417-10 Beantwoording schriftelijke vragen begroting 2026
Een raadslid stelde op 30 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Waterland (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- 165 Overhead Btw 300 329 243 314 Totale kosten 2.211 2.808 Opbrengsten Kostendekkendheid 1.850 2.799 83,67% 99,69% Vraag 6. → Welke oorzaken liggen aan deze grote verschillen ten grondslag?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Beantwoording technische vragen begroting 7 oktober 2025 Algemeen In de bijeenkomst van de workshop technische vragen is een nieuwe tabel gepresenteerd voor de scenario’s. De wijziging ten opzichte van de in het raadsvoorstel gepresenteerde tabel was dat bij scenario B en C de rentelasten van de sporthal al in 2025 waren opgenomen. Dit was niet juist. Hieronder treft u de in de workshop gepresenteerde tabel aan.
Scenario A
Scenario B
Scenario C
Scenario D
Saldo Verlagen OZB Verlagen bezuiniging Sociaal Domein Saldo huidige begroting Gebouwenbeheerplan Verhogen onderhoudsbudget beheerplan binnenhaven Verhogen budget beheerplan openbare verlichting Saldo
2026 2027 2028 2029 1.247.636 1.362.729 1.133.814 1.330.443 -250.000 -250.000 -250.000 -250.000 -250.000 -250.000 -250.000 -250.000 747.636 862.729 633.814 830.443 -464.672 -464.672 -464.672 -464.672 -29.500 -29.500 -29.500 -29.500 -50.000 -50.000 -50.000 -50.000 203.464 318.557 89.642 286.271
Saldo Scenario B opnemen rentelasten sporthal Gebouwenbeheerplan Verhogen onderhoudsbudget beheerplan binnenhaven Verhogen budget beheerplan openbare verlichting Saldo
1.247.636 1.362.729 1.133.814 1.330.443 0 -550.000 -550.000 -550.000 -464.672 -464.672 -464.672 -464.672 -29.500 -29.500 -29.500 -29.500 -50.000 -50.000 -50.000 -50.000 703.464 268.557 39.642 236.271
Saldo Verlagen OZB Verlagen bezuiniging Sociaal Domein Scenario B opnemen rentelasten sporthal Gebouwenbeheerplan Verhogen onderhoudsbudget beheerplan binnenhaven Verhogen budget beheerplan openbare verlichting Saldo
1.247.636 1.362.729 1.133.814 1.330.443 -250.000 -250.000 -250.000 -250.000 -250.000 -250.000 -250.000 -250.000 0 -550.000 -550.000 -550.000 -464.672 -464.672 -464.672 -464.672 -29.500 -29.500 -29.500 -29.500 -50.000 -50.000 -50.000 -50.000 203.464 -231.443 -460.358 -263.729
Saldo Gebouwenbeheerplan Verhogen onderhoudsbudget beheerplan binnenhaven Verhogen budget beheerplan openbare verlichting Saldo
1.247.636 1.362.729 1.133.814 1.330.443 -464.672 -464.672 -464.672 -464.672 -29.500 -29.500 -29.500 -29.500 -50.000 -50.000 -50.000 -50.000 703.464 818.557 589.642 786.271
1
D66 Vraag 1 Kan aangegeven worden welke van de voorstellen van wijziging al in den begroting zijn opgenomen en welke niet. In welke begrotingsposten zijn deze verschillende wijzigingen verwerkt. Graag aangegeven met bedragen per wijziging.
Antwoord In de begroting is scenario A opgenomen.…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
165 Overhead Btw 300 329 243 314 Totale kosten 2.211 2.808 Opbrengsten Kostendekkendheid 1.850 2.799 83,67% 99,69% Vraag 6. Pagina 9, Samenvattend overzicht Hoe verklaart het college dat het exploitatiesaldo in 2026 negatief is met –902, terwijl de tekorten in de daaropvolgende jaren lager zijn (–461 in 2027, –473 in 2028 en –147 in 2029)?
Antwoord van het college
Welke oorzaken liggen aan deze grote verschillen ten grondslag?
Antwoord Het verschil wordt verklaard doordat in 2026 nog sprake is van incidentele lasten die daarna aflopen, terwijl structurele inkomsten pas vanaf 2027 doorwerken. Voorbeelden zijn incidentele lasten in het sociaal domein en hogere kapitaallasten in verband met investeringen. Daarnaast vervallen na 2026 incidentele uitgaven die drukken op het saldo in dat jaar. Hierdoor is het tekort in 2026 groter dan in de jaren erna.
Vraag 7 Pagina 12, 1.1 Betaalbare woningen Welke kosten zijn verbonden aan de actievere rol van de gemeente bij woningbouw en grondbeleid, en hoe zijn deze kosten verwerkt in de Begroting 2026?
3
Antwoord Dit is verwerkt in de bestaande ambtelijke capaciteit. De aanpassingen in beleidskeuzes worden actief gecommuniceerd naar ontwikkelaars die met een plan komen. Er zijn daarom geen extra kosten aan deze rol verbonden.
Vraag 8 Pagina 13, 1.1.3 Tijdelijke woningen Waar gaan de 100 tijdelijke woningen gerealiseerd worden? Wat zijn de overgebleven mogelijke locaties?
Antwoord De raad is middels RID 253-429 geïnformeerd over de afronding van het onderzoek met betrekking tot tijdelijke woningbouw. Eén van de argumenten was het feit dat er geen financiële dekking is voor tijdelijke woningbouw. In de voorliggende begroting 2026 is de situatie niet gewijzigd. Daar waar er zich kansen voor doen staan wij nog steeds open voor de realisatie van tijdelijke woningbouw.
Vraag 9 Pagina 13, 1.1.4 Alternatieve Woonvormen Waar en wanneer gaan alternatieve woonvormen voor ouderen gerealiseerd worden?
Antwoord Bij de locaties Boom, 't Spil en (eventueel) de Buslus wordt ingezet op appartementen die geschikt zijn voor ouderen e.e.a. in lijn met de vastgestelde Woonzorgvisie.
Vraag 10 Ruimtelijk Domein, taakveld 1.2 Energietransitie, p. 14 Hoe zijn de kosten voor het ontzorgingstraject en de collectieve inkoopacties voor warmte-installaties Dit is verwerkt in de bestaande ambtelijke capaciteit?
Antwoord De aanpassingen in beleidskeuzes en een uitvoeringsplan worden actief gecommuniceerd naar bewoners. Er zijn daarom geen extra kosten aan deze taak verbonden. Wanneer er extra kosten worden gemaakt voor bijvoorbeeld het opzetten van een collectieve inkoopactie zullen deze worden gedekt vanuit de beschikbare CDOKE-gelden vanuit de Rijksoverheid.
Vraag 11 Pagina 13, 1.2.1 Isoleren en besparen Wat moeten we ons voorstellen bij een energieklusteam?
Antwoord Een energieklusteam (ook vaak genoemd fixbrigade) gaat bewoners helpen met het aanbrengen van energiebesparende maatregelen zoals tochtstrippen bij ramen en deuren, deuren- en brievenbusborstels, ledverlichting, radiatorfolie. Daarnaast zullen zij ook het gesprek met de bewoner aangaan over de energierekening en mogelijke gedragsveranderingen om het energieverbruik (en dus de rekening) te helpen verlagen. 4
Vraag 12 Pagina 13, 1.2.2 Duurzame energie opwekken Met welke Waterlandse energiecoöperaties wordt samengewerkt en op welke gebieden?
Antwoord De gemeente werkt samen met de Coöperatie Windenergie Waterland, Zon op Waterland en Zon op Marken. De samenwerking omvat het waar mogelijk meewerken aan initiatieven voor duurzame energieopwekking. Een voorbeeld is het beschikbaar stellen van daken van gemeentelijk vastgoed voor het plaatsen van projecten van energiecoöperaties. In de komende periode willen we de samenwerking met de Waterlandse energiecoöperaties versterken.
Vraag 13 Pagina 14, 1.2.3 Duurzaam verwarmen Welke kosten zijn geraamd voor het ondersteunen van bewonersinitiatieven die bijdragen aan het aardgasvrij maken van wijken, en hoe worden mogelijke overschrijdingen van dit budget opgevangen?
Antwoord Momenteel kijken wij naar de mogelijkheden voor het faciliteren en mogelijk deels financieel ondersteunen van dergelijke initiatieven, zoals te lezen in het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid.
Dit zullen wij doen door de mogelijkheden buiten de gemeente inzichtelijker te maken en te kijken naar mogelijk financiële ondersteuning via een ‘Subsidieregeling voor buurtinitiatieven’.
Vraag 14 Pagina 14, 1.2.3 Duurzaam verwarmen Wanneer kunnen we de wijkuitvoeringsplannen verwachten, en waar gaan die plannen over?
Antwoord In 2026 wordt eerst het Warmteprogramma vastgesteld door het college en de raad. Hierna kan aan de slag worden gegaan met de specifieke wijkuitvoeringsplannen (WUP). In deze plannen wordt opgenomen welke gebouw fysische en installatietechnische aanpassingen er nodig zijn om de verschillende woningen zo efficiënt en betaalbaar mogelijk te verwarmen zonder aardgas. De verwachting is dat de eerste wijkuitvoeringsplannen in 2026 worden vastgesteld en gedeeld.
Vraag 15 Pagina 14, 1.2.3 Duurzaam verwarmen Welke budgetten zijn beschikbaar voor de ondersteuning van bedrijven en maatschappelijke organisaties bij duurzaam verwarmen, en hoe wordt voorkomen dat deze kosten hoger worden door vertraging of extra inzet van de gemeente en Liander?
Antwoord Er wordt vooralsnog geen financiële ondersteuning voorzien vanuit de gemeente voor deze doelgroepen. Vanuit het Rijk, de provincie en vele andere kanalen bestaan al allerlei ondersteuningsmogelijkheden. Als gemeente zullen wij deze mogelijkheden inzichtelijk(er) maken 5
voor de verschillende gebouwen. De elektriciteitsnetcapaciteit van Liander laat het momenteel nog niet overal toe om verwarmen van gebouwen bijvoorbeeld te elektrificeren. Wij blijven in gesprek met Liander over de verzwaringen op alle netvlakken.
Vraag 16 Pagina 14, 1.3 Toerisme Wat wordt bedoeld met “oog voor balans tussen inwoners en toerisme”?
Antwoord Hiermee wordt bedoeld dat we toerisme en recreatie verder willen ontwikkelen waarin we zoveel mogelijk balans willen creëren tussen de belangen van de inwoners en van de bezoekers. De leefbaarheid voor bewoners moet geborgd zijn, maar ook de beleefbaarheid voor bezoekers.
Wat wordt bedoeld met “focus op spreiding van bezoekers”?
Gaat het hier over het spreiden van het overtoerisme van Amsterdam naar onze gemeente? Of over het overtoerisme op Marken spreiden naar de rest van onze gemeente? Of gaat het hier zelfs over allebei?
Antwoord Het gaat hier om het spreiden van overtoerisme op de plaatsen in onze gemeente waar sprake is van overtoerisme, naar plaatsen in onze gemeente die wel wat meer toerisme zouden aankunnen. In onze gemeente gaat dat vooral om het toerisme op Marken.
Vraag 17 Pagina 14, 1.3.1 Convenant groepsrondleiding Marken Wordt in het nieuwe convenant een bussen-parkeerbeleid op Marken opgenomen?
Antwoord Nee. Een dergelijk beleid hoort niet in een convenant thuis.
Wordt er nagedacht over een betaalde gastvrouw op Marken in combinatie met het beheer over het toiletgebouw?
Antwoord De functie van de gastvrouw wordt opnieuw in de markt gezet. Hierbij worden belangstellenden uitgenodigd kenbaar te maken wat zij denken aan te kunnen bieden aan toeristen en bewoners en wat daarvoor nodig is.
Is het bij het college bekend dat de parkeerautomaten regelmatig niet werken?
Antwoord Het college herkend dat niet, wel is bij het college bekend dat bij bepaalde standen van de zon displays moeilijk leesbaar zijn. Er wordt onderzocht of hier een oplossing voor is.
6
Vraag 18 Pagina 14, 1.4 Klimaatadaptatie Hoe kunt u claimen dat de gevolgen van klimaatverandering steeds vaker merkbaar zijn, terwijl er volstrekt geen consensus is binnen de wetenschap over dit onderwerp?
Antwoord De feitelijk waarneembare situatie van de afgelopen en – naar verwachting – de komende jaren is dat er steeds meer weersextremen voorkomen. Hevige stortregens, oplopende temperaturen, stormen en de gevolgen die die weerextremen met zich meebrengen. Daar dient beleid op ontwikkeld te worden in samenwerking met andere gemeenten (zie de volgende vraag). Hemelwater dient afgevoerd te kunnen worden of opgevangen kunnen worden in overloopgebieden en met de inrichting van de openbare ruimte dient rekening te worden gehouden met verkoeling door een daarop gerichte groenstructuur.
Vraag 19 Pagina 15, 1.4 Actievere Deelname Wat wordt concreet bedoeld met “lokaal beleid ontwikkelen dat aansluit en bijdraagt aan de doelen in de samenwerking”? Over wat voor samenwerking gaat dit, en met wie?
