27 juni 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Waterland

394-64 Beantwoording vragen jaarrekening JOUW Waterland

Een raadslid stelde op 27 juni 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Waterland (8 vragen).

In het kort

8 vragen en wat het college antwoordt

  • Als de tijdelijke woningen moeten worden verplaatst, wie betaalt dan de kosten voor verplaatsing? → Antwoord 1 1.
  • Bent u het met mij eens dat als we de boekwinst eruit halen het saldo 2023 een tekort oplevert van bijna 14 miljoen? → Antwoord 2 4.
  • Hebben we nu in 2023 een convenant gemaakt zoals de doelstelling in de jaarrekening 2022? → En als dat zo is, waarom geeft de jaarrekening 2023 dan aan dat er een nieuw convenant moet worden gemaakt?
  • Blz. 49: Een groot gedeelte van de toeristische attractie is de aanwezigheid van historische- en charterschepen. → Antwoord 3 6 Bij de start van het toeristische seizoen, op 21 maart 2022, is het convenant Toerisme Marken door betrokken partijen getekend.
  • Het is een loffelijk streven om te werken aan kostendekkendheid. → Antwoord 4 9.
  • Als we zien dat onze reserves in 5 jaar met € 1,9 miljoen zijn afgenomen, betekent dat dan dat de heffing riool niet kostendekkend is en dat de heffing tussen de € 50,00… → Antwoord 5 14.
  • Ik ben een paar keer bij de Milieustraat geweest en nog nooit is mijn aflevering gewogen. → Antwoord 6 16.
  • Maakt de gemeente, los van de kosten die we betalen aan Purmerend, veel kosten voor bijv. ophalen grofvuil die zo zwaarwegend zijn dat zij invloed hebben op de… → Kunt u ons een overzicht hiervan beschikbaar stellen? 21 Is de constatering juist dat we in 2018 een ontwikkelvoorziening hadden van € 746.000,00, in 2019 van € 235.000,00, in 2022 van €…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

BEANTWOORDING RAADSVRAGEN JAARREKENING 2023

Nummer Onderwerp Portefeuillehouder Datum

: 394-64 : Beantwoording vragen jaarrekening 2023 JOUW Waterland : Ton van Nieuwkerk : 25 juni 2024

Vragen van de fractie van JOUW Waterland aan het college van burgemeester en wethouders (ingezonden op 6 juni 2024) en beantwoording daarvan door het college van burgemeester en wethouders in cursief.

Vraag 1 Blz. 3: In de jaarrekening is een mogelijke boekwinst (restwaarde) op de tijdelijke gebouwen voor de opvang van Oekraïners meegenomen in het resultaat en daarmee is het kalenderjaar 2023 afgesloten met een positief resultaat. We hebben er juist de afgelopen jaren voor gekozen om niet-gerealiseerd resultaat niet op te nemen in de jaarrekening. De winstverwachting van het Galgeriet is ook niet meegenomen in eerdere jaarrekeningen, terwijl juist daar een koopovereenkomst onderbouwing geeft voor de opbrengst.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Als de tijdelijke woningen moeten worden verplaatst, wie betaalt dan de kosten voor verplaatsing?

Antwoord van het college

Antwoord 1

1. Het activeren van de tijdelijke gebouwen is geen keus. Wij moeten voldoen aan de eisen die het BBV en onze financiële verordening aan ons stellen. Het gaat hier om het activeren van een bezit, niet om een boekwinst.

2. Nee, de activering betreft niet de grond of de waarde van de huurovereenkomst maar de tijdelijke woningen.

3. Zowel de woningen als de grond onder de woningen zijn eigendom van de gemeente. Een eventuele verplaatsing komt voor rekening van de gemeente.

Vraag 2 Blz. 32: Door de toeschrijving van de boekwinst van aanleiding 1 aan het Sociaal Domein, verbloemen we het werkelijke resultaat van het Sociaal Domein. In 2019 bedroegen de lasten nog 12,4 miljoen en de baten 3,2 miljoen (circa 25%), in 2022 bedroegen de lasten 17,8 miljoen en de baten 5,4 miljoen (circa 31%.) Voor 2023 bedroegen de lasten 21.7 miljoen en de baten 10,6 miljoen (circa 50%) dan lijkt het op een verbetering:

Vraag 2

Bent u het met mij eens dat als we de boekwinst eruit halen het saldo 2023 een tekort oplevert van bijna 14 miljoen?

