3 maart 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Waterland

handhaving gezonken boten

Een raadslid stelde op 3 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Waterland.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

BEANTWOORDING RAADSVRAGEN

Nummer Onderwerp Portefeuillehouder Datum

: 114-79 : Handhaving gezonken boten : Marian van der Weele : 28 april 2026

Vragen van de fractie van CDA Waterland aan het college van burgemeester en wethouders (ingezonden op 3 maart 2026) en beantwoording daarvan door het college van burgemeester en wethouders in cursief.

Aanleiding/toelichting:

Elk jaar doet zich verspreid over de gemeente de situatie voor dat verwaarlozing uitmondt in het zinken van boten. Ook in dit winterseizoen is dat het geval. De gemeente laat deze ongewenste situaties vaak lang op zijn beloop. In sommige gevallen publiceert de gemeente een aankondiging van het voornemen om - in geval van het niet verwijderen door de eigenaar - tot het toepassen van bestuursdwang over te gaan. In dat geval wordt een bordje in de oever geplaatst met dit voornemen.

Het valt de CDA-fractie op dat in de meeste gevallen na plaatsing van het bordje geen verdere actie volgt, waardoor de ongewenste situatie voortduurt en de nalatige eigenaar ermee weg komt. Deze situatie straalt niet positief uit op de daadkracht van de gemeente.

Zie de bijgevoegde foto als voorbeeld. Na 20 april 2025 is in dit geval verdere actie uitgebleven.

Vraag 1 Is uw college bereid om elk jaar na de winter in de hele gemeente een planmatige controle uit te voeren op gezonken boten?

Antwoord 1 Ja. Het college is bereid om jaarlijks na de winterperiode een gerichte controle uit te voeren op gezonken en verwaarloosde vaartuigen binnen de gemeente. Deze controle vindt plaats vanaf 2 april, het moment waarop vaartuigen weer in het water moeten liggen.

De controles maken structureel onderdeel uit van het toezicht- en handhavingsprogramma en zijn gericht op vaartuigen die mogelijk in strijd zijn met de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) en/of de Wrakkenwet.

Vraag 2 Om welke redenen blijft een vervolg op de aankondiging voornemen bestuursdwang bij gezonken boten vaak uit?

Antwoord 2 Er zijn verschillende redenen waarom een vervolgstap op een aankondiging van het voornemen tot bestuursdwang niet altijd direct plaatsvindt:

• de eigenaar treft na ontvangst van de aankondiging alsnog zelf maatregelen;

• er is onduidelijkheid over het eigendom van het vaartuig;

•

•

er zijn praktische belemmeringen, zoals bereikbaarheid van het vaartuig of de (hoge) kosten van verwijdering; er blijkt geen passende juridische grondslag te bestaan voor handhavend optreden, bijvoorbeeld wanneer het wrak zich bevindt in water dat door een andere waterbeheerder wordt beheerd, zoals het Hoogheemraadschap, en de Verordening Fysieke Leefomgeving geen handhavingsbevoegdheid biedt.

Deze omstandigheden kunnen ertoe leiden dat procedures langer duren dan beoogd of dat uiteindelijk van bestuursdwang wordt afgezien.

Vraag 3 Kunt u toezeggen dat aankondigingen voornemen bestuursdwang in deze gevallen een vervolg krijgt?

Antwoord 3 Het college streeft ernaar om aankondigingen van het voornemen tot bestuursdwang in beginsel altijd actief op te volgen. Dit betekent dat, wanneer een eigenaar niet binnen de gestelde termijn handelt of reageert, daadwerkelijk handhavend wordt opgetreden, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om daarvan af te wijken.

Het college zal hierop toezien, met als doel te voorkomen dat ongewenste situaties onnodig blijven voortbestaan en om de zichtbare handhaving in de openbare ruimte te verbeteren.

Bekijk de brief: 114-79 Beantwoording schriftelijke vragen CDA over handhaving gezonken boten

Bron: raadsinformatie van de gemeente Waterland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Waterland

Alle artikel 35-vragen in Waterland