Antwoord
- Kernteam programma Ruimtelijke Adaptatie Noorderkwartier 2024 - 2030
- Samenwerking Ruimtelijke Adaptatie Zaanstreek-Waterland 2025 De gemeente Waterland maakt deel uit van deze samenwerkingsverbanden, maar heeft een minder actieve rol. Het voornemen is om hier lokaal meer op te acteren, ook door opdoen van kennis en lokale doelen te halen over de band van de samenwerking.
Vraag 20 Pagina 15, 1.4 Actievere Deelname Welke kosten zijn verbonden aan de actievere deelname aan het samenwerkingsverband Ruimtelijke Adaptatie Noorderkwartier (2024–2030), en hoe zijn deze kosten verwerkt in de Begroting 2026?
Antwoord Dat zijn vooral personeelskosten en deze zijn nog niet apart in de begroting 2026 verwerkt.
Vraag 21 Pagina 15, 1.4 Actievere Deelname Hoeveel extra middelen en personele capaciteit zijn nodig om van passieve naar actievere deelname over te gaan, en welke financiële risico’s zijn er dat deze kosten hoger uitvallen dan nu geraamd?
Antwoord In 2026 gaan we aan de hand van concrete projecten de benodigde capaciteit onderzoeken en brengen we de personeelskosten in beeld. Daarbij wordt onderzocht in hoeverre we dit binnen de bestaande capaciteit kunnen oppakken en bestaande budgetten kunnen dekken.
7
Vraag 22 Pagina 16, Wat mag het kosten?
Hoe kan het Bedrijvenloket €33.000,- aan baten opleveren?
Antwoord De inkomsten betreffen markt- en standplaatsgelden en de vergoeding voor elektriciteit.
Vraag 23 Pagina 16, Beleidsindicatoren Wat wordt bedoeld met “Demografische druk”? bijvoorbeeld 88,50% Antwoord De demografische druk van 88,5% betekent dat er 88,5 mensen (de "niet-actieve" bevolking) zijn die niet werken voor elke 100 mensen die wél werken (de "actieve" bevolking).
De demografische druk geeft dus aan hoeveel mensen in een samenleving afhankelijk zijn van de werkende bevolking. Die niet-actieven zijn bijvoorbeeld:
• kinderen (0-19 jaar),
• ouderen (65+),
• mensen die niet kunnen of willen werken.
JOUW Waterland Inleiding Het ruimtelijk domein staat in de periode 2024–2026 in het teken van een overgang van voorbereiding naar uitvoering. In de Jaarrekening 2024 werd nog geprofiteerd van incidentele baten zoals de winstneming op Galgeriet, terwijl de Begroting 2025 zich richtte op de actualisatie van programma’s (Woonzorgvisie, RES 2.0). De Begroting 2026 legt de nadruk op de structurele implementatie van de Omgevingswet, de start van nieuwe woningbouwlocaties, en het uitvoeren van de warmtetransitie en toerismeagenda. Tegelijkertijd vallen incidentele inkomsten grotendeels weg (o.a. Galgeriet) en moet de gemeente keuzes maken binnen een krapper financieel kader. Daarom zijn de volgende beleidsvragen van belang voor de gemeenteraad.
Vraag 24 Hoe wordt de continuïteit van de woningbouwprogrammering geborgd nu incidentele baten zoals Galgeriet wegvallen?
Onderbouwing: In 2024 leverde Galgeriet eenmalig € 2,6 mln op, maar in 2026 resteert slechts € 210k leges. Zonder nieuwe projecten dreigen structurele inkomsten weg te vallen.
Antwoord De vraag suggereert dat de continuïteit van het woningbouwprogramma afhankelijk is van incidentele (grond)opbrengsten. Dat is echter niet het geval. De gemeente heeft in haar begroting structurele ruimte om woningbouwprojecten te kunnen oppakken en te begeleiden.
Daarnaast geldt voor elk project dat er sprake is van incidentele projectkosten (denk aan onderzoeken, juridische of fiscale adviezen, inhuur tijdelijke en/of specifieke capaciteit, enz.).
8
Ook zijn er incidentele inkomsten. Dat kunnen grondopbrengsten zijn in geval de gemeente grondeigenaar is. Naast eventuele grondopbrengsten brengt de gemeente exploitatiebijdragen in rekening. Deze bijdragen zijn er om incidentele kosten te kunnen dekken.
De aanname dat projecten structurele inkomsten genereren is niet correct. Projecten zijn eindig en inkomsten uit projecten zijn dus nooit structureel.
Vraag 25 Hoe wordt voorkomen dat de implementatie van de Omgevingswet (DSO) vertraging oplevert voor vergunningen en woningbouw?
Onderbouwing: In 2026 verschuift de aandacht naar structurele inbedding van DSO. Als dit systeem niet functioneert, stagneert de woningbouw en vallen legesopbrengsten weg Antwoord Gemeente Waterland is tijdig begonnen met de implementatie van de juiste software voor het behandelen van verzoeken die vallen onder de Omgevingswet.
Daarnaast is een deel van de medewerkers voldoende getraind/opgeleid om dergelijke verzoeken te behandelen en worden overige medewerkers op dit moment opgeleid/begeleid.
De Omgevingswet is juist ingevoerd om (woningbouw) plannen te versnellen en sinds de implementatie op 1 januari 2024 zien wij geen knelpunten bij dergelijke plannen m.b.t. deze wet.
Vraag 26 Hoe gaat de gemeente draagvlak organiseren voor kleinschalige windturbines en zonneprojecten in de kernen?
Onderbouwing: Het beleidskader kleine windturbines is vastgesteld in 2024, maar de uitvoering vraagt participatie en zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Zonder draagvlak dreigen procedures en vertraging.
Antwoord In de Omgevingswet staat dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan verantwoordelijk is voor de participatie. Participatie is niet noodzakelijk bij alle ruimtelijke plannen. De gemeenteraad heeft echter in 2022 besloten dat participatie verplicht is bij het oprichten van een windturbine (artikel 1 onder d van het Besluit Aanwijzing Verplichte Participatie Omgevingswet Waterland 2022). In het beleidskader kleine windturbines en de bijbehorende handreiking is het houden van een participatietraject expliciet benoemd als een stap die de initiatiefnemer moet zetten. Voor zowel het plaatsen van kleine windturbines als zonneprojecten geldt dat de participatie per project of initiatief wordt georganiseerd. Een algemeen participatietraject heeft naar verwachting weinig effect, omdat de impact per initiatief verschilt en deze vooral op buurtniveau wordt ervaren. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het participatietraject en de wijze waarop de participatie plaatsvindt is vormvrij. Bij de aanvraag dient de initiatiefnemer aan te geven en te onderbouwen of hij aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten daarvan zijn (zie raadsvoorstel 338-105, juni 2023).
9
Vraag 27 Hoe worden de doelen van de RES 2.0 en het Warmteprogramma 2026–2030 concreet vertaald naar lokale projecten?
Onderbouwing: De begroting noemt isolatie, verduurzaming en warmteprojecten, maar zonder heldere planning en financiële dekking is de uitvoering onzeker.
Antwoord De doelen van de RES worden vertaald door te werken aan projecten voor het opwekken van duurzame elektriciteit in Waterland. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan zonnepanelen op daken, kleine windturbines en zonnepanelen boven parkeerplaatsen. Lokale projecten voor het uitvoeren van het Warmteprogramma 2026-2030 worden vertaald naar wijkuitvoeringsplannen (WUP's). Dit zijn zeer lokaal gerichte plannen om een wijk, buurt of buitengebied aardgasvrij te verwarmen. Hieruit volgen ook gerichte acties om de eigenaren te ondersteunen in het maken van de juiste keuzes en tijdlijn voor hun woning.
Het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid bevat een financiële paragraaf met een financiële dekking van de verschillende activiteiten en projecten. Voor de komende jaren worden deze gerealiseerd met Rijksgelden, zoals de subsidies uit het Nationaal Isolatieprogramma en de CDOKE-gelden voor uitvoeringscapaciteit. Deze zomer heeft de Rijksoverheid laten weten dat gemeenten tot 2030 geld ontvangen voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid. Daarmee is er langjarige zekerheid ontstaan over de basisfinanciering voor de uitvoering van de energietransitie.
Vraag 28 Hoe wordt de balans bewaakt tussen toeristische ontwikkeling en leefbaarheid voor bewoners?
Onderbouwing: In 2026 start de uitvoering van de MRA-Agenda Toerisme. Meer bezoekers kunnen baten opleveren, maar ook druk op voorzieningen en natuur veroorzaken.
Antwoord Zie ook antwoord bij vraag 16.
De MRA-agenda Toerisme heeft o.a. de volgende uitgangspunten: spreiding van bezoekers en meer aandacht voor kwaliteitstoerisme (waardevolle bezoeker, cultuur en erfgoedbeleving, langer verblijf), in plaats van massatoerisme. Door nauw in gesprek te blijven binnen het Toerisme Platform van de MRA streven we ernaar de belangen van Waterland zo goed mogelijk te behartigen.
Vraag 29 Welke alternatieve locaties of scenario’s zijn er als geplande woningbouwlocaties niet tijdig realiseerbaar blijken?
Onderbouwing: Nieuwe woningbouw is afhankelijk van bestemmingswijzigingen en procedures. Bij uitval of vertraging moet de gemeente kunnen schakelen naar andere locaties.
Antwoord Op dit moment wordt gewerkt aan de woningbouwprojecten, zoals bekend in het Meerjarenprogramma Woningbouw (MPW 2025). Vooralsnog ligt de uitvoering op schema, maar er zijn ook projecten die stagneren. Stagnatie heeft echter nog niet geleid tot het schrappen van projecten van het MPW 2025. Op het moment dat dit wel het geval is, dan zal hierover met de raad 10
overlegd worden en op dat moment bezien worden welke alternatieve locaties er eventueel zijn voor de realisering van de woningbouwdoelstellingen.
Vraag 30 Hoe wordt de capaciteit van de ambtelijke organisatie voldoende gewaarborgd om woningbouw, Omgevingswet en energietransitie tegelijk uit te voeren?
Onderbouwing: De gemeente Waterland is een kleine organisatie. De combinatie van complexe projecten vergroot het risico dat capaciteit tekortschiet en projecten vertragen.
Antwoord Niet ontkend kan worden dat het op orde brengen en houden van de capaciteit in het fysieke domein een uitdaging is. Dit is niet een lokaal probleem, in de regio en zelfs landelijk zie je een tekort aan passende arbeidskrachten in het fysieke domein. Dat betekent dus dat we werken met inhuur, wanneer we direct een knelpunt hebben dat met voldoende deskundigheid moet worden opgelost.
Wanneer we ruimte hebben om op te leiden, kunnen we ook starters inzetten met passende begeleiding. Maar dan nog zijn aanbod en middelen beperkt. Uiteindelijk dient er te allen tijde balans te zijn in capaciteit en taken (inclusief de taken die niet direct bijdragen aan de politiek-bestuurlijke agenda, maar voortvloeien uit de bedrijfsvoering). Dat kan er ook toe leiden dat we ambities moeten bijstellen, door projecten te temporiseren, af te schalen of zelfs te schrappen. Uiteraard treden we dan ook met de raad in overleg of informeren wij de raad hierover.
Specifieke vragen toerisme & recreanten Uitgaven: beperkt zichtbaar in cijfers, vooral via toerismebeleid in ruimtelijk domein.
Beleidsdoelen: uitvoering MRA-Agenda Toerisme vanaf 2026, fusie lokale promotieorganisaties, balans toerisme/leefbaarheid.
Trend: lasten vooral beleidsmatig, baten via toeristenbelasting (stijgend binnen algemene dekkingsmiddelen).
Vraag 31 Hoe wordt de evaluatie van het convenant groepsrondleidingen Marken gebruikt om beleid voor 2026–2030 te verbeteren?
Onderbouwing: Het convenant was bedoeld om de druk op Marken te beperken. De raad moet weten of de afspraken effectief zijn en hoe ze doorwerken in de nieuwe toerismeagenda.
Antwoord Dit moet gaan blijken uit een voortgangsgesprek van het nieuwe convenant. Deze staat voor Q4 2025 op de planning. De uitkomsten hiervan moeten meer beeld geven over kansen en uitdagingen voor eventuele bijsturing van beleid.
11
Vraag 32 Wat is de waarde van het convenant als er maar één busonderneming is die het contract heeft ondertekend?
Antwoord De onderneming die het convenant heeft ondertekend is de grootste onderneming in de regio en misschien wel in het land die dergelijke diensten aanbiedt. Zodoende hebben we daar al veel bussen mee ondervangen die Marken aandoen.
Vraag 33 Hoe wordt de balans bewaakt tussen het aantrekken van toeristen en het behouden van leefbaarheid in Marken en andere dorpen?
Onderbouwing: Toeristen zorgen voor inkomsten, maar ook voor druk op openbare ruimte, voorzieningen en inwoners.
