Programma Groene Zone
Een raadslid stelde op 11 maart 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Schriftelijke vragen ex Artikel 36 Reglement van Orde gemeenteraad Wassenaar
Datum
Ma 26 februari 2024
Datum verzending
Di 27 februari 2024
Uw kenmerk
-
Bijlage
Klik of tik om tekst in te voeren.
Ons zaaknummer
Z/23/082411
Onderwerp
Beantwoording schriftelijke vragen 302 inzake Groene Zone met betrekking tot RIB 10
Geachte Raad, Door Raadslid B. G. Paulides van de Democratische Liberalen Wassenaar (DLW)-fractie zijn op dinsdag 13 februari 2024 vragen gesteld met betrekking tot RIB 10 over de Groene Zone. De beantwoording van deze vragen treft u hieronder aan.
Vraag 1:
In de raadsinformatiebrief stelt het college dat de raad op het eind een zienswijze kan indienen terwijl ik van mening ben dat het opstellen van een visie iets is van de raad en niet van het college zeker nu er sprake is van nieuw beleid. Kan het college nadere uitleg geven over de gevolgde processtappen en waarom de raad pas aan het eind ‘slechts’ een zienswijze kan indienen en waarom het college de visie vast zou moeten stellen na een zienswijze van de raad?
Antwoord 1:
De per 1 januari 2024 inwerking getreden Omgevingswet kent twee beleidsinstrumenten: de omgevingsvisie (als opvolger van de structuurvisie) en het programma. De gemeenteraad is verplicht om voor de gehele gemeente een omgevingsvisie vast te stellen (artikel 3.1 Omgevingswet). De omgevingsvisie dient op hoofdlijnen de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, beheer, bescherming en behoud te bevatten voor het hele grondgebied van de gemeente (artikel 3.2 van de Omgevingswet). Tot het moment dat de omgevingsvisie is vastgesteld blijft de vastgestelde structuurvisie gelden. Het college is bevoegd om programma’s vast te stellen waarin het in de structuurvisie/omgevingsvisie op hoofdlijnen vastgestelde beleid per deelgebied verder wordt uitgewerkt (artikel 3.5 van de Omgevingswet).
Pagina 1 van 3
Op grond van de Omgevingswet is er geen verplichting voor het college om de raad in de gelegenheid te stellen om zienswijzen dan wel wensen en bedenkingen naar voren te brengen alvorens een programma wordt vastgesteld. Ook is er wettelijk gezien voor het vaststellen van een programma geen toestemming van de raad nodig. Wij vinden het echter van belang dat de raad in de gelegenheid wordt gesteld om wensen en bedenkingen naar voren te brengen die betrokken kunnen worden bij de definitieve vaststelling van het programma. Procesmatig vinden wij het zinvol dat de raad daarbij kennis kan nemen van de door bewoners en andere belanghebbenden ingediende zienswijzen.
Vraag 2:
In het stuk staat dat dit voorontwerpprogramma een uitwerking van de structuurvisie is.
Een structuurvisie wordt uitgewerkt in een uitwerkingsplan nu omgevingsplan; hoe bereik je de doelen die in de visie staan. Er is geen plaats voor nieuw beleid in een visie zonder kaders van de raad.
Antwoord 2:
Zoals bij antwoord 1 al wordt aangeven is een programma op grond van de Omgevingswet een uitwerking van een structuurvisie/omgevingsvisie. De beleidsmatige verdere uitwerking van een structuurvisie/omgevingsvisie vindt plaats in een programma. Zowel de structuurvisie/omgevingsvisie als het programma kunnen echter wel de beleidsmatige onderbouwing vormen van het omgevingsplan (voorheen het bestemmingsplan).
Vraag 3:
Waarom staan er dan nieuwe ontwikkelingen in zonder dat de raad hiervoor de kaders heeft gegeven ?
Antwoord 3:
In het voorontwerpprogramma staan geen nieuwe ontwikkelingen, anders dan de opsomming van vier initiatieven die bekend zijn (Ammonslaantje - Maaldrift, uitbreiding van The American School of The Hague, verplaatsing van Avalex, uitbreidingswensen Defensie MOC). Reden hiervoor is, dat in het participatietraject bewoners hebben aangegeven dat zij het waarderen als de gemeente openheid van zaken geeft over mogelijke initiatieven in het gebied. Bij deze initiatieven wordt aangegeven dat zij in strijd zijn met de structuurvisie/omgevingsvisie. Daarmee zijn zij geen onderdeel zijn van het voorontwerpprogramma. Bij eventuele besluitvorming wordt in alle gevallen de raad betrokken. Bij het vrijgeven van het voorontwerpprogramma voor inspraak zal dit door het college nadrukkelijk worden aangegeven.
Pagina 2 van 3
Vraag 4:
Wat heeft het maken van een visie binnen een visie voor precedentwerking?
Antwoord 4:
Er is geen nieuwe visie opgesteld en daarmee is er ook geen precedentwerking. Het voorontwerpprogramma is in overeenstemming met de vastgestelde structuurvisie/omgevingsvisie, waarbij het op hoofdlijnen vastgestelde beleid nader is uitgewerkt.
Vraag 5:
Als het college een visie kan aanpassen wat is dan het gevolg voor ontwikkelingen die niet in de structuurvisie voorzien zijn?
Antwoord 5:
Het college heeft de visie niet aangepast.
Vraag 6:
Welke procedures zijn er nu en wie is op welk moment bevoegd? Waarom stelt het college dit programma vast en niet de raad?
Antwoord 6:
Het vaststellen van een programma is op grond van artikel 3.5 van de Omgevingswet een bevoegdheid van het college en niet van de raad. Het college heeft er voor gekozen om met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure op grond van afdeling 3.4 van de Awb en de zogenaamde voorhangprocedure, waarbij de raad wensen en bedenkingen naar voren kan brengen, het programma vast te stellen. Dit houdt in dat inwoners en andere belanghebbenden ten aanzien van het voorontwerpprogramma als het ontwerpprogramma zienswijzen kunnen indienen.
De raad kan kennis nemen van deze zienswijzen.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
drs. K.D. Handstede,
drs. L.A. de Lange,
gemeentesecretaris
burgemeester
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.
Pagina 3 van 3
Bron: raadsinformatie van de gemeente Wassenaar (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.