Antwoord van het college

Antwoord 2

4. Conform de afspraken en financiële regelgeving horen deze baten en lasten thuis in het programma Sociaal domein. Op bladzijde 100 van de jaarrekening worden deze verschillen ook met bedragen duidelijk toegelicht. Door deze (bijzondere) baten en lasten wordt de vergelijking met eerdere jaren inderdaad lastiger. De berekening achter de door u genoemde 20% kunnen wij niet reconstrueren, dus een antwoord op deze vraag moeten wij u helaas schuldig blijven

5. Nee, zoals aangeven in het antwoord op vraag 1 gaat het hier niet om een boekwinst. Op bladzijde 32 van de jaarrekening staan de gerealiseerde baten en lasten inclusief de incidentele post van het programma Sociaal domein.

Vraag 3 Blz. 6: In de jaarrekening 2022 schrijft het college over toerisme: Voor 2023 wordt nog steeds extra financiële inzet verwacht om het toerisme weer te activeren, te reguleren en te stimuleren.

Op pagina 20 staan echter de cijfers en die tonen aan dat we, ondanks de overheveling o.a. om uitvoering te geven aan het convenant, € 21.000,00 minder hebben uitgegeven en is er nog steeds geen convenant.

Vraag 3

Hebben we nu in 2023 een convenant gemaakt zoals de doelstelling in de jaarrekening 2022?

Antwoord van het college

En als dat zo is, waarom geeft de jaarrekening 2023 dan aan dat er een nieuw convenant moet worden gemaakt?

Vraag 4

Blz. 49: Een groot gedeelte van de toeristische attractie is de aanwezigheid van historische- en charterschepen. De verhoging van havengelden past niet bij het beleidsvoornemen om toerisme te activeren en te stimuleren. Heeft de gemeente het opgegeven?

Antwoord van het college

Antwoord 3 6 Bij de start van het toeristische seizoen, op 21 maart 2022, is het convenant Toerisme Marken door betrokken partijen getekend. Dit is in 2023 verlengd met nog een jaar op verzoek van alle partijen. De reden hiervan is voornamelijk geweest dat 2022 geen representatief jaar was. De coronamaatregelen werden weliswaar in maart 2022 afgeschaft, maar de overzeese bezoekers bleven nog weg. Er kwamen daarnaast minder groepsbezoeken en ook de drukte van bezoekers uit eigen land was minder ten opzichte van de coronajaren 2020/2021. Het convenant had in beginsel dus eigenlijk maar een looptijd van 1 jaar. Zodoende is daarom aangegeven dat er een nieuw convenant opgesteld dient te worden. Er ligt een nieuw convenant in concept klaar die in juni met alle partijen besproken gaat worden. Zodra deze door iedereen akkoord is bevonden, zal het nieuwe convenant in werking treden. 7 De geschatte belastingopbrengsten voor 2023 zijn lager dan begroot. Voor de toeristenbelasting kan dit worden verklaard uit de mindere beschikbaarheid van accommodaties. In beperkte mate zal dit ook een effect op de parkeerbelasting hebben gehad.

Tevens waren de inkomsten lastig in te schatten omdat de inkomsten de afgelopen jaren door Covid-19 lager waren. 8 Nee. Wij blijven voldoende mogelijkheden zien om het toerisme in Waterland te activeren en stimuleren.

Vraag 4 Blz. 49 en document 145-36 en 145-40: We hebben gesproken over de verordening en de daarbij ontbrekende informatie die uiteindelijk geleid heeft tot een verhoging van de havengelden voor de historische- en charterschepen. Onderstaand enkele cijfermatigheden:

Jaar tarief 2022 2023 352,82 363,30 2.079,50 2.140,50

Historische schepen 7 m.

Charterschepen 25 m.