Antwoord Het ontbreekt ons helaas aan data om de impact (continu) te volgen. We richten ons echter in het nieuwe beleid wel op spreiding van bezoekers en het aantrekken van de juiste doelgroepen (de “waardevolle toerist” = de bezoeker die interesse heeft in cultuur en natuur, die langer verblijft en meer uitgeeft, in plaats van massatoerisme).
Voor wat betreft de druk van toerisme op Marken zijn en blijven wij in gesprek met de Eilandraad Marken over de ontwikkeling van toerisme aldaar. Vanuit andere delen van de gemeente zijn ons nog geen signalen bekend dat hier de (be)leefbaarheid in het gedrang raakt.
Vraag 34 Hoe wordt de fusie van lokale promotieorganisaties vormgegeven, en hoe wordt geborgd dat dit niet alleen promotie, maar ook spreiding en kwaliteit oplevert?
Onderbouwing: Zonder goede sturing kan fusie leiden tot meer bezoekers zonder kwaliteitsverbetering.
Antwoord Er heeft geen fusie plaatsgevonden. Wel is de opdracht aan de regionale promotieorganisatie gegeven om de lokale promotieorganisaties te professionaliseren. Daarnaast is in de prestatieovereenkomst met de regionale promotieorganisatie vastgelegd dat ze zich richten op individuele toeristen die Laag Holland bezoeker en er verblijven en dat ze projecten in het gebied met elkaar verbinden opdat bezoekers langer in het gebied verblijven. Daarnaast zorgt de verbinding ook weer voor spreiding van bezoekers.
12
Vraag 35 Hoe sluit de uitvoering van de MRA-toerismeagenda in 2026 aan bij de specifieke situatie van Waterland (bijv. Marken, Broek in Waterland, Monnickendam)?
Onderbouwing: Regionale agenda’s zijn vaak breed, maar Waterland heeft eigen knelpunten en behoeften.
Antwoord De MRA-agenda geeft richtinggevende speerpunten en kansen voor regionale samenwerking. De agenda geeft geen wettelijke verplichtingen. De gemeente Waterland kan zelf bepalen hoe zij de agenda vertaalt naar lokaal beleid. In de agenda wordt de gemeente Waterland benoemd als internationale trekpleister binnen het themagebied “Old Holland”, maar met nadrukkelijke aandacht voor bezoekersdruk, duurzame mobiliteit en de noodzaak van kwaliteitsverbetering en spreiding. De maatregelen zijn regionaal afgesproken kaders en aanbevelingen, geen harde verplichtingen.
Door nauw in gesprek te blijven binnen het Toerisme Platform van de MRA streven we ernaar de belangen van Waterland zo goed mogelijk te behartigen.
Specifieke vragen ondernemers en agrariërs Ondernemers en agrariërs spelen een sleutelrol in Waterland: zij zijn niet alleen economische dragers, maar ook partners in de energietransitie en het behoud van landschap. Met het beleidskader kleine windturbines (2024) is er nieuw instrumentarium om duurzame energieopwekking op agrarische grond mogelijk te maken. De Begroting 2026 noemt voorlichting en ondersteuning van ondernemers bij windturbines en zonnepanelen boven parkeerplaatsen.
Tegelijkertijd vraagt dit om zorgvuldige afweging van ruimtelijke kwaliteit, participatie en financiële haalbaarheid.
Vraag 36 Hoe wordt geborgd dat het beleidskader kleine windturbines in 2026 leidt tot daadwerkelijke plaatsingen, en niet verzandt in lange procedures?
Onderbouwing: Agrariërs vragen om duidelijkheid en snelheid; trage procedures kunnen investeringsbereidheid ondermijnen.
Antwoord Met het vaststellen van het beleidskader kleine windturbines heeft de gemeenteraad het voor agrariërs en ondernemers mogelijk gemaakt om onder voorwaarden een kleine windturbine te plaatsen. Het is aan agrariërs en ondernemers zelf om van die mogelijkheid gebruik van te maken. De gemeente toetst initiatieven voor kleine windturbines aan het vastgestelde beleidskader en andere relevante wet- en regelgeving. Wel willen wij de communicatie over de mogelijkheid om kleine windturbines te plaatsen intensiveren, onder andere via de gemeentelijke website.
13
Vraag 37 Hoe wordt de balans bewaakt tussen de belangen van agrariërs (energieopbrengst) en het behoud van landschap en cultuurhistorische waarden?
Onderbouwing: Waterland is onderdeel van een beschermd landschap; turbines en zonnepanelen kunnen spanning geven met erfgoed en natuur.
Antwoord Aanvragen voor kleine windturbines worden getoetst aan het vastgestelde beleidskader kleine windturbines. In dit beleidskader is voor de verschillende landschaps- en bebouwingstypen in de gemeente Waterland de afweging gemaakt hoe wenselijk het plaatsen van kleine windturbines op deze locaties is. Ook zijn er voorwaarden in het beleidskader opgenomen om te zorgen voor een goede ruimtelijke inpassing. Zo moet de kleine windturbine in landschappelijk opzicht aansluiten op de bebouwing van het erf. Initiatieven voor zonnepanelen boven parkeerplaatsen zullen per plan worden getoetst aan het ruimtelijk beleid van de gemeente. Voor zowel kleine windturbines als zonnepanelen boven parkeerplaatsen vindt er een welstandelijke beoordeling plaats en wordt rekening gehouden met de beschermingsregimes van de provincie Noord-Holland op het gebied van landschap, natuur en erfgoed.
Vraag 38 Hoe worden lokale ondernemers betrokken bij de uitvoering van de MRA-Agenda Toerisme en het benutten van economische kansen?
Onderbouwing: Toerisme en ondernemerschap zijn verweven; ondernemers profiteren alleen als beleid echt op lokale economie gericht is.
Antwoord Zoals aangegeven biedt de MRA-agenda kaders en aanbevelingen, geen verplichtingen. Bij het opstellen van nieuw lokaal beleid wordt ondernemers gevraagd om deel te nemen aan sessies hiervoor, zoals ook vorig jaar gedaan is. Dit is ook onderdeel van het te actualiseren beleid Economie en toerisme. Vanwege de werkzaamheden regiodeal is deze actualisatie vertraagd, dit wordt op korte termijn opgepakt.
14
Openbaar domein WaterlandNatuurlijk Vraag 39 Pagina 18, Wat willen wij bereiken “Het zorgen voor een veilige openbare ruimte, dag en nacht voor iedereen” Wat gaat het college doen aan de slechte verlichting op straat en bij de wegen?
Wordt er actief gekeken naar slecht verlichte plekken/oversteekplaatsen?
Antwoord Binnen de uitvoering van de beheerplannen is dit een aandachtpunt. Ook op basis van meldingen kunnen wij aanpassingen doorvoeren in de openbare ruimte. Verder zal hier aandacht voor zijn in de uitwerking van motie 208-178 “versterken sociale veiligheid in Waterland”.
Vraag 40 Pagina 18, 2.1.1 Voorbeeldfunctie klimaatbewuste inrichting Voor wie of wat vindt het college het noodzakelijk om een voorbeeldfunctie te vervullen?
Antwoord Klimaatbewust inrichten is van belang om een wijk voor mens en dier leefbaar te houden. Zo zorgt groen voor verkoeling op hete dagen en mensen zoeken deze koele plekken ook op. De gemeente wil met voorbeelden bewoners inspireren de eigen tuin te vergroenen en klimaatadaptief te maken en daarmee de leefbaarheid te vergroten. Dit werkt ook de andere kant op, op verzoek van bewoners zijn locaties in de openbare ruimte door de gemeente ontsteend en vergroend.
Vraag 41 Pagina 18, 2.2.2 Bomen planten “11 voor 10 bosjes” Op hoeveel plekken zijn er al 11 bomen teruggeplant voor 10. Wat zijn de concrete resultaten hier?
Antwoord Sinds het ‘11 voor 10 beleid’ zijn er op 6 locaties meer bomen teruggeplant dan er zijn verwijderd (vanwege ziekte/storm), totaal zijn er 32 stuks gekapt en 82 stuks teruggeplant. Op sommige locaties was veel ruimte beschikbaar waardoor meer dan de 10% extra bomen (11 voor 10) konden worden geplant. Een voorbeeld: 4 gekapte populieren in de buurt van het strand bij Mirror op Hemmeland creëert ruimte voor 21 verschillende nieuwe bomen. Soms is er op de plek van de gekapte boom geen ruimte voor nieuwe aanplant (bijv. door de aanwezigheid van kabels en leidingen of een dichte groenstructuur waar een kleine boom niet kan ontwikkelen). Op de betreffende plek kunnen we dan geen 11 voor 10 hanteren, dit wordt gecompenseerd op de andere plekken.
We planten ook extra bomen op locaties waar voorheen weinig of geen bomen stonden, hier is dus niet gekapt dus voldoet op deze locatie niet aan de 11 voor 10. Deze aanplant komt het totaal aantal bomen en diversiteit van het bomenbestand binnen de gemeente ten goede. Op 15 locaties zijn extra bomen geplant (265 stuks). Voorbeelden: 150 m2 inheemse bosstrook Hemmeland t.b.v. vogels/insecten kleine zoogdieren en het speelveld in Watergang ontwikkeld samen met bewoners.
15
Vraag 42 Pagina 19, 2.2.7 Groenonderhoud Wanneer kan deze raad de geactualiseerde Groenvisie verwachten?
Antwoord
In december 2025.
Vraag 43 Pagina 19, 2.2.8 Verkeersproblematiek in de kernen Wanneer gaat het college over tot uitvoering van de afgesproken maatregelen voor Broek in Waterland, Uitdam en Ilpendam?
Antwoord De raad ontvangt hierover in oktober een raadsinformatiedocument met de gevraagde informatie.
Vraag 44 Pagina 19, 2.2 Afvalinzameling Wanneer kan deze raad een nieuw afvalbeleid verwachten?
Wat zijn in 2023, 2024 en 2025 de kosten van ophalen van het grofvuil?
Antwoord De verwachting is dat we uiterlijk eind 2025 – begin 2026 uw raad informeren over de aanpak die het college voor ogen staat.
Kosten voor het ophalen van grofvuil als volgt: 2023 - € 149.487 2024 - € 179.181 2025 - € 104.311 (stand werkelijke kosten tot 21-9-2025).
JOUW Waterland Inleiding Het openbaar domein in Waterland is breed: van mobiliteit en verkeer tot sportvoorzieningen, groenbeheer en duurzaamheid in de openbare ruimte. In de Jaarrekening 2024 waren de baten nog hoog (€ 11,5 mln), maar in de Begroting 2026 dalen die naar € 6,0 mln.
Tegelijkertijd blijven de lasten vrijwel stabiel rond de € 12–13 mln. De belangrijkste beleidsaccenten in 2026 zijn de uitvoering van het Mobiliteitsplan 2025–2028, de ontwikkeling van de nieuwe sporthal (met start vergunningstraject), en de implementatie van het nieuwe zaaksysteem voor dienstverlening. Deze opgaven zijn financieel en organisatorisch ingrijpend, en roepen vragen op over haalbaarheid en dekking.
16
Vraag 45 Hoe wordt de uitvoering van het Mobiliteitsplan 2025–2028 in 2026 concreet geborgd en gefinancierd?
Onderbouwing: Het plan bevat veel maatregelen voor verkeersveiligheid en bereikbaarheid. De baten dalen echter fors t.o.v. 2024, waardoor financiering onzeker lijkt.
Antwoord De raad ontvangt hierover in oktober een raadsinformatiedocument.
Vraag 46 Hoe wordt de balans gevonden tussen verkeersveiligheid, parkeerdruk en vergroening van de kernen?
Onderbouwing: Verschillende doelen kunnen botsen. Zonder duidelijke prioritering bestaat het risico dat projecten elkaar tegenwerken of stilvallen.
Antwoord Wij begrijpen deze vraag en realiseren ons dit ook. Dit zal echter per project goed moeten worden afgewogen, en daar stemmen de beleidsmedewerkers en beheerders de werkzaamheden met elkaar af.
Vraag 47 Hoe wordt geborgd dat de nieuwe sporthal betaalbaar en exploitabel blijft bij stijgende bouw- en energiekosten?
Onderbouwing: De sporthal gaat in 2026 de vergunningsfase in. Bouwkosten en exploitatielasten zijn sterk gestegen, waardoor een structureel tekort dreigt.
Antwoord Het aangevraagde krediet is in 2022 geraamd en in 2023 door uw raad vastgesteld. Bij het ramen van de bouwkosten in 2022 is reeds rekening gehouden met een indexatie van 15% tot en met 2025 voor prijsstijging bouw. Het krediet is in 2024 nogmaals met 7% geïndexeerd voor de jaren 2025 - 2026.
