5 december 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Waterland

186-33 Beantwoording aanvullende schriftelijke vragen CDA rioleringsplan

Een raadslid stelde op 5 december 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Waterland.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

BEANTWOORDING RAADSVRAGEN

Nummer Onderwerp Portefeuillehouder Datum

: 186-33 : Aanvullende vragen GRWP : Harm Scheepstra : 31 oktober 2024

Vragen van de fractie van CDA Waterland aan het college van burgemeester en wethouders (ingezonden op 27 oktober 2024) en beantwoording daarvan door het college van burgemeester en wethouders in cursief.

Aanleiding/toelichting:

Het GRWP is meerdere malen op de termijnagenda verplaatst met het oog op een integrale afweging bij de begroting 2025-2028. In het GRWP ontbreken echter bestuurlijke keuzes en scenario’s, waardoor een integrale afweging niet mogelijk is.

De voorbereidende behandeling van het GRWP vindt plaats op 7 november 2024, met op dezelfde avond besluitvorming over in ieder geval de begroting en mogelijk ook het GRWP. Deze korte doorlooptijd maakt het opstellen en indienen van amendementen en/of moties minder wenselijk c.q. bijna onmogelijk.

Het valt het CDA Waterland op dat hoge kosten gerekend worden voor onderdelen van het GRWP en vragen ons daarbij af of die noodzakelijk zijn en mogelijk aangepast kunnen worden, zodat lagere lasten ontstaan.

Vanuit de bovenstaande overwegingen stelt het CDA Waterland de volgende vragen:

Vraag 1 Voor reiniging en inspectie van vrij verval rioleringen is jaarlijks € 115.000,- in het programma opgenomen. Dat is voor 63 kilometer riool ongewoon hoog. Hoe zijn deze kosten berekend? En is het mogelijk deze te verlagen?

Antwoord 1 De kosten zijn als volgt berekend: elke 10 jaar inspecteren en reinigen van het vrij verval stelsel, kosten per strekkende meter € 7.08, elke 5 jaar het reinigen van het vrij verval stelsel, kosten per strekkende meter € 4.37. elke 10 jaar putten inspecteren, ca. 270 putten per jaar, kosten per put tussen de € 40,- en € 60,-.

Het klopt dat we gemiddeld een hoger kengetal hanteren per strekkende meter/ per put. Dit komt omdat een groot gedeelte van onze riolering moeilijk bereikbaar is. Een groot gedeelte is aanwezig in oude kernen en daarnaast ligt een groot gedeelte van de riolering in de tuin van bewoners. Dit heeft een kostenverhogend effect op het inspecteren en reinigen. Het college ziet geen ruimte om deze kosten te verlagen.

Vraag 2 In 2025 is een bedrag van € 200.000,- voorzien voor de aanleg van een grondwater-meetnet. Nu zijn er 5 meetpunten. Wat wordt er voor deze kosten uitgevoerd en hoeveel meetpunten komen erbij? En is het mogelijk deze kosten te verlagen.

Antwoord 2 Er word eerst een plan van aanpak en een grondwater meetplan gemaakt, daarna worden alle pijlbuizen geplaatst conform het meetplan. De verwachting is dat er tussen de 50 en de 90 pijlbuizen geplaatst moeten worden. Door dit plan uit te voeren krijgen we een beter beeld van de grondwaterstanden in de gemeente. Deze gegevens zijn nodig om bewoners beter kunnen infomeren over verhoogde grondwaterstanden en op tijd in te kunnen grijpen als gemeentelijke drainage buizen verstopt zitten. Daarnaast helpt het om inzicht te krijgen in verdroging bij een verlaagde grondwaterstand. Het college ziet geen ruimte om deze kosten te verlagen.

Vraag 3 In 2026 is ter voorbereiding op de vervangingspiek van 2028-2031 1,5 extra fte voorzien. Kan dit ingevuld worden met tijdelijke formatie, zodat de kosten na deze werkzaamheden weer verlaagd kunnen worden?

Antwoord 3 De wijze van invulling van deze formatie is een situationele aangelegenheid. Tijdelijke invulling is een mogelijkheid. Het college ziet geen ruimte om deze kosten te verlagen.

