8 december 2022 · artikel 35-vragen · gemeente Waterland

de begroting 2023.pdf

Een raadslid stelde op 8 december 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Waterland.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

BEANTWOORDING RAADSVRAGEN

Nummer Onderwerp Portefeuillehouder Datum

: 394-6 : Begroting 2023 en najaarsnota 2022 : R.D.F. Wolters : 25 oktober2022

Vragen van de fractie van D66 aan het college van burgemeester en wethouders (ingezonden op 7 oktober 2022) en beantwoording daarvan door het college van burgemeester en wethouders.

Vraag 1 In de begroting 2023 (B23) wordt een percentage voor de heffing van de OZB belasting genoemd. Dit percentage vermenigvuldigd met de waarde van het onroerend goed in de gemeente Waterland is de totale inkomsten uit de heffing van de OZB belasting. Deze waarde is niet van jaar tot jaar gelijk. De afgelopen jaren stegen de waarden sterk. De waardestijging voor de B23 wordt niet in de begroting vermeld. Wat is de veronderstelde waarde stijging voor 2023 en voor de jaren daarna? Zijn deze waarde stijgingen realistisch nu het al enkele maanden duidelijk is, dat door de sterk gestegen energiekosten en de sterke stijging van de hypotheekrentes een kentering op de woning markt gaat plaats vinden?

Antwoord 1

Bij het bepalen van de opbrengst in de begroting wordt nog geen rekening gehouden met de waardestijging van het onroerend goed. De opbrengst in de begroting wordt bepaald door de opbrengst in het huidige jaar te verhogen met het in de vaststelling van de voorjaarsnota bepaalde percentage (blz 49 Kaders voor de begroting 2023: 2,9%).

Vraag 2 De inflatie is vanaf maart hoog. Het CBS gaf in maart 14% aan. Nu is de inflatie zelfs 17%. De hoge inflatie heeft zijn doorwerking op alle kosten in de begroting. De Cao eisen van de vakbonden liggen veel hoger dan de in de begroting opgenomen 3,4%. Er zullen extra kosten ontstaan in de kosten die leveranciers ons in rekening brengen. Ons is verteld, dat 1% inflatie een kosten effect van €110.000 betekent.

Moeten de kosten (vooral de personele) in de B23 niet veel hoger ingeschat worden?

Zijn de uitgangspunten niet veel te optimistisch opgenomen?

Antwoord 2 De begroting wordt opgesteld op basis van met de raad gemaakte afspraken. Voor de inflatie geldt dat wordt uitgegaan van de in de Voorjaarsnota bepaalde percentages (blz. 49: V. Kaders voor de begroting 2023, ontwikkeling loonkosten 3,6%, Stijging van de overige materiële lasten 2,5%). Voor het opstellen van de begroting wordt uitgegaan van de gegevens op enig moment, conform gemaakte afspraken, in dit geval de kaders zoals aangegeven in de Voorjaarsnota en het moment in de planning P&C cyclus tot waarop ontwikkelingen worden meegenomen.

Het actueel houden van een begroting tot het moment van vaststellen is niet mogelijk dit zou tot dagelijkse aanpassing kunnen leiden. Ontwikkelingen nadien worden verwerkt in de Voorjaarsnota 2023 of indien nodig in een separate begrotingsaanpassing. Dekking van de in uw vraag genoemde hogere inflatie kan onder meer gezocht worden in de begrotingssaldi.

Vraag 3 In vier verslagen verantwoordt het college zijn beleid aan de raad. Het gaat om de Jaarrekening, de Voorjaarsnota, de Najaarsnota en de Begroting. Al deze verslagen gaan over hetzelfde namelijk de baten en lasten, die het college heeft uitgegeven of denkt uit te geven.

De verslagen hebben echter geen heldere uitleg over de verschillen in baten en lasten en balansposities tussen de opeenvolgende verslagen. Dit belemmert het inzicht in de verslagen.

Bijvoorbeeld de toe- en afnames van reserves van het ene verslag en het andere verslag zijn moeilijk te volgen. Onlangs is 1,5 miljoen toegevoegd aan de reserve voor scholen, maar waar deze reserve blijft en ten laste van welk jaar deze reserve komt en of de reserve wel voldoende is is niet te volgen.

Wil het college dit inzichtelijk maken?

Ook bijvoorbeeld is er niet te beoordelen hoe met over- of onderbesteding wordt omgegaan.

Wat is het beleid in deze?

Wil het college de raad voorzien van een heldere aansluiting tussen de verslagen?

Antwoord 3 De opvolgende documenten, Begroting, Voorjaarsnota, Najaarsnota sluiten op elkaar aan. Het einde saldo van de begroting vormt het begin saldo waarvan in de Voorjaarsnota wordt uitgegaan en het begin saldo van de Najaarsnota sluit aan bij het eind saldo van de Voorjaarsnota. Deze aansluiting is er niet bij tussentijdse begrotingswijzigingen. Daarom wordt bij tussentijdse begrotingswijzigingen ook altijd het effect op de saldi weergegeven. Probleem is wel dat individuele begrotingswijzigingen en P&C documenten elkaar kunnen kruisen.

Conform de afspraak met de raad worden in de Voorjaarsnota en de Najaarsnota alleen mutaties van € 25.000 en hoger in de tekst beschreven. Mutaties met lagere bedragen zijn wel in de saldi verwerkt maar worden niet individueel beschreven. Waardoor het aansluiten van de tellingen met de individuele mutaties vanuit de documenten inderdaad niet 100% mogelijk is.

Wij herkennen ons niet in de toevoeging van 1,5 miljoen aan de reserve scholen.

Vraag 4 Het is al maanden duidelijk dat er een kentering ontstaat op de woningmarkt. De hoge hypotheekrente en de hoge energiekosten zullen in de komende jaren een daling van de woningprijzen bewerkstelligen. Het project Galgeriet heeft een potentieel risico voor de gemeente van ruim 12 miljoen. In de begroting is de kans dat dit verlies wordt gerealiseerd op 1% ingeschat.

Is deze inschatting niet veel te laag?

Kan inzicht worden gegeven op welke wijze dit heel lage percentage is bepaald?

Antwoord 4 De risico’s worden ingeschat op basis van een kans en de maximale impact. Het project Galgeriet vertegenwoordigd een wezenlijk deel van de activa op de balans. In de balanspost van zo’n € 13m zitten de betreffende gronden (historisch en verworven bezit) en geactiveerde kosten welke zijn gemaakt voor het project.

Het risico in deze paragraaf is op basis van een mogelijk boekhoudkundig verlies op de verkoop van de activa. Gezien de omvang op de balans kan de impact wezenlijk zijn. Bepaalde nog te maken kosten zoals de nog te verwerven gronden vanuit de onteigening en het schadeloos stellen van de huurders, worden kostendekkend (“1-op-1”) doorverkocht onder de huidige overeenkomst. Dit maakt dat de risico’s voor de gemeente zeer gering zijn in dit stadium. De gronden vanuit historisch bezit (met name) hebben een hogere marktwaarde dan de boekwaarde op de balans.

Bekijk de brief: 394-6 Beantwoording schriftelijke vragen D66 over de begroting 2023.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Waterland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Waterland

Alle artikel 35-vragen in Waterland