Hier is reeds een voorschot gedaan op stijgende bouwkosten. De toekomst laat zich natuurlijk niet voorspellen, maar de indexeringen zijn gedaan op basis van ervaringen en inschattingen van bouwkostenexperts, waardoor een zo realistisch mogelijk krediet wordt aangehouden. Hiermee is getracht dergelijke prijsontwikkelingen te ondervangen. Verder wordt voorafgaand aan het aanbesteden van de sporthal (dat is pas na het onherroepelijk zijn van de Omgevingsvergunning) door bouwkostenexperts een extra controle op de kostenraming gedaan. Dit zodat er een zo actueel mogelijk beeld is van de kosten voordat mogelijk een overeenkomst met een aannemer wordt aangegaan. Indien uit deze extra controle blijkt dat het krediet onverhoopt ontoereikend blijkt te zijn, wordt uw raad zo snel mogelijk geïnformeerd voorafgaand aan de aanbesteding en gevraagd te besluiten over die eventuele prijsontwikkeling.
Waar het gaat om energielasten voor de sporthal zelf: de nieuwe sporthal wordt energie-neutraal.
17
Vraag 48 Hoe wordt voorkomen dat investeringen in openbare ruimte en sportvoorzieningen leiden tot hogere structurele onderhoudslasten zonder dekking?
Onderbouwing: Nieuwe projecten (sporthal, vergroening) vragen structureel beheer. De begroting laat niet altijd zien hoe dit wordt afgedekt.
Antwoord In de basis wordt de voorziening Gebouwenbeheer periodiek via het Gebouwenbeheerplan geactualiseerd. Toevoeging of verwijdering van gebouwen (of andere ontwikkelingen die tot wijziging van de onderhoudslasten leiden) wordt meegenomen in deze actualisaties. Verder hebben nieuwe gebouwen aan het begin van hun levensduur meestal juist lagere onderhoudskosten in vergelijking met gebouwen op leeftijd. Na oplevering van de nieuwe sporthal worden sporthal ’t Spil en gymzaal Marijkehal gesloopt, waardoor de onderhoudslasten voor die objecten komen te vervallen. Tot slot worden bij het ontwerpen van de nieuwe sporthal zoveel mogelijk onderhoudsarme materialen toegepast.
Vraag 49 Hoe wordt de burgerparticipatie georganiseerd bij verkeers- en openbare ruimteprojecten?
Onderbouwing: Veel maatregelen raken direct bewoners (bijv. parkeerdruk, verkeersremmers).
Zonder participatie is er kans op weerstand en vertraging.
Antwoord Bij alle grote werkzaamheden wordt eerst een voorlopig ontwerp gemaakt. Hier vindt de afstemming plaats tussen de verschillende beleidsterreinen (zie ook zie antwoord 46). Het voorlopig ontwerp wordt gedeeld, veelal bij een informatieavond en krijgen de inwoners de mogelijkheid om hierop te reageren. Hiervoor wordt een vragenlijst opgesteld en deze wordt ook gedeeld op de website, per vraag wordt hier een reactie op gegeven. Wij realiseren ons dat we niet alle wensen kunnen verwerken, maar worden wel zoveel mogelijk verwerkt in het definitief ontwerp.
Binnen het opstellen van de verordening burgerparticipatie en het uitwerken van de werkwijze burgerparticipatie is ook de burgerparticipatie voor projecten een onderdeel.
Vraag 50 Hoe wordt de invoering van het zaaksysteem in 2026 benut om de dienstverlening en openbare domeinprojecten te verbeteren?
Onderbouwing: Het zaaksysteem wordt genoemd als speerpunt, maar succes hangt af van goede implementatie. Het risico bestaat dat het systeem extra werk oplevert in plaats van verlichting.
Antwoord Tijdens de implementatie van processen in het nieuwe zaaksysteem is continu aandacht voor de medewerkers. Processen worden in samenwerking met de medewerkers live gezet en de functioneel beheerders staan klaar om vragen te beantwoorden. Dit draagt eraan bij dat medewerkers goed weten hoe hun processen in elkaar zitten en de stappen efficiënt weten te doorlopen.
In 2026 wordt ingezet op verbetering van processen door onze medewerkers te trainen in procesmatig werken. Onderdeel is het doorlopen van het proces vanuit het perspectief van de 18
inwoner, ook wel de klantreis genoemd. In de klantreis wordt gekeken naar de beschikbare informatie van de inwoner en de volgorde van de te doorlopen stappen om een aanvraag te doen. Aan de hand van deze klantreizen worden onze processen constant verbeterd.
Vraag 51 Hoe wordt omgegaan met klimaatadaptatie en stijgende onderhoudskosten in de openbare ruimte op lange termijn?
Onderbouwing: De begroting richt zich vooral op concrete projecten tot 2028. Het is onduidelijk hoe structureel wordt ingespeeld op klimaateffecten (hittestress, wateroverlast) en oplopende beheerkosten.
Antwoord Binnen de beheerplannen die zijn vastgesteld en die nog worden aangeboden aan de raad wordt dit opgenomen. Zo worden er extra bomen gepland, wordt het riool hierop aangepast en wordt bij inrichten van openbare ruimte rekening gehouden met mogelijke wateroverlast.
Specifieke vragen sporters & verkeersdeelnemers Binnen het openbaar domein vallen zowel sportvoorzieningen als mobiliteit. In 2026 ligt de nadruk op de ontwikkeling van een nieuwe sporthal (met start vergunningstraject) en de uitvoering van het Mobiliteitsplan 2025–2028. De lasten zijn stabiel (ca. € 12–13 mln), maar de baten dalen fors (van € 11,5 mln in 2024 naar € 6,0 mln in 2026). Daarmee komt de structurele bekostiging van sport- en verkeersvoorzieningen onder druk te staan.
Vraag 52 Hoe wordt voorkomen dat investeringen in sportvoorzieningen leiden tot hogere structurele lasten zonder financiële dekking?
Onderbouwing: Nieuwe voorzieningen brengen onderhouds- en exploitatiekosten met zich mee.
Antwoord Alle beheerplannen worden aan de Raad aangeboden ter vaststelling, daar zal de afweging gemaakt moeten worden.
Vraag 53 Hoe wordt geborgd dat de nieuwe sporthal financieel haalbaar en exploitabel blijft bij stijgende bouw- en energiekosten?
Onderbouwing: Bouwkosten stijgen fors; structureel risico op exploitatietekort.
Antwoord Zie beantwoording vragen 47 en 48.
19
Vraag 54 Hoe wordt de uitvoering van het Mobiliteitsplan 2025–2028 in 2026 concreet vertaald naar projecten in de kernen?
Onderbouwing: Het plan bevat veel ambities (verkeersveiligheid, bereikbaarheid), maar uitvoering vraagt keuzes en prioritering.
Antwoord Binnen het uitvoeringsplan zijn de projecten per kern gedefinieerd. Overigens wordt de vormgeving van de projecten beinvloedt door de noodzakelijke subsidieaanvragen.
Vraag 55 Hoe wordt de financiering van verkeers- en mobiliteitsprojecten structureel geborgd nu de baten in 2026 fors lager zijn dan in 2024?
Onderbouwing: Minder subsidies en heffingen maken uitvoering kwetsbaar.
Antwoord Zie antwoord vraag 45. Het klopt dat dit een onzekerheid met zich meebrengt.
Sociaal domein WaterlandNatuurlijk Vraag 56 Pagina 22, 3.3 Wat wordt concreet bedoeld met de uitspraak “Waterlanders voelen zich gehoord door de gemeente in het sociaal domein”?
Antwoord Onze inwoners weten zelf vaak heel goed wat er nodig is in de wijk/buurt of in hun eigen gezin. Wij willen deze kennis benutten om zo effectieve ondersteuning te bieden daar waar het nodig is.
Onderzoek heeft aangetoond dat de belangrijkste voorspeller van effectieve hulp de mate is waarin de hulpvrager zélf denkt dat de hulp zal helpen (de inwoner zich gehoord voelt). Met andere woorden; het vertrouwen van iemand heeft in de geboden hulp of ondersteuning bepaalt in grote mate de effectiviteit van deze hulp of ondersteuning. Dit doen wij op individueel niveau door onze gesprekken die de consulenten met de inwoners voeren. Op gemeentelijk niveau gebruiken wij het Cliëntervaringsonderzoek bij Jeugd en Wmo om te leren van de feedback die wij krijgen van onze inwoners.
JOUW Waterland Aanleiding/toelichting:
Het sociaal domein vormt de grootste kostenpost van de gemeente Waterland. In 2024 bedroegen de lasten ruim € 25 mln, met een incidentele bate van € 8,8 mln (voornamelijk Rijksbijdragen opvang Oekraïne). In de Begroting 2025 liepen de lasten verder op tot ruim € 27 mln, terwijl de baten juist afnamen. Voor 2026 is een bezuinigingstaakstelling van -€450.000 op de Wmo opgenomen, terwijl de kosten door vergrijzing en hoge zorgvraag blijven stijgen. Daarnaast vraagt de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd, de preventieopgaven uit IZA en GALA, en de opvang en integratie van
20
statushouders veel van de beperkte uitvoeringscapaciteit. Dit alles maakt het sociaal domein zowel financieel als beleidsmatig een risicogebied.
Vraag 57 Hoe realistisch is de taakstelling van -€450.000 op de Wmo zonder dat dit leidt tot verslechtering van de zorgkwaliteit?
Onderbouwing: De Wmo is een wettelijke taak en de vraag stijgt structureel. Bezuinigen kan leiden tot rechtszaken of maatschappelijk ongenoegen.
Antwoord Bij de bezuinigingstaakstelling is aangegeven dat er binnen het hele Sociale Domein gekeken wordt naar bezuiniging en beheersing, niet alleen bij Wmo. Bij de ‘knoppenavonden’ is naar voren gebracht dat bezuinigen op het Sociale Domein om ingrijpende keuzes vraagt die leiden tot een verschraald aanbod van voorzieningen. Daarom stelt het college voor om te kiezen voor scenario A, waarin een deel van de taakstelling wordt teruggedraaid.
Vraag 58 Hoe worden de doelen uit de Hervormingsagenda Jeugd lokaal vertaald naar uitvoerbare maatregelen in 2026?
Onderbouwing: De agenda vraagt om minder zware jeugdzorg en meer preventie, maar de begroting 2026 bevat vooral financiële taakstellingen en weinig concrete uitvoeringsstappen.
Antwoord De Hervormingsagenda Jeugd en andere grote, landelijke ontwikkelingen zoals het Aanvullend Zorgen WelzijnsAkkoord (AZWA, vervolg op IZA) en het Toekomstscenario Jeugd en Gezin zijn grote landelijke agenda’s met opdrachten voor het rijk zelf (bijvoorbeeld wetswijziging Reikwijdte Jeugdwet) regionale opdrachten (bijvoorbeeld verplichte GR voor inkoop Jeugd, regionale Woonzorgvisie), voor de ketenpartners (bijvoorbeeld beter/anders opleiden personeel en ontwikkelen digitale hulpmiddelen) EN voor gemeenten. De voorbeelden die hier genoemd worden, zijn maar een paar van de hoeveelheid opdrachten die er in de komende jaren voor moeten zorgen dat we de zorg en het sociaal domein beter kunnen verbinden en veranderen.
In al deze Agenda’s zien we het nut, de noodzaak en de verplichting terugkomen om een stevig lokaal team te ontwikkelen als herkenbaar aanspreekpunt voor inwoners (volwassen en jeugd) en voor partners waar zij mee samenwerken: naast die uit het zorgdomein gaat het onder andere ook om partners uit de sociale basis, rondom bestaanszekerheid, welzijns- en jongerenwerk, jeugdhulp, veiligheid, de publieke gezondheid (jeugdgezondheidszorg (JGZ), de openbare geestelijke gezondheidszorg (oggz), gezondheidsbevordering), kinderopvang, onderwijs en sport.
Dit betreft grote veranderingen in de samenwerking met partners en in de manier van werken binnen de afdeling Samenleving zelf. Deze veranderingen zijn niet zomaar doorgevoerd en zullen in nauwe afstemming met onze uitvoerende diensten (zoals consulenten) en maatschappelijke partners ingevoerd moeten worden. Hoe dit proces eruit gaat zien, wordt gepresenteerd in het Uitvoeringsplan Stevig Lokaal Team (Q1 2026).
21
Vraag 59 Hoe wordt voorkomen dat preventieve maatregelen (IZA, GALA, bestaanszekerheid) wegvallen door financiële druk?
Onderbouwing: Preventie kan kosten besparen op lange termijn, maar levert geen direct financieel voordeel op. Er is risico dat deze maatregelen onder druk komen te staan bij tekorten.
Antwoord Dat is een groot risico dat we vooral willen voorkomen. Door bij het voorleggen van keuzes aan college en Raad de lange termijnontwikkelingen goed uit te leggen, zodat er gefundeerde keuzes gemaakt kunnen worden. Daarnaast houden we de ontwikkelingen binnen het AZWA nauwlettend in de gaten om te zorgen dat we gebruik kunnen (blijven) maken van (regionale) middelen die van het GALA/IZA naar het AZWA worden overgeheveld voor preventieve maatregelen.
Vraag 60 Hoe wordt de opvang van Oekraïense vluchtelingen en de integratie van statushouders duurzaam georganiseerd als rijksbijdragen dalen?