2021 Onbekend Onbekend

2024 936,32 3.344,00

Inkomsten

Inkomsten obv jaarrekening Prognose 2021 2022 2023 2024 onbekend 80.000,00 87.000,00 94.114,00

Vraag 5

Het is een loffelijk streven om te werken aan kostendekkendheid. Is dit het streven voor alle lokale heffingen?

Antwoord van het college

Antwoord 4

9. Naar aanleiding van de discussie in de voorbereidende raadsvergadering van 5 juni wordt momenteel een nieuw voorstel voor de havengelden van historische schepen en charterschepen voorbereid. Het totaal aantal schepen in 2023: 66 schepen waarvan 18 charterschepen, 11 historische schepen en 37 pleziervaartuigen.

10. Zie het antwoord op vraag 9.

11. De uitgaven voor elektriciteit in de haven bedroegen in 2023 circa € 30.000. Voor 2024 gaf het college reeds te kennen, dat dit op basis van komend meetbaar verbruik ervaren moet worden.

12. Zoals u zelf al aangeeft wordt er al geruime tijd gewerkt aan een betere doorbelasting van water en elektriciteit. Wij hopen deze werkzaamheden in de zomer van 2024 af te ronden.

13. In principe is dit het uitgangspunt voor alle regelingen. In de begroting 2025 zullen we hier specifieker op ingaan.

Vraag 5 Blz. 46: ontwikkeling voorziening van de rioolheffing. In het verleden hebben wij vragen gesteld over de hoogte van de reservering. Deze bedroeg in 2019 € 5,2 miljoen. Wij kregen toen het antwoord dat het saldo toereikend moest zijn om de kosten van een grootschalige rioolramp op te vangen. In 2021 bedroeg het saldo nog € 5.1 miljoen en thans bedraagt het saldo €3.2 miljoen.

Vraag 6

Als we zien dat onze reserves in 5 jaar met € 1,9 miljoen zijn afgenomen, betekent dat dan dat de heffing riool niet kostendekkend is en dat de heffing tussen de € 50,00 en € 90,00 zou moeten worden verhoogd?

Antwoord van het college

Antwoord 5

14. De voorziening volstaat om een calamiteit op te vangen. Bij de begroting 2025 wordt het nieuwe rioolplan (GWRP) ter besluitvorming voorgelegd. Hierin zijn ook de prijsstijging die we de laatste jaren hebben gehad verwerkt. En welke mogelijke gevolgen dit heeft voor rioolheffing.

15. Zie antwoord 14 Vraag 6 Blz. 45 Afvalstoffenheffing: Bij de begroting 2023 van 14-09-2022 was er een bedrag van € 1.251.597,00 begroot voor verwerkingskosten. In de jaarrekening 2021 bedroegen deze kosten al € 1.615.491,--. We hebben daar toen vragen over gesteld. Ter verduidelijking van de vragen hebben wij een overzicht samengesteld op basis van de jaarrekeningen:

Jaar

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023

Baten

2.106.201,00 2.308.422,00 2.036.735,00 2.000.595,00 2.131.349,00 1.901.000,00 1.976.000,00

kosten

Lasten Overhead

1.569.722,00 1.710.159,00 1.897.811,00 1.564.647,00 1.615.491,00 1.549.000,00 1.948.000,00

307.256,00 327.506,00 324.026,00 131.697,00 200.406,00 136.000,00 277.000,00

BTW

Toelichting

243.576,00 Eigen milieustraat 286.811,00 Eigen milieustraat 325.481,00 Uitbesteed 181.625,00 Uitbesteed 185.549,00 Uitbesteed 244.000,00 Uitbesteed 306.000,00 Uitbesteed

Wij hebben een aantal details van het haalbaarheidsonderzoek van de Anteagroup meegenomen in de beoordeling van deze gegevens: jaar

Verwerkingskosten

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023

1.569.722 1.710.159 1.897.811 1.564.647 1.615.491 1.549.000 1.948.000

totaal Prijs per tonnage ton 128,3 205,5 222 476 396 391 NNB

Aantal gemiddeld Prijsper bezoeker kg per kg. bezoek 12.234,78 2459 52,18 0,10 8.321,94 3092 66,46 0,04 8.548,70 3863 57,47 0,04 3.287,07 7633 62,36 0,01 4.079,52 7583 52,22 0,01 3.961,64 6673 58,59 0,01

De verwerkingskosten 2023 baren ons zorgen. Als je het gemiddelde tarief per ton van 2021 en 2022 zou gebruiken voor het berekenen van het aantal tonnages, dan zouden we in 2023 485 ton vuil hebben afgedragen.

