aanvraag omgevingsvergunning Overleek naast nr 19
Een raadslid stelde op 6 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Waterland.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
RAADSVRAGEN ZONDER ANTWOORD
Nummer Onderwerp Portefeuillehouder Datum
: 319-12 : Aanvraag omgevingsvergunning Overleek naast nr 19 : Ton van Nieuwkerk : 6 januari 2026
Vragen van de fractie van WaterlandNatuurlijk aan het college van burgemeester en wethouders (ingezonden op 6 januari 2026).
Aanleiding/toelichting Op 3 september 2025 heeft de heer C.G. Oosterbaan bij de gemeente Waterland een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels van het omgevingsplan ten behoeve van een woonbestemming voor Overleek naast nummer 19.
In zijn vergadering van 18 november 2025 heeft uw college onder agendapunt 5 besloten voor de aanvraag van de heer Oosterbaan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (uitgebreide procedure), van toepassing te verklaren.
In de raadsvergadering van 30 oktober had een raadslid van de CDA fractie aan wethouder A.A. Van Nieuwkerk gevraagd of de gemeente de uitgebreide procedure versneld kan uitvoeren. De wethouder heeft daarop toen toegezegd dat hij de versnelde procedure zo snel als mogelijk zal uitvoeren.
Vraag 1 Kan het college uitleggen waarom zijn besluit tot het volgen van de uitgebreide procedure pas 11 weken na indiening van de aanvraag is genomen? Kan het college bij zijn antwoord rekening houden met het feit dat de heer Oosterbaan zijn zienswijze op het voornemen al binnen twee weken na uitnodiging daartoe had ingediend? Graag een gemotiveerd antwoord.
Vraag 2 Kan het college uitleggen waarom bijna vier maanden na indiening van de aanvraag het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken, nog steeds niet ter inzage waren gelegd?
Graag een gemotiveerd antwoord waarin de toezegging van de wethouder van 30 oktober wordt betrokken.
Vraag 3 Is het aan het college bekend dat in de onlangs met de Derde herziening gewijzigde provinciale Omgevingsverordening NH2022 de volgende begripsbepaling is opgenomen voor ‘dorpslint’: “een lijn van bebouwing in het landelijk gebied langs wegen of waterlopen overwegend ten behoeve van wonen, waarbij de bebouwing aaneengesloten of op korte afstand van elkaar gelegen is en daarmee een eenheid vormt. Het kan voorkomen dat een dorpslint aan één zijde van de weg voorkomt. De overzijde wordt dan niet tot het dorpslint gerekend.”
Vraag 4 Is het college er mee bekend dat in bijlage 7 van de provinciale Omgevingsverordening NH2022 (“Kernkwaliteiten Beschermd landschap provincie Noord-Holland”) Overleek wordt aangeduid als ontginningslint?
Herinnert het college zich dat in de Omgevingsvisie Waterland Overleek is benoemd als lintdorp?
Onderschrijft het college dat Overleek aan weerszijden derhalve voldoet aan de begripsbepaling voor ‘dorpslint’?
Vraag 5 Hoe staat het college tegenover het standpunt van gedeputeerde staten dat het beoordelen van Overleek als dorpslint de uitsluitende bevoegdheid is van het college van burgemeester en wethouders van Waterland?
Vraag 6 Is het college bekend met de inhoud van artikel 6.59a lid 5 van de provinciale Omgevingsverordening 2022 dat bepaalt dat een omgevingsplan kan voorzien in woningbouw overeenkomstig de afspraken tussen Rijk, provincie en betrokken gemeenten met betrekking tot de Pilot Waterland?
Vraag 7 Kan het college bevestigen dat voor de Pilot Waterland een visie is vastgesteld en dat de woningbouw Overleek naast nr 19 op 15 september 2023 door alle portefeuillehouders Wonen Zaanstreek-Waterland is benoemd als BPL-locatie van de Pilot Waterland?
Vraag 8 Herinnert het college zich het mede door wethouder Van Nieuwkerk ondertekende pleidooi bij de coalitievorming van gedeputeerde staten in het voorjaar van 2023 dat de Omgevingswet uitgaat van één bevoegd gezag en het beginsel ‘decentraal, tenzij’, en dat de provincie in lijn hiermee in haar Omgevingsvisie de sturingsfilosofie ‘Lokaal wat kan, regionaal wat moet’ centraal heeft gesteld, met als gerelateerd uitgangspunt ‘Terughoudendheid bij het opstellen van regels’.
Vraag 9 Herinnert het college zich de brief van gedeputeerde staten van 21 december 2023 kenmerk 2155077/2167607 waarin staat: “De Omgevingswet biedt provincies de mogelijkheid een lijst op te stellen van gevallen waarin colleges Van B&W voorafgaand aan besluitvorming over een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) advies met instemming aan de provincies moeten vragen. Vooralsnog heeft de provincie geen gevallen benoemd die hiervoor in aanmerking komen.” Vraag 10 Op grond van welke wet- of regelgeving of afspraken zou het college desondanks toestemming moeten vragen aan de provincie voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels van het omgevingsplan ten behoeve van een woonbestemming voor Overleek naast nummer 19?
Bron: raadsinformatie van de gemeente Waterland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.