Onderbouwing: In 2024 en 2025 kwamen incidentele rijksbijdragen (€ 8,8 mln en € 5,1 mln), maar in 2026 vallen die grotendeels weg. Zonder structurele dekking ontstaat een gat.
Antwoord Voor de opvang van Oekraïense ontheemden ontvangen wij een normbedrag per beschikbaar bed per nacht. Dit normbedrag daalt jaarlijks. Op dit moment is de vergoeding op basis van het normbedrag hoger dan de kosten en houden wij een groot bedrag over. Als blijkt dat de kosten hoger lijken te worden dan de baten, dan bekijken wij waar besparingen mogelijk zijn zonder de kwaliteit van onze opvanglocaties te verlagen.
Voor de inburgering van statushouders, die in Waterland gehuisvest zijn, ontvangen wij een SPUK (specifieke uitkering) gebaseerd op het aantal inburgeraars in onze gemeente. Deze SPUK blijft bestaan, dus voor de begeleiding van gehuisveste statushouders ontstaat geen gat.
Vraag 61 Hoe worden regionale afspraken over zorginkoop benut om daadwerkelijk kosten te besparen en niet slechts door te schuiven?
Onderbouwing: De gemeente koopt grotendeels regionaal in. Als dit niet tot scherpere tarieven leidt, blijft de gemeente met hoge structurele kosten zitten.
Antwoord De regionale inkoop zorgt voor een gunstigere prijs onder andere doordat niet iedere gemeente individueel het inkoopproces hoeft te doorlopen (minder ambtelijke capaciteit), de betrokken partners maar rekening hoeven te houden met 1 manier van verantwoording (lagere administratielast) en de contractgesprekken en evaluaties ook niet bij iedere gemeente afzonderlijk hoeven te worden uitgevoerd (minder ambtelijke capaciteit en werk door specialisten). Voor een kleine gemeente als Waterland betekent het ook dat zij niet beperkt wordt door een relatief kleine afname van zorg waardoor het voor sommige organisaties niet of minder aantrekkelijk is om zorg te leveren.
Daarnaast zal door de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg een verplichting komen om 22
specialistische jeugdzorg regionaal in te kopen. De wet is in april 2025 aangenomen. Verwachte ingangsdatum begin 2026.
Samengevat: soms levert het scherpere tarieven op, soms is het nodig om überhaupt zorg te kunnen leveren.
Vraag 62 Hoe wordt geborgd dat inwoners met schulden of in armoede toegang houden tot voorzieningen ondanks herziening minimaregelingen?
Onderbouwing: De begroting 2026 noemt onderzoek naar effectiviteit minimaregelingen. Dit mag er niet toe leiden dat kwetsbare huishoudens buiten de boot vallen.
Antwoord In november ligt de nota financiële bestaanszekerheid en schuldhulpverlening voor. Hierin benoemen wij technische maatregelen waarmee we juist een vergroting van de toegankelijkheid van de regelingen en voorzieningen beogen te bereiken, zoals het inzetten op communicatie en het versimpelen van de formulieren. Om de schuldhulpverlening te versterken hebben wij in 2025 de uitvoering van de vroegsignalering hervormd, om nog meer inwoners te kunnen bereiken.
Vraag 63 Hoe wordt de beperkte capaciteit van de ambtelijke organisatie ingezet om tegelijk Wmohervormingen, jeugdzorgveranderingen en preventiebeleid uit te voeren?
Onderbouwing: De complexiteit van het sociaal domein is groot, terwijl de gemeente Waterland een kleine organisatie heeft. Het risico is dat er keuzes moeten worden gemaakt die ten koste gaan van beleidsterreinen.
Antwoord Zie ook antwoord vraag 58.
De gevraagde veranderingen zijn niet te realiseren met de huidige ambtelijke capaciteit zonder (wettelijke) taken te laten liggen of in te boeten op kwaliteit en dienstverlening. Om deze reden is er dan ook incidenteel voor 2026 (100k) en 2027 (150k) gevraagd voor de Hervormingsagenda jeugd onder meer om voor tijdelijke capaciteitsuitbreiding te zorgen. Dit om te voorkomen dat er keuzes gemaakt moeten worden op de huidige uitvoering van de (wettelijke) beleidsterreinen als Wmo en Jeugd.
Daarnaast proberen we de ambtelijke capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten, door te kijken welke opdrachten in de verschillende veranderagenda's op elkaar aansluiten. Het ontwikkelen van een stevig lokaal team is bijvoorbeeld zo'n domein overstijgende opdracht. Daar zetten we eerst op in.
En we doen het niet alleen. We staan als regio voor dezelfde opdrachten. We proberen de ambtelijke capaciteit in de regio ook efficiënt in te zetten. We werken vaak onderwerpen in kleine werkgroepen van drie of vier mensen voor in plaats van met vertegenwoordigers van alle gemeenten. Discussie over en besluitvorming over onderwerpen vindt natuurlijk wel met vertegenwoordigers van alle gemeenten plaats.
23
Specifieke vragen jeugd en gezinnen Uitgaven: vooral via het sociaal domein (jeugdzorg, onderwijs, kinderopvang). In 2024 lasten ca. € 25 mln, oplopend naar € 26,8 mln in 2026 Beleidsdoelen: Hervormingsagenda Jeugd (meer preventie, minder zware zorg), versterking samenwerking onderwijs/kinderopvang, vroegsignalering van schulden.
Trend: kosten stijgen structureel, baten dalen. Grote druk op realisatie bezuiniging Wmo/Jeugd (€450k).
Vraag 64 Hoe verklaren we de stijging van de lasten voor Jeugd van ca. € 25,2 mln in 2024 naar € 26,8 mln in 2026, terwijl de baten dalen?
Onderbouwing: structurele groei kosten tegenover krimpende rijksbijdragen.
Antwoord Wij kunnen de bedragen niet plaatsen. Het saldo van het hele sociaal domein komt in de meerjarenbegroting steeds op een bedrag van ruim 18 miljoen uit.
Daarnaast heeft het rijk de korting op de rijksbijdrage voor jeugdzorg met een aantal jaar uitgesteld.
En de gemeenten in het gelijk gesteld dat ze te weinig hebben ontvangen voor Jeugdzorg in 2023 en 2024. Bij de meicirculaire is uw Raad geïnformeerd over de uitkomsten van de Commissie Van Ark (416-45). Voor 2026 ontvangen wij 6 ton extra voor jeugdzorg. Bij de september-circulaire wordt de verrekening van 2023 en 2024 verwacht, de bedragen zijn nog niet bekend bij de beantwoording van deze vragen.
Vraag 65 Hoe realistisch is de inschatting dat de Hervormingsagenda Jeugd kostenbesparingen gaat opleveren?
Onderbouwing: eerdere hervormingsagenda’s leverden vaak geen directe financiële winst.
Antwoord Het eerste rapport naar aanleiding van de Hervormingsagenda Jeugd (Groeipijn; commissie Van Ark) leert ons dat de doelen in de Hervormingsagenda ambitieus zijn en dat een aantal aangenomen besparingsmaatregelen (zoals het inperken van reikwijdte van de jeugdwet) niet aannemelijke besparingen opleveren. Het leert ons ook dat er wel degelijk invloed uit te oefenen is voor gemeenten door inzet van de lokale teams. Zij zijn, zoals de commissie van Ark stelt: het hart van de verandering.
Hiervoor zal er vanuit het Sociaal Domein ingezet worden op een Stevig Lokaal Team dat voldoet aan de wettelijke eisen en recht doet aan onze inwoners. Integraal, dichtbij en met mandaat. Hoe dit proces eruit gaat zien, kunt u in het Uitvoeringsplan Stevig Lokaal Team lezen in Q1 2026.
24
Vraag 66 Hoe is de taakstelling op de Wmo (-€450.000) afgestemd met de jeugdkosten die ook stijgen?
Onderbouwing: overlap tussen Wmo en Jeugd kan dubbel drukken op gezinnen.
Antwoord De afdeling Samenleving heeft de opdracht om € 450.000 aan bezuinigingen te zoeken breed opgevat en gekeken naar alle mogelijkheden binnen het Sociaal Domein als geheel. Het brede onderzoek met de wettelijke verplichtingen en mogelijkheden om te bezuinigen zijn aan de raad gepresenteerd op de klankbordavond in maart 2025, schriftelijk aangevuld met de Hand-out n.a.v. klankbordavond Sociaal Domein_mrt 2025.
De hand-out met alle informatie is bij de stukken van de Voorjaarsnota openbaar geworden (Zie raadsvergadering 10 juli 2025, stukken Voorjaarsnota onder boven vermelde naam).
Zie ook het antwoord bij vraag 57.
Vraag 67 Welke kosten zitten verstopt in regionale samenwerkingsverbanden Jeugd die lokaal niet zichtbaar zijn?
Onderbouwing: regionale inkoop maakt transparantie lastig.
Antwoord Er is één regionaal samenwerkingsverband, de Gemeenschappelijke Regeling Zonder Meer, opnieuw afgesloten in december 2024 (106-425 t/m 432). Onder deze GR hangen twee dienstverleningsovereenkomsten voor de regionale beleidsvoorbereiding en uitvoering, de inkoop en het contractmanagement van maatwerkproducten Jeugdhulp en Wmo. Bij het afsluiten van de dienstverleningsovereenkomsten zijn afspraken gemaakt over de uit te voeren taken en de daarbij horende kosten. De kosten betreffen grotendeels de mensen die voor de hele regio werken.
Vraag 68 Wat zijn de financiële gevolgen als de instroom in de jeugdzorg verder stijgt?
Onderbouwing: volumegroei is de grootste kostenopdrijver.
Antwoord Het is een landelijke trend dat de vraag naar jeugdzorg niet alleen stijgt, maar ook dat er langer hulp wordt geboden. Gemeente Waterland ligt op dit moment qua jeugdzorggebruik onder het landelijke gemiddelde (12% in 2024 t.o.v. 13,7%). Door een goed aanbod van preventieve, vrij toegankelijke hulp (zoals jongerenwerk, schoolmaatschappelijk werk en buurtgezinnen) en goede vraagverheldering vanuit het Lokale team Jeugd proberen wij inzet van specialistische jeugdhulp te voorkomen. Door intensieve regie vanuit het Lokale team Jeugd proberen wij de hulp zo snel als mogelijk weer af te bouwen. Het doel hierbij is onze inwoners te ondersteunen waar nodig: zo licht en dichtbij als mogelijk en zo zwaar als noodzakelijk is.
25
Er wordt zo realistisch mogelijk begroot, rekening houdend met risico’s (zie weerstandsparagraaf), maar autonome ontwikkelingen als instroom laten zich moeilijk voorspellen. Zoals hierboven beschreven staat, doen we ons uiterste best de instroom (en kosten) te beheersen waar mogelijk.
Vraag 69 Hoe worden opbrengsten uit preventieprojecten financieel zichtbaar gemaakt in de begroting?
Onderbouwing: zonder meetbare baten worden preventie-uitgaven als ‘lasten’ gezien.
Antwoord Resultaten van preventie kunnen eigenlijk alleen kwalitatief worden uitgedrukt of door een minder harde stijging van kosten bij sociale (maat)voorzieningen.
Vraag 70 Hoe verhoudt het budget voor Jeugd zich tot omliggende gemeenten (benchmark)?
Onderbouwing: inzicht nodig of Waterland relatief meer of minder uitgeeft.
Antwoord In de begroting 2025 hebben wij een benchmark opgenomen waarin we Waterland met cijfers van 2021 en 2024 hebben vergeleken met gemeenten van gelijke grootte, met de regiogemeenten en met Nederland. Waterland heeft de laagste lasten voor Wmo en Jeugdzorg ten opzichte van alle groepen (Begroting 2025 blz. 24 en 25).
D66 Vraag 71 De tekorten in het sociaal domein lopen hard op. In het jaar 2024: 11.590 en in 2025: 15.619 en in 2026 wordt een tekort begroot van 18.134. Deze stijging is voornamelijk terug te vinden in de sociale voorzieningen. Wilt u per post van € 100k aangeven hoe de kosten in het sociaal domein zijn opgebouwd? In welke posten de stijging zitten en wilt u deze stijgingen onderbouwen met alle relevante informatie, waardoor het mogelijk wordt de oorzaken van de stijging te kunnen begrijpen?
Antwoord In de vraag hierboven wordt het saldo tussen de baten en de lasten ten onrechte “tekort” genoemd.
In de begrotingen worden bij baten alleen de extra inkomsten genoemd die anders dan via het gemeentefonds binnenkomen. Zoals subsidies en specifieke uitkeringen. Het grootste deel van de inkomsten voor het Sociaal Domein komen via het gemeentefonds. Het gemeentefonds stijgt mee met de kosten. De uitsplitsing vindt u op pagina 26 en verder.
26
Bestuur, algemene dekkingsmiddelen en overhead WaterlandNatuurlijk Vraag 72 Pagina 28, 4.1.1 Wat wordt concreet bedoeld met een “Leerecosysteem”?