Vraag 4 De vervanging van de rioleringen in de Oranjewijk en de Markgouw is voorzien in de periode 2028 tot 2031. In de periode 2011-2012 is in deze wijken reeds 3,5 kilometer riool gerenoveerd. Gaat het programma uit van een totale vervanging of van het overige deel van de riolering?

Antwoord 4 Het GRWP gaat uit van totale vervanging. De renovaties die in 2011 en 2012 zijn uitgevoerd bestonden uit deel-linen en relinen van delen van het riool. Doordat de ligging van de riolering verslechterd is en de buisdiameters niet altijd meer voldoen, moet het grootste gedeelte van het gerenoveerde deel ook vervangen worden. Waar het kan zullen we de buizen gebruiken die gerelined zijn. Dit zal in de project voorbereiding meegenomen worden.

Vraag 5 Voor verbetering van pers- en drukleidingen is elk jaar € 97.460,- opgenomen. Deze leidingen zijn aangelegd na 1980 en hebben een levensduur van 75 jaar. Vervanging zou daarom niet eerder dan 2050 aan de orde zijn. Waaruit bestaan de jaarlijks verbeteringen?

Antwoord 5 De persleidingen op de Broekermeerdijk en in Watergang hebben op dit moment door alle uitbreidingsplannen (bijna) de maximale capaciteit bereikt. Om de dienstverlening te kunnen blijven waarborgen is stapsgewijze vervanging opgenomen in dit plan. Daarnaast zijn er een paar stukken zwaarder belast door verkeer met als gevolg dat de levensduur van 75 jaar niet gehaald wordt.

Vraag 6 De jaarlijkse investering voor de vervanging van riool- en mini gemalen bedraagt € 288.336,-. Welke elektromechanische onderdelen worden per locatie in de komende planperiode vervangen en zijn die allen noodzakelijk?

Antwoord 6 Wat het college betreft gaan deze vragen zich op een detailniveau bewegen, wat op zich de raadsleden vrij staat. De werkzaamheden bestaan vooral uit het vervangen van de pompen en de besturingskasten van de pompen. In de P&C cyclus wordt jaarlijks het investeringsprogramma gepresenteerd; hier nemen we de raad mee in eventuele aanpassingen in de planning. De effecten worden dan voorgelegd aan de raad en kunnen verwerkt worden in de heffing.

Vraag 7 De kosten voor beheer en onderhoud van (mini)gemalen en bergbezinkbassins bedragen per jaar € 173.000,-. Welke onderhoudswerkzaamheden, anders dan het vervangen van elektromechanische onderdelen, worden deze planperiode uitgevoerd en zijn die allen noodzakelijk?

Antwoord 7 Dit is het reguliere onderhoud van de gemalen. De verwachting is, doordat we de aankomende jaren meer grootschalig gaan vervangen, dat deze kosten kunnen over een aantal jaren kunnen dalen. In de periode waarvoor we het voorliggende plan nu willen doen vaststellen, zal dat niet het geval zijn.

Vraag 8 Waterland geeft jaarlijks € 111.000,- uit aan elektriciteit voor rioolgemalen. Graag ontvangen wij een overzicht van de stroomkosten over de jaren 2020 tot en met 2023.

Antwoord 8 In onderstaande tabel/grafiek ziet u de beschikbare informatie van de elektriciteitskosten voor de rioolgemalen. De stijging die voor 2022 te zien is het gevolg van hogere inkoopbedragen en verbeteringen in de administratie van elektrakosten. Voor 2024 zijn niet alle rekeningen binnen.

Vraag 9 Is het college bereid om uiterlijk 5 november a.s. een tweede scenario voor het GRWP aan de raad voor te leggen, indien voorgaande vragen leiden tot het toe rekenen van lagere kosten.

Antwoord 9 Zoals in de bovenstaande antwoorden aangegeven kunnen we op dit moment geen lagere kosten verwachten en kan er geen tweede scenario gemaakt worden met een significant verschil. Wel gaan het college de kosten monitoren wat in de jaarlijkse P&C cyclus tot zijn recht komt.

Bekijk de brief: 186-33 Beantwoording aanvullende schriftelijke vragen CDA rioleringsplan

Bron: raadsinformatie van de gemeente Waterland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Waterland

Alle artikel 35-vragen in Waterland