Vraag 7

Ik ben een paar keer bij de Milieustraat geweest en nog nooit is mijn aflevering gewogen. Kunt u een toelichting geven waar die gegevens dan op gebaseerd zijn?

Antwoord van het college

Antwoord 6

16. Er is geen doorberekening van verwerkingsbijdrage door Purmerend, Wij betalen enkel een vast tarief per huishouden aan Purmerend voor het gebruik van de milieustraat.

17. Nee. De gemeente Purmerend is niet de bron van deze gegevens.

18. Zie antwoord vraag 16, er worden geen wegingen gedaan.

Vraag 7 Kostendekkendheid: In 2023 realiseren we een tekort van € 555.000,00. Als we net als het haalbaarheidsonderzoek van de Anteagroep uitgaan van 7600 huishoudens dan betekent dat, dat de extra kosten voor elke huishouding € 73,00 zijn. Dat zou betekenen dat we de afvalstoffenheffing zouden moeten verhogen met ten minste € 73,00 per huishouden om kostendekkend te zijn.

Vraag 8

Maakt de gemeente, los van de kosten die we betalen aan Purmerend, veel kosten voor bijv. ophalen grofvuil die zo zwaarwegend zijn dat zij invloed hebben op de verwerkingskosten?

Antwoord van het college

Kunt u ons een overzicht hiervan beschikbaar stellen? 21 Is de constatering juist dat we in 2018 een ontwikkelvoorziening hadden van € 746.000,00, in 2019 van € 235.000,00, in 2022 van € 397.000,00, terwijl we in 2023 een tekort hebben van € 397.000,00.

Is de conclusie terecht dat tussen 2018 (de eigen milieustraat) en 2023 na 5 jaar uitbesteding, onze reserves verminderd zijn met € 1.143.000,00, gemiddeld € 150,00 per huishouden, uitgaande van 7600 huishoudens.

22. Op blz. 50, lokale lastendruk, geeft het overzicht aan dat Waterlanders gemiddeld € 302,00 aan afvalstoffenheffing betalen en de overige gemeenten in Zaanstreek-Waterland € 360,00. Als we € 73,00 per huishouden tekort komen, hoe reëel is dit overzicht dan en wat is het nut?

Antwoord 7

19. Uw constatering dat de afvalstoffenheffing zeker niet kostendekkend is klopt. Uitgaande van de begroting 2024 ligt het bedrag boven het door u op grond van de jaarrekening genoemde bedrag van € 73,-- per huishouden.

20. De kosten voor de gemeente Purmerend waar u aan refereert zijn de kosten voor de milieustraat, deze zijn thans begroot op € 280.500.

21. De kosten van zijn de afgelopen jaren inderdaad gestegen. Hier liggen diverse oorzaken aan ten grondslag. De kosten zijn onder meer veranderd door, extra milieupunten, het tractieplan, veranderingen in de milieustraat en inflatie. Het tarief van de afvalstoffenheffing is de laatste jaren steeds verhoogd met de verwachte inflatieontwikkeling. En is niet aangepast in verband met de werkelijke inflatie en de overige ontwikkelingen. Het gevolg is inderdaad dat de stand van de voorziening afvalstoffenheffing per ultimo 2023 nihil is.