Antwoord Een leerecosysteem is een goed samenwerkend netwerk van mensen, middelen, technologie en afspraken. Het zorgt ervoor dat leren op de werkvloer steeds doorgaat. Zo wordt leren niet alleen iets wat je doet tijdens trainingen, maar ook iets wat vanzelf gebeurt tijdens het dagelijkse werk.
Vraag 73 Pagina 29, 4.2.1 Wervingscampagne Gaat de gemeente deze complexe wervingscampagnes zelf ontwikkelen en uitvoeren, of worden hiervoor externe partijen ingezet?
Antwoord De intentie is om de content voor de campagnes zelf te ontwikkelen. Onze recruiter kan gerichte wervingscampagnes uitvoeren. Door de implementatie van het ATS (werving- en selectiesysteem) is ons bereik ook groter geworden. Indien onze eigen inzet (toch) niet toereikend is wordt gekeken naar samenwerking met een specialistische partij die gerichte campagnes kunnen opzetten.
Hoeveel vacatures staan er open? Is dat door de hele organisatie of specifiek bij een team?
Antwoord Een aantal vacatures is variabel. Op het moment van het schrijven van dit antwoord is het aantal vacatures dat openstaan zes. De actuele vacatures zijn hier gepubliceerd: Gemeente Waterland Jobs.
De vacatures die moeilijk invulbaar zijn, zitten veelal op het gebied van civiele techniek en ruimtelijke ordening.
Vraag 74 Pagina 29, 4.3.2 Burgerparticipatie Wanneer kan de raad de al 3 jaar onderweg zijnde geactualiseerde verordening burgerparticipatie verwachten?
Wat wordt concreet bedoeld met “een integrale aanpak, passend bij onze bewoners en organisatie”?
En wie bepaalt hier wat dan “passend” is?
Antwoord In Q1 2026 worden de uitgangspunten voor de participatieverordening met de raad besproken.
Daarna wordt de participatieverordening ter vaststelling in de raad ingebracht.
De aanpak, die aansluit op de bestaande projectmatige werkwijze, zorgt voor borging, structuur en zichtbaarheid van burgerparticipatie binnen en buiten de organisatie. De onderdelen van de integrale aanpak voor burgerparticipatie zijn toegelicht in het projectplan Burgerparticipatie welke terug te vinden is onder raadsnummer 170-161. 27
De integrale aanpak wordt gebaseerd op input van inwoners, het college, de gemeenteraad, medewerkers van gemeente Waterland en de dorpsraden.
Vraag 75 Pagina 29, 4.4.1 Kostenbeheersing Nu is er geen oorzakelijk verband tussen subsidies en beleid.
Waar in deze begroting vinden we de uitvoering van de adviezen uit ons accountantsrapport, waarbij in het kader van kostenbeheersing wordt gesteld dat er beleid ontwikkeld moet worden, op basis waarvan subsidies worden uitgedeeld. Achteraf kan dan bepaald worden of belastinggeld goed terecht is gekomen?
Antwoord Wij hebben een subsidieverordening en voor het sociaal domein hebben wij verschillende uitvoeringsregelingen, waarin de voorwaarden zijn vastgelegd.
Vraag 76 Pagina 30, 4.6.2 Kortere responstijden Kan de raad in de nabije toekomst rapportages verwachten over aantallen en afhandeling van alle klantcontacten? En zo ja, wanneer?
Antwoord Ja. Het streven is om deze informatie uiterlijk vanaf Q3 2026 te delen met de raad.
Vraag 77 Pagina 30, 4.7.1 Website Wordt de website de enige vorm van communicatie of gaat u actief uw burgers meer informeren via social media en bijvoorbeeld kranten en tijdschriften?
Antwoord Wij informeren onze inwoners op verschillende manieren, digitaal via onze website, Facebook, Instagram, LinkedIn. Offline doen we dat via onze wekelijkse gemeentepagina in Nieuwsblad Waterland, via artikelen in ondernemersblad Zaaq, posters en folders en samenwerkingen met onze partners ( bijv. Welzijnwonenplus) Ook is er een online nieuwsbrief voor inwoners in ontwikkeling.
Vraag 78 Pagina 31, 4.7.3 Externe oriëntatie versterken Wat wordt concreet bedoeld met “de externe oriëntatie versterken” en wanneer kan de raad de “Verordening Burgerparticipatie” verwachten?
Antwoord We willen binnen goed op de hoogte zijn van wat er buiten speelt. We halen nieuws op uit onze samenleving (landelijk, lokaal en regionaal) en maken de organisatie hiervan bewust. In Q1 2026 worden de uitgangspunten voor de participatieverordening met de raad besproken. Daarna wordt de participatieverordening ter vaststelling in de raad ingebracht
28
Vraag 79 Pagina 33, Wat mag het kosten?
Hoe worden de €916.000,- aan “baten economische promotie” berekend, waar bestaat dit uit?
Antwoord De “baten van economische promotie” worden als volgt berekend: Wanneer er geen grote afwijkingen zijn tussen de begroting en de gerealiseerde baten, worden de baten uit de begroting van het vorige jaar overgenomen in de nieuwe begroting. Wel wordt er een indexering voor belastingen, leges en inflatie op toegepast.
De “baten economische promotie” bestaan uit:
Forensenbelasting 36 Nachttoeristenbelasting 802 Watertoeristenbelasting 78 _____ Totaal 916
Vraag 80 Pagina 34, Wat willen wij bereiken?
Waaruit blijkt concreet volgens u dat “onze medewerkers, ondernemers en inwoners steeds meer verantwoordelijkheid nemen”? Verantwoordelijkheid voor wat trouwens?
Antwoord Bedoeld wordt dat bij het ondersteunen door de gemeentelijke organisatie van inwoners en ondernemers we niet zomaar het werkproces aflopen, maar waar mogelijk en gewenst samen met de inwoner of ondernemer kijken hoe een verzoek het beste kunnen behandelen. En andersom nemen inwoners en ondernemers steeds meer de verantwoordelijkheid om een vraag of verzoek niet te zien als iets dat men zonder omkijken bij de gemeente neerlegt, maar dat inwoner/ondernemer en gemeente er samen voor zorgen dat het indienen en afhandelen van een verzoek soepel loopt.
Vraag 81 Pagina 34 6.2 Verbonden partijen Waar kunnen wij vinden hoe deze gemeente “effectief en efficiënt regie voert over de verbonden partijen”?
Antwoord In de nota Verbonden partijen gemeente Waterland 2024 wordt een nadere invulling gegeven aan deze aspecten en aan de kaderstellende en controlerende rollen van de gemeente in hun relatie met de verbonden partij.
29
JOUW Waterland Inleiding Het domein Bestuur & Overhead omvat de gemeentelijke organisatie, personeelsbeleid, ICT, digitalisering en algemene bestuurslasten. In de Jaarrekening 2024 waren er nog incidentele baten van ca. € 2,4 mln (o.a. reserves), maar in de Begroting 2026 vallen die volledig weg, terwijl de lasten stabiel rond de € 9,2 mln liggen.
De begroting zet in 2026 sterk in op structurele borging van tijdelijke versterkingen: Strategisch Personeelsplan, invoering van het nieuwe zaaksysteem, en het voldoen aan de Europese NIS2-richtlijn voor cyberveiligheid. Voor een kleine organisatie als Waterland zijn dit forse opgaven, die zowel beleidsmatig als financieel risico’s met zich meebrengen.
Vraag 82 Hoe wordt het Strategisch Personeelsplan structureel geborgd nadat de tijdelijke bestemmingsreserve uitgeput is?
Onderbouwing: In 2025 en 2026 wordt personeelsuitbreiding grotendeels incidenteel gedekt. Zonder structurele financiering dreigt capaciteitstekort op langere termijn.
Antwoord Binnen het Strategisch Personeelsplan wordt geen personeelsinzet gefinancierd. In 2025 en 2026 wordt personeelsuitbreiding incidenteel gevraagd omdat er voor deze specifieke gevallen nog niet bekend is of en hoeveel structureel nodig is. Ons doel is een goede balans te realiseren tussen (politieke) ambities, beschikbare middelen en de benodigde expertise. Als er een capaciteitstekort dreigt en hiervoor structurele extra financiering nodig zou zijn, dan leggen we dit aan u voor ter besluitvorming.
Vraag 83 Hoe wordt de kwetsbaarheid van de kleine organisatie verminderd bij uitval van sleutelmedewerkers?
Onderbouwing: Waterland kent een beperkte bezetting. Bij ziekte of vertrek kan cruciale kennis wegvallen, wat uitvoering van de begroting in gevaar brengt.
Antwoord In 2026 gaan we specifiek kijken naar deze kwetsbaarheid en hoe we kunnen anticiperen op mogelijke knelpunten en tijdig actie ondernemen. Dat vraagt om een gericht aanpak en is afhankelijk van de specifieke situatie. Maatregelen die we nu al inzetten of gaan inzetten is het inzetten van medewerkers op meerdere velden van expertise, de implementatie van het zaaksysteem (alle informatie van een zaak/dossier inclusief communicatie met één aanvrager/inwoners zijn hier vastgelegd) en het inzetten van de dakpanconstructie zoals toegelicht op pagina 64 van de Begroting.
30
Vraag 84 Hoe wordt geborgd dat de implementatie van het nieuwe zaaksysteem in 2026 leidt tot betere dienstverlening en niet tot hogere werkdruk?
Onderbouwing: Digitalisering is een kans, maar mislukte implementatie kan leiden tot extra werk, frustratie en ontevredenheid bij inwoners.
Antwoord Zie antwoord vraag 50.
Vraag 85 Hoe wordt de verplichting uit de NIS2-richtlijn voor cyberbeveiliging in 2026 financieel en organisatorisch ingevuld?
Onderbouwing: Cyberveiligheid is een groeiend risico. De begroting noemt dit wel, maar onduidelijk is of voldoende structurele middelen en expertise beschikbaar zijn.
Antwoord De gemeente hanteert een getrapte aanpak om te voldoen aan de NIS2-richtlijn, die in Nederland wordt omgezet in de Cyberbeveiligingswet (verwachte inwerkingtreding 2026). In 2025 ligt de focus op het op orde brengen van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid versie 2 (BIO2) normen, het implementeren van de digitale moderne werkplek en het uitvoeren van een gap-analyse, waarbij de zogenoemde quick wins direct worden doorgevoerd. Voor 2026 richten we ons op structurele borging doormiddel van een werkend Information Security Management Systeem (ISMS) op basis van de BIO2/ISO 27001. Na afronding van het project de digitale moderne werkplek en de gap-analyse komt er duidelijk naar voren of er op dit moment binnen de organisatie genoeg middelen en expertise zijn.
Wanneer dit niet geval is zal de organisatie duidelijk en begrijpelijk moeten uitleggen waar de knelpunten zitten en wat er voor nodig is om deze op te lossen. Dit totaalpakket zal worden voorgelegd aan u, de raad.
Vraag 86 Hoe wordt de externe inhuur beheerst en beperkt in een krappe arbeidsmarkt?
Onderbouwing: Hoge afhankelijkheid van dure externe krachten vergroot de structurele kwetsbaarheid en zet de begroting onder druk.
Antwoord Externe inhuur wordt vooral ingezet voor projecten en tijdelijke invulling bij vacatures, verzuim of zwangerschap- en ouderschapsverlof. Voor projectleiding wordt eerst onderzocht of een project door een vaste medewerker geleid kan worden. Door inzetten op externe kracht voor reguliere werkzaamheden, kan deze vaste medewerker een project leiden. Hiermee behouden we de kennis voor projecten binnen de organisatie. Voor het beperken van inhuur bij vacatures is het belangrijk dat deze vacatures zo snel mogelijk worden ingevuld. Door het inzetten van een recruiter, een recruitmentsysteem en een werkenbij-pagina kunnen we de doorlooptijd van vacatures verkorten. Zie ook antwoord op vraag 83.
31
Vraag 87 Hoe wordt de financiële stabiliteit na 2026 geborgd, nu incidentele baten (zoals Galgeriet en reserves) wegvallen?
Onderbouwing: Het totaalresultaat is in 2026 nog positief, maar zonder incidentele posten ontstaat een structureel gat. Dit raakt direct de bestuurlijke keuzes.
Antwoord Na 2026 vallen incidentele baten zoals de winstneming Galgeriet en onttrekkingen aan reserves grotendeels weg. De begroting is hierop voorbereid door structurele lasten zo veel mogelijk af te stemmen op structurele baten. Daarmee blijft de financiële positie stabiel, al vraagt dit blijvende aandacht bij nieuwe investeringen en beleidskeuzes.
Vraag 88 Hoe wordt de cultuurverandering richting procesmatig werken en externe oriëntatie ondersteund binnen de organisatie?
Onderbouwing: In de begroting staat dat de organisatie meer procesmatig en extern gericht moet werken. Zonder actief verandermanagement dreigt dit papieren beleid te blijven.
Antwoord Zie antwoord vraag 50.
D66 Vraag 89 Op pagina 31 staat dat de Apparaatskosten vanaf 2023 tot en met 2026 per inwoner maar liefst 25% zijn gestegen. Kunt u uitleggen wat u met apparaatskosten bedoeld? Kunt u een uitgebreid en gedetailleerd overzicht opmaken waaruit blijkt hoe deze kosten zijn opgebouwd en waar de oorzaken liggen van deze stijging?
