108-282 Beantwoording raadsvragen van het CDA Zesstedenvaart
Een raadslid stelde op 29 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Waterland.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
BEANTWOORDING RAADSVRAGEN Nummer Onderwerp Portefeuillehouder Datum
: 108-282 : Zesstedenvaart : Astrid van de Weijenberg : 29 januari 2026
Vragen van de fractie van CDA aan het college van burgemeester en wethouders (ingezonden op 28 januari 2026.
Vraag 1 Is het uw college bekend dat bij Edam twee in de Zesstedenvaart illegaal afgemeerde schepen binnenkort worden verwijderd door tussenkomst van de provincie Noord-Holland en de Omgevingsdienst NoordHolland Noord?
Antwoord 1 Er is contact opgenomen met Edam-Volendam. Daaruit is gebleken dat het desbetreffende voorbeeld weesboten betrof. Daartegen treedt gemeente Edam-Volendam zelf op.
Vraag 2 Acht u de status en situatie van deze schepen vergelijkbaar met sommige langs de Vesting in Monnickendam illegaal afgemeerde schepen?
Antwoord 2 Vooralsnog lijkt er dus een cruciaal verschil te zijn tussen een weesboot en een boot die wordt gebruikt.
Vraag 3 Heeft u over de illegaal afgemeerde schepen langs de Vesting contact gehad met de provincie en/of de Omgevingsdienst en zo ja, sinds wanneer en hoe vaak?
Antwoord 3 Zie hierover de beantwoording in RID 114-76, 7 november 2025. Eén citaat daaruit: “Wij hebben de provincie gevraagd om op te treden tegen de illegaal aangemeerde boten. De provincie heeft aangegeven dat zij deze taak gebiedsgewijs uitvoert. Bij de provincie wordt er wegens beperkte inzet en middelen met prioriteiten gewerkt, waarbij de Zesstedentrekvaart niet in het gebied met de hoogste prioriteit ligt.” Twee weken geleden heeft een overleg plaatsgevonden met onder meer de Provincie en de Omgevingsdienst NHN over de situatie bij de Vesting. De handhaving op overlast behoort tot de verantwoordelijkheid van de gemeente. Handhaving door de Provincie zal zich niet richten op het aanpakken van overlast, maar op het innemen van een ligplaats zonder de vereiste vergunning.
De eigenaar van een vaartuig zal derhalve in de gelegenheid worden gesteld een vergunning dan wel ontheffing aan te vragen. Zie hiervoor ook het de beantwoording in RID 114-76, 7 november 2025. Eén citaat daaruit: “Overigens is het desbetreffende gebied in het ligplaatsenbeleid van de provincie aangewezen als ligplaatszone. Wanneer de provincie zal gaan handhaven, zal dat betekenen dat zij de eigenaren van de vaartuigen in de gelegenheid stelt om een ligplaatsvergunning/ontheffing aan te vragen. De boten zullen hierdoor dus niet verdwijnen, daarmee wordt het gebied niet vrij van boten.” Vraag 4 Zo ja, wat was en is daarbij uw inzet?
Antwoord 4 Zie antwoord op vraag 3.
Bekijk de brief: 108-282 Beantwoording raadsvragen van het CDA Zesstedenvaart
Bron: raadsinformatie van de gemeente Waterland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.