22. Het simpel vergelijken van gemeentelijke tarieven is inderdaad lastig. Er zijn heel veel effecten die mee moeten worden genomen in de afwegingen. Financieel is het voor een goede vergelijking belangrijk om te weten of er wel of geen geld vanuit de exploitatie begroting wordt onttrokken voor de heffing, of er sprake van een voorziening waar middelen aan worden toegevoegd of onttrokken. Daarnaast is het ook van belang om te weten wat het niveau van de dienstverlening is en hoe het gemeentelijk gebied er uit ziet. Kengetallen van gemeenten zijn vaak lastig vergelijkbaar zonder details, en die details ontbreken vaak van andere gemeenten.

Vraag 8 Recent hebben we in de raad gesproken over het parkeerbeleid en daar is een kostenplaatje bij gemaakt.

Volgens het coalitieakkoord is daar een bedrag voor beschikbaar gesteld van € 400.000,00, daarvan is in 2023 reeds € 100.000,00 opgenomen en € 60.000,00 beschikbaar gesteld voor verkeersmaatregelen op Marken.

23. Is het een juiste constatering dat er tot 2026 nog € 240.000,00 beschikbaar is?

24. Het opzetten van het parkeerbeleid brengt de nodige investeringen en kosten met zich mee, de opbrengsten zijn nog onzeker. Wat is het beleid op termijn als er tekorten ontstaan omdat de inkomsten lager zijn dan de kosten?

Antwoord 8 23 Voor verkeersmaatregelen is in het coalitieakkoord € 400.000 euro beschikbaar gesteld. In 2023 is hiervan € 35.151 euro uitgegeven. Tot 2026 is er vanuit het coalitieakkoord nog € 364.849 euro voor verkeersmaatregelen beschikbaar. Daarbovenop is voor een nieuwe kruispuntinrichting op Marken € 60.000 euro beschikbaar. 24 Of er op termijn tekorten ontstaan is nu niet met zekerheid te zeggen, dat moet blijken uit monitoringsgegevens. Na het zomerreces ontvangt de raad in de vorm van een voortgangsrapportage meer informatie over (de hoogte van) het tarief van een parkeerontheffing voor de parkeerschijfzone in de binnenstad van Monnickendam. Kostendekkendheid is daarbij nog steeds het uitgangspunt.

Vraag 9 Overige kostendekkendheid, blz. 47 en 48: Bij titel 1 is de kostendekking 79,44%, bij titel 2 150% maar daar is geen toelichting voor gegeven. Titel 3 is negatief en de oorzaak lijkt te liggen in hoofdstuk 2 evenementen en markten. 25 Is de tariefstelling voor hoofdstuk 3 zo vastgesteld dat hier niet van afgeweken kan worden, of is de tariefstelling zo flexibel dat er gekeken wordt naar het belang van het evenement of de markt? 26 Verder zijn de meeste rubrieken niet kostendekkend. Komt dit door de vastgestelde tariefstelling? 27 Is het een terechte constatering dat we eigenlijk op elke rubriek onze overhead niet vergoed krijgen vanuit de exploitatie?

Antwoord 9 25 “Belang” is een subjectief element en geen afweging bij individuele vergunningverlening. 26 Ja 27 De constatering dat tarieven niet altijd kostendekkend zijn klopt. Dit betreft echter een vergelijking van de totale kosten met de opbrengsten en heeft niet specifiek betrekking op het onderdeel overhead.

Vraag 10 De kengetallen, pagina 56, laten toch een verontrustend beeld zien. De netto schuldquote is gestegen van 48% naar 71% en de solvabiliteit is gezakt van 28% naar 23%. Onze exploitatieruimte is gezakt van 4,55% naar 1,51%.

28. De structurele exploitatieruimte betekent dat de inkomsten toereikend zijn om de lasten te dragen. Is het een juiste constatering dat we 2/3 van onze exploitatieruimte zijn kwijtgeraakt?

29. Betekent dit dat onze inkomsten nog wel dekkend zijn voor de lasten, maar dat de ruimte om extra lasten op te vangen met 2/3 is verminderd?

30. Onze belastingcapaciteit is gestegen van 2,1 miljoen in 2022 naar 3.7 miljoen in 2023, is dit een mogelijke oorzaak voor het verlies van exploitatieruimte?