Antwoord De apparaatskosten worden berekend door de kosten van Overhead, salariskosten, kapitaallasten en ICT kosten te delen door het aantal inwoners per 1 juli van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. De kosten van alle onderdelen zijn gestegen met de inflatie. De salariskosten zijn gestegen doordat er in de loop van de jaren een personeelsuitbreiding heeft plaatsgevonden. Extra investeringen hebben geresulteerd in hogere afschrijvingslasten en de ontwikkelingen in de ICT gaan snel en hebben geresulteerd in hogere kosten.
32
Vraag 90 Op pagina 32 staat dat het een wettelijke verplichting is om een rente van 25% te halen. En dit ook het doel is. Kunt u laten zien in wettelijke bepalingen dit staat? Kunt u uitleggen op welke wijze deze 25% rente wordt berekend en hoe deze rente in 2026 uitpakt?
Antwoord De wettelijke verplichting (en het doel) is een renteresultaat van maximaal 25%. Het renteresultaat mag maximaal 25% zijn. Deze wettelijke verplichting staat beschreven in de Notitie rente 2023 van de Commissie BBV onder stellige uitspraak C.
De berekening van dit renteresultaat voor 2026 vindt u in paragraaf D Financiering onder Renteresultaat. Dit resultaat komt uit op 21%.
Paragraaf A Lokale Heffingen WaterlandNatuurlijk Vraag 91 Pagina 45, Kostendekkendheid Wanneer verwacht het college dat de Haven-, Kade- en liggelden én de leges Europese Dienstenrichtlijn kostendekkend zullen zijn? (nu 56,61% en 43,80%) Antwoord Wij hebben niet de verwachting dat de haven 100% kostendekkend gaat worden, mits we de haven/kade liggelden extreem gaan verhogen.
D66 Vraag 92 Op pagina 41 staat dat “een sluitende meerjaren begroting uitgangspunt is bij de gemeentelijke belastingen”. Kunt u uitleggen hoe deze doelstelling zich verhoudt tot het onttrekken van middelen uit de reserves om de begroting sluitend te krijgen? Kunt u de denkwijze achter deze feiten aan ons uitleggen?
Antwoord De tekst op blz. 41 luidt: We houden vast aan een sluitende meerjarenbegroting en het uitgangspunt dat de gemeentelijke belastingen met niet meer dan de inflatiecorrectie zullen worden verhoogd.
Hiermee wordt bedoeld dat het uitgangspunt is een sluitende begroting en daarnaast dat de gemeentelijke belasting niet meer stijgt dan de inflatiecorrectie. Er is voor gekozen de incidentele lasten gedeeltelijk te onttrekken uit- of toe te voegen aan de reserves. Onderstaande overzicht geeft een weergave van de algemene reserve.
33
Vraag 93 Op dezelfde pagina staat de 5,8% prijsstijging wordt toegepast. Is dit op alle baten en laten? Zo nee, op welke baten en lasten wel en op welke baten en lasten niet?
Antwoord Het stijgingspercentage betreft de belastingopbrengsten. Dit percentage is niet toegepast (gezien onze keuze van variant A) op de OZB woningen en niet volledig op de OZB niet woningen. Om afval en riool kostendekkend te maken zijn deze kosten meer verhoogd dan de genoemde 5,8%. De andere heffingen zijn verhoogd met de genoemde 5,8%.
Vraag 94 Pagina 46 waarom zijn in deze grafieken het jaar 2026 en volgende niet meegenomen?
Kan dit alsnog gebeuren?
Antwoord De grafieken zijn gemaakt o.b.v. de tabel erboven (pagina 45). De tarieven voor 2026 worden in december door uw raad vastgesteld bij de behandeling van de belastingverordeningen. Om die reden zijn deze tarieven niet meegenomen in de grafiek.
Vraag 95 Klopt het dat de afvalstoffenheffingen en rioolheffing vrijwel hun kostendekkendheid hebben bereikt?
Hoe groot zijn in de opgenomen jaren na 2026 de kostendekkendheid percentages?
Antwoord Ja dat klopt. Zeker in het geval van de afvalstoffenheffing zijn de opbrengsten en de kosten vrijwel gelijk waardoor de kostendekkendheid op bijna 100% uitkomt.
De kostendekkendheid kan voor de jaren na 2026 nog niet worden berekend aangezien die tarieven nog niet bekend zijn.
34
Paragraaf B Weerstandsvermogen WaterlandNatuurlijk Vraag 96 Pagina 49 Inventarisatie risico’s Hoe zeker is de waarschijnlijkheid van een 30% bruto kans op €800.000,- met name gezien de langjarige historie van overschrijdingen op dit punt?
Antwoord Kans inschattingen gaan gepaard met een schattingsonzekerheid. Deze is lastig om concreet te duiden en is doorgaans sterk beïnvloed door ervaringen uit het verleden en vergelijkbare situaties bij bijvoorbeeld andere gemeenten. De kans op een enorm dure individuele maatwerkvoorziening valt niet goed te voorspellen, maar is wel aanwezig. Bovendien is de kans op een individuele uitschieter minder groot dan groei van kosten door stijging van het aantal inwoners dat gebruik maakt van een voorziening. Er wordt daarom een onderscheid gemaakt tussen uitzonderlijk maatwerk en hoge uitgaven (door autonome groei van aantallen en kosten). Op dit moment zien wij dan ook geen reden om van de 30% inschatting af te wijken.
Vraag 97 Pagina 49, Hogere uitgaven sociale voorzieningen Kunt u de PXQ-systematiek toelichten, en wat is het verschil met de resultaatgerichte systematiek?
Antwoord Vanuit de Wmo wordt resultaatgericht geïndiceerd. Vanuit de resultaatgerichte systematiek betaalt de gemeente voor het resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’, en niet voor het aantal uren huishoudelijke hulp dat nodig is om dat te bereiken. Een aanbieder ontvangt een budget en kan daarmee zelf bepalen hoeveel uur inzet nodig wordt geacht. Bij Wmo-ondersteuning moet echter duidelijk zijn welke ondersteuning een inwoner kan verwachten, uitgedrukt in concrete tijdseenheden (uitspraak Centrale Raad van Bestuur). De verwachting is dat de kosten stijgen door deze ‘P maal Qsystematiek’, waarbij ‘p’ staat voor prijs en ‘q’ voor geleverde inzet.
Vraag 98 Pagina 51 Niet voldoen aan privacywetgeving In hoeverre zijn er voor alle door de Autoriteit Persoonsgegevens verplichte onderwerpen, zgn. DPIA’s uitgevoerd?
Antwoord In 2024 zijn er geen DPIA’s uitgevoerd. In 2025 is er een aantal afgerond en nog in uitvoering.
De informatiesystemen van de gemeente zijn op dit moment niet toereikend uitgerust om met een redelijke mate van zekerheid te kunnen bevestigen dat aan alle verplichtingen op dit vlak is voldaan.
Er wordt gewerkt aan het opzetten en uitwerken van een contractenregister en een proces qua contractmanagement. Wanneer dit gerealiseerd is, dan is de verwachting dat hier wel een uitspraak over gedaan kan worden. Voor meer informatie over deze voorgestelde verbetermaatregel en de voortgang hiervan, zie het Verbeterplan Interne Beheersing 2025 (Q2) zoals behandeld in de auditcommissie. 35
En hoe is de financiële impact bij bestuurlijke boetes in de risico-inventarisatie hier berekend?
Antwoord Dit betreft een schatting op basis van wat er in de media over te vinden valt. Er zijn geen boetes door de Autoriteit Persoonsgegevens aan de gemeente opgelegd tot op heden.
Vraag 99 Pagina 53 Kengetallen Wat doet het college concreet om onze solvabiliteitsratio structureel te verhogen?
Antwoord Solvabiliteit is een kengetal dat altijd meebeweegt met de stand van onze balans. Het laat zien hoeveel van ons bezit met eigen middelen (reserves) is gefinancierd en hoeveel met geleend geld.
Het is dus geen vast percentage dat je structureel kunt verhogen, maar een verhouding die kan dalen of stijgen door onder meer het aangaan van leningen, aflossingen en het versterken van reserves.
Naarmate de schuldenlast toeneemt, neemt de solvabiliteitsratio af. Neemt de schuldenlast af, dan neemt de solvabiliteitsratio toe.
Voor de bouw van de sporthal zal in 2028 een lening van zo'n € 20 miljoen worden aangetrokken.
Daardoor neemt de solvabiliteitsratio af. Zodra de lening portefeuille afneemt door aflossingen, zal de solvabiliteitsratio weer toenemen. Verder richt het college zich op onderstaande uitgangspunten:
• Zo min mogelijk nieuwe leningen aangaan, tenzij strikt noodzakelijk.
• Meevallers en verkoopopbrengsten gebruiken om reserves te vergroten.
• Een structureel sluitende begroting voeren, zodat nieuwe schuldopbouw wordt voorkomen.
• Het weerstandsvermogen inzetten om risico’s beter op te vangen.
Vraag 100 Pagina 56 Gebouwen Wat veroorzaakt het verschil tussen gebouw toilet/douche Marken voor €29.000,- in 2026 en toilet/douche Monnickendam voor €5.000,- in 2026?
Antwoord Het gebouw toilet/douche Marken is eigendom van gemeente waterland, het gebouw douche/toilet Monnickendam wordt gehuurd. Als eigenaar van een gebouw heb je ook de onderhoudskosten voor het casco (gebouw), deze onderhoudskosten heb je niet bij een gebouw dat gehuurd wordt.
Vraag 101 Pagina 57, Openbare Verlichting Wanneer kan de raad het geactualiseerde beleidsplan Openbare Verlichting tegemoet zien?
Antwoord Het beheerplan openbare verlichting verwachten wij in Q1 2026.
36
Vraag 102 Pagina 58 Gemeentehaven Het streven is 1x per 10 jaar baggeren. Dat is in 2016 voor het laatst gebeurd. In 2026 zou er opnieuw een baggerplan moeten zijn. Wanneer kan de raad het beheerplan van de gemeentehaven tegemoet zien?
Antwoord Het beheerplan van de gemeentelijke binnenhaven is in Q4 van 2025 aangeboden aan de raad.
Paragraaf D Financiering WaterlandNatuurlijk Vraag 103 Pagina 62 Renteresultaat Waar bestaat de €772.000,- renteresultaat uit?
Antwoord Het renteresultaat is het saldo van de begrote externe rentelasten en rentebaten over korte en lange financiering. De € 772.000,- is het saldo van afgerond € 1.050.000 (lasten) minus € 278.000 (baten).
Zie ook de tabel op pagina 62.
Paragraaf E Bedrijfsvoering WaterlandNatuurlijk Vraag 104 Pagina 63 Organisatieontwikkeling Welke “diverse projecten” zijn er nu opgestart?
Antwoord Dat zijn de projecten die onder de programma’s Dienstverlening, Strategisch Plan Informatievoorziening en Strategisch Personeelsplan vallen. Deze projecten zijn toegelicht tijdens de raadsinformatieavond Organisatieontwikkeling. Een aantal van deze projecten is: Procesmatig Werken, Digitale Moderne Werkplek, Contractbeheer- en management, Werving en Selectie, Leren en Ontwikkelen.
Vraag 105 Pagina 63 Samen zijn we sterker Zijn de resultaten van het inwonerstevredenheidsonderzoek al naar de raad gestuurd?
Wanneer kan de raad het plan van aanpak en verbeteracties voor dienstverlening inzien?
Antwoord De resultaten van het inwonerstevredenheidsonderzoek zijn nog niet naar de raad gestuurd. Het onderzoek wordt in oktober uitgezet. Het streven is om het plan van aanpak en verbeteracties uiterlijk februari 2026 naar de raad te sturen.
37
Vraag 106 Pagina 65 Bestuurskracht Waar vinden we in deze begroting de uitwerking van de adviezen uit het accountantsrapport op het gebied van “borging” en “toetsing van beleid”?
Antwoord Een van de voorgestelde verbetermaatregelen van de accountant luidt: “Wij raden u aan om samen met de gemeenteraad de beleidsdoelstellingen in de begroting verder concreet te maken en volledig aan te laten sluiten op de uitgangspunten van het collegeprogramma.” Er is naar de formulering gekeken en er zijn verbeteringen doorgevoerd in de begroting 2026 door de beleidsdoelstellingen meer SMART te formuleren.
Paragraaf F Verbonden Partijen WaterlandNatuurlijk Vraag 107 Pagina 78 Alliander Hoe kan ons dividend uit Alliander vanaf dit jaar met 7% dalen, ons dividend uit de BNG met 17% en dat van HVC met 3%?
Antwoord Het dividend van Alliander was in 2024 incidenteel hoger vanwege de verkoop van Kenter.
Het dividend van de BNG was eerdere jaren ook begroot op € 30.000. Het is dus niet vanaf 2025 lager wel was het dividend in 2024 incidenteel hoger.
