciale beleid is na diverse raadplegingen vastgesteld en gepubliceerd. Aanvragers konden vanaf dat moment anticiperen op de gevolgen.
Zoals aangegeven zal de ODBN namens de gemeente extra mankracht inzetten om de aanvragen binnen de termijnen af te handelen.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Vught (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.