Antwoord 10 28 In de tabel op bladzijde 56 vertoont de structurele exploitatie ruimte een piek in de realisatie 2022 en de begroting 2023. Vergeleken met deze piek is deze inderdaad gedaald. 29 Ten opzichte van de genoemde piek klopt dat. 30 De stijging van de belasting capaciteit wordt veroorzaakt doordat de verhoging van onze belastingen lager is dan de stijging van het landelijke gemiddelde. Een stijging van lasten zonder een gelijke stijging van de inkomsten leidt inderdaad tot een lagere structurele exploitatieruimte.

Maar ook veranderende kosten hebben een effect.

Vraag 11 Kosten renovatie Gemeenteplein: Bij gebouwen zijn we over budget gegaan. Bij de specificatie 'verbouwing Gemeenteplein' werd opgemerkt dat er ruimte was voor dit project. Uiteindelijk geven we € 23.000,00 meer uit dan begroot.

31. Zijn de kosten van renovatie van het plein, die niet begroot waren, de oorzaak van het overschrijden van de begroting?

32. Indien niet, wat is dan wel de oorzaak?

Antwoord 11 31 Nee, dit is niet de reden van budgetoverschrijding. 32 Er zijn enkele onderhoudswerkzaamheden verschoven, tevens zijn de indexeringen en loonstijgingen hoger dan opgenomen in het gebouwbeheerplan. Voorbeeld: dakbedekking Bibliotheek, straatwerk gebouwen van Brandweer Monnickendam en Ilpendam en een teruggave van teveel ontvangen rijkssubsidie.

Vraag 12 Blz. 65, het saldo van de uitstaande leningen en hieraan verbonden rentelasten: Op 31 december 2022 bedroeg onze schuldenlast 22,1 miljoen en op 31 december 2023 bedroeg de schuldenlast 38,9 miljoen.

33. Voordat we begonnen aan het Galgeriet in 2018 bedroeg onze geleend saldo in 2017 € 11 miljoen. In 2019 bedroeg deze € 23,7 miljoen en thans € 38,9 miljoen. Is deze schuldgroei geheel verbonden aan de ontwikkelingen van het Galgeriet?

34. Bij de technische vragen was het antwoord, dat de rentelast over 10 miljoen voor rekening komt van het project Galgeriet. Dat lijkt niet in verhouding met de opgenomen leningen. Waarop is die 10 miljoen gebaseerd?

35. In 2022 bedroegen de rentelasten € 36.000,00 en in 2023 € 717.000,00. Hoeveel van deze rente wordt doorbelast aan project Galgeriet en zijn niet in de jaarrekening als lasten opgenomen.

36. Hoe hoog is de balanspost Galgeriet op 31 december 2023 en is er een meerjarenberekening gemaakt voor deze kostenpost omdat deze vanuit de opbrengsten moet worden gecompenseerd?

Antwoord 12 33 Neen, de ontwikkelingen van het Galgeriet maken daar deel van uit, maar zijn zeker niet de enige oorzaak. We hebben de afgelopen jaren ook in veel andere zaken geïnvesteerd, waaronder scholen, IV, tractiemiddelen, afvalinzameling. 34 Alleen de lasten van leningen die specifiek voor het project zijn aangetrokken mogen ten laste van het project worden gebracht. Voor zaken als ingebrachte historische gronden en projectwerkzaamheden vanuit de organisatie is bijvoorbeeld geen specifieke lening voor Galgeriet aangetrokken. 35 Op bladzijde 66 van de jaarrekening staat aangegeven dat in totaal € 400.000 als project financiering is doorbelast. 36 Op bladzijde 118 van de jaarrekening treft u bij de vlottende activa, voorraden onderhandenwerk de specificatie van de balanspost Galgeriet. Per ultimo december bedroeg deze € 24,140 mln. In de met de projectontwikkelaar gesloten overeenkomsten worden de rentekosten niet één op éen doorbelast. Er is gekozen voor een vaste jaarlijkse stijging van de verkoopprijs.

Bekijk de brief: 394-64 Beantwoording vragen jaarrekening JOUW Waterland

Bron: raadsinformatie van de gemeente Waterland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Waterland

Alle artikel 35-vragen in Waterland