Het dividend van HVC is in 2024 ook begroot op € 30.000 het werkelijke bedrag is echter afgerond iets meer dan € 30.500 vandaar afgerond naar € 31.000.
38
Paragraaf I Subsidies WaterlandNatuurlijk Vraag 108 Pagina 88, Stichting Gecoördineerd Ouderenwerk 55+ Ilpendam Wat is de achterliggende gedachte om €5,- minder agd terwijl de SGOM wel de aangevraagde €5000,- krijgt?
Antwoord Als er meer wordt aangevraagd dan in het jaar ervoor is toegekend, is het subsidieplafond het bedrag van het jaar ervoor + indexering (zie toelichting op pagina 90).
Als het bedrag dat wordt aangevraagd hetzelfde is als het jaar ervoor, wordt dit bedrag toegekend zonder indexering.
Vraag 109 Pagina 89, De stichting Kinderopvang heeft geen subsidie aangevraagd maar krijgt wel €10.000?
Waarom?
Berend Botje heeft niets aangevraagd en krijgt €10.000? Waarom?
Antwoord De subsidies aan de kinderopvangorganisaties vallen onder een andere Uitvoeringsregeling en kennen een andere systematiek. De kinderopvangorganisaties ontvangen twee keer per jaar een voorschot voor kinderen uit Waterland, die op sociaal en/of medische indicatie voorschoolse educatie nodig hebben. Deze voorschoolse educatie hebben wij belegd bij de kinderopvangorganisaties. Aan het eind van het jaar rekenen we af op basis van de werkelijke kosten.
Vraag 110 Pagina 89 Subsidietabel Bestaat Stichting Stadsraad Monnickendam nog steeds? Zo niet, waar is dan de subsidie van 2025 naar toe gegaan, en wie heeft er dan voor 2026 aangevraagd?
Antwoord De stadsraad Monnickendam bestaat juridisch nog. De subsidies voor de stads- en dorpsraden worden niet aangevraagd maar zijn voor een periode van vier jaar na ondertekening op 12 september 2022 jaarlijks automatisch uitgekeerd op hun rekening naar aanleiding van het ‘Convenant 2022 Kernraden en gemeente Waterland.’ Wij overwegen om deze automatische betaling te heroverwegen.
39
Vraag 111 Pagina 90 Subsidieplafond Onderste alinea: “aangezien het gaat om partners die essentiële diensten verlenen?
Over welke diensten gaat het hier? En welk orgaan bepaalt of deze diensten essentieel zijn?
Antwoord Het betreft de partners die bijdragen leveren aan de doelstellingen van de gemeente op het gebied van gezondheid en leefbaarheid zoals vermeld in de toelichting op pagina 90 van de begroting.
Vraag 112 Pagina 92 SMD Is deze raad gekend in het verzoek van het college om €30.000,- extra subsidie te verlenen voor zgn. “vroegsignalering”? Uit welke werkzaamheden bestaat deze vroegsignalering bij kinderen en/of ouderen. Zijn het niet de scholen en WW+ die ook deze signalering doen?
Antwoord De vroegsignalering zoals hier bedoeld is het onderdeel vroegsignalering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Sinds 2021 hebben gemeenten de wettelijke taak om dit uit te voeren. De scholen en WW+ hebben hier géén formele taak in. Uw Raad heeft sinds 2021 een bedrag van €50.000,- voor de vroegsignalering begroot, waarvan aansluiting op een systeem ter registratie van de door de wet vastgestelde signalen en uitvoeringskosten opvolging (contact en begeleiding) bekostigd worden. De genoemde €30.000,- is een verschuiving van een deel van dit door de Raad begrote bedrag. Tot 2025 hebben wij beide elementen in eigen beheer uitgevoerd, maar dit leidde niet tot het gewenste effect. In 2025 hebben wij de opvolging van signalen belegd bij de SMD, een partij die ervaren is in het uitvoeren hiervan door hun ervaring in het uitvoeren van deze taak voor andere gemeenten in onze regio. U wordt hierover geïnformeerd in de nota financiële bestaanszekerheid en schuldhulpverlening.
Vraag 113 Pagina 99, Meerjarenraming Welke factoren veroorzaken de oplopende kosten in het Sociaal Domein, hoe ontwikkelen deze kosten zich in de periode 2026–2029, en welke concrete maatregelen neemt het college om deze uitgaven beheersbaar te houden?
Antwoord De landelijke trend van toename van het aantal kinderen met jeugdzorg en langere trajecten jeugdzorg en de toenemende vergrijzing zorgen voor de oplopende kosten.
Zoals toegelicht bij de klankbordavond sociaal domein (de knoppenavond) richten wij ons op beheersing van de kosten in de individuele jeugdtrajecten en zijn kritisch in de toekenning van voorzieningen in de Wmo.
40
Vragen PvdA Workshop technische vragenronde begroting 2026, 16 september 2025 Zoals tijdens de technische vragenronde toegezegd, hieronder het antwoord op de vragen die mondeling tijdens de bijeenkomst van 16 september 2025 zijn beantwoord.
Ruimtelijk domein Waar staan de getallen voor bij beleidsindicator nummer 36 “Nieuw gebouwde woningen”? Waarom een dalende trend? Onze verwachting is dat er juist meer gebouwd is. (pagina 16) Antwoord Zoals aangegeven tijdens de technische avond zijn deze cijfers moeilijk te duiden aan de hand van gerealiseerde woningbouwprojecten. De cijfers komen uit "Waar staat je gemeente"? De geprojecteerde getallen zijn gebaseerd op een landelijk basisadministratie. Er moet daarbij wel een kanttekening gemaakt worden ten aanzien van hoe actueel de informatie is. Welke ijkdatum is bijvoorbeeld gehanteerd? Het kan immers zijn dat een project nog niet gereed is gemeld, terwijl het plan voor het oog wel af is. Er kunnen nog afrondende acties zijn met betrekking tot het project in bijvoorbeeld de openbare ruimte wat maakt dat het plan nog niet gereed is gemeld. Voor volgende jaren zullen we meer kritisch kijken naar welke cijfers we opnemen en hoe deze verklaard kunnen worden.
Openbaar domein Bij dit programma zien wij dat er niets is opgenomen voor kunst in de openbare ruimte voor het jaar 2026. Klopt dit?
Antwoord Dat klopt, er is geen beheerplan voor kunst in de openbare ruimte.
Sociaal domein Wat is de reden dat de overlast van mensen met verward of onbegrepen gedrag zo is gestegen? (zie bij de Waterlandse indicatoren opgave 3.4.1 (pagina 27)) Antwoord De stijging van het aantal meldingen van mensen met onbegrepen gedrag is een landelijke trend die samenhangt met bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ), wat heeft geleid tot langere wachtlijsten en meer druk op kwetsbare personen. Deze trend wordt bevestigd door cijfers van onder andere de GGD en de politie, en de complexiteit van de problemen (zoals psychische problemen, stress, en het ontbreken van ondersteuning) draagt bij aan de stijging.
Het aantal meldingen over mensen met onbegrepen of verward gedrag al jaren toe, waardoor instanties als politie, ambulance en GGZ-crisisdienst hier steeds meer mee (over)belast worden. Een kleine groep personen is verantwoordelijk voor een kwart van de (herhaaldelijke) meldingen. Zij zorgen daarmee voor de meeste (woon)overlast in hun omgeving en belasting van de capaciteit van de nood- /hulpdiensten.
Tegelijkertijd wordt de samenleving steeds complexer. Mensen vinden moeilijk hun weg naar basale zaken als een slaapplek, financiële ondersteuning en zorg, zeker als zij geen of nauwelijks een ondersteunend netwerk hebben. 41
Regionaal: Het project Straattriage verloopt heel goed. GGZ werkt hierin goed samen met de politie.
Tijdens sommige diensten zit er standaard een GGZ verpleegkundige in de wagen van de politie. Een persoon met onbegrepen gedrag kan dan meteen doorgeleid worden naar hulp.
Bestuur Er wordt aangegeven dat bij punt 4.7.1 dat signalen worden gedeeld via de website. Onze vraag is hoe vaak wordt de website bezocht? En worden deze signalen gezien vanuit de inwoners of naar de inwoners? (pagina 30) Antwoord Onze website heeft gemiddeld zo'n 600 unieke bezoekers per dag. We delen onze signalen via de website maar ook onze andere (online en offline) media. Deze versterken elkaar door steeds te verwijzen naar onze website. Ook is er een online nieuwsbrief voor inwoners in ontwikkeling.
Kan bij de tabel Beleidsindicatoren ook de indicator het ziekteverzuimpercentage worden meegenomen? (pagina 31) Antwoord Ja, dat is mogelijk. De volgende indicatoren worden in de tabel opgenomen: 2024: 6,4% 2025: 6,1% 2026: <6% Het ziekteverzuimpercentage voor 2024 is het gerealiseerde percentage. Dit percentage is lager dan het gemiddelde voor alle gemeenten (6,7%) en onze arbeidsmarktregio (7,6%). Voor 2025 en 2026 streven we naar een lager verzuimpercentage dan in 2024.
Paragraaf A Lokale heffingen Is er in de begroting een bedrag opgenomen voor een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de hondenbelasting? En zo ja hoe is deze in de begroting verwerkt? ((pagina 42) Antwoord Hier is € 90.000 voor opgenomen onder programmaonderdeel 3.02.
Paragraaf B Weerstandsvermogen + Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Bij de inventarisatie risico’s zien wij dat het risico van de overname van wegen door de gemeente van HHNK niet is meegenomen. Waarom is dit risico niet bij deze risico-inventarisatie meegenomen? (pagina 49).
Antwoord Omdat het college uitvoering geeft aan motie 256-28 zijn de onderhandelingen met HHNK gestopt. Er is dus geen sprake van risico’s voor de gemeente Waterland.
Als aanvullende vraag betreffende bovenstaande: Welke uitkomst verwacht het College van de onderhandelingen met HHNK? 42
Antwoord Zie bovenstaand antwoord, de onderhandelingen zijn gestopt.
Bij de kengetallen ”gemeente Waterland” zien wij een zorgwekkende stijgende trend bij het onderdeel Belastingcapaciteit. Deze gaat zelfs van Categorie B “Neutraal” naar Categorie C “Meest risicovol”. Is het voor dit kengetal een zorgwekkende trend? Welke maatregelen kunnen worden genomen om weer in categorie B “Neutraal” te komen? (pagina 53) Antwoord De stijgende trend bij het kengetal Belastingcapaciteit is in zoverre zorgwekkend dat het steeds moeilijker wordt om structurele lasten te dekken door stijging van de lokale lasten. Maatregelen om weer in categorie B te komen zijn bezuinigingen of inkomstenverhoging op andere terreinen.
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Waarom staat er bij het overzicht “Samenvattend overzicht onderhoud kapitaalgoederen” een “Nee” bij punt 8 “Renovatie sportvelden” in de kolom “Ramingen volledig en reëel in begroting”? (pagina 59) Antwoord In het najaar wordt er een sportaccommodatiebeleid naar de raad gestuurd. Daar komt een geactualiseerd beheerplan en bijbehorende begrotingswijziging uit.
Vraag Ik wil graag een duidelijker begrip hoe de gewenste reserves voor komende jaren bepaald worden.
Ik heb deze vraag al eerder schriftelijk gesteld en toen werd er verwezen naar "andere documenten die met de raad zijn gedeeld". Dat antwoord vond ik weinig bevredigend om twee redenen:
1. Er werd niet verteld welke documenten dat zijn
2. Ik kan me niet voorstellen dat de bepaling van de reserves voor het jaar 2029 al in eerdere documenten staat, en dat is daarmee een duidelijk voorbeeld van mijn vraag "hoe wordt het bedrag voor deze reserve bepaald?". Zie bijvoorbeeld het samenvattend overzicht in de Begroting 2026.
Voor de goede orde: mijn vraag is zeker niet bedoeld als kritiek op de cijfers, maar als een wens voor meer duidelijkheid hoe de reserves geraamd worden en waarom.
Antwoord Zie onderstaand de specificatie van de opbouw van de algemene reserve komende jaren.
Bedragen x € 1.000 Resultaat jaar t-1 Extra budget omgevingsplan Hervormingsagenda Jeugd Implementatie maatwerkvoorziening Wmo Project inzake klantreizen en trainingen inzake projectmatig werken 0,22 fte Participatiewet in balans Dekking structurele lasten, zie begroting 2025
2026 142
- 200
- 100
- 50
- 128
- 20
- 420
2027 748
2028 863
2029 634
- 20
- 420
- 420
- 150
- 20
- 420
43
Bedragen x € 1.000 Project omgevingsplan, zie begroting 2025 Aanschaf koffieautomaten, zie VJN 2025 Extra energiekosten zwembad, zie VJN 2025 Uitstel invoeringen eigen bijdrage Wmo, zie VJN 2025 Totale mutatie algemene reserve
2026
- 30
- 41
- 175
- 1.023
2027
- 100
2028
- 100
2029
58
323
214
44
Bekijk de brief: 417-10 Beantwoording schriftelijke vragen begroting 2026
Bron: raadsinformatie van de gemeente Waterland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.